De kracht van afscheid nemen

Martine Versteeg | 28 april 2018
  • Jeugdwerk

Veel kerken kampen met jongeren die afhaken. Dat gaat vaak geleidelijk, maar op een gegeven moment zijn ze er niet meer. Geen afscheid, weg. Misschien wordt het tijd om eens na te denken over hoe we als gemeente op een goede manier afscheid van hen kunnen nemen.

Een tijdje geleden ben ik met een paar vrienden uit eten geweest. We hadden heerlijk gegeten en stonden op het punt om te vertrekken. Bij de bar kreeg ik vriendelijk het pinapparaat aangeboden. De bediende was ondertussen in gesprek met een collega. Nadat ik klaar was met betalen nam zij het pinapparaat van mij terug, draaide zich om en praatte verder met haar collega. Geen groet, geen tot ziens, niets. Ik zie mijzelf daar nog steeds ongemakkelijk staan. Is het nu klaar? Moet ik gaan? Ik zei nog: tot ziens! Waarna de bediende glimlachte, nonchalant haar hand opstak, en bleef doorpraten met haar collega.

Ook al had ik daar prima gegeten, ik merkte dat het afscheid – of het ontbreken daarvan – mij een onprettig gevoel gaf. Ik weet niet of ik snel weer naar dat restaurant terug zal gaan. Dit is maar een illustratie van wat (een vervelend) afscheid met je doet. Het heeft mij als jongerenwerker aan het denken gezet. Wordt het niet tijd dat we bewust afscheid nemen van jongeren in onze gemeente?

Baby

Kerkverlating onder jongeren is al vaak onderzocht. In een onderzoek uit 2011 bleek dat 90 procent van de kerken te maken heeft met jongeren die de kerk verlaten. Volgens datzelfde onderzoek zag de helft van de kerken in vijf jaar tijd tussen de 6 en 25 jongeren vertrekken.

Ze zijn er simpelweg niet meer

Zelf zie ik dat dit vertrekken vaak stilletjes en geleidelijk gaat. Jongeren die als baby vreugdevol zijn ontvangen in de gemeente, gaan als tiener steeds minder vaak en met steeds grotere tussenpozen naar de kerk. Totdat ze op een gegeven moment helemaal niet meer komen. Ze zijn via de achterdeur vertrokken. Er is geen afscheid geweest. Er is geen duidelijke punt achter gezet. Ze zijn er simpelweg niet meer.

Cadeau

Laat ik helder zijn: als gemeente is het onze verantwoordelijkheid om kinderen, tieners en jongeren te betrekken bij God en bij zijn gemeente. Ik wil dus niet zeggen dat we moeten berusten in de gedachte dat jongeren nu eenmaal de kerk zullen verlaten. Integendeel, we zijn allen verantwoordelijk om hen bij de gemeente te betrekken. Daarin kunnen en moeten we als gemeente nog veel meer doen. Maar wanneer we moeten vaststellen dat een jongere in feite al is afgehaakt, kunnen we hem of haar dan niet een goede afronding bieden?

Kunnen we je een cadeau meegeven?

Durven we als gemeente te zeggen: Joh, ik heb het idee dat je eigenlijk wel klaar bent met de kerk. Klopt dat? Wanneer denk je dat je voor het laatst in onze gemeente zult zijn? Zullen we een keer ergens wat gaan drinken, als afsluiting van deze tijd? Kunnen we je een cadeau meegeven? Mogen we je een zegen meegeven?

Als we als gemeente tekort zijn geschoten in aandacht of begeleiding, kunnen we daarvoor dan ook onze spijt betuigen naar de jongere? Wat zou het krachtig zijn als ook dit afscheid nemen een onderdeel wordt van ons (jeugd)pastoraat.

Zoeken

Als mensen afscheid van elkaar nemen, dan ronden ze daarmee een contact af. Als dit niet of onvoldoende gebeurt, heeft dat invloed op de relatie. Het heeft invloed op hoe je over de ander denkt. Het heeft ook invloed op hoe je over jezelf denkt. Als je namelijk ergens vertrekt en er is niemand die het opvalt of die de moeite neemt om je gedag te zeggen, dan zegt dat iets over hoe belangrijk jij bent in de ogen van de ander.

Dat is ook wat mij steeds weer opvalt in de gelijkenissen over de zorg voor wat verloren is. De waarde van het schaap of de drachme wordt vooral zichtbaar in de gedrevenheid van degene die zoekt. Wanneer de vrouw niet de moeite had genomen om intensief te zoeken, hadden we niet geweten welke waarde die munt voor haar had. Welke moeite nemen wij om jongeren te laten merken dat we hen van waarde vinden, ook als zij de kerk niet waardevol vinden?

Om jongeren te laten merken dat ze waardevol zijn zullen we hun keuze moeten respecteren en zorgvuldig afscheid moeten nemen. Misschien geeft dit juist weer een mogelijkheid om in gesprek te gaan, of voor de jongere om toch weer aan te haken. Wellicht is het een idee om een soort bucketlist te maken van dingen die je gedaan moet hebben voordat je een kerkgemeenschap verlaat. Juist doordat je hun vertrek serieus neemt, laat je deze jongeren weten dat de deur altijd openstaat voor het geval zij terug willen komen. Door bewust afscheid te nemen laat je weten dat je hen gaat missen en dat ze van waarde zijn.


Agenda


Media/tips

  • Het Praktijkcentrum is momenteel bezig met een kwantitatief en kwalitatief onderzoek naar stille kerkverlating. Concrete vragen van gemeenten bevestigen dat (jonge) gemeenteleden ongemerkt de kerk verlaten. Later dit jaar worden de onderzoeksresultaten gepresenteerd. Neem voor meer informatie contact op met Geranne Tamminga via gtamminga@praktijkcentrum.org.
  • Het Handboek voor kinder- en jeugdpastoraat van Corjan Matsinger en Corien Rietberg (Amsterdam (Buijten & Schipperheijn), 2016) biedt inzicht in de geloofsontwikkeling van jongeren en praktische handreikingen voor iedereen die met kinderen en jongeren werkt.
  • Zie voor meer inzichten over het betrekken van twintigers bij de kerk nummer 8 van jaargang 2016 van OnderWeg. Exemplaren zijn nog te bestellen via administratie@onderwegonline.nl.

Met bijdragen van Anko Oussoren, adviseur bij het Praktijkcentrum, en Paul Smit, jeugdwerkadviseur bij het NGK Jeugdwerk.

Over de auteur
Martine Versteeg

Martine Versteeg is jeugdwerkadviseur bij het NGK Jeugdwerk.

Meest gelezen

Het publieke spreken van de NGK tegenover radicaal-rechts

Het publieke spreken van de NGK tegenover radicaal-rechts

George Harinck
  • Verdieping

De Raad van Kerken heeft in april van dit jaar het rapport ‘De weg van discipelschap. De omgang van de kerken met radicaal-rechts gedachtegoed’ gepubliceerd. Daarmee beweegt de raad zich in het spanningsveld van kerk en politiek. Hoe deden kerken dat in het verleden en hoe moeten we in dat licht dit rapport bezien? Deze vraag is mede interessant omdat de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK) sinds 2025 lid zijn van deze raad. 

Lees artikel
Trouw en gedeelde pijn – gemeente-zijn na een fusie

Trouw en gedeelde pijn – gemeente-zijn na een fusie

Cors Visser
  • Alphen tot Ommen
  • Kerkelijk leven

Een bescheiden, trouwe gemeente met een gedeelde pijn en gedeeld verlangen om kerk te zijn in het dorp; dat is de NGK in IJsselmuiden. Het dorp kijkt uit over de IJssel naar wat ooit het gereformeerde Mekka was: Kampen. 

Lees artikel
Misschien heeft men in deze streken geen ontzag voor God…

Misschien heeft men in deze streken geen ontzag voor God…

Jos Colijn
  • Leespreek

Deze preek van dr. Jos Colijn (tot voor kort werkzaam als universitair docent Interculturele theologie aan de Theologische Universiteit in Utrecht) heeft een spannend onderwerp dat de gemoederen verhit: migratie. Aan de hand van het Bijbelse verhaal over Abraham en Sara die in Gerar een veilig heenkomen zoeken, laat Colijn zien dat er geen gemakkelijke antwoorden zijn als het over migratie gaat. Nee, Genesis 20 gaat niet over onze migratieproblematiek, maar er valt wel veel te leren over onze positie als vreemdeling op aarde en de manier waarop we omgaan met vreemdelingen bij ons in de straat.

Lees artikel
Wat doe jij hier?

Wat doe jij hier?

Gayle Doornbos
  • Column

Tijdens mijn eerste twee jaar aan Dordt University – de christelijke universiteit in Iowa waaraan ik doceer – begroette een van mijn collega’s van de vakgroep theologie mij met de vraag: ‘Gayle, wat doe jij hier?’ Aanvankelijk vond ik die vraag vreemd, omdat het antwoord voor de hand lag. Ik was aan Dordt University om dezelfde dingen te doen als hij: lesgeven, schrijven, studenten begeleiden en commissievergaderingen bijwonen. Maar toen ik besefte dat deze vraag zijn eigenzinnige manier was om ‘hallo’ tegen mij te zeggen, begon ik die vraag te koesteren. Zijn begroeting werd voor mij een moment om stil te staan bij wat mijn werk werkelijk betekent: niet zomaar de taken van de dag, maar leven met en voor mijn gemeenschap, in een wereld die, ondanks alle pijn, leeft van Gods genade.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief