In memoriam Philippus Roorda (1924-2015)

0

Drs. Ph. Roorda (91) is op 3 december overleden. Hij was docent Grieks en Latijn, onder meer aan de vooropleiding van de Theologische Hogeschool Kampen (1968-1978), en keerde zich sinds de breuk die leidde tot het ontstaan van de NGK herhaaldelijk tegen het exclusieve ‘ware-kerkdenken’ binnen de GKv. Een in memoriam van Jaap Ophoff.

Plotseling kon je een speld horen vallen in de klas. Alle ogen keken naar voren. Had hij de tafel in tweeën geslagen? Zou hij zich zeer hebben gedaan? Het gebeurde maar zelden. Hij drilde ons gewoonlijk op een heel andere manier. Maar héél soms door met zijn vlakke (linker)hand keihard op zijn bureaublad te slaan om onze aandacht weer bij de les te brengen.

Meneer Roorda was een klassieke leerkracht. Hij gaf vele jaren Latijn op het Gereformeerd Lyceum in Groningen, dat later de naam Gomarus College kreeg. Hij beheerste zijn vak als geen ander. Hij zag het ook beslist niet als een ‘vakje’ dat je er eventjes bij kon doen. Hij hield van zijn vak.

Genadig

Ik heb vier mensen gevraagd met mij mee te denken voor dit eerbewijs. Het beeld dat dan uit de mist van de periode 1975-1984 oprijst, is het beeld van een echte leraar: streng, genadig en rechtvaardig. Sommigen van ons begonnen in Gymnasium 2 met 37 of 38 leerlingen. Roorda wist dat er een boel zouden afvallen en dat dat ook moest gebeuren: voor het vak Latijn moest je, zeker in de bovenbouw, persoonlijk gemotiveerd zijn.

Hij drilde ons door veel huiswerk op te geven, in combinatie met een hoog aantal onverwachte schriftelijke overhoringen die hij verrassend snel nakeek! Had je eens een onvoldoende, dan kon je die wel weer ophalen. Onvoldoendes konden trouwens ook cijfers onder de 0 zijn. Dat was niet standaard, maar ik herinner me dat Roorda soms weleens doorrekende onder 0. Logisch toch: twee fouten een punt aftrek. 25 fouten? Reken maar uit. Daarbij nam hij uitgebreid en ontelbare keren de moeite om hetzelfde nog eens uit te leggen.

In de bovenbouw kwamen daar de proefvertalingen bij. Daarmee stoomde hij ons klaar voor het eindexamen. Het was een bijzondere combinatie van de lat hoog leggen en genadig zijn. Die genade zat ook hierin dat hij ons zó op het eindexamen voorbereide dat dát voor vrijwel iedereen een eitje was.

Ondertussen kwamen tijdens deze lessen kerkelijke en maatschappelijke onderwerpen voorbij, waarbij je als leerling ontdekte hoe hij erover dacht en waar zijn hart vol van was. Zo weet mijn oudste broer zich te herinneren dat Roorda het blad Radix aanprees. Elke predikant zou het moeten hebben.

Persoonlijke verhalen

Naast Latijn gaf hij in klas vijf en zes ook Hebreeuws. (Als ik me goed herinner, hadden we dan zeven uur per week meneer Roorda!) Daar zaten we met kleine groepjes en snuffelden aan een vak waar we geen examen in hoefden te doen. Het gaf ons een heel kleine voorsprong als we in Kampen gingen studeren.

Veel belangrijker was alles wat er bij deze uurtjes gebeurde aan gesprekken, verhalen en discussies. Hier was Philippus Roorda in zijn element: persoonlijke verhalen, discussies over tal van onderwerpen, vaak ook persoonlijk en/of kerkelijk gerelateerd.

In het Nederlands Dagblad (ND) van 17 mei 2013 stond een interview met Roorda door Peter Bergwerff, waarin Roorda vertelt waarom hij na zijn studie theologie geen predikant is geworden. In dat gesprek zegt hij: ‘In Kampen had men mij geleerd dat je als predikant eigenlijk de stem van Christus was, maar zo voelde ik me helemaal niet. Bovendien ging het preken mij niet gemakkelijk af. Prof. C. Veenhof vergeleek mijn preken met roggebrood: voedzaam maar wel zwaar op de maag. Dat was ik wel met hem eens.’

Ik herinner me dat Roorda in één van zijn persoonlijke verhalen nog een andere reden noemde. Hij zou alleen maar over zondag 1 kunnen preken. Alles draait om Gods genade door Jezus Christus. Daar zou hij altijd over willen preken. Hij zou niet anders kúnnen.

Het is één van de uitspraken die mij diep geraakt heeft. Wat is het evangelie? Hoe spreek je elke zondag over genade zonder cliché te worden of saai? En tegelijk: durf je dat? Altijd over genade preken! Die uitdaging legde hij bij ons neer als jongens die theologie studeerden met meestal de bedoeling om predikant te worden.

Zelfstandig nadenken

Met dit onderwerp van genade zitten we bij het hart van Philippus Roorda. God heeft de wereld met zich verzoend (bijvoorbeeld Kolossenzen 1:20 en Johannes 1). Jezus Christus heeft geen verzoening mógelijk gemaakt, maar verzoening gebrácht.

Dit denken vanuit genade en verzoening maakte hem Roorda kritisch op het kerkisme dat hij in de vrijgemaakte kerk signaleerde: de gedachte dat de vrijgemaakte kerk de enig ware kerk was en iedereen zich bij deze kerk moest aansluiten. De jongste generaties kunnen het zich (bijna) niet meer voorstellen, maar dat was destijds een rode draad in preken, kerkbladartikelen en pastoraat bij gemengde verkering.

Terecht heeft Roorda zich verzet tegen het idee dat dat een volksgeloof was. Het waren de predikanten en theologen die hierin voorop gingen. Menig ingezonden bereikte het ND, een aantal ook niet. Het mooie van Roorda is dat hij zijn hele leven hierin consequent is geweest. En het opvallende is dat hij altijd lid is gebleven van de vrijgemaakte kerk.

In het interview met Bergwerff zegt hij hierover: ‘Ik heb dat (lid worden van de NGK) wel overwogen, maar ik ben afkerig van het afscheidingsdenken. Zolang ik niet gedwongen word mijn geloof in Jezus Christus en in de vrede door het bloed van het kruis prijs te geven, doe ik daar niet aan mee.’ Ik zal me Philippus Roorda dan ook blijven herinneren als genadig, rechtvaardig en trouw.

Zijn sterk ontwikkelde rechtvaardigheidsgevoel werd zichtbaar in de periode dat de leer van wijlen ds. J. Hoorn werd veroordeeld. Roorda zag in Hoorn iemand die de vrijgemaakte lezing van ‘buiten de kerk is geen zaligheid’ nog iets consequenter toepaste dan gangbaar was. Roorda zag hoe Hoorn werd veroordeeld, maar de angel van het vrijgemaakte kerkisme er niet uitgehaald werd. Hij zocht Hoorn op en bij alle verschil van mening was dat een ontmoeting van hart tot hart.

Philippus Roorda heeft ons in de jaren dat alles in de vrijgemaakte kerken nog koekoek één zang leek laten zien hoe belangrijk het is om zelfstandig na te denken en je eigen mening te vormen. Hij daagde ons daartoe uit in een kerkelijke cultuur waar dat beslist niet vanzelf sprak en je zomaar verdacht was.

Ik heb dat in het schoollokaal van de predikant (catechese) nagevolgd. Als tiener heb ik zelf ervaren hoe mooi het is als je bij een leraar iets mag zien van de persoonlijke overtuigingen en motivaties. Daarin was hij een echte leraar. Bij zijn sterven dank ik God voor wat hij ons in Philippus Roorda heeft gegeven.

Laten we, met dank aan Dick Noort, afsluiten met grammatica Latijn op rijm, te zingen op de melodie van psalm 134, wat we in de klas dus ook deden:

Op –o en –es de nomina,
een consonant met s er na,
op –as en –aus en –x en –is
zijn feminini generis

Delen.

Over de auteur

Jaap Ophoff is predikant van de GKv Zwolle-Noord.

Laat een reactie achter