De heilige ruimte van het celibaat

Hans-Jan Roosenbrand | 17 oktober 2015
  • Wandelen met God

Een tijdje geleden was er in de kerk waar ik werk een bijzondere bijeenkomst. De deelnemers waren uitsluitend alleengaande mannen en vrouwen, allemaal leden van de kerk. De sfeer was vertrouwd en zo kwam er ruimte voor opmerkelijke levensverhalen. Maar waarom is daar een bijzondere bijeenkomst voor nodig?

In een kerkelijke omgeving waar het vaak gaat over gezinnen, raken deze broers en zussen makkelijk ondergesneeuwd en krijgen ze niet de plek die ze verdienen. Een ouder gemeentelid vertelde openhartig over haar levensweg als ongetrouwde vrouw, met alle hoogte- en dieptepunten. Pijnlijk detail: zij voelde zich soms als collega op haar werk meer gewaardeerd dan als zus in de kerk.

Toch had zij op een gegeven moment haar ongetrouwd zijn als haar weg met God in dit leven aanvaard. Een leven waarin zij niet toegewijd was aan één specifiek persoon, maar op een bijzondere manier verbonden kon zijn met meerdere mensen, in de kerk en daarbuiten.

Toewijding

Paulus schrijft ergens dat zowel het getrouwde als het ongetrouwde leven speciale gaven vereist en dat hij wel zou willen dat iedereen bleef zoals hij. Ongetrouwd dus. Hij schrijft: ‘Een ongetrouwde man draagt zorg voor de zaak van de Heer en wil de Heer behagen. Een getrouwde man draagt zorg voor aardse zaken en wil zijn vrouw behagen, dus zijn aandacht is verdeeld. (…) Ik zeg dit in uw eigen belang, niet om u aan banden te leggen, maar om u tot onberispelijk gedrag en onverminderde toewijding aan de Heer te brengen’ (1 Korintiers 7).

Ik heb dit Bijbelgedeelte altijd vreemd gevonden. Dat komt natuurlijk mede door de protestantse traditie waarin ik groot geworden ben. Daarin hadden en hebben ongetrouwde mensen altijd wel een plek, maar de norm was en is dat je trouwt en kinderen krijgt. Terwijl volgens Paulus juistde christelijke gemeenschap een plek is voor celibatair levende mensen. Niet aan de rand, maar in het hart van de kerk.

Henri Nouwen vergeleek in een toespraak voor religieuzen – in zijn traditie dus meestal celibatair levende mannen en vrouwen – het celibaat eens met kerkgebouwen in rumoerige steden. Het zijn heilige ruimten, meestal leeg, maar tegelijk open en beschikbaar voor iedereen. Ruimten die op een bijzondere manier gewijd zijn aan de dienst aan God. Een stad heeft dat nodig, schrijft hij. Net zoals de kerk en de wereld celibatair levende mensen nodig hebben. Het celibaat, schrijft Nouwen, is de ‘zichtbare manifestatie van de heilige ruimte op een overvolle aarde’. Het is een vacare Deo, een leeg zijn voor God (Clown in Rome, 2001).

Intimiteit

De wereld heeft het celibaat nodig als een herinnering dat echte intimiteit niet bestaat zonder een diep respect voor de heilige plek in mensen en tussen mensen in, een plek die onaangeraakt moet blijven door mensenhanden. Zoals Paulus ook al opmerkte: ‘Weiger elkaar de gemeenschap niet, of het moest zijn dat u er wederzijds mee instemt u enige tijd aan het gebed te wijden’ (1 Korintiers 7:5).

Nouwen schrijft iets wat sterk lijkt op wat Keller over het huwelijk schreef (waarschijnlijk heeft Keller het van hem): ‘Wanneer wij onze naaste tegemoet treden in de veronderstelling dat hij in staat is om onze diepste verlangens te vervullen, zullen we in steeds sterkere mate gefrustreerd raken. Immers, als wij van onze vriend of geliefde verwachten dat hij of zij onze diepste pijn kan wegnemen, verwachten we van hem of haar iets wat geen mens ons geven kan’ (Clown in Rome, pagina 54).

Zou er een verband zijn tussen de crisis van het celibataire leven – veel priesters en religieuzen zeggen het celibataire leven vaarwel – en de vragen die steeds meer echtparen stellen bij de waarde van hun verbondenheid? In ieder geval zijn huwelijk en celibaat twee manieren van leven binnen de christelijke gemeente die elkaar ondersteunen. De kerk heeft celibatair levende broers en zussen nodig. Zij herinneren het hele gezin aan de noodzaak van het bewaren van de leegheid voor God als wezenlijk onderdeel van iedere relatie, ook als je graag zou willen trouwen of getrouwd bent.

Over de auteur
Hans-Jan Roosenbrand

Hans-Jan Roosenbrand is predikant van de GKv Delft.

Meest gelezen

Hoeveelheid, urgentie, rust en ritme

Hoeveelheid, urgentie, rust en ritme

Redactie
  • Redactioneel

De verzoening, de vitaliteit van het belijden, het predikantentekort, de verhouding tussen doop en avondmaal, de eerste hoofdstukken van Genesis en de leer over de zonde, de ambtsleer, het voortgaande gesprek over homoseksuele relaties – het zijn allemaal vraagstukken die meer of minder nadrukkelijk aan de orde zijn in de NGK. Staan die verschillende vraagstukken los van elkaar of hangen ze samen? Aan deze ketting van kwesties met een bepaalde gevoeligheid rijgt dit nummer een volgende kraal: de plek en rol van de hbo-theoloog.

Lees artikel
Kerknieuws juli 2026

Kerknieuws juli 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Lees hier het kerknieuws van de Nederlandse Gereformeerde Kerken, juli 2026. Het beroep dat NGK Emmen op ds. Rik Meijer uitbracht, heeft hij aangenomen. De gemeente van Emmen zal zijn derde gemeente worden. Hij begon zijn werk in 2012 in Alblasserdam, per 1-1-2020 GKv Alblasserdam-Nieuw Lekkerland; later in dat jaar werd hij predikant in GKv Hardenberg-Baalderveld-Zuid, sinds 2021 NGK Hardenberg-Baalderveld.

Lees artikel
Predikantsprofiel Kees Smit

Predikantsprofiel Kees Smit

Melissa van der Kamp
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

Het is een terugkerend woord als ik met Kees Smit in gesprek ben over de geestelijke verzorging en zijn werk als voorzitter van de Commissie Geestelijke Verzorging (CGV). Uit alles blijkt dat hij deze rol met hart en ziel vervult. Niet in de laatste plaats gedreven door zijn eigen ervaringen als geestelijk verzorger bij Defensie. Kees stelt dat geestelijk verzorgers waardevolle gesprekspartners kunnen zijn voor gemeenten, omdat juist zij werken op het grensvlak van kerk en samenleving. Ik praat met Kees door over zijn gedrevenheid als voorzitter en wat het geestelijk verzorger-zijn voor hem heeft betekend.

Lees artikel
Wie mooi wil zijn moet pijn lijden

Wie mooi wil zijn moet pijn lijden

Jan Mudde
  • Ethiek

‘Wie mooi wil zijn, moet pijn lijden’, het kan zomaar gezegd worden als iemand de wenkbrauwen epileert of zichzelf door waxen onthaart. Maar sommige mensen gaan heel ver om aan een schoonheidsideaal te beantwoorden – veel te ver. Zoek maar eens op lotusvoeten, Victoriaanse korsetten, tattoos, lip- en bilfillers en looksmaxxing. Toch hebben mensen die willen lijden om wat heet mooi te zijn iets voorbeeldigs, zeker voor Nederlandse christenen. 

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief