Avondmaal in de vroege kerk

Luite-Harm Kooij | 10 december 2016
  • Thema-artikelen

In de vroege kerk namen de gedoopte kinderen van gelovige ouders deel aan de viering van het avondmaal. Dat was zo vanzelfsprekend dat er verder niet over gesproken werd. De kinderen hoorden er helemaal bij.

Omdat het zo vanzelfsprekend was dat kinderen in de vroege kerk aan het avondmaal gingen, zijn er geen bronnen uit die tijd waarin over dit onderwerp geschreven wordt. Wel wordt het in verschillende bronnen meermalen genoemd als een bestaande praktijk. Twee voorbeelden om dat te illustreren:

  • In zijn geschrift Over afvalligen behandelt bisschop Cyprianus van Carthago rond het jaar 250 de problematiek van broeders en zusters die in de geloofsvervolging hun geloof hebben verloochend. In hoofdstuk 25 schrijft hij over de heiligheid van het avondmaal. Hij komt met een voorbeeld van een jong meisje dat nog niet kan praten. Zij was door haar moeder achtergelaten bij een kindermeisje. Het meisje was vervolgens meegenomen naar een heidense offermaaltijd en had daar meegegeten. Nadat de gevluchte moeder weer terugkwam, was zij met haar dochter naar een avondmaalsviering gegaan. Maar het kind verzette zich hevig en weigerde brood en wijn – volgens Cyprianus omdat het heilige gewoonweg niet in een verontreinigd lichaam kan blijven, zo groot is de majesteit van God! Cyprianus noemt hier de deelname van een peuter aan het avondmaal.
  • In de Apostolische Constituties, een geschrift uit de vierde eeuw over de traditie van leer en liturgie, gaat het onder meer over de gewenste volgorde van deelnemers aan de avondmaalsviering. ‘Vervolgens gaat de bisschop aan en daarna de presbyters, de diakenen, de subdiakenen, de lectoren, de zangers, de asceten en de vrouwen: namelijk de diaconessen, de maagden en weduwen, daarna de kinderen, en ten slotte, ingetogen, met schroom en eerbied, zonder gerucht te maken, geheel het volk.’ De kinderen blijken dus een erepositie in te nemen. Deze volgorde is naar analogie van de dooppraktijk. Want volgens de voorschriften over de doop in een geschrift uit dezelfde periode, de Traditio Apostolia, behoren de kinderen eerst gedoopt te worden in de viering en dan de volwassenen.

 

Zelfbeproeving

Augustinus is de eerste kerkvader die reflecteert op het onderwerp kind en avondmaal. Anna Zegwaard schrijft over hem in haar dissertatie Als kinderen meevieren: ‘Kinderen vindt hij niet te klein om het avondmaal te ontvangen. (…) Door deel te nemen aan het sacrament wordt men als een kind. De ideale avondmaalsganger typeert Augustinus als de gelovige die het sacrament ontvangt als een kind. In vertrouwen op God en zonder kritiek neemt hij de gave van de Zoon aan. (…) Hij vindt dat op grond van Johannes 6:53 en volgend ook kinderen het avondmaal moeten ontvangen. Als kinderen gedoopt zijn, hebben zij deel aan het leven in Christus, maar hoe kan dat zonder deel te hebben aan zijn lichaam?’

‘Vieren’ was het kernwoord. W.A. Strange betoogt in Kinderen in de vroeg-christelijke kerk dat de vroege kerk de woorden van Jezus in Johannes 6:53 en volgende verzen als uitgangspunt voor de avondmaalsviering nam: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: als u het lichaam van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u.’

Vanaf de dertiende eeuw werden brood en wijn steeds meer vereerd als lichaam en bloed van Christus. Daarom vond het Latheraans Concilie van 1215 het noodzakelijk dat deelnemende kinderen ten minste de ‘jaren des onderscheids’ hadden. Het accent kwam nu te liggen op 1 Korintiërs 11: ‘Laat daarom iedereen zichzelf eerst toetsen voordat hij van het brood eet en uit de beker drinkt.’

Wat ook een rol speelde, was het feit dat het kerkvolk en de kleine kinderen niet meer wisten wat het avondmaal inhield. Vaak ging men maar eenmaal per jaar, op Goede Vrijdag, ter communie. Dat was verplicht. Vandaar het accent op zelfbeproeving – als aansporing tot een stuk kennis – en de leeftijdsgrens van 7 en later 14 jaar.

De reformatoren namen de leeftijdsrichtlijnen van het Latheraans Concilie over; namelijk 7 jaar (Luther), 10 jaar (Calvijn) of 14 jaar (Bucer). Zo kon op de Synode van Dordrecht van 1578 de klacht klinken dat er jongeren van 15 waren die nog niet eens avondmaal vierden.

Lijntje

Wie het oude avondmaalsformulier erbij pakt, dat stamt uit de tijd van de Reformatie (Formulier 1), ziet dat er grote nadruk ligt op zelfbeproeving, terwijl het vieren en de dankzegging pas achteraan komen. Begrijpelijk in een tijd waarin de kerken van de Reformatie afscheid wilden nemen van de roomse sacramentstheologie. Maar een te sterk accent op voldoende kennis van de geloofsinhoud draagt een risico in zich mee. De vraag kan gaan knagen wanneer je geloofskennis nu echt voldoende is.

Na de Reformatie, vooral in de tijd van het rationalisme, komt de leeftijd voor het meevieren van het avondmaal steeds hoger te liggen. En in sommige behoudende kerken is het meevieren van het avondmaal zelfs voor belijdende leden ter discussie komen te staan. Het lijntje tussen heilige eerbied en negatief subjectivisme is nu eenmaal dun. Het zelfonderzoek kan verworden tot een aansporing om naar je navel te staren, in plaats van te vieren dat je alles in Christus bent. Dit staat niet alleen ver af van de woorden van Jezus in Johannes 6, maar ook van de context van Paulus’ woorden in 1 Korintiërs 11.

Versterkend voor het geloof is dit niet. Het is begrijpelijk dat het avondmaal in bepaalde kerken maar zo weinig gevierd wordt. Waar het vieren verdrongen wordt door zelfbeproeving en onderwijs, verdwijnt de kernfunctie van het avondmaal. Het wordt dan een woorddienst, met de sfeer van een galgenmaal.

Evenwicht

In deze tijd ervaren veel gelovigen hun leven als gefragmentariseerd. Juist dan kan een sterker accent op het vieren van het avondmaal troost en steun bieden: je staat niet aan de kant, nee, je bent opgenomen in het lichaam van Christus. De onbevangenheid van kinderen kan daarin volwassenen helpen. Wij mogen vieren dat we in Christus het leven weer in al zijn volheid ontvangen!

Een verdere bezinning op een goed evenwicht tussen vieren en zelfbeproeving in de liturgie van de avondmaalsdienst anno 2016 en op de plek die kinderen daarin kunnen innemen, juich ik van harte toe.

Webtip
De dissertatie Als kinderen meevieren van Anna Zegwaard is digitaal te lezen via docplayer.nl/15961055-Als-kinderen-meevieren.html.

Over de auteur
Luite-Harm Kooij

Luite-Harm Kooij is predikant van de GKv Nieuwleusen en heeft een passie voor de vroegchristelijke kerk.

Meest gelezen

Predikantsprofiel Kees Smit

Predikantsprofiel Kees Smit

Melissa van der Kamp
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

Het is een terugkerend woord als ik met Kees Smit in gesprek ben over de geestelijke verzorging en zijn werk als voorzitter van de Commissie Geestelijke Verzorging (CGV). Uit alles blijkt dat hij deze rol met hart en ziel vervult. Niet in de laatste plaats gedreven door zijn eigen ervaringen als geestelijk verzorger bij Defensie. Kees stelt dat geestelijk verzorgers waardevolle gesprekspartners kunnen zijn voor gemeenten, omdat juist zij werken op het grensvlak van kerk en samenleving. Ik praat met Kees door over zijn gedrevenheid als voorzitter en wat het geestelijk verzorger-zijn voor hem heeft betekend.

Lees artikel
Zonder genade geen toekomst voor mensen van vlees en bloed 

Zonder genade geen toekomst voor mensen van vlees en bloed 

Koert van Bekkum
  • Boekbespreking

Lezers van dit blad zal de naam Jurrien Mol wellicht niet veel zeggen. Toch is hij in de Protestantse Kerk in Nederland geen onbekende. Mol studeerde in Utrecht. Als predikant in diverse dorpen in Friesland ging het studeren gewoon door, want hij promoveerde op een mooi proefschrift over de verhouding tussen collectieve en individuele verantwoordelijkheid in het Oude Testament. Hij is bovendien voorzitter van de Confessionele Beweging, de in 2020 ontstane fusiebeweging van de Confessionele Vereniging (in de Nederlandse Hervormde Kerk) en het Confessioneel Gereformeerd Beraad (in de Gereformeerde Kerken in Nederland).

Lees artikel
De kerkelijke gemeente is net als de stad: groot genoeg om alles zelf te hebben

De kerkelijke gemeente is net als de stad: groot genoeg om alles zelf te hebben

Lyanne De Haan-Wilts
  • Alphen tot Ommen
  • Kerkelijk leven

Anders dan de naam doet vermoeden, is de Kleine Kerk in Steenwijk met ruim 400 leden niet per se klein te noemen. Maar het gebouw is kleiner dan de Grote Kerk in Steenwijk, het gebouw, hemelsbreed 200 meter verderop, waarin de PKN kerkt. ‘Maar’, merkt Rick Winters op, ‘zij hebben op papier meer leden, dus zijn ook wat dat betreft een grote kerk. Toch denk ik dat er op zondag meer mensen bij ons zitten’.

Lees artikel
Heer, gebruik mijn woorden vandaag

Heer, gebruik mijn woorden vandaag

Wilmer Blijdorp
  • Leespreek

In de rubriek leespreek publiceren wij een preek geschikt voor persoonlijke meditatie, ter bespreking op een Bijbelstudiekring of voor gebruik in de eredienst. In het laatste geval dien je altijd eerst contact met de auteur op te nemen om toestemming te verkrijgen. Bij deze preek is een PowerPoint-presentatie beschikbaar die je kunt opvragen bij de auteur. Deze preek van ds. Wilmer Blijdorp (verbonden aan NGK Barneveld-De Burcht) vertrekt vanuit het eerste vers van 1 Korintiërs 14. Een Bijbelvers dat vaak misbruikt of genegeerd is: ‘Richt je op de gaven van de Geest, vooral op die van de profetie.’ Op een nuchtere en tegelijk spannende manier, gelardeerd met diverse herkenbare voorbeelden, daagt Blijdorp zijn hoorders uit om toch vooral opmerkzaam te zijn op momenten waarop God in het hier-en-nu tot ons spreekt. En, in een vervolgstap, maakt hij hen ook bewust van het feit dat God ook door ons heen wil spreken.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief