Liturgisch puzzelen in Oegstgeest en Heerhugowaard

0

Hangende pubers op de achterste bank, ouderen die demonstratief zwijgen als een lied hun niet welgevallig is: er broeit weleens iets onder de oppervlakte van een kerkdienst. Toch zijn er ook gemeentes waar vrijwel iedereen enthousiast is over de gang van zaken. OnderWeg ging kijken op twee plekken waar dat het geval is: in een gereformeerd-vrijgemaakte kerkplant in Heerhugowaard en in de NGK Oegstgeest.

Alrik Vos gaat voor in Heerhugowaard. ‘We zitten hier in een omgeving waar ongeveer 1 procent van de mensen gelovig is en naar de kerk gaat. Dat is een gegeven waar je rekening mee moet houden.’

Alrik Vos gaat voor in Heerhugowaard. ‘We zitten hier in een omgeving waar ongeveer 1 procent van de mensen gelovig is en naar de kerk gaat. Dat is een gegeven waar je rekening mee moet houden.’

Elf uur, zondagmorgen. In een zaal in een basisschool – achterin zijn nog klimrekken te zien – zitten zo’n honderd mensen. We zijn bij Hart voor Heerhugowaard, een initiatief van twee plaatselijke kerken, de GKv in Heerhugowaard en de CGK in het nabijgelegen Broek op Langedijk.

Wat in 2011 begon als een huisgemeente met zo’n twaalf mensen, is gestaag gegroeid tot een hechte, kleine gemeenschap van gelovigen. Ongeveer de helft van de mensen die er vandaag zijn, zag tot voor kort geen kerk van binnen.

Wat is het geheim van Hart voor Heerhugowaard? Wat kunnen andere kerken leren van de gang van zaken op liturgisch gebied hier, in dit ontkerkelijkte stukje Nederland?

Huiskamergevoel

Wie een traditionele kerkdienst kent, ziet hier het komende uur verschillende elementen terugkomen. Aan het einde is er bijvoorbeeld de zegen, verwerkt in een lied, en onder het kopje ‘geven’ is er een collecte. De preek, over Psalm 146, heeft zelfs de traditionele drie punten of ‘gedachten’.

Voor een traditionele gereformeerde kerkganger gaat het er dus heel herkenbaar aan toe. Toch is hier bij nadere beschouwing niets vanzelfsprekend. De voorganger benoemt sommige zaken en handelingen alsof hij die zelf ook voor de eerste keer ziet, zoals het aansteken van een kaars.

Gevraagd naar de liturgische keuzes die hij maakt, begint predikant Alrik Vos allereerst te vertellen welke mensen hij op het oog heeft. ‘Bij deze kerkplant staat de niet-gelovige Heerhugowaarder voorop. We zitten hier in een omgeving waar ongeveer 1 procent van de mensen gelovig is en naar de kerk gaat. Dat is een gegeven waar je rekening mee moet houden.’

Om geen onnodige drempels op te werpen, is er bijvoorbeeld geen wetslezing aan het begin van de dienst. ‘Mensen hebben al heel sterk de indruk dat het geloof iets is van verplichtingen en voorwaarden, van dingen die moeten.’

‘Je hoeft je hier niet anders voor te doen dan thuis’

Voor Alrik Vos is het heel belangrijk dat een kerkdienst geen programma is dat je afwerkt. ‘De liturgie dient om ons open te stellen voor God. Een gereformeerd element in onze liturgie is dat er wordt uitgesproken dat mensen zondig zijn en dat daar vergeving voor is. Dat komt vandaag bijvoorbeeld terug in het Opwekkingslied “Al mijn zonden, al mijn zorgen breng ik weg naar de rivier”. Dit element van zonde en vergeving zit altijd in onze diensten, ook omdat het door mensen als bevrijdend wordt ervaren.’

Gevraagd naar de kracht van de liturgie in zijn gemeente, zegt Vos: ‘Mensen noemen het “het huiskamergevoel”. Als je naar het toilet moet tijdens de dienst, dan kan dat gewoon. Het huiskameridee wordt ook versterkt doordat mensen gebedspunten kunnen aandragen. Ik denk dat dat een belangrijke bijdrage levert aan de open sfeer.’

In Heerhugowaard lijkt het te werken: een simpele liturgische vorm, waar goed over nagedacht is. Wat kunnen traditionele kerken hiervan opsteken? ‘Veel liturgie in gereformeerde kerken is overal hetzelfde, terwijl de context vaak totaal verschillend is. Je kunt de mensen uit de buurt eens uitnodigen: kom naar de kerk en geef je ervaring weer. Zo bereik je dat ze gehoord worden, serieus genomen. En zo zorg je ervoor dat je niet alles op de automatische piloot doet. Het houdt je diensten levend.’

Volgens Vos is het probleem van een klassieke kerkdienst dat de ontspanning er vaak uit verdwenen is. ‘Als ik ooit iets van Hart voor Heerhugowaard zou kunnen meenemen naar een andere gemeente, dan is het de ontspanning. Als hier een lied in het water valt: geen probleem. Je hoeft je niet anders voor te doen dan thuis. Dat hoort ook bij God: je kunt bij Hem thuiskomen.’

‘Als ik ooit iets van Hart voor Heerhugowaard zou kunnen meenemen naar een andere gemeente, dan is het de ontspanning’

Gedemocratiseerd

Een pioniersplek is heel wat anders dan een gemeente waarvan de leden al wat langer met elkaar door één (kerk)deur moeten. Daar komt nog bij dat er de laatste decennia in veel kerken grote veranderingen op het gebied van muziekstijlen zijn doorgesijpeld.

Als ouderling in de NGK Oegstgeest stond Antoine Houben vier jaar geleden aan de basis van een nieuwe invulling van de kerkdiensten. Houben ontwikkelde samen met de toenmalige predikant Alex Boshuizen een model waarin verschillende typen diensten elkaar afwisselen. ‘We vroegen ons af: welke groepen hebben wij in de kerk zitten? En hoe kunnen we die aanspreken, zonder mensen de kerk uit te jagen en zonder alles in één dienst te stoppen?’

Naast een klassieke gereformeerde liturgie kwamen er de varianten ‘expressief’, ‘liturgisch’ en ’receptief’. Houben geeft graag een voorbeeld: ‘Bij een expressieve dienst staat de lofprijzing centraal. Jijzelf nadert God en uit je gevoelens ten opzichte van Hem.’ Qua vorm hoort daar een meer evangelische benadering bij, met een accent op Opwekkingsliederen. Bijzonder is dat het expressieve accent niet alleen de liedkeuze bepaalt, maar de hele dienst kleurt. ‘De liederen gaan in een expressieve dienst over je eigen verhouding tot God. Die insteek kun je ook ter sprake brengen in de preek. Hoe maak je dat nu praktisch? Wat betekent God in het dagelijks leven?’

In de NGK Oegstgeest vinden zogenoemde expressieve diensten plaats. ‘Jijzelf nadert God en uit je gevoelens ten opzichte van Hem.’

In de NGK Oegstgeest vinden zogenoemde expressieve diensten plaats. ‘Jijzelf nadert God en uit je gevoelens ten opzichte van Hem.’

Het uitgangspunt van receptieve diensten, variant nummer twee, is in zeker opzicht precies omgekeerd. ‘Daar is de focus: God nadert ons, in plaats van wij Hem’, zegt Houben. ‘Je zoekt veel meer naar elementen van verstilling.’ Een liedkeuze uit het repertoire van Taizé en Iona ligt daarbij voor de hand.

Naast deze twee vormen met bijzondere liturgische accenten zijn er ook diensten met een klassieke gereformeerde invulling, met psalmen en orgel- en pianobegeleiding. De vierde liturgische variant werd uiteindelijk al snel geschrapt. Kerkleden voelden zich niet thuis bij het experiment met responsiegebeden en vaste liturgische formules.

De scheiding van liturgische kleur heeft niet tot gevolg gehad dat mensen selectief gingen kerken. Houben: ‘Een leuke ontdekking is dat veel mensen zo’n meditatieve dienst mooi vinden. Juist ook mensen die roepen dat ze in elke dienst wel een band willen laten spelen, kunnen zo’n verstilde dienst, als het maar goed wordt gedaan, waarderen.’
Wat het heeft gedaan in Oegstgeest is dat mensen zich gehoord hebben gevoeld, denkt Houben. ‘Er is iets met hun inbreng gedaan. Je vraagt van iedereen wat, als je op die manier beleid maakt, maar het kan heel goed uitpakken.’

‘De liturgie is gedemocratiseerd’, vat Houben de trend van de afgelopen twintig jaar samen. Zijn model is een poging geweest om de gemeente zich thuis te laten voelen in de veranderende situatie. ‘Uiteindelijk is de ontmoeting met God niet maakbaar. Die laat zich niet dwingen, je kunt die hooguit faciliteren.’

Familiebijeenkomst

Predikant Pieter Kleingeld kwam een jaar geleden als nieuwkomer in Oegstgeest terecht. Hoe zijn zijn ervaringen met de liturgische praktijk? Hij waardeert de duidelijke keuzes die zijn gemaakt tussen expressief en meer verstilde diensten, maar die laatste vorm is niet gemakkelijk, vindt hij. ‘De kunst van een meditatieve dienst is om met weinig woorden mensen dingen zelf te laten beseffen. Dat is nog best even oefenen voor een voorganger, om een dienst op die manier in te richten.’

Kleingeld wil ervoor waken dat de diensten te vormelijk, te theatraal worden. ‘Voor mij is een kerkdienst toch in de eerste plaats een soort familiebijeenkomst.’

De apostel Paulus schrijft in 1 Korintiërs 14:26: ‘Als u samenkomt, draagt iedereen wel iets bij.’ Kleingeld ziet daarom graag de hele gemeente op het podium gerepresenteerd . ‘Als je in een kerkdienst een heel sacrale sfeer schept, kun je een sterke scheiding krijgen tussen heilige en profane momenten. God wil echter de hele aarde vervullen van zijn heerlijkheid. De liturgie is bedoeld om ons daarvan bewust te maken.’

Dat die scheiding tussen het heilige en het profane er in Heerhugowaard nauwelijks is, is misschien wel het geheim van Hart voor Heerhugowaard. In Oegstgeest gaat de bezinning op de invulling van de kerkdiensten ondertussen door, al lijkt de tegenstelling tussen gereformeerden en evangelisch gezinden in de loop van de jaren opgelost. Houben: ‘Van de spanning die er was, proef ik niets meer. De verschillen zijn geen splijtzwam geworden. Integendeel: door ze een goede plek te geven, zijn we juist nader tot elkaar gekomen.’

Delen.

Over de auteur

Nels Fahner is zelfstandig journalist.

Laat een reactie achter