‘God is God, ook als Hij niet doet wat ik graag wil’

Ad de Boer | 24 december 2016
  • Interview
  • Thema-artikelen

Nelly van Kampen-Boot (57) werkte drie jaar als zendeling-docent aan een seminarie in Maleisië toen begin 2015 darmkanker met uitzaaiingen bij haar werd ontdekt. Ze kan volgens de artsen niet meer beter worden, maar chemotherapie vertraagde tot voor kort de tumorgroei. Zendingswerk in Azië was de hartenwens van Nelly en haar man Pieter, maar voor die in vervulling kon gaan, kreeg Pieter longkanker. Hij stierf in 2009, toen ze pas zeven jaar getrouwd waren. Uit de vele reizen die ze naar Azië hadden gemaakt, kwam het boek Ruimte voor het wonder voort, over de manier waarop Aziatische christenen omgaan met ziekte en genezing. Tijdens haar verlof in Nederland ontmoeten we elkaar rond de vraag waarom ze ruimte voor het wonder bepleit.

‘Genezingen zijn een integraal deel van Jezus’ bediening. Hij predikte, leerde in de synagoge en genas elke ziekte en elke kwaal: preaching, teaching, healing. Als je zelf ziek bent, valt je op hoe vaak dat er staat. Daarom is het vreemd dat de dienst van genezing in veel kerken zo op de achtergrond is geraakt. Natuurlijk, wij zijn Jezus niet, maar zijn Geest is ons wel gegeven. Daarmee is ook in het lichaam van Jezus – de gemeente – die hele breedte van preaching, teaching en healing aanwezig. Ik denk aan Lucas 10. In de 72 die terugkomen bij Jezus zie ik het beeld van hoe het zal zijn aan het eind van de tijden. Heer, het ging! Zelfs de duivelen zijn geweken uit ontzag voor uw naam! God geeft de dienst van genezing in de setting van de wereldkerk, in een missionaire context en in frontsituaties.’

Voor Nelly van Kampen is de wereldkerk vooral de kerk in landen als India en Sri Lanka. ‘Toen Pieter en ik in India college gaven over hoe je in deze moderne tijd de Bijbelse wonderverhalen leest, merkten we dat de cultuurkloof die wij in het Westen ervaren tussen de nieuwtestamentische tijd en de onze daar totaal niet bestaat. De studenten konden in de klas precies aanwijzen wie er genezen waren.

Op Sri Lanka waren we bij een anglicaanse voorganger van een arme gemeente van theeplukkers. Toen ik vroeg hoe die vanuit het hindoeïsme tot geloof gekomen waren, zei hij: “O, gewoon, de usual things: sommigen zijn wonderbaar genezen, bij anderen zijn duivelen uitgeworpen, weer anderen hebben een droom over Jezus gehad.”

‘Daar waar ze weten van vervolging en lijden vanwege het koninkrijk, dáár gebeurt het’

We hebben dat ook in India en Sikkim meegemaakt in gesprekken met predikanten. Als we vroegen: “Hebben jullie ook demonen uitgedreven?”, zeiden ze: “Natuurlijk, wat anders?” Dat valt voor hen dus niet in de categorie bijzondere ervaringen, maar het hoort bij de gewone dingen waar elke predikant mee bezig is, ook de dominee van Barneveld of Pijnacker, om zo te zeggen. En echt niet alleen in pinksterkringen, ook in de traditionele kerken.’

Niet dat men in Azië elk wonderverhaal zomaar slikt. Nelly verwijst naar een studie waaruit blijkt dat maar 4 procent van de geclaimde genezingen tijdens de massale campagnes van een Indische gebedsgenezer uit Tamil Nadu echt zijn. ‘Maar de schrijver van deze studie zegt tegelijk: een uur rijden hiervandaan werkt dorpsdominee X, die de gave van genezing heeft. Als iemand ziek is, gaat hij er met de ouderlingen heen en zalft de zieke. Bijna iedereen die hij bezoekt, wordt genezen. Geen toeters en bellen, maar gewoon doen wat in Jakobus 5 staat.’

Nederlandse predikers reizen naar Aziatische landen, houden daar massale genezingsdiensten en melden dat daar keer op keer duizenden mensen worden genezen. Hoe lees jij die verhalen?
‘Met veel scepsis. Ik zie die massameetings ook in Maleisië, vooral met voorgangers uit Singapore die een welvaartsevangelie prediken: het is nú de tijd, God zal je nú genezen. Dan denk ik: ach, arme mensen, in hoeverre wordt jullie hier iets beloofd wat niet waar is? Die predikers dragen geen enkele pastorale verantwoordelijkheid voor die duizenden mensen, want morgen stappen ze weer op het vliegtuig. Zo maak je pastorale brokken. Ik wil niet zwartmaken wat God daar doet, maar Bijbels gezien hoort de dienst van de genezing niet thuis op dit soort massameetings, maar in de plaatselijke gemeente. Die mag zich uitstrekken naar genezing, daar staat men biddend om een zieke heen en daar blijft men dat doen, ook als God geen genezing geeft.’

Nelly van Kampen gelooft dat wonderervaringen sterk samenhangen met kerk zijn in een frontsituatie. ‘Als kerken sterker beseffen dat ze aan het front staan en hun missionaire roeping zien, geeft God des te meer wonderen en tekenen. We ontmoetten in India een predikant die op verschillende plekken had gewerkt. In een rustige streek waar de kerk niet werd bedreigd, gebeurde niets: geen wonderen en tekenen, geen doorbraak van het evangelie. Maar op plekken waar christenen leden onder hindoefundamentalisten, maakte hij veel genezingen mee, na een eenvoudig gebed en een handoplegging. En vervolgens kwamen veel mensen tot geloof.

In Maleisië komen de verhalen van tekenen van genezing en bevrijding en van Jezusverschijningen vooral uit de ondergrondse kerk van moslims die tot geloof zijn gekomen, ondanks het verbod daarop. Daar waar ze weten van vervolging en lijden vanwege het koninkrijk, dáár gebeurt het. De hele kerkgeschiedenis is er vol van dat God zijn wonderen juist in de nacht doet, dat het koninkrijk gebouwd wordt door tijden van crisis en lijden heen.’

Hoe verklaar je dat genezingen in het Westen veel zeldzamer zijn?
‘Als je, zoals veel westerse christenen, niet beseft dat je aan het front staat, verwacht je ook niet zo veel. Dan vind je genezing vooral fijn, omdat je moeilijk kunt leven met teleurstelling, lijden en gebrokenheid. Dan zijn wonderen de slagroom op de welvaartstaart. Dan zie je God vooral als een soort geestelijke EHBO, die jouw succes en gezondheid moet garanderen. Christenen in Azië verwachten meer van God dan wij, maar zijn ook minder teleurgesteld in God dan wij als het anders gaat dan ze zouden willen. Ze laten God God: Hij is vrij om te doen wat Hij wil.

Hier in het Westen zijn we, ook in de kerk, in de ban van de maakbaarheid. Het moet allemaal lukken. Je gebruikt God voor jezelf, terwijl het in de Bijbel compleet omgekeerd is. Dat vind ik echt een schaduwkant van de hernieuwde belangstelling voor genezing in de kerk van het Westen. We zijn daarin kinderen van een oplossingsgerichte cultuur, die het vermogen heeft verloren om met gebrokenheid en lijden om te gaan. Als het even niet gaat zoals ik wil, wordt dat gelijk een levensgrote vraag en raken mensen teleurgesteld in God.

‘Onze waaromvragen verdampen aan de voet van het kruis’

De kerk in Azië gaat veel meer de weg van het kruis. Denk aan China. Men weet daar uit ervaring dat de navolging van Jezus het leven niet gemakkelijker maakt. Christenen in Azië verwachten gewoon dat ze om Christus’ wil vervolgd gaan worden. Je kunt erop rekenen, dus zorg dat je klaar bent. Niemand is optimistisch, iedereen gelooft dat het alleen maar beroerder wordt. Daarom hebben ze het besef dat je het zonder God niet redt.

Nelly van Kampen: 'Ik sta met groot plezier in het leven en wil graag tot in lengte van jaren in Maleisië werken. Tegelijk weet ik dat het ook anders kan gaan.’ (beeld Passievoortekstenfoto.nl)

Nelly van Kampen: ‘Ik sta met groot plezier in het leven en wil graag tot in lengte van jaren in Maleisië werken. Tegelijk weet ik dat het ook anders kan gaan.’ (beeld Passievoortekstenfoto.nl)

Genezingen en andere wonderen zijn voor Aziatische christenen net zo vanzelfsprekend als ziekte en dood. Die zijn daar een dagelijkse realiteit. Als ondanks veel gebed mensen toch sterven, dan wordt dat totaal niet geproblematiseerd. Zo van: waarom doet God mij dit aan? Dat is echt een heel westerse reactie. De christenen in Azië leven vanuit het gegeven dat God vóór ons is, ongeacht wat er gebeurt. Bij ons moet God dat eerst nog maar eens bewijzen. Wij in het Westen hoeven niet zo nodig op God te vertrouwen, want het gaat zonder Hem ook wel aardig goed. En als het dan even niet goed gaat, heeft God het gedaan en wordt de vertrouwenskwestie gesteld. Kom nou. Je hebt God niet nodig, maar dan ineens zeg je: maar nu moet Hij helpen. Hij moet helemaal niks!

Natuurlijk kun je als mens denken: waarom doet God dit? Dat gebeurt overigens vooral als je iets ergs overkomt, zelden als je groot geluk overkomt. Maar als God de God is die wij kennen in het aangezicht van de gekruisigde, dan is de vraag naar het waarom van onze pijn en onze ziekte echt een stomme vraag. Dat kun je toch niet vragen aan de man met doorboorde handen? Onze waaromvragen verdampen aan de voet van het kruis. Christus is de gewonde genezer. Het is de gebroken gestalte van de Heer die met je meegaat. Het christelijk geloof is een geloof met een kruis in het hart. Als jou lijden overkomt, dan is de vraag dus niet: waarom moet mij dat overkomen?, maar: hoe kan ik als een aarden vat de glorie van God weerspiegelen?’

Genezingen staan volgens Nelly van Kampen niet op zichzelf. Het zijn tekenen die God geeft aan de gemeente die de weg van het kruis gaat. ‘Genezing is dus niet los verkrijgbaar. Ik zou daarom aan mensen die erg bezig zijn met genezing, bijvoorbeeld bij There Is More, willen vragen: ben je bereid om de hele weg te gaan, inclusief het kruis? Ben je bereid om je als volgeling van Jezus met je hele lichaam en ziel aan Hem toe te vertrouwen? Wil je je leven als een levend offer aan Hem geven? In dat kader moet genezing staan: in de kring van de discipelen die radicaal zijn in de navolging van Christus.’

Je man Pieter kreeg longkanker en stierf. En in 2015, toen je net een paar jaar in Maleisië werkte, kreeg je darmkanker. Hoe kijk je naar de toekomst?
‘Ik geloof dat ik nog wat kan betekenen voor de kerk in Maleisië en ik bid dat God mij daarvoor tijd van leven geeft. Maar God is God, ook als Hij niet doet wat ik graag wil. Ik zie ernaar uit bij Christus te zijn, maar ik zie niet uit naar de weg daarnaartoe. Ik houd vol dat God die gebrokenheid niet wil en dat Hij de God is van genezing en heling. Maar wij zijn niet op het tegenwoordige leven gedoopt, zegt Luther, maar op het toekomende. We hoeven het niet allemaal hier te krijgen, toch? Dit leven is eindig, kort, gebroken. Ik zeg dan maar: “Heer, laat uw koninkrijk komen, het rijk van kruis en opstanding, van gebrokenheid en glorie. Hoe, dat weet ik niet zo goed, maar U weet er alles van.”

Ik ben er weleens over in discussie met de hemel hoor: waarom Pieter en ik niet samen de zending in mochten en waarom ik in mijn eentje moest gaan. Dat snap ik echt niet. Ik zie in mijn gedachten Pieter in Maleisië rondlopen en denk vaak: wat zou hij genoten hebben en wat zou hij hier goed in zijn geweest. Hij wilde graag beter worden, maar heeft tot op het laatst volgehouden dat God eindeloos goed is. Overstelpend goed: Psalm 100. En dat is zo, ook als het anders gaat dan jij wilt.

Je ziet het de hele zendingsgeschiedenis door. Ottow en Geisler gingen naar de Papoea’s, maar na tien jaar waren er meer graven van zendelingen dan bekeerde heidenen. Je ziet het ook al in Handelingen: Petrus werd bevrijd – praise the Lord – maar Jakobus werd onthoofd. Wat doen wij daarmee? Hetzij we leven met Petrus, hetzij we sterven met Jakobus: we zijn van de Heer! Dat is de dubbele gestalte van het evangelie: er gebeuren wonderen en tekenen, maar tegelijk lijdt de schepping en is er vervolging en het kruis. Dat kan ik niet op één lijn krijgen.

Toen bij mij de diagnose net was gesteld, was ik radeloos. Je wordt meegesleurd in een stroom waarvan je niet weet waar die vandaan komt en je eerste reactie is: ik wil genezen worden, ik wil dat het weg is. Je leven gaat een hoek om die je niet wilt.

‘De gaven van genezing zijn gegeven binnen het lichaam van Christus, niet aan loslopende lichaamsdelen’

Maar ook ziekte kan God gebruiken in de weg die Hij met mensen gaat. Heelheid is dan meer dan dat de kanker weggaat, hoezeer ik daar ook naar verlang. Ik heb bij Pieter gezien dat er veel goeds voor het koninkrijk is gebeurd door hoe hij in zijn ziekte van God heeft getuigd. Dat heeft het leven van een aantal mensen op een totaal ander spoor gebracht. Heelheid is voor mij dat ik ook op deze weg herkenbaar ben als discipel van Christus. Dat ik met mijn leven en mijn lijf en met alles God verheerlijk. Natuurlijk heb je je ups en downs. Maar ik geloof dat God in ons leven uitwerken wil dat wij aan Christus gelijkvormig zijn. Dat is niet altijd een glorieus leven met een gezond lijf, een strak vel en een schitterende carrière. Het is in alle gebrokenheid Gods weg gaan.’

Heb je weleens de aanvechting om naar een genezingsdienst van Martin Koornstra of Jan Zijlstra te gaan?
‘Geen haar op mijn hoofd. God is degene die geneest, niet Martin Koornstra of Jan Zijlstra. Ik trek niet in twijfel dat het daar kan. Dat is aan God. Maar wat heeft God hun aan extra’s gegeven dat ik daar zou moeten gaan halen? Het gaat toch om de naam en de macht van Jezus? Ik kan ook heel boos worden op het claimen van genezing: “God gaat je nú genezen, vandaag zit je in een rolstoel en morgen spring je een meter hoog.” Daar moet ik helemaal niets van hebben. Hou op zeg, jij bent God niet. Bovendien zijn de gaven van genezing gegeven binnen het lichaam van Christus en niet aan loslopende lichaamsdelen.’

Nelly van Kampen is blij met de grotere openheid voor genezing. ‘Het is te veel ondergesneeuwd. Ons probleem is niet dat we te veel van Hem verwachten, maar dat we veel te weinig van Hem verwachten. We bidden vaak met een slag om de arm: Heer, als U het wilt. En dan met de kleur van: U zult het wel niet willen. Maar Paulus wist al dat God “bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen”. En Psalm 126 zegt: “Toen de Here de gevangenen van Sion deed wederkeren, waren wij als degenen die dromen” (NBG-vertaling 1951). God doet altijd meer dan wij ons kunnen voorstellen. We zijn als mensen niet gebouwd op Gods koninkrijk, dus tekenen daarvan zullen ons altijd verrassen. We zullen heel verbaasd staan.

Hoe dan ook, ik vertrouw me met lichaam en ziel toe aan God, aan zijn genezende kracht. En daarna moet je maar vrolijk zeggen: of God me geneest of niet, that’s not my problem. En als ik gauw thuis mag komen, dan zeg ik later misschien wel: wat een geluk dat ik in dat tranendal geen 86 hoefde te worden. Heel oud worden is een gemengde zegen. Uiteindelijk is het ook niet zo vreselijk belangrijk hoe lang of hoe kort een leven is. Het gaat erom dat je vrucht draagt voor Gods koninkrijk. En dat gaat uit boven ons privéleven. Ik sta met groot plezier in het leven en wil graag tot in lengte van jaren in Maleisië werken. Tegelijk weet ik dat het ook anders kan gaan.’

Na het interview blijkt uit een scan dat de tumoren aan het groeien zijn. Nelly van Kampen krijgt een nieuwe chemo, maar het goede nieuws is dat ze die ook in Maleisië kan krijgen. In haar rondzendbrief schrijft ze: ‘Dat neemt niet weg dat ik me realiseer dat de ziekte een volgende fase is ingeslagen en dat het einde een stap dichterbij is gekomen.’ Begin januari hoopt ze haar werk in Maleisië te hervatten.

Over de auteur
Ad de Boer

Ad de Boer is actief in het NGK-kerkverband en was hoofdredacteur van OnderWeg.

Verschillende gaven, één Geest

Verschillende gaven, één Geest

Bram Beute
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen
‘Laten we minder in ons hoofd zitten’

‘Laten we minder in ons hoofd zitten’

Arie Kok
  • Interview
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief