Gezagscultuur

Bob Wielenga | 20 april 2017
  • Blog

Van 1964 tot en met 1968 studeerde ik in Kampen aan de Theologische Hogeschool (Universiteit) van de GKv. Over deze periode schreef Johan Schaeffer onlangs een inzichtgevende studie.

De TU Kampen. (beeld Antoine.01 / CC BY-SA 3.0)

De TU Kampen. (beeld Antoine.01 / CC BY-SA 3.0)

Schaeffers boek, Verscheurd door trouw, riep allerlei herinneringen bij me op. Hij beschrijft wat in 1967-1968 plaatsvond tussen de academische senaat en een veertiental studenten. Schaeffer typeert het als een ‘studentenprotest in Kampen in de jaren zestig’. Deze typering doet denken aan de studentenprotesten in Amsterdam in die jaren, met de bezetting van het Maagdenhuis als hoogte/dieptepunt. Zouden er in het provinciaalse Kampen aan een uiterst orthodox-christelijke predikantenopleiding studentenprotesten zijn geweest? Het was een studentenprotest, maar dan wel van een geheel eigen signatuur.

Ik haal de geschiedenis van die jaren nu niet breed op. Maar juist toen kwam een al lang smeulend conflict binnen de GKv tot ontploffing. Hoe moest de Vrijmaking van 1944 beoordeeld worden? Ik typeer de beide posities even, te kort door de bocht, als heilshistorisch of kerkhistorisch. Was het ten diepste Gods werk, een genadige uitleiding van zijn volk uit het synodale diensthuis, de valse kerk naar artikel 27 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis? Of was het een al te menselijk conflict, waarin men wel goed gekozen had, maar dat men toch moest proberen op te lossen door zo mogelijk te herenigen met de Gereformeerde Kerken in Nederland? Dit conflict veroorzaakte de crisis aan de Hogeschool, waaraan Schaeffer zijn boek wijdt.

Vooral zijn analyse van de briefwisseling tussen de senaat en de protesterende studenten raakte bij mij een snaar. Hij merkt op hoe afstandelijk de toon van de brieven van de senaat aan de studenten was. Ze werden gekenmerkt door wat ik formalisme zou willen noemen.

Formalisme

De omgang tussen hoogleraren aan de ene kant en studenten aan de andere kant was strikt formeel. Ik ben geen cultuurfilosoof die dit verschijnsel in de bredere context van die tijd kan verklaren. Ik heb de indruk dat de hele cultuur toen formeel was. Er waren vaste patronen van omgang tussen gezagsdragers en burgers, werkgevers en werknemers, ambtsdragers en gemeenteleden, en dus ook tussen hoogleraren en studenten. Tegen deze verticaal gestructureerde cultuur liep men te hoop in de jaren zestig. Daarvan waren de studentenprotesten een symptoom.

Ook in Kampen leefden we in deze gezagscultuur. Christelijk onderbouwd: studenten werden geacht zich te stellen onder opzicht en tucht van de academische senaat, die door de kerken over hen was aangesteld. Het vijfde gebod klinkt hierin duidelijk door. De omgangsvormen aan de Hogeschool lagen vast in gevestigde patronen. Beleefdheid is het trefwoord hier; van gemoedelijkheid of zelfs ook broederlijkheid was geen sprake. Op de colleges werd het gedeelde geloof meer verondersteld dan dat het expliciet ter sprake kwam. Maar ik maak een uitzondering voor de preekcolleges van professor C. Veenhof.

Toch waren er wel fluisteringen van een wind van verandering, die onvermijdelijk ook Kampen zou bereiken. Zo was er veel kritiek onder studenten over het niveau van de opleiding die gegeven werd. Er kwam een studentencommissie, die overleg pleegde met de senaat over de opzet van de studie, de verplichte literatuur en andere opleidingszaken. Een begin van inspraak dus!

Briefwisseling

Het veertiental studenten schreef in die tijd een protestbrief tegen het besluit van de senaat om attesten van kerken die de roemruchte Open Brief (1966) tolereerden niet zonder meer als betrouwbaar te aanvaarden. Studenten hadden zo’n attest nodig om examen te kunnen doen. Ze gaf een getuigenis over leer en leven van de student. Maar de senaat oordeelde dat een kerk die de Vrijmaking als een kerkhistorisch feit zag, op de manier waarop de Open Brief dat deed, confessioneel onbetrouwbaar was. Een student van zo’n kerk afkomstig moest nader aan de confessionele tand gevoeld worden. Daarmee werd de kerk in kwestie als onbetrouwbaar weggezet. Dat konden deze studenten niet aanvaarden, ook niet omdat de senaat zo vooruitliep op het oordeel van het kerkverband over het lopende conflict rond de Open Brief.

Maar het gaat me om de toon van de brieven. De protestbrief van de studenten van 31 oktober 1967 was ook formeel, ja, juridisch getoonzet. Maar de brief eindigde met een hartelijke broedergroet en de bede dat de Heere de hoogleraren in deze zaak de verlichting zou geven van zijn Geest.

De antwoordbrief, die iedere student persoonlijk toegestuurd kreeg, verraadde het ongenoegen van de senaat met hun brief. Men zag het gezamenlijke schrijven als een uiting van groepsvorming en als laakbaar verzet tegen het wettige gezag aan de Hogeschool, waarvan men ten spoedigste moest terugkeren. Op de aangevoerde argumenten werd ingegaan, maar ternauwernood.

In de latere brieven die de meeste van de studenten aan de senaat schreven, werd de toon persoonlijker. Sommigen probeerden de harten van de hoogleraren te bereiken met een in de Bijbel geworteld pleidooi. Al moet gezegd dat aan het einde van deze periode, eind 1968, een enkele student de senaat scherp in Bijbelse taal aanviel. Maar toen waren er al vele senaatsepistels uitgegaan, waarin van het gedeelde geloof weinig voelbaar werd, en het voornaamste argument was dat men zich aan het wettige gezag moest onderwerpen, eventueel met behoud van bezwaren tegen het attestenbesluit.

Tijdgeest

Beide partijen in het conflict wilden trouw zijn, uiteindelijk aan de Heer der kerk. Toch heb ik de indruk dat de senaat meer door de tijdgeest werd beïnvloed dan de studenten. De verticale gezagscultuur overheerste; de horizontale protestcultuur was nauwelijks aanwezig. Maar God dank, wat toen niet mogelijk was – verzoening – blijkt nu mogelijk te zijn.

Over de auteur
Bob Wielenga

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Meest gelezen

Behulpzaam advies over omgang met groeiende diversiteit in NGK

Behulpzaam advies over omgang met groeiende diversiteit in NGK

Louren Blijdorp
  • Kerkelijk leven
  • Ruimte en richting

In de eerste aflevering van deze rubriek is aan vier intensief betrokken NGK-predikanten gevraagd hoe de synodebesluiten bij henzelf en in hun gemeente zijn gevallen. Daaruit bleekt dat er grote verschillen tussen gemeentes ontstaan. In de tweede aflevering is aan drie hoofdrolspelers ter synode toelichting gevraagd op keuzes en besluiten. In deze derde aflevering vragen we aan René de Reuver, voormalig scriba van de Protestantse Kerk in Nederland hoe hij ontwikkelingen in de NGK ziet en wat hij ons zou willen meegeven.

Lees artikel
Predikantsprofiel: Koos Jonker

Predikantsprofiel: Koos Jonker

Marinus de Jong
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

‘Het predikantschap is voor mij geen baan, het is een roeping.’ Zijn roeping loopt als een rode draad door het gesprek met ds. Koos Jonker. Hij is predikant in hart en nieren. Maar die roeping kwam niet vanzelf. Zijn Zuid-Afrikaanse accent verraadt meteen dat die weg op zijn minst één landsgrens overging. Meer dan eens ging dat als bij Mozes en Jeremia: tegen zijn eigen wil. Deze roeping geeft diepe vreugde, soms veel plezier, maar kost ook wat, zo blijkt.

Lees artikel
Kerknieuws mei 2026

Kerknieuws mei 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Kerknieuws van mei 2026 in Magazine Onderweg. Het beroep dat de gemeente van Langerak op ds. Gert Meijer uitgebracht heeft, heeft hij aangenomen. Ds. Meijer stond sinds 2017 in de NGK Zuidlaren-Kandelaarkerk. De NGK Zwolle-Plantagekerk, een gemeente met ruim 1.000 leden, heeft een beroep gedaan op ds. Reinier Kramer (46 jaar). Kramer is momenteel als enige actieve gemeentepredikant verbonden aan de ruim 1.200 leden tellende samenwerkingsgemeente CGK-NGK Deventer. Hij is sinds 2,5 jaar werkzaam in Deventer. Kramer was eerder vier jaar verbonden aan Spakenburg-Zuid en vijf jaar aan Bergentheim-De Hoeksteen. De Plantagekerk is vacant sinds het vertrek van ds. Jos Douma in 2025.

Lees artikel
Als schaduwen over de wereld vallen

Als schaduwen over de wereld vallen

Louren Blijdorp
  • Verdieping

De tijden zijn somber en ernstig. Oorlogen zijn niet meer ver weg en de wankelende wereldorde geeft een sluimerende onzekerheid. Ook in het nog altijd ongekend welvarende en vredige westen van Europa knaagt het: trollenlegers, hackers, mysterieuze drones dringen ons continent binnen. Het leidt tot groeiend onbehagen, polarisatie, bedreiging van de rechtstaat. En dan klopt ook nog de klimaatcrisis onverbiddelijk aan. Die nog veel existentiëlere dreiging die de randvoorwaarden van ons bestaan zelf bedreigt wordt haast vergeten. Maar ook die slapende reus morrelt aan de bedrieglijke rust van Noordwest-Europa.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief