In memoriam ds. Hans Stolk

0

Op 7 februari heeft de Here God Hans Stolk thuisgehaald. De thuisreis duurde lang en het wachten viel Hans verschrikkelijk zwaar. De woorden van Psalm 130 – ‘Mijn ziel wacht op de Here, meer dan wachters op de morgen’ – waren hem op het lijf geschreven. Hij was zo broos en kwetsbaar geworden en hij voelde zich zo machteloos in dat lichaam dat niet meer wilde, dat hij de moed dreigde te verliezen.

Hans Stolk (1923-2017).

Hans Stolk (1923-2017).

Hij die zo veel jaren het evangelie mocht verkondigen en dat met zo veel energie en inzet deed, hij worstelde om het hoofd boven water te houden. Maar de woorden van Psalm 130 stonden in zijn hart en in zijn leven gebeiteld: de Heer zal verlossing geven. Daarom staat op de bekendmaking van zijn overlijden een hoopvol woord uit de berijmde psalm: ‘Gij al Gods bondgenoten ziet naar Zijn toekomst uit.’

Levenservaring

Hans Stolk diende de kerk van Blokzijl van 1958 tot 1962, om daarna te gaan pionieren in het oostelijke deel van de nieuwe Flevopolder. Uit dat werk onstond de gemeente Dronten. Met het grootste deel van de gemeente in Dronten raakte hij in 1969 buiten het verband van de GKv. In 1971 werd Stolk verbonden aan de NGK Kampen.

Hans Stolk was een late roeping. In de oorlogsjaren moest hij onderduiken. Na de oorlog vertrok hij als vrijwilliger naar Indië en maakte daar de politionele acties mee. Het liet hem niet onberoerd. Terug in het vaderland werkte hij bij een verzekeringsbedrijf, tot hij zich geroepen wist om de Heer te dienen als predikant. Hij volgde in Kampen zijn theologiestudie. Daar zat hij met al zijn levenservaring tussen jongens die (in zijn ogen) nog maar net kwamen kijken en toen al hoog van de toren bliezen.

Hans Stolk was geraakt door het evangelie van Gods genade in Jezus Christus. Het heeft aan zijn leven een beslissende wending gegeven. Het heeft zijn leven veranderd. Daarom wilde Hans aan dit evangelie en aan deze Heer dienstbaar zijn. Hij had geleerd door dit evangelie naar zichzelf te kijken en dat werd voor hem een geweldige bevrijding. Hij kende zichzelf en hij wist: als ik het alleen moet doen, dan red ik het niet, dan loop ik vast in mijn leven. En hij werd door Christus overwonnen en stelde zijn leven in dienst van zijn Heer.

Boodschapper

Dienaar van het evangelie, dat was Hans Stolk in hart en nieren. En dat was hij op zijn eigen manier. Onorthodox in zijn manier van preken. Tegendraads wanneer het hem niet zinde. Wars van grootdoenerij en aanstellerij. Vaak kort door de bocht, maar wel met overtuiging en met liefde voor de Heer en voor zijn Woord.

Dienaar van het evangelie, met de gaven die God hem gegeven had. Met die gaven is hij aan het werk gegaan. Worstelend met de vraag: hoe kan ik dit evangelie doorgeven aan mensen van mijn eigen generatie en aan de jonge generatie die aan de deuren van de kerk rammelt? Voor wie het evangelie geen hapklare brok is. Jongeren die worstelen met zichzelf in een moderne en veranderende cultuur. Hans was al heel vroeg bezig met de vraag: hoe leg ik de Schrift uit in een cultuur die voortdurend aan verandering onderhevig is?

Een man die geen blad voor de man nam,
die recht voor zijn raap zijn mening gaf

De Heer heeft zo zijn eigen boodschappers, die Hij op hun taak heeft voorbereid. Dat hebben ze in Kampen en in de gemeenten die hij heeft mogen dienen geweten. Want zo’n boodschapper als Hans Stolk, dat was wel even wennen in het traditionele Kampen. Een man die geen blad voor de man nam, die recht voor zijn raap zijn mening gaf en die af en toe de goegemeente wist te shockeren. Dat deed hij niet omdat hij dat nou zo leuk vond, maar omdat hij zijn mensen de boodschap van God op het hart wilde binden.

Hans hield van studeren in de Bijbel. Vaak zat hij boven in zijn kleine studeerkamertje te lezen in de Hebreeuwse Bijbel en in het Griekse Nieuwe Testament. Heel zorgvuldig las hij de tekst. Want in de preek wilde hij recht doen aan het Woord van zijn zender en dat begint bij het nauwkeurig lezen van de tekst. Wat staat er? Daarna komt het graaf- en spitwerk, het verstaan van de tekst. Dat begon bij hemzelf. Wat zegt de Heer tegen mij in dit woord?

Kort voor zijn eerste herseninfarct had hij nog een commentaar aangeschaft over het evangelie naar Johannes. Dat was ook één van de dingen die hij tegen mij zei na zijn herseninfarct: nu kan ik dat commentaar niet meer bestuderen.

Emeritaat

Kritisch luisterde hij ook naar de preken die gehouden werden, want elke zondag zat hij in de Nieuwe Kerk onder het gehoor van zijn collega’s, omdat hij na zijn emeritaat niet meer wilde voorgaan. Ik ken de mensen niet meer, ik raak het contact kwijt en dat heb ik nodig om te kunnen preken, meende hij. Het gaat immers in de preek om mensen van vlees en bloed en die mensen wil ik kennen. Ik wil hen kunnen aanspreken, ik wil hen de weg wijzen uit het moeras van zonde en schuld. Hen wijzen op Jezus Christus, door wie wij met God verzoend zijn. Ik wil hen wijzen op de toekomst die God hun beloofd heeft door het geloof in Jezus Christus. Het gaat God om die ene man of die ene vrouw die worstelt om het hoofd boven water te houden, om die jongen of dat meisje dat in de knoei zit. Hun wil ik vertellen dat er redding is, verlossing, bevrijding uit de machten van zonde, dood en duisternis.

Dat wilde Hans, omdat hij er ook zelf doorheen was gegaan. Soms worstelend, maar ook vanuit het vaste geloof dat de Heer zijn beloften hoe dan ook zal waarmaken.

Soms zag hij nauwelijks licht aan het einde van de tunnel

Hans is in het geloof zijn weg door het leven gegaan. Soms worstelend met zichzelf en worstelend met God, maar altijd met de blik gericht op Christus. Op de verlossing en bevrijding uit de machten van dood en duisternis.

De dalen waar hij doorheen moest – zeker in de laatste jaren van het leven, toen een aantal herseninfarcten zijn leven inperkte en hij niet meer kon lezen en veel moeite moest doen om zich verstaanbaar te maken – waren soms diep. Soms zag hij nauwelijks licht aan het einde van de tunnel. Maar elke keer klauterde hij er weer bovenop en wist hij zich door God vastgehouden.

De plotselinge dood van zijn oudste zoon Piet in 1980 en het overlijden van steunpilaar en maatje Lien hebben diepe wonden geslagen in zijn leven. Kort voor haar sterven werd zijn eerste kleinkind geboren en een paar jaar later de tweede. Zij hebben hem God zij dank weer vreugde kunnen brengen in zijn leven.

Overwinnaar

De apostel Paulus schrijft in zijn brief aan de gemeente in Rome over de moeiten die een gelovig kind van God ondervindt in het leven. En dan citeert hij Psalm 44, waar de lijdende gelovige zegt: ‘Omdat wij bij U horen, moeten we elke dag lijden. We worden behandeld als schapen die geslacht worden.’ Dan denk je bij jezelf: wat een ellende, waar is dit nou goed voor? Maar dan hoor je plotseling heel iets anders: ‘In dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem die ons heeft liefgehad. Niets en niemand kan ons scheiden van Gods liefde in Christus Jezus.’ Dat heeft ook Hans Stolk in zijn leven mogen ervaren. Niemand kan mij van Christus scheiden.

‘Ik heb mij hoop gevestigd op God de Heer die hoort.
Mijn hart, hoezeer onrustig, wacht zijn verlossend woord.
Nog meer dan in de nachten wachters het morgenlicht,
Blijf ik, o Heer, verwachten uw lichtend aangezicht’.

Delen.

Over de auteur

Jan Bouma is emeritus predikant van de NGK Kampen.

Laat een reactie achter