Column: Ere zij God

Roel Venderbos | 8 december 2018
  • Column

Nog even en het wordt weer in veel kerken gezongen: Ere zij God. Vaak gaan mensen daarbij staan, in een wonderlijke mix van ingetogenheid en enthousiasme. Een beetje vergelijkbaar met 4 mei, wanneer het Wilhelmus wordt ingezet ter afsluiting van de dodenherdenking. Je denkt aan de oorlog en aan de mensen die hun leven gaven. Het maakt je klein. Vervolgens ga je in de houding staan en zing je een lied dat haast als een geloofsbelijdenis klinkt. ‘Dat ik toch vroom mag blijven, uw dienaar te aller stond.’

In wezen gebeurde zoiets ook met kerst in Betlehem. Een hemelse legermacht scandeerde: ‘Ere zij God in de hoge. Vrede op aarde, in de mensen een welbehagen.’ Een strijdkreet voor de troepen uit. Nou ja, troepen… Christus was een generaal zonder leger. Alleen ging Hij de strijd aan met de kwade machten. Maar dat Hij zou overwinnen, stond vast. Daarom klonk de strijdkreet van de engelen als een lied om blij van te worden.

In veel kerken wordt het straks weer gezongen. Nu door mensen. Ik ken de bezwaren tegen de melodie; toch heeft het iets moois als het gezongen wordt met kerst. Maar het kan nóg mooier.

Als hij ergens kwam, veranderde zijn omgeving

Bart was ooit buitengewoon actief in allerlei sporten: fietsen, zeevissen, schaatsen, skeeleren, zeilen. Tot hij 21 jaar geleden een beroerte kreeg. Na een coma en ondanks intensieve revalidatie was hij lichamelijk een schim van wie hij eerst was. Praten kon hij nauwelijks meer. Maar geestelijk was hij nog altijd krachtig en inspirerend. Zijn ogen spraken boekdelen. Als hij ergens kwam, veranderde zijn omgeving. Er kwam licht. Mensen kregen plezier en hoop.

Tot zijn lichaam het begaf: 66 jaar jong. ‘Zullen we nog wat zingen?’ vroeg ik. ‘Ere zij God!’ zei hij. Dat deden we samen, en een week later op zijn begrafenis opnieuw. Ingetogen en enthousiast. Achter de troepen aan kwam Jezus Christus, die door alles heen een schitterend mens van Bart maakte. Nog nooit heb ik zo uit volle borst ‘Ere zij God’ gezongen. De dood had het nakijken en de engelen waren blij.

Over de auteur
Roel Venderbos

Roel Venderbos is deeltijd predikant van de NGK Kampen en deeltijd geestelijk verzorger in een verpleeghuis.

Meest gelezen

Het publieke spreken van de NGK tegenover radicaal-rechts

Het publieke spreken van de NGK tegenover radicaal-rechts

George Harinck
  • Verdieping

De Raad van Kerken heeft in april van dit jaar het rapport ‘De weg van discipelschap. De omgang van de kerken met radicaal-rechts gedachtegoed’ gepubliceerd. Daarmee beweegt de raad zich in het spanningsveld van kerk en politiek. Hoe deden kerken dat in het verleden en hoe moeten we in dat licht dit rapport bezien? Deze vraag is mede interessant omdat de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK) sinds 2025 lid zijn van deze raad. 

Lees artikel
Trouw en gedeelde pijn – gemeente-zijn na een fusie

Trouw en gedeelde pijn – gemeente-zijn na een fusie

Cors Visser
  • Alphen tot Ommen
  • Kerkelijk leven

Een bescheiden, trouwe gemeente met een gedeelde pijn en gedeeld verlangen om kerk te zijn in het dorp; dat is de NGK in IJsselmuiden. Het dorp kijkt uit over de IJssel naar wat ooit het gereformeerde Mekka was: Kampen. 

Lees artikel
Misschien heeft men in deze streken geen ontzag voor God…

Misschien heeft men in deze streken geen ontzag voor God…

Jos Colijn
  • Leespreek

Deze preek van dr. Jos Colijn (tot voor kort werkzaam als universitair docent Interculturele theologie aan de Theologische Universiteit in Utrecht) heeft een spannend onderwerp dat de gemoederen verhit: migratie. Aan de hand van het Bijbelse verhaal over Abraham en Sara die in Gerar een veilig heenkomen zoeken, laat Colijn zien dat er geen gemakkelijke antwoorden zijn als het over migratie gaat. Nee, Genesis 20 gaat niet over onze migratieproblematiek, maar er valt wel veel te leren over onze positie als vreemdeling op aarde en de manier waarop we omgaan met vreemdelingen bij ons in de straat.

Lees artikel
Wat doe jij hier?

Wat doe jij hier?

Gayle Doornbos
  • Column

Tijdens mijn eerste twee jaar aan Dordt University – de christelijke universiteit in Iowa waaraan ik doceer – begroette een van mijn collega’s van de vakgroep theologie mij met de vraag: ‘Gayle, wat doe jij hier?’ Aanvankelijk vond ik die vraag vreemd, omdat het antwoord voor de hand lag. Ik was aan Dordt University om dezelfde dingen te doen als hij: lesgeven, schrijven, studenten begeleiden en commissievergaderingen bijwonen. Maar toen ik besefte dat deze vraag zijn eigenzinnige manier was om ‘hallo’ tegen mij te zeggen, begon ik die vraag te koesteren. Zijn begroeting werd voor mij een moment om stil te staan bij wat mijn werk werkelijk betekent: niet zomaar de taken van de dag, maar leven met en voor mijn gemeenschap, in een wereld die, ondanks alle pijn, leeft van Gods genade.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief