Thijs Tromp: ‘Zonder deze mensen begrijp ik het evangelie niet’

0

Voor inclusief kerk zijn bestaat geen theorie. Je begrijpt het alleen door als mensen met en zonder een beperking met elkaar in gesprek te gaan en over die ontmoetingen te vertellen, zegt theoloog en Reliëf-directeur Thijs Tromp.

Thijs Tromp (47) woont in Kampen, samen met Janine en hun tienerkinderen. Hij is directeur van de christelijke vereniging voor zorgverleners Reliëf. Tromp studeerde theologie aan de theologische universiteiten in Kampen (Broederweg en Oudestraat) en promoveerde in de narratieve ethiek.

Het nadenken over de plek van mensen met en zonder een beperking in de kerk wordt wel de ‘theologie van de beperking’ genoemd. Vorig jaar verscheen bij uitgeverij Boekencentrum Zalig de zachtmoedigen, een bundel opstellen van de Amerikaanse theoloog Stanley Hauerwas en De Ark-oprichter Jean Vanier. De Ark, waar mensen met en zonder een beperking samenwonen, werd bij het grote publiek bekend door bewoner Henri Nouwen. Thijs Tromp volgt alles met belangstelling, maar krijgt er soms ook moeilijk de vinger achter. Alleen door verhalen te vertellen snapt hij weer waar inclusie over gaat.

Thijs Tromp: 'In hun verlangen naar gemeenschap zijn mensen met een handicap voor mij een voorbeeld.' (beeld Maarten Boersema)

Thijs Tromp: ‘In hun verlangen naar gemeenschap zijn mensen met een handicap voor mij een voorbeeld.’ (beeld Maarten Boersema)

Wat is inclusie?
‘Inclusiviteit is een modewoord. De samenleving wil inclusief zijn, want iedereen moet meetellen. We willen niet in wij-zij, maar in wij denken. Nederland ratificeerde in 2016 het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een beperking. We zetten ons dus in om mensen met een handicap een volwaardig leven rond werken, wonen en gezondheid te geven.

Tot zover het idealistische verhaal. Want er komt maar weinig van terecht. Nederland is een exclusieve samenleving waarin de tweedeling overal te vinden is: tussen mannen en vrouwen, homo’s en hetero’s, hoog- en laagopgeleiden, blanken en zwarten en beperkten en niet-beperkten. Het valt niet mee om in onze samenleving die kloven te overbruggen.’

Zijn die kloven er ook in de kerk?
‘Ja, want ook de kerk is beïnvloed door onze liberale samenleving. We denken in doelgroepen en netwerken gebaseerd op eigenbelang. We zien de kerk als een plek waar we iets kunnen halen. Maar de kerk heeft al heel lang geleden een “inclusieverdrag” geratificeerd. Inclusie maakt deel uit van de wet van Mozes. Het volk Israël moest goed zorgen voor vreemdelingen, armen, weduwen en wezen. En ook in het verhaal van de krachtpatser Kaïn en de kwetsbare Abel zie je dat God zich identificeert met het kwetsbare. Als Kaïn bang tegen God zegt dat hij nu vogelvrij over de wereld moet zwerven, geeft God hem een teken: inderdaad, jij bent nu ook kwetsbaar, maar juist daarom sta Ik nu ook achter jou.

Die “voorkeur” van God is een lijn die je in de hele Bijbel ziet, ook bij de profeten en bij Jezus zelf. Hij had bijzondere aandacht voor mensen met huidvraat, gescheiden vrouwen en prostituees. Die voorkeur verwijst naar wat er gaat gebeuren na zijn opstanding. De opstanding van Christus is een tweede ratificatie van universele inclusie. God zegt daar: de dood van mijn Zoon heeft niet het laatste woord, vanaf nu zijn álle mensen welkom om rechtstreeks bij Mij te horen.

In Christus vallen alle verschillen tussen mensen weg, zie ook Galaten 3:28. Inclusie is dus essentieel. Denk ook aan de barmhartige Samaritaan. Het verhaal gaat niet zozeer over zorgen voor je naasten, maar vooral over twee mensen met totaal verschillende achtergronden die elkaar ontmoeten in het lijden. Het gaat niet over zorg, maar over inclusie. Wie is hier geholpen? Beiden. De Samaritaan heeft iets geleerd van deze kwetsbare man.’

Wat dan?
Tromp denkt na. Na een korte stilte: ‘Misschien is dat het geheim van inclusie. We denken vaak aan mensen die zorg nodig hebben omdat ze iets mankeren: autisme, dementie of het syndroom van Down. We moeten goed voor hen zorgen, denken we dan. Maar het opmerkelijke is dat vooral de zorgverleners iets ontwapenends ervaren: intimiteit, medemenselijkheid. Veel zorgverleners vertellen je vooral wat het contact met de ander hun gegeven heeft. De Samaritaan is blij dat hij de man kon helpen, hij belooft zelfs terug te komen als het nodig is.’

‘We noemen ze weleens “bijzondere mensen”,
maar juist dat kan pijnlijk overkomen’

Is het feit dat juist een Samaritaan de Joden tot voorbeeld wordt gesteld een teken van inclusie?
‘Jezus maakt van hem, een outsider, een voorbeeld. Mensen met een beperking hebben vaak het idee dat ze er niet bij horen. Onderschat dat niet! Je stuit vaak op een diepe pijn van uitgesloten zijn en niet normaal zijn. We noemen ze weleens “bijzondere mensen”, maar juist dat kan pijnlijk overkomen. Ze willen juist niet bijzonder, maar normaal zijn. Bovendien zijn “normale” mensen ook niet zo normaal. We hebben allemaal onze kwetsuren en zijn allemaal bang om afgewezen en uitgesloten te worden.

De ontmoeting met mensen met een beperking kan ons helpen om onze eigen angsten onder ogen te zien, omdat zij er zelf zo open over zijn. Het verlangen naar erkenning ligt bij hen zo dicht onder de oppervlakte dat je jezelf erin herkent.

Onlangs gaf ik een workshop aan gemeenteleden met en zonder een beperking van de GKv Amersfoort-Vathorst. Die kerk is onderdeel van Hart van Vathorst, waar mensen met hersenletsel, het syndroom van Down en dementie wonen. Iemand zei: “Wij, mensen mét beperking, hebben het makkelijker, omdat je aan ons ziet dat we een beperking hebben. Bij jullie zie je het niet.” Iemand zonder beperking antwoordde: “Je hebt gelijk, ik vind dat heel eng om te laten zien.” Ik dacht: wauw, we hebben elkaar leren kennen in onze kwetsbaarheid. Dát is het geheim van de gemeente van Christus.

Het lichaam van Jezus is een kerk vol kwetsbare en beperkte mensen, die elkaar liefhebben vanwege hun beperking. Dat is mysterieus. Vanuit dat geheim begrijp ik de rest van het geloof. Ik heb deze ervaring van ontmoeting met kwetsbare mensen nodig om het hele evangelie te begrijpen. Zonder hen begrijp ik er geen bal van!’

‘Aan ons zie je dat we een beperking hebben. Bij jullie zie je het niet’

Waarom is hun aanwezigheid in de kerk zo essentieel voor het begrijpen van het evangelie?
‘De kern van het evangelie is: ik ben geliefd zoals ik ben en ik hoef me dus niet anders voor te doen. Maar dat is niet voor iedereen gemakkelijk: we doen ons wél anders voor en we durven ons juist niet kwetsbaar op te stellen. Vanwege die angst verbergen we ons en zijn we onzeker of we wel geliefd zijn zoals we zijn.

Mensen met een handicap geven ons de moed om ook kwetsbaar te zijn. Ze zijn niet heilig, maar in hun verlangen naar gemeenschap zijn ze voor mij een voorbeeld. Ik heb contact met mensen met dementie. Bij hen voel ik mij reuze op mijn gemak, omdat zij niet geïnteresseerd zijn in mijn blabla, mijn camouflagetechniek. Ze zijn totaal niet geïnteresseerd in mijn maatschappelijke positie of dat ik gepromoveerd theoloog ben. Ze willen soms graag mijn handen vasthouden, omdat ik zulke warme handen heb.’ Glimlachend: ‘Terwijl ik eigenlijk helemaal niet zo’n aanrakerig type ben.

Ons diepste verlangen is niet onkwetsbaarheid, maar geliefd zijn zoals we zelf zijn. Dat zit in die lange Bijbelse lijn die loopt van Kaïn, via de wet en de opstanding van Jezus naar de kerk. Het zit dus in het DNA van de christelijke kerk. Als ik mezelf zo hoor praten, denk ik weleens: moet ik toch geen dominee worden?’

Thijs Tromp: 'Je moet verschillen tussen mensen niet wegpoetsen. Sommige mensen kunnen bepaalde dingen beter dan anderen.' (beeld Maarten Boersema)

Thijs Tromp: ‘Je moet verschillen tussen mensen niet wegpoetsen. Sommige mensen kunnen bepaalde dingen beter dan anderen.’ (beeld Maarten Boersema)

Je zou een preekconsent kunnen aanvragen…
‘Preken is een behoorlijke uitsluitende activiteit. Als vrijgemaakt-gereformeerde maak ik iedere zondag een aangepaste dienst mee, speciaal voor mensen zoals ik, die abstract kunnen denken, verbaal zijn ingesteld en met verstand behept zijn. Maar het gros van de gemeenteleden is minder verbaal ingesteld, heeft een lager concentratievermogen en een ander abstractieniveau. Die zijn meer op rituelen dan op woorden gericht. De taal in onze kerk is exclusief, voor de hogeropgeleide, abstract denkende, verbale mens.

De kerk is meer dan alleen de kerkdienst, maar toch vraag ik me af: hoe kunnen we een kerkdienst inclusiever maken, zodat we echt vieren dat we bij elkaar horen? Dan moeten we meer talen spreken. De taal van muziek, stilte en rituelen is bijvoorbeeld beter toegankelijk. In elk geval vind ik dat we terughoudend moeten zijn met aangepaste diensten voor gehandicapten. Iedere dienst zou ingericht moeten worden vanuit de toegankelijkheid voor de leden die de meeste zorg verdienen.’

In de oecumenische gemeente Het Erfdeel in Meppel kon een man met een verstandelijke beperking diaken worden. Wat vind je daarvan?
‘Inclusie gaat over mensen met een beperking, dus over álle mensen in de gemeente. Maar aan deze romantische en tranentrekkende uitspraak kleeft het risico dat we de verschillen uitwissen. Iemand met dementie is echt heel anders dan iemand die dat niet is. Iemand met een ernstige verstandelijke beperking die alleen maar kan schreeuwen om zich te uiten, is echt anders dan ik. Inclusie is het erkennen van het verschil. Dus als een man met Down ambtsdrager wil worden, zou ik hem op dezelfde manier behandelen als iemand anders die dat vraagt.’

Alleen vraagt nooit iemand dat.
‘Inderdaad! Veel mensen hebben geen tijd voor het ambt. Misschien zegt deze man met Down: ik heb wél tijd om aandacht te geven aan anderen. Maar misschien bedoelt hij ook wel: ambtsdragers zijn de belangrijkste mensen in de kerk, ik voel me onbelangrijk, ik wil óók belangrijk zijn. Wie zal het zeggen? We moeten in elk geval goed luisteren naar de vraag achter de vraag. Zijn wij mensen zonder tijd? Zijn wij mensen die gehecht zijn aan status? Een goed gesprek hierover is de essentie van inclusief kerk zijn. De uitkomst ervan is bijzaak.

In zijn algemeenheid vind ik dat je verschillen tussen mensen niet moet wegpoetsen. Sommige mensen kunnen bepaalde dingen beter dan anderen. De Geest geeft diverse gaven. Wij draaien het om: wij maken een plan en kijken vervolgens welke gaven er beschikbaar zijn. Een gave is geen talent, maar een mens. In de gemeente van Christus krijgen we mensen cadeau van de heilige Geest. Dan is de vraag: wat wil de Geest met deze mens? Denk vanuit wat je krijgt en niet vanuit de gegeven situatie.’

Het gevaar bestaat om inclusief kerk zijn te romantiseren. Niet iedereen vindt het makkelijk om met mensen om te gaan die anders zijn dan zij of die veel zorg nodig hebben.
‘Mensen zijn vaak angstig. Ze zijn bang dat een apparaat gaat piepen en dat ze niet weten wat ze dan moeten doen. Of dat ze niet weten wat ze moeten zeggen. Maar daarmee is de ander juist een cadeau voor je, omdat hij je zicht geeft op je eigen angsten. We vergeten vaak dankjewel te zeggen. Tijdens de workshop in Vathorst zei een bewoner tegen andere gemeenteleden: “Jullie zijn soms ook een beetje vreemd voor ons!”

Mogen mensen met een verstandelijke beperking belijdenis doen? Mogen ze ouderling worden? Mogen mensen met een psychiatrische achtergrond bepaalde functies doen? Hoe ver gaan we? Inclusie zegt: de uitkomst is niet interessant, het gaat om de ontmoeting waarbinnen we deze vragen bespreken. Het gaat om kleine, echte ontmoetingen tussen concrete mensen, in het vertrouwen dat de Geest ons zal leiden. Als Jean Vanier gevraagd wordt wat inclusie is, zegt hij altijd dat hij het niet weet. Er is geen theorie over. Maar door te vertellen over ontmoetingen met mensen wordt het hem steeds weer duidelijk.’

Delen.

Over de auteur

Sjoerd Wielenga (GKv) is zelfstandig journalist, tekstschrijver en eindredacteur.

Laat een reactie achter