Het reus-achtige

Bob Wielenga | 30 september 2016
  • Blog

Cornelis Rijnsdorp schreef lang geleden een uitvoerig essay: In de greep van het reusachtige. Het boek ben ik verder vergeten, maar de titel is blijven hangen. Je kunt reusachtig op twee manieren uitleggen: reusáchtig of réus-achtig. Dat is niet hetzelfde, al hangt het samen. Iets kan reusachtig mooi zijn; we hebben het dan over de overtreffende trap van wat mooi is. Een reus is bijvoorbeeld reusachtig groot; het gaat dan over groot zijn in de overtreffende trap. Maar hij is ook reus-achtig: hij is zoals we van een reus verwachten mogen.

In de Bijbel komen we koning Og van de Refaïeten tegen; hij bezat een ijzeren bed van 4,5 bij 2 meter (Jozua 3:11). Dat is nog eens reus-achtig! Verder kennen we Goliath uit de Filistijnse stad Gat. Hij moet een monster van een man zijn geweest, om en nabij de 3 meter lang. Zijn harnas woog 50 kilo.

Ook Goliath was een Refaïet. De Refaïeten waren verwant aan de Enakieten, een reus-achtig volk, waarvoor Israël zo bang was dat het het beloofde land niet durfde binnengaan, hoe Mozes ook aandrong en God dreigde (Numeri 13-14).

Reuzen op aarde

We lezen maar drie keer over reuzen in de Bijbel, het laatst in 2 Samuël 21. Daar gaat het over het dappere leger van David dat de laatsten van de Refaïeten doodt. Zij hadden hun toevlucht gezocht bij de Filistijnen en woonden in Gat. David brak niet alleen de macht van de Filistijnen, ook het reus-achtige verbrak hij.

Israël had dat al eerder geprobeerd bij de verovering van het beloofde land. In Jozua 11:21 wordt verteld dat Jozua alle Enakieten versloeg. Het restant vluchtte naar een drietal Filistijnse steden. Hiervoor al had Mozes de roemruchte koning Og samen met diens bondgenoot Sichon verslagen. Hun gebied was aan een paar stammen van Israël gegeven. Het reus-achtige kon geen standhouden tegen gewone mensen zoals de Israëlieten.

Reuzen zijn mensen die alleen doen waar zij zelf zin in hebben!

Israël was ook weer geen doorsneevolk. In Deuteronomium 4:5-8 laat Mozes zien dat Israël een heel bijzonder volk was. Het diende de Heer God almachtig, hun bevrijder uit het Egyptische slavenhuis, die hun een prachtig stel wetten had gegeven om het leven in het beloofde land naar in te richten. Dat zou de volken rondom nog eens imponeren. Israël had het reus-achtige daarvoor niet nodig. God was in hun midden. Dat was genoeg. Daar moest het reus-achtige in de gestalte van de Enakieten of Refaïeten of hoe ze verder ook maar geheten mogen hebben (Emieten, Zamzummieten) het tegen afleggen.

Reuzen onder de aarde

We komen de reuzen nog één keer tegen, bij Jesaja. Hij profeteert over ‘de geesten van doden’ (14:9; 26:14). In het Hebreeuws staat er Refaïeten. Het reus-achtige heeft in het stof gebeten en leidt een schimachtig bestaan zonder toekomst, onder de aarde. In Gods schepping is er geen plaats voor hen. Dat roept wel vragen op. Wat was er precies fout met de reuzen? Waarom moest het zo aflopen met het reus-achtige? En waarom wordt dit eigenlijk onthouden in de Bijbel, ook al is het in de marge?

De menselijke maat

Juist die marginalisering van de reus-achtige volken in de Bijbel helpt ons hier. Het reus-achtige had er eigenlijk helemaal niet mogen wezen. Dat blijkt wel uit Genesis 6:1-4. We lezen daar hoe de scheppingsorde in de wereld van voor de zondvloed met de voeten getreden werd, toen godenzonen bij dochters van mensen reuzen verwekten. Er wordt duidelijk een verband gelegd tussen deze godmenselijke reuzen en de reus-achtige volken die in het beloofde land verslagen moesten worden.

In Genesis 1-11 verhieven de mensen zich keer op keer tegen God en zijn levensorde. Het begon met Kaïn en Lamech en liep uit op reus-achtigen en op torenbouwers tot in de hemel. Het reus-achtige staat voor geen maat willen houden. De menselijke maat overschrijden. In arrogantie grijpen naar wat buiten ons bereik ligt. Nooit genoeg hebben, maar altijd meer willen, zonder oog voor God en zijn gebod. Reuzen zijn mensen die alleen doen waar zij zelf zin in hebben!

Gods hand

Tegenover het uit de hand gelopen reus-achtige staat het leven in het beloofde land, geordend naar Gods wetten ten leven, zoals het onder David en Salomo heel in het klein zichtbaar begon te worden – om vervolgens vast te lopen in een reusachtige flop, de ballingschap. Maar er is hoop. Ik doe nu een heel grote stap vooruit: de Heer is opgestaan. Wie in de greep van het reus-achtige gevangen zit, moet het ergste vrezen voor zijn toekomst, nu en later. Daartegenover staat het evangelie: wie zich door Gods hand gegrepen weet, is al aan zijn toekomst begonnen. De reuzen van vandaag liggen morgen onder de grond. Kinderen van de Heer erven de aarde.

Over de auteur
Bob Wielenga

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief