Wie dit leest, is schepsel

0

Wat betekent dat: schepsel zijn in Gods grote schepping? Het maakt je klein, schrijft Jeroen Sytsma, maar ook groot. Het laat je ontdekken dat je jezelf tot raadsel bent. En vooral: het leert je leven in afhankelijkheid. Van genade.

Ik begin met vijf vragen. Hoeveel verschillende soorten botten heb jij in je lichaam? Als je al je bloedvaten achter elkaar legt, hoeveel kilometer is dat dan? Hoeveel hersencellen heb je? Waarom draag je een sjaal in de winter? Waarvoor dient je alvleesklier? De antwoorden: 206; 100.000; 100 miljard; om je hals; weet ik niet, zoek zelf maar op.

Dit artikel gaat over de Bijbel en schepping, schepper, schepsel. Uit de overvloed aan materiaal dat de Bijbel biedt, kies ik vooral het nu: dit moment dat jij deze woorden leest, en dat daarmee bewijst dat je een uitermate bijzonder schepsel bent. Je bent stof dat leeft.

Wat weet je eigenlijk over jezelf als schepping? Hoeveel antwoorden had je goed? Kon je lachen om vraag vier? En wat zegt het over God dat Hij de humor schiep? Weet jij wel waar je alvleesklier voor is? Eén van de ontdekkingen van schepsel zijn is dat je jezelf tot raadsel bent. Je weet maar zo weinig van jezelf. Dat maakt klein.

Grassprietjes zijn kleine kerktorens:
ze wijzen naar boven, naar hun schepper

Wat je leest, is trouwens ook schepping. Deze OnderWeg is met inkt gedrukt op papier. Ook hier loop ik meteen tegen de grenzen van mijn kennen aan. Vroeger was inkt een natuurproduct. Is dat nog steeds zo? Papier is zeker een natuurproduct, met houtvezels als basis.

Je hebt met dit tijdschrift nog veel meer schepping in handen. Een redactie met ogen, oren, stembanden, hersens en vingers om te typen heeft deze OnderWeg gemaakt. De postbode bezorgde het vervolgens middels een ingenieus distributiesysteem, afhankelijk van snelle computers, bedacht door mensen en, hoe onstoffelijk ‘digitaal’ ook klinkt, uiteindelijk net zozeer stof en schepping als jijzelf.

Grassprietje

Schepsel zijn is leven in afhankelijkheid, en daarmee een oefening in leven van genade. Paulus schrijft in 1 Korintiërs 4:7: ‘Wie denkt u dat u bent? Bezit u ook maar iets dat u niet geschonken is?’ Hij wijst christenen terecht die trots waren op hun geestelijke gaven. Christen zijn is leven van wat God geeft. Maar dat begint niet pas bij het geestelijke leven. Ook het stoffelijke leven is geschonken. In Christelijke Dogmatiek van Van den Brink en Van der Kooi heet het mooie hoofdstuk over de schepping treffend ‘Het geschonken bestaan’.

Leven in afhankelijkheid en ontzag. God aanbidden om een grassprietje, omdat dat grassprietje vele malen complexer is dan wat mensen kunnen maken. Bovendien ben jij afhankelijk van die grasspriet, en van haar kleine zusjes (algen, 0,1 millimeter) en grote broers (reuzensequoia, 115 meter). Planten hebben bladgroen en daarmee kunnen ze de energie van de zon vastleggen in bouwstoffen, die wij binnenkrijgen als we groente en fruit eten. Verder maken planten zuurstof van de kooldioxide die wij uitademen, en dus raakt de zuurstof niet op. Bezit jij ook maar één zuurstofmolecuul die je niet geschonken is? Grassprietjes zijn kleine kerktorens: ze wijzen naar boven, naar hun schepper.

Leven van genade. Het bepaalt je bij de grootheid en de kleinheid van de mens. Grootheid, want God vindt jou groots genoeg om in genade naar je om te zien. Kleinheid, want genade is onverdiende liefde, je krijgt het zelf niet voor elkaar.

Deze twee tonen kom je ook in de Bijbel tegen als het om schepsel zijn gaat. De grootheid in Psalm 8: ‘U hebt de mens bijna een god gemaakt, hem gekroond met glans en glorie, hem toevertrouwd het werk van uw handen.’ De kleinheid in Jesaja 40: ‘Wie heeft het stof van de aarde met een maatlepel afgepast? (…) In Gods ogen zijn de volken als een druppel aan een emmer, als een stofje op een weegschaal.’

Kinderboerderij

‘Groot zijn Gods werken en zeer goed. Wie vreugde schept in wat God doet, moet ze nauwkeurig onderzoeken’ (Psalm 111:1 berijmd). Dat laatste hebben mensen gedaan. Met als gevolg dat er een groot verschil is tussen wat wij nu weten over de schepping en wat men in Bijbelse tijden wist. Gods wereld blijkt bijna oneindig veel groter, diverser, gevaarlijker en onbegrijpelijker dan uit het scheppingsverhaal in Genesis 1 blijkt of mensen in die tijd konden weten.

Groter: denk aan de miljarden lichtjaren waarmee sterrenkundigen rekenen.

Diverser: er zijn misschien wel vier miljoen verschillende soorten kevers wereldwijd en alleen al in Nederland zijn er 4.000 verschillende soorten paddenstoelen.

God is niet de aardige eigenaar van de kinderboerderij. Hij is God

Gevaarlijker: een meteoriet van een kilometer groot zou het huidige leven op aarde grotendeels kunnen verwoesten, de aardappelschimmel veranderde in de negentiende eeuw de geschiedenis van Ierland ingrijpend.

Onbegrijpelijker: denk aan de quarks en higgsdeeltjes waar atomen uit bestaan. En denk aan de dinosauriërs die we hebben opgegraven; onvoorstelbaar gewelddadig, zoals de tyrannosaurus rex, en onvoorstelbaar groot, zoals de argentinosaurus (40 meter lang, 80.000 kilo zwaar, 2.000 kilo gras per dag). Nu uitgestorven, samen met tienduizenden andere diersoorten, lang voor er mensen op aarde leefden.

Zijn God en dinosauriërs met elkaar te rijmen? In het Bijbelboek Job vertelt God trots hoe knap de leeuw op zijn prooi jaagt. Psalm 104 vertelt hoe God speelt met Leviatan, symbool voor de zeemonsters. En bedenk dat het allergrootste dier dat ooit leefde vandaag nog steeds in de oceaan rondzwemt: de blauwe vinvis, 140.000 kilo, met slagaders van een halve meter doorsnee.

Dino’s plaatsen ons voor vragen. Vragen over de schepping. Vragen over de schepper. Maar die vragen zijn ook heilzaam. Ze kunnen het beeld van God dat je gemaakt hebt flink door de war schudden. God is niet de aardige eigenaar van de kinderboerderij. Hij is God.

Gods wereld blijkt bijna oneindig veel groter, diverser, gevaarlijker en onbegrijpelijker dan uit het scheppingsverhaal in Genesis 1 blijkt. (beeld Rich Carey/Shutterstock)

Gods wereld blijkt bijna oneindig veel groter, diverser, gevaarlijker en onbegrijpelijker dan uit het scheppingsverhaal in Genesis 1 blijkt. (beeld Sergey Nivens/Shutterstock)

Indianen

Een ander verschil met Bijbelse tijden is hoeveel we weten en ervaren van het kwaad dat mensen de schepping kunnen aandoen. We jagen de grondstoffen van deze aarde er zo snel mogelijk doorheen, want daar verdienen we aan. En de kosten om de vervuiling ervan op te ruimen, wentelen we zo veel mogelijk af op anderen. ‘Wij lijken op mensen die een boomhuis maken van de wortels van de boom waarin ze leven’, zei Dave Bookless, oprichter van A Rocha, een paar jaar geleden in het Nederlands Dagblad.

Wie had ooit kunnen denken dat wij mensen in staat zouden zijn om met ons gedrag de gemiddelde temperatuur op aarde te laten stijgen? Tegelijkertijd: als we in 150 jaar de complete wereldwijde voorraad van fossiele brandstoffen erdoorheen jagen, hoe kunnen we dan ooit denken dat we daardoor niet in de problemen komen?!

Ook de mens is niet de aardige eigenaar van de kinderboerderij, die het uiteindelijk goed voor heeft met de schepping. De geschiedenis leert dat de mens, zodra hij daar de kans toe krijgt, verwoestend is voor de schepping. Het is bijvoorbeeld een sprookje dat indianen van nature in harmonie met de natuur leefden. Zodra ze geweren hadden, schoten ze meer bizons dood dan erbij kwamen. En het prachtige Kenia is sinds de beschikbaarheid van goedkoop plastic in korte tijd veranderd in een grote stortplaats van zwerfplastic, zoals ik in november 2016 geschokt moest vaststellen.

Uitvinding

Een prachtige psalm over de schepping is Psalm 104. De mens is daar schepsel tussen de andere schepselen. Vers 24 is een soort uitkijktoren vanwaaruit de hele psalm te overzien is: ‘Hoe talrijk zijn uw werken, HEER! Alles hebt U met wijsheid gemaakt, vol van uw schepselen is de aarde.’

In de psalm worden veel van die werken genoemd, van licht, hemel en wateren via wilde ezels en ooievaars tot en met aardbevingen en vulkanen. Bij veel ervan is God de God van de grote getallen: 1 miljard sterrenstelsels die elk 1 miljard sterren bevatten; miljarden bacteriën in een stel gezonde darmen; 2.000.000.000.000.000.000.000 watermoleculen (21 nullen) in één waterdruppel. Hoe talrijk zijn uw werken, Heer!

Onder die talrijke werken van God staan er vier die niet alleen door God geschapen zijn: brood, wijn, olie en schepen. Voor alle vier is nog iets anders nodig: de intelligentie van de mens. Toch krijgt in Psalm 104 God alle eer voor deze zaken. En terecht. Want Hij schiep ook die intelligentie. Ik denk zelfs dat dit het allerknapste is dat God gemaakt heeft: God kon iets bedenken wat ook zelf weer dingen kon bedenken. De hersens van een uitvinder zijn Gods grootste uitvinding.

Wat nou ‘de zee, daar wemelt het zonder tal’? Ik wil goedkoop vis eten

Er valt nog iets op in deze psalm. Maar voordat het je opvalt, moet je bedenken in welke tijd de psalm geschreven is: 3.000 jaar geleden, een tijd waarin je je leven constant moest bevechten op gevaarlijke dieren, een tijd vol schimmels en insecten die je oogst vernietigden. In zo’n landbouwsamenleving gold: mooie dieren zijn nuttige dieren. Naar vogels keek je niet door een verrekijker, maar langs je pijl en boog.

Maar dan Psalm 104. De psalm bezingt de grootheid van God met heel wat dieren waar geen mens wat aan had of die zelfs gevaarlijk waren: wilde ezels, ooievaars, klipdassen, steenbokken, leeuwen en de al genoemde Leviatan. De schepping is niet mooi omdat wij er wat aan hebben, zelfs niet omdat wij iets mooi zijn gaan vinden. De schepping is prachtig omdat het Gods schepping is. Hoe talrijk zijn uw werken, Heer!

Nest

‘Alles hebt U met wijsheid gemaakt.’ Ooit las ik dat voor een cartridge 25.000 verschillende patenten aangevraagd zijn. Als je voor zo’n zwart doosje met inkt al zo veel wijsheid nodig hebt, hoeveel heeft God dan wel niet nodig gehad voor heel zijn schepping? Daar kun je je als mens geen voorstelling van maken. God is zoveel groter en wijzer dan wij beseffen!

In Psalm 104 wordt Gods wijsheid vooral bezongen in de samenhang van de schepping: het regent op de bergen, de beekjes brengen het water naar het dal en daar kunnen mensen graan verbouwen op vruchtbare grond. God maakte de enorme bomen van de Libanon, en dat is dan weer de ideale plek voor de ooievaar om een nest te bouwen.

Gods wijsheid komt uit in hoe al die dieren en planten van elkaar afhankelijk zijn, hoe de schepping één groot geheel is. Dat is een uitdaging aan de mens om de schepping te onderzoeken. Tegelijk is het een waarschuwing: het gaat fout als wij de balans in de schepping verstoren. De opwarming van de aarde is er het meest schrikwekkende voorbeeld van. Wat voor monster hebben wij wakker gestookt? Niemand die het weet.

Belediging

Wanneer heeft God de wereld geschapen? Het is een vraag waar heel veel over gesproken en geschreven is. 6.000 jaar geleden? 13,5 miljard jaar geleden? Psalm 104 heeft een verrassend antwoord: vandaag! Want toen gingen de goudsbloemen in de tuin voor het eerst bloeien. En drie weken geleden. Want toen gingen de eerste jonge boerenzwaluwen naast elkaar op het prikkeldraad zitten (zich nog niet bewust van het feit dat ze over vier maanden in Zuid-Afrika zijn). God schept steeds weer opnieuw. Zo zingt Psalm 104 erover in vers 30: ‘Zend uw adem en zij worden geschapen, zo geeft U de aarde een nieuw gelaat.’

Vol van uw schepselen is de aarde! En met die aarde en met veel van die schepselen gaat het helemaal niet goed. Veel natuurgebieden verdwijnen, duizenden soorten planten en dieren sterven uit. Het heeft veel te maken met hoe wij leven. Wat nou ‘bomen van de HEER’? Ik wil goedkope hardhouten tuinmeubels, dus haal neer die woudreus. Wat nou ‘de hoge bergen zijn voor de steenbokken’? Ik wil op wintersport en de schade aan de natuur zal mij een zorg zijn. Wat nou ‘de zee, daar wemelt het zonder tal’? Ik wil goedkoop vis eten, maakt mij het wat uit dat de zeeën steeds leger worden.

Ik hoop dat je juist als christen door Psalm 104 aangesproken wordt, dat je er enthousiast van wordt, en ervan schrikt. Christenen hebben veel te vaak gedacht: als ik maar in de Heer Jezus geloof, dan komt het wel goed met mij; al dat gedoe rond de natuur is iets voor ongelovigen, en helpen doet het toch niet. Die gedachte is een grote belediging en miskenning van de drie-enige God. Van God de schepper en Vader van alle dingen, die alles met wijsheid heeft gemaakt. Van God de Zoon, ‘door wie en voor wie alle dingen geschapen zijn’ (Kolossenzen 1), en die jou bepaalt bij je zondige, egoïstische hart en voor die zonden heeft willen sterven. Van God de heilige Geest, die je hart wil vernieuwen en je wil helpen om beter te leven, met meer liefde, meer aanbidding, meer zorg, meer erkenning voor wat van God is.

Leef als schepsel. Verwonder je over de creativiteit en uitbundigheid van God. Neem eens de tijd voor de huismussen in je achtertuin. Oefen met minder: minder vlees, minder auto, minder kleding. Oefen met meer: meer genieten van wat je hebt, omdat het geschapen is. Kun jij een navelsinaasappel eten en niet in God geloven? Houd je ogen en oren open. Ook als je in de spiegel kijkt. Je bent schepsel, een Godswonder. En je alvleesklier werkt, óók als jij geen idee hebt waarvoor eigenlijk.

Leestips

Hanna Holwerda, Struinen door de schepping. Bijbels natuurboek, Heerenveen (Columbus), 2017.

David Bookless, ‘“Let everything that has breath praise the Lord.” The Bible and biodiversity’, in: Cambridge Papers, jaargang 23 nummer 3 (september 2014), www.jubilee-centre.org/bible-and-biodiversity.

Webtips

nederland.arocha.org/nl

Delen.

Over de auteur

Jeroen Sytsma is predikant van de GKv Middelburg.

Reacties zijn gesloten.