S/suikeroom

Bob Wielenga | 20 juni 2016
  • Blog

De suikeroom heeft geen goede reputatie, in geen enkele cultuur. Het is altijd een oudere man met te veel geld en verkeerde verlangens.

(beeld Jaysin Trevino / Flickr.com)

(beeld Jaysin Trevino / Flickr.com)

In straatarme landen, waar het elke dag weer een strijd is om te overleven, lijkt zo’n suikeroom op een lichtstraal in een pikdonkere nacht. Er komt geld beschikbaar om eten te kopen; een heel gezin heeft een volle maag. Het enige wat het kost, is de eer van één van de opgroeiende dochters.

Ook komt het voor dat schoolmeisjes slapen met leraren om een felbegeerd schooldiploma in de wacht te slepen. Dat geeft uitzicht op een betere toekomst. En als je zwanger wordt? In Zuid-Afrika heb je dan recht op een regeringsuitkering. Dat brengt ook geld in het familielaatje. Schaamte is een luxe die je je in verpauperde samenlevingen niet kunt veroorloven.

Laatst trof me het verhullende taalgebruik rond de suikeroom. Hij wordt in het Engels een blesser genoemd, iemand die zegent, een zegenaar. De ontvangende partij is een blessee, iemand die zich in de zegen mag verheugen. De misbruikrelatie wordt met behulp van religieuze termen omgetoverd tot een win-winrelatie. Iemand zegenen is een daad verrichten waarbij je je goed mag voelen. En gezegend worden, wat is daar fout aan? Iedereen wil dat toch?

In een door en door religieus land als Zuid-Afrika heeft het woord ‘zegenen’ duidelijk christelijke associaties. God wil zijn kinderen die Hem dienen zegenen. Het zou me dan ook niet verbazen als veel mensen God als een soort ‘supersuikeroom’ zien (zonder de misbruikrelatie dan), in die zin dat zijn zegeningen te verdienen zijn door Hem te dienen in gehoorzaamheid.

Er zijn wel Bijbelteksten te vinden om deze kijk op God te verantwoorden. Lees Deuteronomium 26 er maar op na: zegen als we gehoorzamen, vloek als we dat niet doen. Er is een causale relatie tussen zegen en gehoorzaamheid. Als we de S/suikeroom tevreden stellen, mogen we alle goeds verwachten: geld, voorspoed, een baan. We hebben dan eigenlijk recht op zegen, we mogen zegen claimen. We doen dat op grond van Gods beloften in de Bijbel.

Macht corrumpeert, en geestelijke macht corrumpeert volledig

Ik kwam nog een andere vervorming van het Bijbelse spreken over zegen en vloek tegen. Het ging over geld in de kerk; een heikel onderwerp in Afrika. Waar gaan de collecteopbrengsten naartoe? Wie in de kerk beheert de tienden? Beheert een financiële commissie de kerk of is het de kerkleider die over de inkomsten en de uitgaven gaat?

Veel kerkleiders functioneren als zegenaars, door de Geest begiftigd met gaven van gebed of genezing. God zegent via de bemiddeling van deze dienaars, die door de gelovigen van geld en goed voorzien worden. Het loont om Gods dienaren te eren, want via hen spatten de zegendruppels op hen neer. Maar macht corrumpeert, en geestelijke macht corrumpeert volledig. Te veel kerkelijke zegenaars gedragen zich feitelijk als suikerooms, die het beeld vertonen van hun grote ‘Suikeroom’ in de hemel.

Iemand vroeg me eens advies. ‘Moet ik geld aannemen van onbekenden die weten dat ik in de kerk werk?’ ‘Waarom zou iemand je geld willen geven?’ vroeg ik verbaasd. Dat was mij nog nooit overkomen. ‘Gewoon, als een blessing‘, was het antwoord. ‘Nee dus’, zei ik. Want dan wordt van je verwacht dat je voor de blesser bidt, die dan rekent op succes. Hij heeft een totaal verkeerd beeld van je. Als jij voor iemand bidt, dan doe je dat voor niets, zonder ook maar iets te beloven waarover je Bijbels gesproken geen zeggenschap hebt.

Het beeld verschuift, maar de misbruikrelatie blijft. Ik denk hier aan overtreding van het tweede gebod.

Er wordt in Afrika te veel en te makkelijk gebeden op theologisch zeer aanvechtbare gronden. Op zijn minst twee ketterijen zijn hier werkzaam: een causale verbondsleer en een pseudocharismatische pneumatologie, ingebed in een traditioneel-religieuze wereldbeschouwing.

Over de auteur
Bob Wielenga

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Meest gelezen

Genesis 3 is een profetische vertelling

Genesis 3 is een profetische vertelling

Ulbe van der Meer
  • Opinie

Honderd jaar geleden sprak de synode van de Gereformeerde Kerken uit dat het spreken van de slang in Eden een zintuigelijk waarneembaar feit was. Ds. Jan Geelkerken zag dat anders en werd uit zijn ambt gezet. Aan dit ‘jubileum’ is tot nu toe slechts een podcast (Dick en Daniel geloven het wel #238) gewijd en een paar verhalen uit de oude doos in het Nederlands Dagblad. Moeten we ervan uitgaan dat het vandaag niet meer zo van belang is hoe je deze tekst leest?

Lees artikel
Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel
Het geheim van de kerk

Het geheim van de kerk

Cors Visser
  • Boekbespreking

Het was de ondertitel die me naar dit boek deed grijpen: herontdekken wat de kerk is. Na het omslaan van de laatste bladzijde was er een lichte teleurstelling. Dit boek gaat niet in de eerste plaats over de kerk. Maar naast teleurstelling was er ook een aangename verrassing: Wright werpt nieuw licht op Handelingen en ja, ook een beetje op de kerk. Wat de Britse nieuwtestamenticus doet, is de lezer in iets meer dan 200 bladzijden meenemen door heel Handelingen. Elk hoofdstuk behandelt drie of vier hoofdstukken, met uitzondering van Handelingen 1 en Handelingen 17 – die krijgen beide een eigen hoofdstuk. Door deze aanpak zit er vaart in het boek en komen de kwaliteiten van Wright naar voren: grote lijnen trekken en vergelijkingen maken met andere Bijbelboeken en verhalen. Voor mensen die Tom Wright doorgaans wijdlopig en ongestructureerd vinden – zoals ikzelf – is dit boek een stuk prettiger leesbaar. Een aantal hoofdthema's uit eerder werk komt voorbij: de nadruk op de opstanding van Jezus, het koninkrijk van God en de ontmoeting van hemel en aarde. Via Handelingen valt daar weer nieuw licht op.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief