Het geheimenis van Israël

0

Hoe moet je als volgeling van Jezus aankijken tegen het Joodse volk, waaruit onze Heer is voortgekomen? Christenen, ook gereformeerde, zijn daar behoorlijk over verdeeld. Koert van Bekkum vertelt van de weg die hij hierin is gegaan.

(beeld Jan Haveman)

(beeld Jan Haveman)

De vraag hoe we als christenen het Joodse volk moeten zien, dringt zich op vanuit de actualiteit. Niet omdat het jodendom hier heel present is; het aantal Nederlanders dat volgens de halacha als joods wordt beschouwd, bedraagt nog geen veertigduizend. Wel omdat onze samenleving onder sterke invloed staat van twee tegengestelde bewegingen. Aan de ene kant stempelen de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust onverminderd het publieke leven. Dat laat zich voelen, tot in de Bijbeluitleg aan toe. Aan de andere kant zijn er de dagelijkse berichten over het Israëlisch-Palestijnse conflict, de zelfbewuste presentie van de islam en de opkomst van nieuw, ook westers antisemitisme. Bovendien neemt de irritatie over de zelfbeschermende maatregelen van de staat Israël toe.

Deze tegengestelde bewegingen stellen kerken en christenen voor vragen. Zonder de staat Israël is ‘elke Jood een ongedekte cheque’, aldus Abel Herzberg. De geschiedenis van (ook christelijk gemotiveerd) geweld tegen Joden laat helaas zien dat dit inderdaad zo is. Tegelijk is Israël bijzonder – is het niet in Bijbelse, dan wel in religieuze of historische zin. Dat blijkt uit de eigen plek van het Joodse volk door de eeuwen heen, uit het voortdurende verzet tegen die uitzonderingspositie en uit het bestaan van een Joodse staat.

Maar wat betekent dit voor de houding van christenen tegenover die seculiere staat en het jodendom? Hoe moet je omgaan met de sterk versplinterde gemeenschappen van messiasbelijdende Joden, die ondanks alles steeds meer voet aan de grond krijgen, ook in Israël? Komt betrokkenheid bij Israël niet in mindering op de steun aan christenen in het Midden-Oosten, in het bijzonder Palestijnse christenen?

Die vragen kunnen kerken en christenen niet langer negeren. Zelfs de organisatie Christenen voor Israël ontkomt er niet aan tegenwoordig ook geld te reserveren voor Palestijnse christenen. Ook kerken die aandacht voor de speciale plaats van het Joodse volk zagen als een kwestie van hobbyisten en ‘Israëlgekkies’ kunnen er niet meer omheen. Dat komt door de actualiteit en de toenemende contacten met andere christenen. Maar ook omdat de Bijbeluitleg tegenwoordig meer aandacht besteedt aan het Joodse karakter van het Nieuwe Testament. ‘In gebed voor Israël’ heet een hoofdstuk in het veelgelezen boek Paulus. Pionier voor de Messias van Israël (2001) van de Kamper emeritus Jakob van Bruggen. Dat roept toch een vraag op. Zouden we misschien met Paulus wat vaker voor het Joodse volk moeten bidden?

Leesregel

Ook voor mijzelf is dit onderwerp niet altijd een levende realiteit geweest. In de vrijgemaakte wereld waarin ik opgroeide, overheerste een zeker vervangingsdenken, zij het met eigen accenten. ‘De kerk is in de plaats van Israël gekomen.’ Het Nederlands Dagblad zag de stichting van de staat Israël niet als vervulling van oudtestamentische profetieën en bekeek het Israëlisch-Palestijnse conflict vooral vanuit volkenrechtelijk perspectief.

Tegelijk sprak Aad Kamsteeg van een bijzondere leiding van God, die zijn eigen volk weer een thuis had gegeven. En op de middelbare school liet onze leraar godsdienst ons een opmerkelijk stuk van professor Jochem Douma lezen uit het boek Er staat geschreven, er is geschied (1986). Daarin maakte hij duidelijk dat ‘Israël’ in de Bijbeltekst ‘zo zal heel Israël behouden worden’ (Romeinen 11:26) echt alleen slaat op het Joodse volk, niet op de kerk.

Chiliastische visies werden wel besproken, maar verworpen. De Bijbel moet immers heilshistorisch worden gelezen. Tijdens mijn studie theologie leerde ik de waarde van deze leesregel onder meer inzien in een debat met Mart-Jan Paul over de aard van Gods beloften aan Israël in Ezechiël 37. Hoe moeten we profetie zien? Is dat een ‘woord gesproken op zijn tijd’? Of is profetie een meer precieze voorzegging van de toekomst, die allereerst letterlijk moet worden gelezen? Laatstgenoemde opvatting doet volgens mij toch echt minder recht aan de teksten.

Zouden we misschien met Paulus wat vaker voor het Joodse volk moeten bidden?

Gaandeweg kwam het Joodse volk zo duidelijker in beeld. De kennismaking met het zogenoemde ‘nieuwe perspectief op Paulus’, in de gereformeerde en evangelicale varianten van Van Bruggen en Tom Wright, maakte van alles los. Bijvoorbeeld over de leer van de rechtvaardiging. Volgens de traditionele uitleg meenden de farizeeën gerechtigheid bij God te kunnen verdienen door zich aan de Thora te houden. Maar als die houding pas ontstond toen de farizeeën Jezus afwezen als de messias van Israël, verschuift er nogal wat.

Juist voor wie de Joodse achtergrond van het Nieuwe Testament honoreert, valt veel op zijn plek. De debatten tussen Jezus en de farizeeën winnen aan scherpte. Het blijkt de treffende achtergrond van de hevige conflicten over de plek in de gemeenschap van niet-Joodse christenen. En de worsteling met Gods oordeel over de tempel wordt voelbaar. De verwoesting van die tempel maakt namelijk duidelijk dat Joden, ook diegenen die in de messias Jezus geloven, op een andere manier verder moeten. Maar hoe dan?

De Hebreeënbrief en de rabbijnse geschriften wijzen uiteenlopende wegen. En het lijkt erop dat de meer heilshistorische lezing van de Schrift, zoals we die kennen uit de Griekse vertaling van het Oude Testament en de geschriften van Flavius Josephus, in het jodendom naar de achtergrond wordt gedrukt. De dagelijkse gebeden in de synagoge kwamen in de plaats van de offers in de tempel. Meer en meer werd de Thora in het jodendom gezien als Gods tijdloze, eeuwige openbaring. Tegelijk piekerden de messiasbelijdende Joden er niet over hun Joodse leven en feesten op te geven. Dat hadden Jezus, Jakobus en Paulus toch ook niet gedaan?

Aangrijpend

Zicht krijgen op een ontwikkeling is wat anders dan het ontmoeten van levende mensen. De vraag naar de kijk op het Joodse volk werd voor mij pas echt actueel toen ik in 1998 en 2000 voor onderzoek in Israël verbleef. Nabij de wijk Mea Shearim in Jeruzalem waren de orthodoxe Joden niet weg te denken uit het straatbeeld. Ik had vrijwel dagelijks contact met veelal seculiere archeologen en historici. En de gebeden bij de Klaagmuur gaven te denken. Wat zou God met deze intense tot Hem uitgesproken gebeden doen?

(beeld Jan Haveman)

(beeld Jan Haveman)

Latere contacten met collega-Bijbelwetenschappers uit conservatieve en orthodoxe kringen gaven gelegenheid om hierover door te spreken. Bovendien maakte ik via oud-journalist Paul Hellmann kennis met een grote, vrijwel vergeten groep: de geassimileerde Joden uit Midden-Europa, die – ergens tussen jodendom en christendom in – voluit deel uitmaakten van de Europese cultuur. Toen de nazi’s toesloegen, werden ze door vrienden en kerkgenoten massaal in de steek gelaten. Het is een aangrijpend verhaal, onder meer in beeld gebracht in Hellmanns boek Irene, mijn grootmoeder (2015).

Twee constanten kenmerkten deze ontmoetingen. Allereerst blijdschap over wederzijdse belangstelling en de momenten in de geschiedenis waarop ook christenen verrassend de helpende hand toestaken. Maar ook pijn en terughoudendheid vanwege de kwalijke gevolgen van christelijk geïnspireerd antisemitisme. Velen, ook in Israël, zijn er inmiddels van overtuigd dat ze van christenen geen gevaar meer te duchten hebben. Vooral de pauselijke encycliek Nostra Aetate (1965) heeft daarin veel betekend. Maar het neemt de geschoktheid, het verdriet en de vragen niet weg.

Messiasbode

Moeten gereformeerde christenen daar wat mee? Het verleden spreekt wat dat betreft boekdelen. De Statenvertaling (1637) nam voor het Oude Testament een in Venetië uitgegeven rabbijnenbijbel als uitgangspunt. Menige uitleg van middeleeuwse rabbijnen belandde zo in de kanttekeningen. De Redelijke godsdienst van Wilhelmus van Brakel (1700) spreekt breedvoerig over de toekomst van het Joodse volk.

Het Réveil, een opwekkingsbeweging die in de kerken van de Afscheiding van 1834 veel invloed had, stond vanwege de betrokkenheid van onder meer Isaac da Costa bekend als de ‘Joodsche hervorming’. Een andere bekeerde Jood, Salomon Mozes Flesch, werd in 1846 de eerste predikant van de afgescheiden gemeente in Amersfoort. Dat was bepaald geen gemakkelijke combinatie, bleek al snel uit botsingen over zijn preken. De orthodox-Joods grootgebrachte dominee Eliëzer Kropveld hield zijn hoofd wel boven water.

In 1875 stelden de afgescheiden kerken een speciale commissie in voor de ‘zending onder Israël’. Nog weer later legden invloedrijke predikanten als Jan van Andel en Gerrit Doekes een duidelijk verband tussen de toekomstige bekering van ‘het oude Bondsvolk’ en de toekomst van de kerk.

De gereformeerde zending, onder meer via de Messiasbode, een krantje dat veel Joden in Amsterdam door de brievenbus kregen, of ze nu wilden of niet, maakte felle reacties los. ‘Men make eerst de christenen goede christenen! En richte zich dan pas tot de Joden!’ schreef opperrabbijn Justus Tal. Tegelijk sloot debat goede contacten niet uit. In de oorlog dook Tal onder bij Cornelis van Gelderen, hoogleraar Semitische talen aan de Vrije Universiteit.

Goddelijk geheim

De Shoah heeft een toch al gevoelige verhouding nog veel beladener gemaakt. Toch is dat geen reden om dan maar geen speciale aandacht te geven aan het Joodse volk. De Bijbel is geen spoorboekje voor de toekomst. Een chiliastische lezing van de oudtestamentische profetieën doet geen recht aan het specifieke en beeldende karakter ervan.

Natuurlijk is ook Paulus’ hartzeer over zijn volksgenoten en verwachting van een bekering van het Joodse volk in Romeinen 9-11 allereerst betrokken op zijn generatiegenoten. Maar doet dat iets af aan zijn visionaire blik? Paulus ziet een golfbeweging van het heil van de Joden naar de heidenen, en van de heidenen terug naar de Joden. Het is of hij Mozes’ opmerkingen uit Deuteronomium 29 over de verborgenheid van God in de geschiedenis hernieuwt. Dat geheim van Gods werk in de geschiedenis werd openbaar in de ballingschap, in de terugkeer daaruit en in het door Jezus Christus gerealiseerde nieuwe verbond. In die heilsgeschiedenis past de belofte dat Israël, op welke manier dan ook, gered wordt. En christenen uit de heidenen spelen een rol in dat heilsplan!

Het is niet gemakkelijk het open karakter van dit ‘goddelijk geheim’ (Romeinen 11:25) recht te doen. Christelijke liefde voor het Joodse volk kent tal van valkuilen. Het ontaardt zomaar in een manier om God een handje te helpen. Het kan leiden tot nieuw antisemitisme of tot veronachtzaming van Paulus’ verdriet over zijn volksgenoten en omarming van een tweewegenleer: wij komen door Jezus tot de Vader; maar de Joden waren al bij Hem en blijven dus bij Hem.

De Bijbel is geen spoorboekje voor de toekomst

 

De beeldtaal en voortgaande dynamiek van de Schrift sneeuwen zomaar onder. Dit kan uitmonden in een kritiekloze bejegening van de seculiere staat Israël en onverschilligheid tegenover christenen in het Midden-Oosten, vooral de Palestijnen onder hen. Het kan haat tegen de islam in de hand werken. Soms vergeten christenen uit de heidenen zelfs dat ze zijn geënt op de edele olijf (Romeinen 11:17) en beginnen ze Joodse feesten te vieren, terwijl God die feesten helemaal niet aan niet-Joden heeft gegeven. Of er wordt van buitenaf te snel partij gekozen in het felle onderlinge debat tussen messiasbelijdende gemeenten.

Dit neemt niet weg dat Paulus’ emotionele oproep stáát, ook vandaag. Wie in een Joods gebedenboek leest of een Thoralezing meemaakt in de synagoge, raakt hoe dan ook onder de indruk van de levende werkelijkheid die Gods spreken in de Schrift nog altijd is onder de ‘beminden om der vaderen wil’ (Romeinen 11:28), het volk van de ‘verbonden en beloften’ (Efeziërs 2:12). Dat is bijzonder. Want juist die lezing van de Thora was voor Jakobus, de broer van Jezus, een belangrijke reden om het apostelbesluit in Handelingen 15 te steunen en de medegelovigen uit de heidenen geen al te zware lasten op te leggen. ‘In haast elke stad wordt de wet van Mozes immers al sinds mensenheugenis verkondigd en op iedere sabbat in de synagogen voorgelezen’ (Handelingen 15:17). Jakobus dacht daarbij niet aan de huidige praktijk. Maar na bijna twee millennia geeft zijn uitspraak toch te denken. Zou die Thoralezing in de synagoge ergens een rol spelen in Gods heilsplan?

Zo geven de hernieuwde lezing van de Schrift, de gereformeerde traditie, de actualiteit van de kleine, maar bijzondere plek van het Joodse volk op het wereldtoneel en de blijvende plaats van de Thora in het jodendom alle aanleiding om als gereformeerde kerken apart aandacht te besteden aan het Joodse volk. Aan de TU Kampen krijgt dit vorm in enkele colleges judaïca en een themaweek over Joods Bijbellezen. Dit jaar was onder meer opperrabbijn Binyomin Jacobs gastdocent.

Vanuit de TU Apeldoorn reist men om de paar jaar zelfs af naar Jeruzalem om samen met docenten en studenten aan een rabbijnenopleiding Bijbel te lezen. Inderdaad een verrijkende ervaring, kan ik zeggen. Vorig jaar reisde ik zelf met de christelijke-gereformeerde deputaten mee naar Jeruzalem. Heel de kluwen van vragen rond kerk en Israël kwam open aan de orde. Er waren geen definitieve antwoorden. Maar vooral de persoonlijke ontmoeting, ook met Palestijnen, was onbetaalbaar.

Wat zou het mooi zijn als meer gereformeerde kerkverbanden in Nederland onbekommerd in het Centrum voor Israëlstudies participeren. Zodat er niet alleen óver Israël wordt gepraat, maar er ook met Joden en Palestijnen zelf wordt gesproken en waar mogelijk een helpende hand wordt uitgestoken.

Webtips

www.kerkenisrael.nl
www.centrumvoorisraelstudies.nl
www.yachad.nl

Leestips

Aart Brons e.a., Hoezo Israël? Gespreksstof voor bijbelkringen, Zoetermeer (Boekencentrum), 2016.

Voorgoed verbonden, een uitgave uit 2012 van het deputaatschap Kerk en Israël van de CGK, te downloaden via www.kerkenisrael.nl.

Over Israël en het Jodendom, een lesboekje voor catechese, Bijbelstudie en onderwijs, in 2012 uitgegeven door Yachad en te bestellen of te downloaden via www.yachad.nl.

C. Graafland, Het vaste verbond. Israël en het Oude Testament bij Calvijn en het gereformeerd protestantisme, Amsterdam, 1978.

Gert van Klinken, Opvattingen in de gereformeerde kerken in Nederland over het jodendom 1896-1970, Kampen, 1996.

Koert van Bekkum, Michael Mulder (red.), Hoe leest u ‘Israël’?, Barneveld (Centrum voor Israëlstudies), 2010.

E.J. Oostland en H.J. Siegers, Kerk en Israël. Ontwerp voor een gereformeerde visie, uitgave van Yachad, te downloaden via www.yachad.nl.

Lou Evers en Jansje Stodel, Jodendom in de praktijk. Een heldere uitleg, Amsterdam (Boekerij), 2011.

R.T. Kendall en rabbi David Rosen, De Christen en de Farizeeër, Doorn (Het Zoeklicht), 2015.

Kijktip

Terug naar Jeruzalem, een film van Aad en Dirk Kamsteeg, gemaakt voor Yachad en te downloaden via www.yachad.nl.

Delen.

Over de auteur

Koert van Bekkum (GKv) is universitair docent Oude Testament aan de TU Kampen.

Laat een reactie achter