Nooit uit zicht

Maurits Oldenhuis | 18 februari 2017
  • Eyeopener

Moge de HEER u zegenen en u beschermen,
moge de HEER het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn,
moge de HEER u zijn gelaat toewenden en u vrede geven
(Numeri 6:24-26).

‘Gods zegen gewenst!’ Je zegt het tegen een ander, of het wordt tegen jou gezegd. Je beseft het niet altijd zo sterk, maar iets groters, diepers en mooiers om een ander mee te geven of om zelf te ontvangen dan de zegen van God, is er niet.

Ik neem maar gewoon mijn uitgangspunt in de zogenaamde priesterlijke zegen, de zegen die God Aäron en zijn zonen in de mond legt in Numeri 6 (zie hiernaast). De woorden zijn bekend. Ze klinken vaak aan het einde van een kerkdienst. De gemeente wordt gezegend in de naam van God. De zeggingskracht is enorm. God legt zijn hand op je hoofd. Laat het eens op je inwerken, dan kom je onder de indruk. Iets daarvan geef ik graag door.

Juweel

De zegen van Numeri 6 is niet alleen wat betreft de inhoud, maar ook wat betreft de vorm een juweel van een zegen. Er zijn drie zinnen. Het getal 3 heeft in de Bijbel vaak een bijzondere lading: het getal duidt volheid of compleetheid aan. Gods zegen is compleet en omvat heel ons leven. In het Hebreeuws telt de eerste zin drie woorden, de tweede vijf en de derde zeven. In de eerste zin zijn vijftien letters gebruikt, in de tweede twintig en in de derde vijfentwintig. Gods zegen waaiert uit. Zijn zegen roept alleen al in zijn letterlijke vorm het beeld op van armen die zich steeds hoger heffen boven je hoofd, zonnestralen die steeds intenser en warmer worden, of vleugels die zich steeds wijder uitspreiden over je leven.

(beeld PublicDomainPictures)

(beeld PublicDomainPictures)

In totaal telt de zegen vijftien woorden. Drie keer wordt de Godsnaam gebruikt: Jahwe. Dan blijven er twaalf woorden over, voor elke stam één. Aan het laatste gegeven kun je aflezen wat het betekent om door God gezegend te worden. In Numeri 6:27 zegt God: ‘Als zij mijn naam over het volk uitspreken, zal Ik de Israëlieten zegenen.’ Zegenen is Gods naam over mensen uitspreken. In het Hebreeuws staat het er nog iets sterker: ‘zal Ik mijn naam op het volk leggen’. Dat gebeurt letterlijk in deze zegen: God legt zijn naam op zijn volk.

Wanneer ben je een gezegend mens? Wij denken dan vaak aan het genieten van allerlei vormen van voorspoed en geluk. Dat is op zich niet zo gek. Ook in de Bijbel kom je tegen dat Gods zegen zich concreet kan uiten in een bloeiend gezinsleven (Psalm 128), het slagen van de oogst (Psalm 67) of het ondervinden van allerlei vormen van voorspoed (Deuteronomium 28). Maar gezegend worden gaat daar niet in op, laat staan dat gezegend worden daarmee begint. Gezegend worden speelt zich af om te beginnen in de relatie tussen God en jou. Hij legt zijn naam op jouw leven. En Gods naam, dat is Hijzelf met alles wat in Hem is. Hij verbindt zich aan jouw kwetsbare bestaan.

Woestijn

De opdracht om het volk te zegenen werd gegeven tijdens de woestijnreis. Israël was onderweg van Egypte naar Kanaän en de tocht ging dwars door de woestijn. Er loerde gevaar en soms leden ze gebrek. Op deze reis krijgen de Israëlieten de zegen van God: ‘De HEER zegent u en beschermt u.’ Gods zegen is dus een zegen voor onderweg. Daarmee is meteen gezegd dat Gods zegen niet een soort vrijwaring is tegen allerlei vormen van gevaar, nood en ontbering die je onderweg kunt meemaken. Er is onherroepelijk gevaar en nood onderweg, waar je als volk of als mens alleen maar dwars doorheen kunt gaan. Zo is ons leven, een kronkelende tocht door de woestijn van de wereld. Gezegend worden betekent niet beschermd worden tegen gevaar, maar in alles wat je meemaakt weten en geloven dat er een veilige hand boven je hoofd is, omdat de Heer zegent en beschermt.

De tweede en derde zin van de zegen vullen dat verder in. Waar gaat het vooral om als je door God gezegend wordt? Niet dat je een reis zult maken waarin je geen ongemakken ondervindt. Nee, gezegend worden is weten en geloven dat de Heer het licht van zijn gelaat over je laat schijnen, dat Hij met liefde naar je kijkt en blijft kijken.

Aäron en zijn zonen moeten het volk zegenen nadat er offers zijn gebracht. God is je goed gezind. Hij kijkt niet naar je met een frons tussen zijn ogen, beoordelend of afwijzend. Nee, zijn zegen zegt: Ik straal als Ik jullie zie, mijn ogen lichten op, mijn liefde schijnt je tegemoet. Als je Jezus leert kennen, zie je eens te meer hoe God dat doet en hoever Hij daarin wil gaan voor jou en mij: van Jezus keek Hij weg om jou en mij voor altijd met liefde te kunnen en te willen aankijken! Laat dat je op de been mogen houden op je weg door de woestijn, hoe de tocht ook verlopen zal.

Oogcontact

Opvallend in de zegen uit Numeri 6 vind ik dat tot twee keer toe het woord ‘aangezicht’ (‘gelaat’ in de NBV) wordt gebruikt. Kennelijk is door God gezien worden een belangrijk (het belangrijkste?) bestanddeel van zijn zegen.

Wij kunnen iemand met de nek aankijken. Dat betekent dat je die ander niet wilt zien, negeert, hem of haar afwijst. Oogcontact vermijden als je met iemand in gesprek bent, betekent dat je daadwerkelijk contact met de ander uit de weg gaat. In verschillende psalmen kom je tegen dat mensen vragen of God niet langer zijn ‘aangezicht wil verbergen’ (Psalm 27:9, Psalm 102:3, Psalm 13:2) of dat ze zich beklagen over het feit dat God zijn aangezicht verbergt (Psalm 44:25). Zo kan onze menselijke ervaring zijn: God kijkt mij met de nek aan, wendt zich van mij af. Je gaat kapot aan je zonden, kopje onder in allerlei vormen van leed.

Wat heeft een mens dan het meest nodig? Dat God naar je blijft kijken. ‘Laat het licht van uw gelaat over ons schijnen’ (Psalm 4:7). Dat je bij Hem in zicht bent en blijft, ook al zijn je zonden vele en is de nood hoog en niet zomaar verdwenen. De zegen in Numeri 6 belooft: ‘De HEER wendt u zijn gelaat toe.’ Vanzelfsprekend is dat allerminst, maar het zal gebeuren.

In het Hebreeuws staat er letterlijk: ‘De HEER zal zijn aangezicht verheffen.’ Dat is mooi gezegd. God tilt zijn gezicht op om jou als mens te kunnen blijven volgen. Zoals ouders van tijd tot tijd kunnen opkijken van hun bezigheden om te zien hoe met hun kind gaat en of het nog iets nodig heeft, zo ‘verheft God zijn aangezicht over ons leven’. Hij zoekt oogcontact. Als Gods zegen klinkt, dan wordt ten diepste gezegd: jij, mens, bent bij God nooit uit zicht en altijd in beeld. Dat is de veilige hand op je hoofd en de bron van alle vrede in je leven.

Om over na te denken

1. Wat betekent het voor jou om Gods zegen te ontvangen? Of als je iemand Gods zegen toewenst, met welke reden doe je dat?

2. Probeer voor jezelf te bedenken hoe je Gods zegen kunt – en misschien daadwerkelijk hebt – ervaren in je leven. Wat beschouw jij als zegen van God? Heb je ooit bescherming van God onderweg in je leven meegemaakt? Zijn er momenten in je leven geweest dat je ondervond dat God met liefde naar je keek? Waarin mis je de zegen van God?

3. Je kunt je een gezegend mens weten en een gezegend mens voelen. Ervaar jij verschil tussen beide? Welke geldt voor jou?

4. Veel mensen denken bij zegen vooral aan het ondervinden van allerlei vormen van voorspoed en geluk. Hoe is dat voor jou? Stel dat je zou moeten kiezen tussen een leven vol aards geluk maar zonder God, of een leven met allerlei tegenslag en moeite maar met God daarin – wat zou je kiezen, en waarom?

5. Gezegend worden betekent dat God je toezegt dat je bij Hem nooit uit zicht bent. In hoeverre is dat voor jou belangrijk? Op welke manier zou je hiermee iemand in je omgeving kunnen ondersteunen?

Over de auteur
Maurits Oldenhuis

Maurits Oldenhuis is predikant van de GKv Bergschenhoek.

Meest gelezen

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel
Kerknieuws juni 2026

Kerknieuws juni 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Op 15 mei is ds. Johannes Theodoor Jonkman overleden. Hij werd op 13 januari 1950 geboren in Groningen en studeerde theologie in Kampen. In 1983 werd hij door GKv Drachten Zuid-Oost uitgezonden als zendingspredikant naar Kalimantan Barat (Indonesië). In 2000 werd hij gemeentepredikant in NGK Hardenberg-Centrum, waar hij vanaf 2015 aan verbonden was als emerituspredikant. De NGK Hardenberg-Centrum telt ruim 550 leden. Binnenkort verschijnt op onderwegonline.nl een in memoriam over ds. Jonkman.

Lees artikel
Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Lyanne De Haan-Wilts
  • Kerkelijk leven
  • Professorsprofiel

Ik ontmoet Myriam digitaal. Haar vakantie is net voorbij en dat is te zien, ze kijkt ontspannen met een kop thee de camera in. Toch geeft ze aan dat vakantie iets ingewikkelds heeft. Het leven als hoogleraar is gefragmenteerd en kent een permanente druk. De rust die vakantie brengt is elke keer weer even wennen. De adrenaline van haar dagelijks leven moet eruit en ze vindt het lastig om geen grip op zaken te hebben. Tegelijk hoopt ze dat ze de rust van de afgelopen vakantie mee kan nemen in haar werk van de komende tijd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief