Onze nood aan lichamelijkheid

Nadine Boers-de Graaf | 23 mei 2020
  • Achtergrond
  • Opinie

Een mens is niet gemaakt voor social distancing en de ‘anderhalvemetersamenleving’, stelt psychotherapeut Nadine Boers-de Graaf. Het moet nu, maar ze ziet dat mensen eronder lijden. ‘Wij hebben nood aan lichamelijk contact, Jezus heeft het ons voorgedaan. Zijn handen hebben aangeraakt, zijn voeten zijn gezalfd, zijn lippen hebben gekust.’

061130 opinie foto2Als Jezus nu met zijn discipelen zou rondwandelen, zou Hij dan een boete hebben geriskeerd voor samenscholing? Wat denkt u? Hoe zou Jezus gehandeld hebben als het coronavirus en de maatregelen daarvoor in Zijn tijd speelden? Zou Hij de kinderen hebben gezegend op anderhalve meter? Als ik nadenk over Jezus, Zijn leven, Zijn dood en de tijd tussen Pasen en Hemelvaart, valt me op hoe lijfelijk en lichamelijk Hij was. Juist zijn lichamelijkheid en aanraakbaarheid onderscheiden Hem van de Vader en de Heilige Geest. Door de ‘vleeswording’ werd Hij aan ons mensen gelijk.

In een mum van tijd zijn we afgelopen periode in een andere wereld beland: de wereld van afstand houden en om de beurt de supermarkt in met gedesinfecteerde winkelkarren. Een wereld zonder handdrukken, knuffels of schouderklopjes van anderen dan je huisgenoten. Een werkelijkheid die we de ‘anderhalvemetersamenleving’ zijn gaan noemen.

Beeldbellen

In mijn werk als psychotherapeut volg ik de richtlijn van de overheid en ontmoet ik nog maar enkele cliënten per dag in mijn spreekkamer. Bij begroeting geef ik geen hand, ik loop zelfs naar achteren als iemand mijn kamer in komt. We zitten op voldoende afstand van elkaar en bij vertrek reinig ik deurkrukken, kranen en trapleuningen, alle contactoppervlakken. De rest van mijn cliëntengesprekken voer ik via telefoon of beeldbellen. ‘Het valt niet tegen’, zeggen we als collega’s daarover tegen elkaar. We kunnen onze cliënten zien en naar ze luisteren, en we kunnen gedachten en gevoelens bespreken en analyseren.

En toch.. Toch voelt het anders. Tijdens het beeldbellen zie ik ook steeds mezelf, waardoor ik niet alleen het gesprek voer, maar er ook toeschouwer van ben. Dat is ingewikkeld. Verder zien we tijdens het beeldbellen alleen elkaars hoofd plus hooguit de schouders. Ik voel mijzelf ook vooral een hoofd, merk ik, en heb meer hoofdpijn dan anders. Ik mis de rest van het lichaam en de lichaamstaal van de ander: hoe iemand in de stoel zit, wel of niet wiebelt en oogcontact maakt (onmogelijk via beeldbellen, probeer maar eens). Ik mis hoe mijn eigen lichaam reageert op de ander. Wil ik bijvoorbeeld naar iemand toe buigen of mij stilhouden? Kan ik nabij zijn? Ik mis de ‘ontmoeting in het vlees’.

Ingebakken

Sommige cliënten zeggen: ‘Dit is precies hoe mijn leven er vroeger uit zag: afstand, geen lichamelijk contact, isolatie.’ Dat snijdt door mijn ziel, wat een gemis. De behoefte aan aanraking is zo des mensen. Een vriendelijke schouderklop, een fijne omhelzing, ze laten je ervaren dat je er mag zijn. En ja, dat kan ook met woorden, met knipogen en bemoedigende knikjes, maar de behoefte om vastgehouden te worden is ingebakken in de mens.

De laatste weken wordt breed gedeeld hoe vreselijk het is om mensen alleen te laten sterven. Cliënten noemen de behoefte aan voelbare nabijheid, ook als we het hebben over traumatische ervaringen. ‘Wat had je nodig op dat moment’, vraag ik? ‘Dat iemand er voor me was, me even vasthield of over mijn haren streek.’ Ja, ik weet het. Diepe wonden worden niet alleen geslagen door gebrek aan aanraking. Ook te veel ongewenste aanraking kan beschadigen. Als het respect voor de ander verdwijnt, kan het flink misgaan. Maar de behoefte aan aanraking is ingeschapen.

Nood

Een mens heeft ‘nood aan’ aanraking, zeggen Vlaamse collega’s. Die uitdrukking zegt mij meer dan de woorden ‘behoefte’ of ‘nodig’. Je komt in nood zonder lichamelijk contact. Ik hoor het alleenstaanden en alleenwonenden de laatste weken ook regelmatig zeggen: ‘Nu ook vriendinnen mij niet meer begroeten met een knuffel, is er niemand meer die mij aanraakt.’

Het treft me dat God deze nood zag en serieus neemt. Zo zegt Hij: ‘Het is niet goed dat de mens alleen zij’, als Hij Adam een tijdje alleen heeft laten bivakkeren op de verder zo goed geschapen aarde. De ‘hulp die bij hem past’ die Hij vervolgens schiep, wordt vaak gekoppeld aan het huwelijk of een partnerrelatie. Maar zou God die woorden ook breder bedoeld kunnen hebben? Dat de mens nood heeft aan een voelbaar mens in zijn nabijheid?

Verder noemt God zichzelf ‘Jahweh’: ‘Ik zal er zijn’. Hij weet dat wij ten diepste niet alleen willen, kunnen en durven zijn. Dat we iemand zoeken die er voor ons is. Hij wil deze nood lenigen.

Pijnlijke afstand

Wij zijn niet gemaakt voor social distancing, voor een ‘anderhalvemetersamenleving’. Wij hebben nood aan lichamelijkheid. Jezus heeft het ons voorgedaan: Zijn handen hebben aangeraakt, Zijn voeten zijn gezalfd, Zijn lippen hebben gekust. ‘Dit is mijn lichaam voor u’.

Terug naar mijn beginvraag: hoe zou Jezus de anderhalvemeterregel praktiseren? Ik vermoed dat Hij zich eraan zou houden en toch ook niet. Net iets voor Hem. Wij gewone mensen moeten nu verder met de woorden van Prediker: ‘Er is een tijd om te omhelzen en een tijd om afstand te houden’. Het eerste komt weer, maar het laatste is nu. Ik weet dat de Prediker gelijk heeft, maar het doet pijn.

Ik heb ervaren dat het benoemen van de pijnlijke afstand helpt om dichterbij te komen. Dus dat is wat ik doen kan en doe, beeldbellend, telefonerend of op royale afstand zittend: ‘Ik was graag iets dichter bij je gekomen’. En verder rest mij slechts te bidden: ‘Heer, wees Jahweh, waar wij afstand moeten houden.’

Dit artikel komt uit nummer 11 van magazine OnderWeg (23 mei 2020), een inspirerend magazine voor christenen die God en de kerk liefhebben en midden in het leven staan. Neem een gratis Proefabonnement (Digitaal of Papier Plus).

Over de auteur
Nadine Boers-de Graaf

Nadine Boers-de Graaf werkt als psychotherapeut in haar eigen praktijk in Utrecht. Ze is lid is van de Utrechtse Opstandingskerk.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief