Stefan Paas: kerk zijn nu en in de toekomst

Leendert de Jong | 29 oktober 2016
  • Interview
  • Special 2016
  • Thema-artikelen

In de serie Vier modellen voor de kerk werden vier modellen van kerk zijn toegelicht. De werkelijkheid van kerk zijn is echter moeilijk in een model te vatten: in bijvoorbeeld de Woordkerk ontbreken muziek en expressie vanzelfsprekend niet. Maar toch: zijn dit zo ongeveer de modellen van kerk zijn, nu en straks? Welk model heeft richting 2025 de beste papieren? En helpt het bespreken van modellen bij het nadenken over de kerk? Ik praat hierover met Stefan Paas, hoogleraar missiologie aan de VU Amsterdam en de TU Kampen.

Stefan Paas is hoogleraar missiologie en interculturele theologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en hoogleraar missiologie aan de Theologische Universiteit Kampen. Zijn recente boek Vreemdelingen en priesters. Christelijke missie in een postchristelijke omgeving biedt een inspirerende visie op kerk zijn in een postchristelijke tijd.

De vier gepresenteerde modellen zijn er, als kerkvorm, nu al. En alle vier hebben ook iets in zich van: ja, zo willen we kerk zijn in de toekomst. Mis jij een model?
‘Het eerste dat ik wil zeggen is dat de presentatie in modellen – op zich begrijpelijk voor het doel van deze special – wel een uitvergroting van één element betekent. Want natuurlijk is over elk model veel meer te zeggen dan alleen ‘aanbidding’ of ‘Woord’. Dan het tweede: een model dat ik mis, is dat van de huiskerk. Die zijn er, ook in Nederland, toch al in behoorlijke aantallen, binnen of vlak naast gereformeerde kerkverbanden. De laatste jaren is er meer aandacht voor gekomen. De huiskerk kenmerkt zich door het woord ‘gemeenschap’: mensen die elkaar door en door (leren) kennen en die op een informele manier met elkaar omgaan, zonder dat sprake is van hiërarchie. Verder kun je ook nog de kloosterkerk noemen, die voortkomt uit de belangstelling voor de nieuwe monastiek.’

Welk model van deze vier, of nog een paar meer, wordt het als het gaat om ‘kerk van de toekomst’?
‘Hierin wil ik, beter gezegd: kan ik, geen keus maken. Alle modellen bevatten onmisbare onderdelen van kerk zijn. In alle modellen zie ik ook allerlei dingen waar mensen, geestelijk bedoeld, wél bij varen. Bovendien is bij alle vier modellen ook sprake van groei, of van soms onverwachte ontwikkelingen. Ik noem als voorbeeld de gemeente van de ook in Nederland bekende Amerikaanse predikant Tim Keller. Qua model is zijn New Yorkse gemeente een Woordkerk. Tegelijk heeft de gemeente, ook al is het geen aanbiddingskerk, impact op jongere generaties die zich aangesproken voelen.’

‘Alle modellen bevatten onmisbare onderdelen van kerk zijn’

En als we dan toch even naar de toekomst kijken?
‘Ik denk dat alle vier het in zich hebben om zich te blijven ontwikkelen. Dat is trouwens ook nodig. Neem de aanbiddingskerk. Die doet al meer en zal ook veel meer gaan doen dan alleen aandacht geven aan lofprijzing en aanbidding; ook daar is er aandacht voor het Woord. Ik denk dus dat alle modellen toekomst hebben: één frame zal het niet worden. Er zal variatie zijn en blijven. Dat is ook goed: de kerk is, ook Bijbels gezien, een gevarieerd iets. En soms werkt het zelfs zo dat mensen in hun leven een soort kerkelijke carrière volgen: iemand begint in een Woordkerk, gaat later naar een aanbiddingskerk en vervolgt zijn of haar weg bewust in een sacramentele kerk.’

Stel dat ik nu zeg: nee, ik denk dat het aanbiddingsmodel de beste papieren heeft, gelet op de tijdgeest: het richt zich op emotie, werkt met kleine groepen en er zijn allerlei vormen van betrokkenheid mogelijk, van volledig lid tot een naam in een maillijst.
‘Daar geloof ik niets van. Misschien geldt dit als je focust op een regio, bijvoorbeeld op de Biblebelt. Daar gebeurt het regelmatig dat mensen de overstap maken van Woordkerk naar aanbiddingskerk. Maar je ziet ook heel andere ontwikkelingen. Neem de migranten-christenen die naar Nederland zijn gekomen. De meesten van hen zijn katholiek of anglicaan en gaan naar een Woordkerk of naar een sacramentele kerk.

Tegelijk zeg ik wel, in reactie op je vraag: inderdaad is het rekening houden met de kant van de emotie een sterk punt van de aanbiddingskerk. Die emotiekant is vandaag, en ook voor de toekomst, heel belangrijk. Ik denk dus dat ook de andere modellen bij hun doorontwikkeling zullen moeten letten op die ervaringskant. En dat gebeurt ook al. De sacramentele, de vormenkerk, geeft veel aandacht aan esthetiek, aan schoonheid, in het kerkgebouw en ook in de liturgie. Ook dat is emotie! En een goede preek in de Woordkerk kan mensen tot op het bot raken! Andersom kunnen de vele prikkels in een aanbiddingskerk mensen ook uitputten en vervelen, zodat de ervaring afvlakt.’

‘Een goede preek in de Woordkerk kan mensen
tot op het bot raken!’

Dezelfde vraag, maar nu voor de discipelschapskerk: juist die heeft toekomst, omdat dit model de kleine groep benadrukt en werkt met het (na)volgen van voorbeelden; daar is onze tijd gevoelig voor.
‘Kerk zijn gaat altijd over twee begrippen: van Christus getuigen en Christus (na)volgen. Dus in die zin heeft een discipelschapskerk iets heel wezenlijks te pakken. Maar je ziet ook dat modellen voor discipelschap nogal eens wisselen en zomaar iets in zich hebben van wat ‘extra’s’ bovenop gewoon geloven. Bovendien: als je kijkt naar de geschiedenis, is het nooit de bedoeling geweest om met netwerkachtige groepen een kerk te vormen; oorspronkelijk zijn die groepen juist ontstaan naast de kerk, als groepen van toegewijde gelovigen die zich op een speciale taak buiten de kerk richtten.’

‘Ook kerken als Hillsong, Jong en Vrij en andere doen er goed aan zich te blijven afvragen: wat kunnen wij leren van de grote kerken met hun lange historie?’ (beeld Kelly Makepeace)

‘Ook kerken als Hillsong, Jong en Vrij en andere doen er goed aan zich te blijven afvragen: wat kunnen wij leren van de grote kerken met hun lange historie?’ (beeld Kelly Makepeace)

En dus?
‘Dus geldt voor alle vormen van kerk zijn dat zij, elk op een eigen manier, ook zullen letten op de ‘navolgingskant’, het zich willen verbinden met God, omdat Hij zich met mensen heeft willen verbinden. Alle vier modellen hebben het nodig om zich daar blijvend op te bezinnen, ze hebben het ook alle vier in zich. Daarom vind ik een aparte discipelschapskerk, eerlijk gezegd, toch een beetje gek klinken.’

Ik stel dezelfde vraag nog een keer, voor de sacramentele kerk. Die heeft de toekomst, omdat zo veel verschillende mensen daarin iets van hun gading vinden: Woord, muziek, schoonheid, stilte…
‘In zekere zin klopt dit. Wereldwijd is dit het model dat het meeste voorkomt en het meest over de wereld verspreid is. Op een bepaalde manier is het ook de grondtoon van de gereformeerde eredienst. En die toon zie je feitelijk ook terug in de andere vormen van kerk zijn. Ook bij Hillsong zit er een ‘ijzeren’ liturgie in de samenkomsten. Dus in die zin durf ik wel te zeggen dat ook kerken als Hillsong, Jong en Vrij en andere er goed aan doen zich te blijven ontwikkelen en zich te blijven afvragen: wat kunnen wij leren van de grote kerken met hun lange historie, die zo veel verschillende snaren weten te raken bij zo veel verschillende mensen?’

Slotvraag. Hoe ziet de kerk van de toekomst er volgens jou uit?
‘Vooraf: ik denk dat alle vormen van kerk zijn er goed aan doen veel aandacht te (blijven) geven aan de Godservaring, aan manieren om God te ontmoeten, om Hem te vinden en dicht bij Hem te zijn. Ik hoop dat alle vier modellen hierin investeren, omdat dit het meest wezenlijke element van kerk zijn is.

Daar komen wat betreft de kerk van de toekomst andere elementen bij. Ik zie een kerk voor me met een levende, intelligente en praktische prediking, in hedendaagse taal. Op alle mogelijke manieren, passend bij die ene gemeente, is er tijdens de samenkomst ruimte voor lofprijzing. In de vormgeving van de samenkomst zie je ook iets van het verleden terug, je merkt dat je als kerk in een traditie staat die waarde heeft. De kerk van de toekomst die ik voor mij zie, leidt ook ergens toe: tot gemeenschap, tot het er zijn voor elkaar en voor anderen. Ik denk niet dat het bij die kerk van de toekomst in Nederland om een heel grote kerk zal gaan; ik denk meer aan kleinere gemeenschappen waarin de ontmoeting centraal staat. Ontmoeting met mensen – belangrijk, juist omdat er zo veel polarisatie is en zal blijven – maar vooral de authentieke ontmoeting met God.’

Over de auteur
Leendert de Jong

Leendert de Jong werkt in de media en is oud-hoofdredacteur van
OnderWeg.

Meest gelezen

Predikantsprofiel Kees Smit

Predikantsprofiel Kees Smit

Melissa van der Kamp
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

Het is een terugkerend woord als ik met Kees Smit in gesprek ben over de geestelijke verzorging en zijn werk als voorzitter van de Commissie Geestelijke Verzorging (CGV). Uit alles blijkt dat hij deze rol met hart en ziel vervult. Niet in de laatste plaats gedreven door zijn eigen ervaringen als geestelijk verzorger bij Defensie. Kees stelt dat geestelijk verzorgers waardevolle gesprekspartners kunnen zijn voor gemeenten, omdat juist zij werken op het grensvlak van kerk en samenleving. Ik praat met Kees door over zijn gedrevenheid als voorzitter en wat het geestelijk verzorger-zijn voor hem heeft betekend.

Lees artikel
De kerkelijke gemeente is net als de stad: groot genoeg om alles zelf te hebben

De kerkelijke gemeente is net als de stad: groot genoeg om alles zelf te hebben

Lyanne De Haan-Wilts
  • Alphen tot Ommen
  • Kerkelijk leven

Anders dan de naam doet vermoeden, is de Kleine Kerk in Steenwijk met ruim 400 leden niet per se klein te noemen. Maar het gebouw is kleiner dan de Grote Kerk in Steenwijk, het gebouw, hemelsbreed 200 meter verderop, waarin de PKN kerkt. ‘Maar’, merkt Rick Winters op, ‘zij hebben op papier meer leden, dus zijn ook wat dat betreft een grote kerk. Toch denk ik dat er op zondag meer mensen bij ons zitten’.

Lees artikel
Heer, gebruik mijn woorden vandaag

Heer, gebruik mijn woorden vandaag

Wilmer Blijdorp
  • Leespreek

In de rubriek leespreek publiceren wij een preek geschikt voor persoonlijke meditatie, ter bespreking op een Bijbelstudiekring of voor gebruik in de eredienst. In het laatste geval dien je altijd eerst contact met de auteur op te nemen om toestemming te verkrijgen. Bij deze preek is een PowerPoint-presentatie beschikbaar die je kunt opvragen bij de auteur. Deze preek van ds. Wilmer Blijdorp (verbonden aan NGK Barneveld-De Burcht) vertrekt vanuit het eerste vers van 1 Korintiërs 14. Een Bijbelvers dat vaak misbruikt of genegeerd is: ‘Richt je op de gaven van de Geest, vooral op die van de profetie.’ Op een nuchtere en tegelijk spannende manier, gelardeerd met diverse herkenbare voorbeelden, daagt Blijdorp zijn hoorders uit om toch vooral opmerkzaam te zijn op momenten waarop God in het hier-en-nu tot ons spreekt. En, in een vervolgstap, maakt hij hen ook bewust van het feit dat God ook door ons heen wil spreken.

Lees artikel
De belijdenis over de zondeval en wat er op het spel staat

De belijdenis over de zondeval en wat er op het spel staat

Marinus de Jong
  • Vitaal belijden

In het meinummer van Onderweg verdedigde ds. Ulbe van de Meer zijn exegese van Genesis 3. In tegenstelling tot de synode van Assen in 1926 claimt hij dat de slang niet gesproken heeft en dat het schadelijk is om dat te blijven zeggen. In het hoofdredactioneel in dat nummer constateert de hoofdredactie dat Van de Meer en met hem anderen op dit punt afwijken van de belijdenis. In deze bijdrage werk ik dat nader uit. Wat zegt de belijdenis eigenlijk op dit punt? En wat staat daarbij op het spel?

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief