Column: Gebedsgenezing

Esther Spiering-de Hek | 30 september 2017
  • Column

Deze zomervakantie bezocht ik voor het eerst in mijn leven een gebedsgenezingsdienst. U weet misschien wel, die bijeenkomst tijdens de New Wine Zomerconferentie die de krant haalde vanwege een predikant die van een scoliose genezen zou zijn.

Het eerste deel zat ik met een kop koffie in de tent ernaast. Op een groot scherm zag ik voorganger Wilkin van de Kamp druk doen, alsof de power uit zijn tenen moest komen. Ik zeg u eerlijk: mijn voorliefde heeft Gods zachte aanwezigheid in de wind, zoals bijvoorbeeld Elia Hem in 1 Koningen 19 ontmoette. Dat Hij juist in de stilte – ongehoord en ongezien voor iedereen – de wonderlijkste dingen doet, bekoort mij.

Toen was mijn koffie op en zat ik daar alleen aan het tafeltje. Ik moest denken aan wat m’n zus de dag ervoor gezegd had: ‘Ik loop nergens voor weg en ga aan alles meedoen.’ Dus zat ik een paar minuutjes later naast haar, achter in de grote tent waar inmiddels bij het podium intens gebeden werd voor de genezing van groepjes mensen.

Ik voelde me klein, de zwakste schakel in een keten

De claim dat wie maar genoeg gelooft en bidt om genezing ook zál genezen, is de achilleshiel van de gebedsgenezingsdienst, vrees ik. Dominante gebedsgenezers, succesverhalen die mank gingen en een te hoog eventgehalte wekten – terecht – argwaan. Maar zo verdween helaas wel het kind met het badwater, ook bij mij.

Daarom stond ik even later ongemakkelijk met mijn hand op de schouder van Daniël. Hij was opgestaan toen gevraagd werd wie er voor zich wilde laten bidden. ‘En degenen die om jou heen zitten, gaan dat voor je doen!’ Pardoes werd het om ons heen leeg, maar wij waren gebleven en gingen bij Daniël staan. Ik voelde me klein, de zwakste schakel in een keten, maar juist daarom volledig afhankelijk toen ik stuntelend aan God vroeg om Daniël te genezen.

Geraakt liepen mijn zus en ik de tent uit. ‘Wat is jou nog van dat moment bijgebleven?’, appte ik haar laatst. ‘Het heeft mij geholpen de schaamte voorbij te komen’, appte ze terug. ‘Als het nu op mijn pad komt, doe ik het weer.’

Over de auteur
Esther Spiering-de Hek

Esther de Hek is tekstschrijver en hoofdredacteur van OnderWeg.

Meest gelezen

Het publieke spreken van de NGK tegenover radicaal-rechts

Het publieke spreken van de NGK tegenover radicaal-rechts

George Harinck
  • Verdieping

De Raad van Kerken heeft in april van dit jaar het rapport ‘De weg van discipelschap. De omgang van de kerken met radicaal-rechts gedachtegoed’ gepubliceerd. Daarmee beweegt de raad zich in het spanningsveld van kerk en politiek. Hoe deden kerken dat in het verleden en hoe moeten we in dat licht dit rapport bezien? Deze vraag is mede interessant omdat de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK) sinds 2025 lid zijn van deze raad. 

Lees artikel
Trouw en gedeelde pijn – gemeente-zijn na een fusie

Trouw en gedeelde pijn – gemeente-zijn na een fusie

Cors Visser
  • Alphen tot Ommen
  • Kerkelijk leven

Een bescheiden, trouwe gemeente met een gedeelde pijn en gedeeld verlangen om kerk te zijn in het dorp; dat is de NGK in IJsselmuiden. Het dorp kijkt uit over de IJssel naar wat ooit het gereformeerde Mekka was: Kampen. 

Lees artikel
Misschien heeft men in deze streken geen ontzag voor God…

Misschien heeft men in deze streken geen ontzag voor God…

Jos Colijn
  • Leespreek

Deze preek van dr. Jos Colijn (tot voor kort werkzaam als universitair docent Interculturele theologie aan de Theologische Universiteit in Utrecht) heeft een spannend onderwerp dat de gemoederen verhit: migratie. Aan de hand van het Bijbelse verhaal over Abraham en Sara die in Gerar een veilig heenkomen zoeken, laat Colijn zien dat er geen gemakkelijke antwoorden zijn als het over migratie gaat. Nee, Genesis 20 gaat niet over onze migratieproblematiek, maar er valt wel veel te leren over onze positie als vreemdeling op aarde en de manier waarop we omgaan met vreemdelingen bij ons in de straat.

Lees artikel
Wat doe jij hier?

Wat doe jij hier?

Gayle Doornbos
  • Column

Tijdens mijn eerste twee jaar aan Dordt University – de christelijke universiteit in Iowa waaraan ik doceer – begroette een van mijn collega’s van de vakgroep theologie mij met de vraag: ‘Gayle, wat doe jij hier?’ Aanvankelijk vond ik die vraag vreemd, omdat het antwoord voor de hand lag. Ik was aan Dordt University om dezelfde dingen te doen als hij: lesgeven, schrijven, studenten begeleiden en commissievergaderingen bijwonen. Maar toen ik besefte dat deze vraag zijn eigenzinnige manier was om ‘hallo’ tegen mij te zeggen, begon ik die vraag te koesteren. Zijn begroeting werd voor mij een moment om stil te staan bij wat mijn werk werkelijk betekent: niet zomaar de taken van de dag, maar leven met en voor mijn gemeenschap, in een wereld die, ondanks alle pijn, leeft van Gods genade.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief