Zending: dekmantel of bruidskleed?

Bob Wielenga | 2 oktober 2020
  • Blog

Vanaf het begin van onze kerken deden we aan zending, niet alleen ver weg in derdewereldlanden, maar later ook in eigen land. Denk aan de pioniersplekken die in allerlei wijken en buurten zijn opgestart. We doen aan zending, maar denken we altijd goed na over waarom we wat doen en hoe? Het nieuwe boek van Steven Paas kan ons daarbij helpen.

Steven Paas - boekcoverInderdaad, Steven Paas is de vader van de vroegere Theoloog des Vaderlands Stefan Paas. Behalve kerkhistoricus is hij een bekwaam missioloog met een warm hart voor de zending. Hij was jarenlang zendeling in Malawi. Zijn laatste boek is net (2020) verschenen in ons land, evenals in Amerika. Het heet Westerse christenen met hun buren onderweg. Deelnemers aan de missie van Jezus, dichtbij en veraf, een uitgave van Boekencentrum Uitgeverij in samenwerking met uitgeverij BoekScout.

Het is een helder geschreven studie van slechts negentig pagina’s, toegankelijk voor een breder publiek. Het is geen dor, theoretisch betoog, maar een doordacht getuigenis, opgeschreven om ons nadenken over de zending op te scherpen en zo onze deelname aan Jezus’ zending te stimuleren.

Denken en doen

Ondoordacht en onderontwikkeld zendingsdenken was er in de zendingsgeschiedenis oorzaak van dat zendingsprojecten stagneerden. De Bijbelse verantwoording ervoor bleek achteraf niet te kloppen. Een schrijnend voorbeeld is de westerse zending in de koloniale tijd. In onze gouden eeuw ging de zendeling op pad met de koopman en de soldaat. Koloniale zending wordt door Afrikanen als volgt getypeerd: terwijl de zendeling ons leerde bidden, pikte de soldaat onze grond in. Oprechte zendingsmotieven raakten verstrengeld met de handelsbelangen van de imperiale staat.

Met de kennis van nu zien we de denkfout die men toen maakte: men verbond kerk en staat in een politiek-theocratisch model, waardoor de zending dekmantel werd voor staatsbelangen. Derdewereldvolken waren heidenen. Zij hadden het evangelie nodig om het eeuwige leven te kunnen ontvangen. Dat was de diepste drijfveer achter de zending, al vanaf de zeventiende eeuw, versterkt door de opwekkingen in de negentiende eeuw. Maar ze waren vooral onbeschaafd en stonden op een lager cultureel niveau dan de westerse volken.

In de negentiende eeuw kwam daar racisme bij. De wereldbevolking werd in een hiërarchisch systeem ingedeeld, met de ‘christelijke’ westerse volken bovenaan en de heidense zwarte volken onderaan. Dit resulteerde in een uiterst negatieve beoordeling van niet-westerse culturen en religies. Een zee van negativiteit overspoelde ook het zendingsdenken. Het ging maar niet om de bekering van de heidenen, maar om kerstening van volken om hen op te tillen naar het westerse beschavingsniveau.

Jezus’ voorbeeld

Tot aan het einde der tijden werkt Jezus aan zijn eigen zendingsopdracht. Sinds zijn uitzending van de apostelen (Matteüs 28) betrekt Hij ons als kerken en gelovigen daarbij, waarvoor wij dan ook de heilige Geest ontvangen hebben. Zendingswerk is het bruidskleed dat de kerk van haar bruidegom ontvangen heeft. Van Hem leren we hoe wij dat werk als zijn handen en mond moeten doen: vooral in nederigheid! Hij is de meester die de voeten van zijn leerlingen waste (Johannes 13:5). Hij keek niet neer op heidenen vanuit een Joods superioriteitsgevoel, zoals zijn Joodse tegenstanders dat deden (Johannes 4:1-26).

Paulus deed zijn werk zoals Jezus, als dienaar van de volken. Hij erkende dat God zich onder hen niet onbetuigd gelaten heeft. Heidense culturen en religies bevatten vaak ethisch hoogstaande waarden en weerspiegelen soms beter wat God wil dan de moderne, cultureel-christelijke westerse religie. Maar zoals Paulus beamen ook wij Jezus’ woorden: niemand kan bij de Vader komen dan door Mij (Johannes 14:7; Handelingen 4:12). Dat sluit alle westerse hoogmoed uit!

Het draait om Hem, niet om ons. Wit of zwart, uit het Westen, uit het Zuiden of uit het Oosten: allemaal staan we aan de voet van het kruis, waar de Zoon ons schoonwaste met zijn bloed (Johannes 14:7). De kerk is de bruid van Christus en zo de dienares van alle volken.

Heeft de zending toekomst?

Natuurlijk heeft de zending toekomst (Matteüs 24:14; 28:20), ondanks het cynisme van de geseculariseerde westerse samenleving, die zendingswerk maar opdringerig vindt, en een bewijs van religieuze hoogmoed (alsof één religie de waarheid in pacht heeft). Voor haar religieuze expansiedrift zou het boetekleed de kerk sieren.

Een blinde vlek voor de ernst van de zonde en de realiteit van Gods oordeel zit zending vandaag ook in de weg. We kunnen daaraan lijden onder invloed van het religieuze pluralisme: een God die liefde is, zal alle mensen verlossen (alverzoening). Of misschien is het ook gewoon religieuze apathie dat we niet bij zending dichtbij of veraf betrokken willen zijn.

Zelfs in koloniale tijden had de zending toekomst. In Afrika en Amerika werden zwarte mensen ontmenselijkend behandeld. Toch zijn daar levende kerken ontstaan, die zelf weer zending drijven (in Amsterdam bijvoorbeeld). De enige verklaring voor dit toch abnormale verschijnsel is dat Jezus dwars door alles heen zijn belofte waarmaakt: Ik ben met u tot aan het einde der tijden, wanneer de zendingsopdracht voltooid zal zijn. Ook in ons land zijn de voorbeelden daarvan aanwijsbaar in allerlei initiatieven en projecten.

Jezus’ nabijheid wordt vooral zichtbaar waar mensen Hem in woord en daad volgen, waar ze wonen en waar ze werken. Daartoe roept Steven Paas ons op: neem deel aan Jezus’ missie dichtbij en veraf.

Over de auteur
Bob Wielenga

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief