Passie voor de waarheid

0

Hoe gaan we in de kerk met elkaar om als de overgeleverde geloofstraditie in het geding is? Sinds de Reformatie struikelt de kerk van scheuring naar scheuring. Toch moeten we niet gering denken over de passie voor de waarheid die achter deze droeve geschiedenis steekt.

Op passie voor de waarheid moeten we zuinig zijn, want het is aan het verdwijnen in onze postmoderne, relativistische tijd. Je wordt er zelfs op aangekeken, alsof je een besmettelijke ziekte onder de leden hebt.

Dat was in vroegere tijden wel anders. Ik las eens wat Calvijn in de zestiende eeuw over de doperse radicalen schreef. Voor onze oren is zijn taalgebruik buitengewoon grof. Het gaat alle perken te buiten. Naast argumenten rollen de beledigingen uit zijn pen. Passie voor het overgeleverde geloof was de drijfkracht achter zijn polemieken.

Ook onze eigen, kleine kerkscheuringsgeschiedenis wordt gekenmerkt door scherpe polemieken, met soms haast apocalyptisch Bijbelgebruik. Toch zou ik niet ontkennen dat daarin passie voor de waarheid meespeelde: men achtte het overgeleverde geloof in gevaar. Vandaag wordt dat, terecht, algemeen betwijfeld. De vraag is niettemin: moeten we zo met elkaar omgaan als het apostolische geloof onder ons ter discussie komt te staan?

Een versleten jas

In mijn klas op de Bijbelschool lazen we met enige verbijstering hoe Judas over dwaalleraren in de kerk schrijft. Dat liegt er niet om.

Judas schrijft dat de dwaalleraren zich gedragen als redeloze dieren, die door hun instincten worden voortgedreven. Ze lijken op voorbij waaiende regenwolken. Ze hebben veel weg van het vuile schuim dat de zee op het strand achterlaat. Ze zijn zo dood als een ontwortelde boom zonder vruchten. Je hebt niets aan hen.

Notoire zondaren als Kaïn, Bileam en Korach (vers 11) worden voorgehouden als voorbeelden van wat er met zulke mensen gebeurt. Laten ze niet denken dat ze aan Gods oordeel zullen ontkomen (vers 6).

Het moet vanzelfsprekend voor ons zijn om warm te lopen voor de overgeleverde apostolische geloofstraditie

De dwaalleer die Judas bestrijdt, raakt de kern van de overgeleverde apostolische geloofstraditie. Je kunt Jezus als heiland aanbidden zonder Hem als Heer en meester te gehoorzamen. De genade wordt op die manier goedkoop als een versleten jas; daarmee houd je de kou van Gods oordeel niet tegen. De heftige taal en het scherpe Bijbelgebruik maken glashelder wat er op het spel staat. Met dwaalleer kom je, letterlijk, nergens! Mensen die dat propageren, helpen ons alleen maar achteruit op de weg van Gods genade.

Op het spel

Wordt de zaak waarvoor Judas opkomt ook nu nog zo gediend? En worden wij vandaag echt geroepen om in voorkomende gevallen hem hierin na te volgen?

Ja, dat leer ik van Judas: passie voor de waarheid. Ik ben de waarheid, zei Jezus, niet alleen de weg en het leven. Het moet vanzelfsprekend voor ons zijn om warm te lopen voor de overgeleverde apostolische geloofstraditie, ook in onze relativistische tijd. We hoeven ons daarvoor niet te generen.

Er staat bovendien echt iets op het spel: het eeuwige leven (vers 21). Daarom moeten we op het fundament blijven staan van ons zeer heilige geloof; dat versterkt de eenheid van de kerk (vers 20). Tegelijk moeten we ons blijven inzetten om iedereen erbij te houden, bij de waarheid van het geloof; dat mag ons best wel iets kosten (verzen 22-23).

Anders dan Judas

Past hier felle oordeelstaal bij? Mogen we ter wille van de waarheid dwaalleraren uitmaken voor alles wat lelijk is?

Laten we er even van uitgaan dat het werkelijk om een ernstige dwaling in de kerk gaat, zoals in Judas’ brief het geval is. Want niet alle meningsverschillen zijn leergeschillen, en niet alle leergeschillen gaan over ernstige dwalingen, waarover laatste woorden gesproken moeten worden. Maar in het geval van een ernstige dwaling: moeten we dan Judas volgen in zijn felle oordeelstaal?

We leven in een andere tijd met andere omgangsvormen, ook binnen de kerk. We hebben in onze eigen kerkscheuringsgeschiedenis ervaren hoe vervreemd de wereld aankijkt tegen wat ervaren wordt als een fanatiek religieus spektakel in de kerk. Een vechtkerk kan geen zout der aarde zijn. We zullen dus een manier moeten vinden om op te komen voor onze apostolische geloofstraditie zónder elkaar van kop tot teen af te breken, terwijl we tegelijkertijd net zo duidelijk moeten zijn als Judas.

Daar komt nog iets bij. De goegemeente in onze westerse cultuur vindt elkaar beledigen een blijk van het recht op vrije meningsuiting. Als volgelingen van onze Heer en meester gaan we anders met elkaar om, ook met mensen met wie we intens van mening verschillen over het heilige geloof. Anders zouden we weleens wereldgelijkvormig kunnen worden.

Judas’ passie voor de waarheid is voor ons een voorbeeld om na te volgen. Het kan er dan best heftig aan toegaan, maar we kiezen voor omgangsvormen die in onze cultuur de overwinning van de waarheid op de leugen niet in de weg staan.

Overigens: het hangt niet van ons af of de waarheid de leugen overwint. Judas eindigt met een lofprijzing op God, aan wie alle macht toebehoort. Hij is het die ons voor struikelen behoedt (verzen 24-25).

Delen.

Over de auteur

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Laat een reactie achter