Medelijden is zo zielig

Roelof Vellinga | 12 november 2016
  • Opinie

Barmhartigheid. Wie buiten de kerk kent dat woord nog? Bezoekers van de Ikea misschien, als de naam van een keramische kookplaat: Barmhärtig. Zondag 20 november wordt het (rooms-katholieke) ‘heilig jaar van de barmhartigheid’ afgesloten. Heeft dit bijzondere jaar bijgedragen aan grotere bekendheid met barmhartigheid?

Toen paus Franciscus zijn plannen voor dit heilige jaar bekendmaakte, werd ik meteen geraakt. Door dat woord ‘barmhartigheid’. In OnderWeg (5/2016) schreef ik er een opinieverhaal over: ‘Het feest van barmhartigheid blijven vieren’. Rond die tijd vroeg ik een jongen die niet met kerk en geloof is opgegroeid, wat hem het woord ‘barmhartigheid’ zei. Hij kon het totaal niet plaatsen. Hij wist echt niet wat het betekent. Ik probeerde ‘medelijden’, als synoniem. Dat woord kende hij natuurlijk wel. Maar hij zei er meteen bij dat hij met medelijden niets kan. Op medelijden zit hij niet te wachten. Medelijden is zo zielig. En hij is niet zielig en wil niet zielig zijn. Na dit gesprek ben ik in mijn preken vaker betrokkenheid en bewogenheid als synoniemen voor barmhartigheid gaan gebruiken.

Afhankelijk

Waarom kan in het Nederland van vandaag medelijden niet meer als synoniem van barmhartigheid? Ik denk dat het alles te maken heeft met onze moeite met afhankelijk zijn. In onze cultuur is afhankelijk zijn zo’n beetje het ergste wat je als zelfstandig mens kan overkomen. Afhankelijk mens zijn staat zo’n beetje haaks op menswaardig mens zijn. Ik proef in deze moeite met afhankelijk zijn twee dingen.

Als eerste onze moeite om onszelf te aanvaarden als van meet af aan broos, kwetsbaar, zwak, sterfelijk. Wie het leven niet als zodanig kan aanvaarden, kan ook moeilijk uit de uit de voeten met zoiets als afhankelijk zijn.

Het tweede wat ik proef, is de ongelijkwaardigheid die vooral de lijdende persoon kan ervaren bij medelijden. Alsof degene die medelijden betoont de bovenliggende partij is, en degene naar wie het medelijden uitgaat, de onderliggende partij. Er zijn mensen die uit medelijden helpen, maar – ongetwijfeld onbedoeld – op zo’n manier dat ze de ander laten ervaren dat hij of zij zielig is, terwijl die dat niet is. Die ander voelt zich niet afhankelijk, maar wordt wel gezien als afhankelijk.

Alsof degene die medelijden betoont de bovenliggende partij is

Er zijn ook mensen die helpen vanuit het Bijbelse besef dat het niet goed is dat de mens alleen is. En ook hier worden – ongetwijfeld onbedoeld – die Bijbelwoorden dan vooral van toepassing geacht op de ander: het is niet goed dat die ánder alleen is… Maar dit woord geldt natuurlijk net zo goed voor degene die hulp biedt. Zo krijgt medelijden – ongetwijfeld onbedoeld – iets ongelijkwaardigs. Het is vooral degene aan wie medelijden wordt betoond die dat haarfijn aanvoelt.

Medelijden verwordt zo tot het op afstand zetten van de ander. En wat gebeurt er wanneer ik de ander op afstand zet? Dan kom ook ik (ten opzichte van die ander) alleen te staan. Terwijl ik de ander net zo goed nodig heb, ook die lijdende ander. Als ik alleen blijf, kan ik als mens niet tot mijn bestemming komen. Juist de ánder, in zijn of haar anders zijn, heb ik nodig. Bijvoorbeeld als die ander lijdt, terwijl ik niet door lijden word getroffen.

Compleet

Jezus had medelijden met mensen die in de ogen van de meerderheid anders waren. Het liefhebben van de naaste is voor Jezus’ volgelingen daarom het liefhebben van degene die anders is. Want ook die ander – die zo anders is dan ik – is geschapen naar het beeld van God, en is daarom mijn liefde en respect waard. Zonder die ander word ik geen compleet mens. Daarom is het niet goed dat de mens alleen blijft.

Zeker met lijdende mensen had Jezus medelijden. Medelijden met lijdende mensen vraagt Jezus ook van mij. Niet door me – onbedoeld – naar die lijdende ander neer te buigen, als het ware van een hoger naar een lager niveau. Het woord ‘medelijden’ zegt het al: letterlijk mee-lijden. Mede-lijden met mijn mede-mens. Náást die lijdende ander gaan staan of (misschien nog beter) zitten. Bij die ander verblijven in zijn lijden. Iets meevoelen van dat lijden. Er een klein beetje aan mee tillen.

Zonder die ander word ik geen compleet mens

De lijdende ander heeft mij nodig, mijn hulp, mijn zorg, mijn aandacht (en dat is echt niet mensonwaardig!). Maar ben ik er tegelijkertijd wel diep van doordrongen dat ik de lijdende ander net zo goed nodig heb? Ik heb hem of haar nodig om zelf als mens tot mijn bestemming te komen. Net zoals trouwens ook het kerklichaam de zwakste delen (‘waarvoor we ons schamen en die we liever bedekken’) nodig heeft om tot zijn bestemming te komen.

Confrontatie

Medelijden tussen mensen onderling is naar zijn aard niet ongelijkwaardig. Als ik uit medelijden dicht bij de lijdende ander kom, confronteert hij of zij mij direct met mijn eigen kwetsbaarheid, zwakheid en sterfelijkheid. Dat wil ik liever niet, misschien wel zonder dat ik me dat bewust ben. Maar die confrontatie is goed voor mij. Ik heb die zelfs nodig! Als ik dicht bij de lijdende ander verblijf, kan ik leren mijn eigen broosheid en fragiliteit te aanvaarden. Ik zal oog krijgen voor kracht die de lijdende ander sterk (!) maakt. Van de lijdende ander mag ik leren wat mij werkelijk sterk kan maken. En dat gebeurt niet pas wanneer mijn eigen krachten een keer van mij zullen wijken, maar door mijn omgang met de lijdende ander zal het beeld van God in mij mooier voor de dag komen.

Volmaakt kwetsbaar

Medelijden van God met mensen is een wezenlijk ander verhaal. Hij heeft de lijdende ander niet nodig om te leren wat het is om breekbaar te zijn en gebroken te worden. In Christus heeft Hij zich immers volmaakt kwetsbaar gemaakt. Hij ging volmaakt naast de lijdende ander staan, zitten. Liggen zelfs, tot in het graf! Van deze God mogen we ons afhankelijk weten. Daar is niets mensonwaardigs aan. Sterker nog, onze schepper heeft het juist zo bedoeld: Hij onze zorgende Vader, wij zijn afhankelijke, o zo broze kinderen. Laat Hij dus maar barmhartig zijn jegens ons: vol ontferming met ons bewogen, ons volmaakt vergevingsgezind. Wat de trotse levenshouding van de westerse self made mens ons nooit zal brengen, mogen we dan wel ervaren: de rust en vrede van een afhankelijk kind dat leeft in en uit Gods Vaderhand.

Over de auteur
Roelof Vellinga

Roelof Vellinga is predikant van de GKv Hasselt-Oost.

Meest gelezen

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel
Kerknieuws juni 2026

Kerknieuws juni 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Op 15 mei is ds. Johannes Theodoor Jonkman overleden. Hij werd op 13 januari 1950 geboren in Groningen en studeerde theologie in Kampen. In 1983 werd hij door GKv Drachten Zuid-Oost uitgezonden als zendingspredikant naar Kalimantan Barat (Indonesië). In 2000 werd hij gemeentepredikant in NGK Hardenberg-Centrum, waar hij vanaf 2015 aan verbonden was als emerituspredikant. De NGK Hardenberg-Centrum telt ruim 550 leden. Binnenkort verschijnt op onderwegonline.nl een in memoriam over ds. Jonkman.

Lees artikel
Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Lyanne De Haan-Wilts
  • Kerkelijk leven
  • Professorsprofiel

Ik ontmoet Myriam digitaal. Haar vakantie is net voorbij en dat is te zien, ze kijkt ontspannen met een kop thee de camera in. Toch geeft ze aan dat vakantie iets ingewikkelds heeft. Het leven als hoogleraar is gefragmenteerd en kent een permanente druk. De rust die vakantie brengt is elke keer weer even wennen. De adrenaline van haar dagelijks leven moet eruit en ze vindt het lastig om geen grip op zaken te hebben. Tegelijk hoopt ze dat ze de rust van de afgelopen vakantie mee kan nemen in haar werk van de komende tijd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief