Het scheppingsverhaal 2.0?

Ernst Leeftink | 17 oktober 2015
  • Opinie

Het nieuwe kinderboek van Corien Oranje en Cees Dekker, Het geheime logboek van topnerd Tycho, probeert het Bijbelse scheppingsverhaal en de evolutietheorie met elkaar te verenigen. En ook de Amerikaanse theoloog Leonard J. Vander Zee slaat in zijn spreken en schrijven dat pad in. Is dit een geloofwaardige versie 2.0 van het scheppingsverhaal?

Van eeuwigheid tot eeuwigheid bestaat de ene God. Hij is de bron en het doel van alle dingen. Hij is in Zichzelf een God vol van allesomvattende liefde, blijdschap, vrede en creativeit. Aan ons mensen heeft Hij Zichzelf bekendgemaakt als God de Vader, God de Zoon en God de heilige Geest. Deze drie-enige, ware God is geen onderdeel van onze tijd en ruimte, maar is er de schepper van. Voor Hem is er geen verschil tussen wat voor ons één nanoseconde is of één miljard jaar.

Eens, once upon a time, bracht deze overweldigende, kostelijke, overvloeiende liefde van de drie-enige goddelijke gemeenschap vanuit het niets een speldenknopje voort, kleiner dan een eiwit. God had daar het hele universum in gelegd: alle materie, alle energie, al het leven, alle natuurwetten, ja, alles was in potentie aanwezig. Het speldenknopje explodeerde – alleen God weet hoe – en het universum ontstond.

Zo begint de Amerikaanse gereformeerde theoloog Leonard J. Vander Zee zijn hervertelling van het scheppingsverhaal in From Stardust to the New Jerusalem, op een congres over schepping en evolutie begin juli 2015. In zijn ogen is het een wonder van goddelijke liefde en creativiteit dat na een proces van miljarden jaren het speldenknopje waarmee God begonnen is, eindigt in het bestaan van mensen die naar Gods beeld geschapen zijn en God kennen en erkennen: ‘HEER, onze Heer, hoe machtig is uw naam op heel de aarde’ (Psalm 8).

Daarna spreiden de donkere schaduwen van de zonde zich uit over de mensheid en de hele schepping. Maar de schepper laat zijn schepping niet los. God de Zoon komt, als grootste kosmische moment van heel het universum, onze ruimte, tijd en materie binnen en neemt ons menselijk DNA aan. Door zijn vergoten bloed en zijn glorieuze opstandig herstelt Jezus Christus onze ware menselijke identiteit als beelddragers van God. Door zijn heilige Geest veranderen wij nu al steeds meer naar dat beeld.

Eens, once upon a time, zullen wij, in zonde gevallen mensen, in de eeuwige dans van Gods drie-enige liefde en vreugde delen, wanneer Hij de schepping in volle luister herstelt en alle dingen nieuw maakt. Dit grote, miljarden jaren durende verhaal is het ware goede nieuws dat redding en hoop geeft aan iedereen die in dit licht wandelt.

Ik snap niet wat deze hypothese geloofwaardiger maakt dan een goddelijke schepping zoals die in Genesis 1-3 beschreven is

Riskant

Ik proef bij Vander Zee een diep respect voor de drie-enige God als de schepper, verlosser en voltooier van deze wereld. Tegelijk wil hij volledig recht doen aan de ontdekkingen en resultaten van de wetenschap rondom het ontstaan van het universum en onze plek als mensheid op aarde.

Mij valt ook op dat Van der Zee in zijn vertelling op minstens twee momenten kiest voor een soort goddelijke bijsturing van het evolutieproces:

1. Op een gegeven moment speelt God met het DNA, zodat er nieuwe levende wezens ontstaan, waaruit uiteindelijk een schepsel voortkomt dat iets totaal nieuws heeft: menselijk bewustzijn.

2. In deze menselijke wezens blaast de schepper zijn adem, oftewel zijn heilige Geest, zodat ze God leren kennen en vereren als hun schepper.

Deze twee momenten van goddelijke bijsturing kunnen mij niet overtuigen. Ik snap niet wat deze hypothese geloofwaardiger maakt dan een goddelijke schepping zoals die in Genesis 1-3 beschreven is.

Ik vind het ook een riskante hypothese. Want als je alleen maar kunt geloven in een God die gebonden is aan hoe de wetenschap het ontstaan van het universum verklaart, verval je in een vorm van deïsme, de theologische stroming die van mening is dat God alleen aan het begin de boel in gang heeft gezet en zijn schepping vervolgens als een wekker laat aflopen, zonder er verder betrokken bij te zijn. Of, nog erger, je houdt geen geloof meer over, omdat de wetenschap, als het erop aankomt, in alles het laatste woord heeft.

Kant-en-klaar

De Nederlands-gereformeerde dr. Henk Geertsema voert in zijn artikel ‘Probeer eens opnieuw naïef de Bijbel te lezen’ (Christelijk Weekblad, 15 juli 2015) een pleidooi om als christenen weer meer open te staan voor de verwondering. Het getuigt volgens hem juist van een wetenschappelijke instelling om open te staan voor de mogelijkheid dat de aarde in zes dagen is geschapen. De filosoof Paul Ricoeur noemt dit een ’tweede naïviteit’.

Leonard J. Vander Zee wees er in zijn lezing op dat wetenschap en theologie elk hun beperkingen moeten erkennen, om zo volop op hun eigen terrein de geheimen van de schepping (vooral de natuurwetenschap) en de verlossing (vooral de theologie) te doorgronden. Ik voel wel wat voor deze benadering als het om de vragen rond schepping en zondeval gaat.

Wetenschappelijk kan ik prima met grote delen van de evolutietheorie uit de voeten. Als je, puur wetenschappelijk, de aardlagen en het zonnestelsel bestudeert, kom je uit op miljoenen en miljarden jaren. Daar is niets mis mee. Maar volgens mij kan de natuurwetenschap niet verklaren waarom de aarde is ontstaan. Die verklaring geeft God wel in de Bijbel. Al is het niet uitputtend, want wat Hij ons in de Bijbel laat weten, doet Hij ‘voor zover dat voor ons in dit leven nodig is tot zijn eer en tot behoud van de zijnen’ (Nederlandse Geloofsbelijdenis artikel 2).

Hoe Hij het allemaal precies gedaan heeft, daar was en kan ik niet bij

Als christen geloof ik in die God. Ik geloof dat Hij deze wereld geschapen heeft, nog steeds in stand houdt en regeert, en eens tot zijn doel zal brengen. Als Hij mij vertelt dat Hij alles in het begin perfect heeft neergezet, dan geloof ik dat. Daarbij heb ik er geen behoefte aan om nadrukkelijk uit te spreken dat de zes scheppingsdagen elk precies 24 uur geduurd hebben. Maar ik zie het nut er ook niet van in om de zes scheppingsdagen op te rekken tot exact de periode die de huidige stand van de wetenschap berekend heeft.

Als God mij vertelt dat Hij één echtpaar als mens naar zijn beeld geschapen heeft, dan geloof ik dat ook. Hoe Hij dat allemaal precies gedaan heeft, daar was en kan ik niet bij. Maar Hij heeft wel meer dingen gedaan waar ik niet bij was en bij kan, en waar toch meer dan 500 mensen getuige van zijn geweest. Persoonlijk vind ik daarom dat een geleidelijke ontwikkeling van de mens uit een ‘mensaapachtige’ niet goed met het historische verhaal van Genesis 1-3 te combineren is.

Eens, once upon a time, maakte God in korte tijd een kant-en-klaar heelal en schiep Hij één mensenpaar als zijn evenbeeld. En met het intellect dat God zelf in onze hersenen gelegd heeft, kunnen we het allemaal narekenen: als God het niet in een krappe week geschapen heeft, zou het ongeveer 13,7 miljard jaar oud zijn. Zo’n machtig God is Hij!

Dit artikel is een verkorte weergave van een blog over dit onderwerp op www.ernstleeftink.wordpress.com.

Over de auteur
Ernst Leeftink

Ernst Leeftink is predikant van de GKv Assen-Peelo.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief