Wat maakt de Bijbel bijzonder?

0

Wat is het bijzondere van de Bijbel? Op grond waarvan zou de Bijbel, anders dan andere boeken uit de wereldliteratuur, ons toegang geven tot Gods hart?

(beeld Johanne de Heus)

(beeld Johanne de Heus)

We hebben bij de Bijbel niet te maken met een boek dat uit de lucht (lees: de hemel) is komen vallen, zoals de Koran volgens de islam letterlijk aan Mohammed gedicteerd zou zijn door de engel Gabriël. Het is geen gedownload document. De Bijbel kent een eeuwenlange ontstaansgeschiedenis en bevat zeer verschillende documenten: literair-theologische teksten die door menselijke auteurs zijn geschreven. Hoe kan God in dit alles de hand hebben gehad of die menselijke auteurs allemaal zodanig hebben geïnspireerd dat we kunnen geloven dat God zelf tot ons spreekt?

Aan het slot van 2 Timoteüs 3 raakt Paulus zulke vragen aan. Terloops, want hij schrijft geen verhandeling over het bijzondere van de Bijbel, maar een persoonlijke brief aan zijn medewerker Timoteüs, die praktische aanwijzingen nodig heeft. Hoe moet je als voorganger van de gemeente te werk gaan? Uit welke bron kun je hemelse wijsheid putten?

Paulus schrijft: ‘[Je] bent van kindsbeen af vertrouwd met de heilige geschriften die je wijsheid kunnen geven, zodat je wordt gered door het geloof in Jezus Christus. Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven’ (2 Timoteüs 3:15-16).

Levenskracht

De heilige geschriften van Israël zijn van goddelijke oorsprong, zo stelt Paulus, en daarom bij uitstek bruikbaar voor Timoteüs. Ze hebben reddende kracht. Maar waar gaat het dan precies over? Welke geschriften?

In het Grieks staat in vers 15 pasa graphè, wat op drie manieren weergegeven kan worden: heel de Schrift, elk geschrift of elke Schriftplaats. Wat betreft grammatica en zinsbouw zijn alle drie de mogelijkheden te verdedigen:

1. Heel de Schrift (Herziene Statenvertaling), de volledige Schrift: dan is pasa graphè gelijkwaardig aan de heilige geschriften die vlak daarvoor genoemd waren, dus alle boeken van het Oude Testament. De overgang van meervoud naar enkelvoud zou echter wel heel abrupt zijn. Waarom schrijft Paulus niet zoiets als panta grammata of waarom formuleert hij niet met behulp van de algemeen bekende aanduiding ‘de Schriften’?

2. Elk geschrift: dan kan pasa graphè elk van de heilige geschriften zelf aanduiden, dus ieder oudtestamentisch Bijbelboek afzonderlijk. De betekenis ‘geschrift’ of ‘boek’ voor graphè, hoewel niet vertegenwoordigd in het Nieuwe Testament, was in het hellenistische jodendom zeer gebruikelijk en is ook te vinden bij de kerkvader Origenes.

3. Elke Schriftplaats (NBV: Schrifttekst): dan kan pasa graphè elk onderdeel van de heilige geschriften aanduiden, dus in principe iedere passage of zin. Vaak wordt hè graphè inderdaad gebruikt bij het citeren van een bepaald Schriftwoord, vooral in de formule: ‘de Schrift zegt’. Maar van zo’n citaat is hier geen sprake. Wil Paulus zeggen dat elke willekeurig te citeren Bijbeltekst van goddelijke oorsprong en daarom bruikbaar is?

Het is de context die de doorslag zal moeten geven. En dan ligt de tweede betekenis, ‘elk afzonderlijk geschrift binnen het geheel van de heilige geschriften’, het meest voor de hand. We hebben hier niet te maken met een algemene uitspraak over de inspiratie en het gezag van de Bijbel. In de tijd van Paulus en Timoteüs gebruikte men nog schriftrollen. Vandaar het veelvoorkomende meervoud: de Schriften. Welk boek men ook opslaat uit die grote verscheidenheid van heilige geschriften, steeds geldt dat het levenskracht heeft die bevrijdend werkt, omdat zo’n boek van goddelijke oorsprong en daarom bruikbaar is.

Ademen

Paulus preciseert dit nog iets. Hij zegt dat elk heilig geschrift, letterlijk vertaald, ‘godgeademd en bruikbaar’ is. De term ‘godgeademd’ (theopneustos) is een vondst van Paulus zelf. Gods levensadem bracht deze teksten tot stand. Zoals de profeten door de heilige Geest werden gedreven om namens God te spreken (2 Petrus 1:20-21), zo zijn hun geschriften met Gods Geest geademd. Het is alsof ieder Bijbelboek vanuit de hemel ademhaalt. Dat is de vitaliteit van het goddelijke Woord: het heeft spirit en daarom geeft het spirit.

Met de theologisch ingeburgerde term ‘inspiratie’ wordt theopneustos dus gebrekkig weergegeven. Het gaat eerder om ‘spiratie’: door God geblazen. De teksten ‘ademen’ God. Aan elk van de heilige geschriften kan men aflezen dat het van goddelijke herkomst is, omdat de Heilige erachter staat. Juist daarom kan Paulus van elk geschrift zeggen dat het tevens ‘bruikbaar’ of ‘nuttig’ is. Goddelijke oorsprong, goddelijke werking. Wat er ook op de rol staat – wetgeving, geschiedschrijving, wijsheid, profetie of poëzie – alles heeft een bijzondere gebruikswaarde binnen de christelijke gemeente.

Bruikbaar

Paulus en Timoteüs hebben ongetwijfeld gedacht aan de boeken van het Oude Testament, maar de formulering ‘elk geschrift’ geeft ons de ruimte om, creatief doordenkend, de apostolische geschriften die in het Nieuwe Testament verzameld zijn mee te rekenen (zie 2 Petrus 3:15b-16, waar de brieven van Paulus op één lijn gesteld worden met ‘de overige geschriften’, namelijk die van het Oude Testament). Zo geldt het ‘godgeademd en bruikbaar’ in onze tijd voor de Bijbel als geheel. De Bijbelse geschriften zijn heel divers, maar ze vinden hun eenheid in God, die door middel daarvan mensen aanspreekt. Zijn stem klinkt erin door.

In Romeinen 15:4 zegt Paulus iets vergelijkbaars: ‘Alles wat vroeger is geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen.’ Maar wat blijkt uit het volgende vers? Dat het God in eigen persoon is die ons doet volharden en troost geeft. Geen enkel geschrift, hoe heilig ook, kan ooit de levende God vervangen. Laat daarom onze spiritualiteit op Hem afgestemd zijn. Het geschrevene moet door ons als lezers geleefd worden, in onze hedendaagse werkelijkheid. En dat kan gelukkig ook; dankzij de Geest leven wij met de Bijbel op de adem van Gods stem.

Hoe bruikbaar is de Bijbel dan? Vers 16 somt vier kernwoorden op: onderricht, weerlegging, verbetering en opvoeding in gerechtigheid. Zo tekent zich een begaanbare route af, met als reisgids een serie Bijbelboeken. Die zijn geschikt om mensen eerst de juiste weg te wijzen (onderricht), zo nodig terug te brengen van een dwaalspoor (weerlegging), weer op weg te helpen (verbetering) en verder te begeleiden teneinde nieuwe ontsporingen te voorkomen (opvoeding in gerechtigheid). Qua gebruikswaarde gaat dat alle wereldliteratuur te boven. Juist omdat Gods stem erin te horen is, zijn het boeken die spirit hebben én spirit geven.

Het eerste gedeelte van dit artikel is eerder gepubliceerd in het boek Ongemakkelijke teksten van Paulus.

Delen.

Over de auteur

Rob van Houwelingen is hoogleraar Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit in Kampen en lid van de brede redactie van OnderWeg.

Laat een reactie achter