Christelijk-nationaal

Bob Wielenga | 16 februari 2017
  • Blog

Het valt ons niet mee om op een verantwoorde manier ons christelijk geloof te verbinden met de wereld waarin we zijn, maar waarvan we niet mogen zijn. De uitdrukking christelijk-nationaal is een aanduiding geworden van een mislukte verbinding. In Zuid-Afrika verwees ze naar de christelijke ideologie achter de apartheid, in Amerika denk ik aan de tot mislukking gedoemde ‘trumpiaanse’ verbinding van christelijk en nationaal: christelijk amerikanisme.

Onder de eerste koning Willem van Oranje kreeg Nederland een soort nationale ideologie, gebouwd op de drieslag God, Nederland en Oranje.

Onder de eerste koning Willem van Oranje kreeg Nederland een soort nationale ideologie, gebouwd op de drieslag God, Nederland en Oranje.

Uit onze eigen vaderlandse geschiedenis kennen we de combinatie van christelijk en nationaal ook. Vooral in tijden van crisis krijgt het een kans. In 1815, na het einde van de Franse bezetting van Nederland, werd de monarchie hersteld, met Willem van Oranje als eerste koning. Maar Nederland moest nog een natiestaat worden rondom normen en waarden kenmerkend voor het Nederlandse volk en vaderland. Er ontstond een soort nationale ideologie, gebouwd op de drieslag God, Nederland en Oranje. Dat blijkt wel uit het democratisch gekozen volkslied uit die tijd: ‘Wien Neêrlandsch bloed in de aders vloeit, van vreemde smetten vrij.’

Dit lied, door de dichter H. Tollens gemaakt, werd op den duur erg populair. In 1898 werd het gemoderniseerd en verdwenen bijvoorbeeld de ‘vreemde smetten’, waarschijnlijk omdat ze racistisch uitgelegd konden worden onder invloed van blanke meerderwaardigheidsgevoelens. De tweede zin werd: ‘wien ‘t hart klopt, fier en vrij’.

In 1815 was nog duidelijk dat de vreemde smetten naar Franse invloeden verwezen. Een echte Nederlander hield zich verre van Franse fratsen. Na 1945 hadden we een soortgelijke reactie ten aanzien van alles wat Duits was. En vandaag is er hetzelfde gevoel met de grote instroom van vluchtelingen: ze moeten zich als echte Nederlanders gedragen. Van hun eigen cultuur willen we zo min mogelijk zien en ruiken. Een crisiservaring versterkt nationalisme.

Natuurlijke theologie

In 1815 was één van de kernwaarden van Nederland het christelijk geloof. Daarom komen in het volkslied zinnen voor als: ‘Bescherm o, God! Bewaar den grond, waarop onze adem gaat.’ Geboren en getogen, gestorven en begraven werden we op deze grond. Het woord ‘grond’ (bloed en bodem) heeft een diepreligieuze betekenis in dergelijke christelijk-nationale ideologieën. Is uit de geschiedenis niet gebleken dat God deze grond aan juist dit volk, het Nederlandse, gegeven heeft? Vergeet de Tachtigjarige Oorlog niet! Gods voorzienigheid in schepping en geschiedenis staat hier garant voor. Theologisch gesproken is hier sprake van natuurlijke theologie.

In 1898 verdween dit onder druk van de tijdgeest en werd het ‘christelijke’ karakter impliciet. Meer dan een eeuw later blijkt het christelijk-nationale karakter van ons volk, zoals door het huidige rechtspopulisme bewierookt (‘joods-christelijke normen en waarden’), niet meer dan een schamel schaamschortje te zijn, waarachter men zijn religieuze naaktheid verbergt. Deze normen en waarden dienen hier alleen om de Nederlandse volksziel te beschermen tegen de vreemde smetten van vandaag.

De andere kernwaarde was dat God het Nederlandse volk regeerde door het Huis van Oranje. Daarom zong men van de koning: ‘Bescherm, o God! Bewaak zijn troon, op duurzaam recht gebouwd.’ Dat duurzame recht werd trouwens in de loop van de negentiende eeuw uitsluitend toevertrouwd aan het parlement. De monarchie werd parlementair. Maar duidelijk moest ‘het hart gloeien voor vorst en vaderland’. Dan was je een goede Nederlander. Vandaag de dag zijn we overigens best tevreden met de monarchie zoals die functioneert.

Dubbel paspoort

Bijbels-theologisch heb ik moeite met een te nauwe verbinding van het christelijk geloof met de één of andere volksideologie over onze nationale identiteit. Maar deze christelijk-nationale verbintenis treffen we overal in de wereld aan. Het eigen volk en land worden vooropgesteld, als een gebod van God de schepper en onderhouder. Het ‘eigene’ wordt de kernwaarde, waaraan al het andere afgemeten wordt.

Nu meen ik niet dat we alles wat ons eigen is moeten minachten, alsof het niet van belang is. We hoeven niet te ontkennen dat het christelijk geloof herkenbare sporen heeft nagelaten in onze geschiedenis en cultuur. Maar er zijn meer, ja, andere kernwaarden die we als volgelingen van Jezus Christus koesteren, ook als ze in strijd komen met nationale waarden of volkseigen normen.

Het nationale (de grond) wordt in de Bijbel duidelijk gerelativeerd. We zijn op weg naar het hemelse vaderland (Hebreeën 11:14-16). We zijn als Nederlandse christenen onderweg, maar samen met geloofsgenoten uit alle landen en volken, van elke stam en taal (Openbaring 5:9). Samen delen we normen en waarden die we aan ‘Boven’ ontlenen (Kolossenzen 3:5-25), waar onze eindbestemming is (Kolossenzen 3:1), de stad met poorten die altijd openstaan (Openbaring 21:25).

Dat het hier niet om wereldmijding gaat – om wegvluchten voor onze verantwoordelijkheid voor deze wereld, Gods wereld – mag ik als bekend veronderstellen. Christelijk-internationaal en christelijk-multicultureel staan we in het leven, als het moet ook tegenover wat ons van nature eigen is. Theologisch gesproken: in de christelijk-nationale verbintenis is sprake van een ernstig eschatologisch tekort in de geloofsbezinning. Niet de toekomst maar het verleden beheerst het heden.

Als dubbele pastpoorthouders gaat het ons om Christus eerst! Dat wakkert onze barmhartigheid met legitieme vluchtelingen aan. Dat maakt dat sociaal-economische gerechtigheid in eigen land, maar ook in de wereld, onze leidraad is in de politiek. Dat maakt ons ecologisch bewuste wereldburgers. Daarom laten we onze stem horen tegen nationalistische programma’s die christelijk opgetuigd worden, of dat nu in Amerika is of in Nederland. Ja, vooral in Nederland.

Over de auteur
Bob Wielenga

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Op weg met muziek

Op weg met muziek

Els Veurink (HR)
  • Reisbagage
  • Thema-artikelen
Zing een nieuw lied voor de HEER

Zing een nieuw lied voor de HEER

Jaap Cramer
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief