De psalmen zijn zó 2021

Marien Clement | 9 januari 2021
  • Opinie

Zijn de psalmen niet meer van deze tijd, achterhaald en stoffig? Als je de psalmen goed leest en erover wilt nadenken, is het precies andersom: de psalmen zijn er juist voor een jaar als 2021. Ze helpen ons om in dit nieuwe jaar te klagen en te bidden en leren ons om hoopvol vooruit te kijken. Net zoals de Israëlieten dat deden, toen de dingen niet gingen zoals ze zouden moeten zijn.

(beeld Khanchit khirisutchaluai/Shutterstock)

(beeld Khanchit khirisutchaluai/Shutterstock)

Ook 2021 zal geen normaal jaar worden. Wordt het een jaar met meer corona, meer verlies en zorgen of een jaar van hoop en herstel? We bevinden ons allemaal in een achtbaan waar niemand van ons in wilde en waarvan we niet begrijpen waarom dit moest gebeuren. In deze tijd kunnen de Psalmen ons veel steun geven. Deze oude liederen staan in tijd en beleving misschien verder van ons af dan veel moderne liederen, toch zijn ze verrassend actueel. Ze helpen ons in hun diversiteit en directheid te klagen, bidden, verwachten en in alles God te blijven loven. Daarom zijn ze extra waardevol voor dit jaar.

Ruimte om te klagen

Dat de psalmen juist nu zo actueel zijn, is niet verwonderlijk: het psalmenboek is samengesteld in een periode dat het volk Israël veel meemaakte. Denk aan de vernietiging van Jeruzalem en de tempel door de Babyloniërs en het verlies van vele volksgenoten door honger, ziekten en oorlogsgeweld. De overlevenden moesten in gedwongen ballingschap naar het vijandige Babylon. Het was een totale vernedering en behoorlijk traumatisch. Niemand wist hoe het verder moest en hoe ze God moesten eren zonder tempel. Psalm 137 laat hier iets van zien:

Aan de rivieren van Babel,
daar zaten wij treurend
en dachten aan Sion.
In de wilgen op de oever
hingen wij onze lieren.

In hun nood kreeg de klacht over dingen die niet zo zouden moeten zijn een grote plaats in de psalmen. Dit begint al vanaf Psalm 3 en heeft als dieptepunt Psalm 88 – de enige psalm die niet hoopvol eindigt.

Wat we in coronatijd van de psalmen leren, is dat we mogen – of zelfs moeten – klagen over onze nood. Het is goed om lijden en verdriet te benoemen en dit bij God te brengen. Bijvoorbeeld met Psalm 13:

Hoe lang nog, HEER, zult U mij vergeten,
hoe lang nog verbergt U voor mij uw gelaat?
Hoe lang nog wordt mijn ziel gekweld door zorgen
en mijn hart door verdriet overstelpt, dag aan dag?

Soms zijn we gewoonweg niet in staat God te loven, een uitweg te zien en te hopen op Hem. Daarom hebben we geloofsliederen nodig die de bittere kant van het leven bezingen. God reikt ons in de psalmen woorden aan die we daarbij mogen gebruiken.

Opgaande lijn

Toch is het psalmenboek geen treurspel. Ook al beginnen de psalmen met veel klaagliederen, het boek eindigt in juichstemming. De hoop en lofprijzing gaan de klachten vanaf Psalm 90 steeds meer overstemmen. Dit loopt zelfs uit op een heus praise-blok aan het eind van het psalmenboek, waarin van nood en vijanden geen sprake meer is (Psalmen 145-150). De psalmen komen op het eerste gezicht over als een losse verzameling liederen in willekeurige volgorde, maar bij beter kijken bevatten ze een herkenbare rode draad en boodschap. De psalmen zijn het gezongen verhaal over de weg van de gelovige met God. Deze weg loopt vanaf Psalm 1 via diepe dalen, maar ook langs hoogtepunten naar het ultieme geluk met God. Alle kanten van het leven krijgen in de psalmen een plaats.

Dit geldt niet alleen voor het psalmenboek als geheel. Ook als we naar individuele psalmen kijken, zien we de meest intense klacht en wanhoop steeds opnieuw uitlopen op hoop en lofprijzing (met Psalm 88 als uitzondering). Neem Psalm 22:

Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?
U blijft ver weg en redt mij niet, ook al schreeuw ik het uit.
‘Mijn God!’ roep ik overdag, en U antwoordt niet,
’s nachts, en ik vind geen rust.

Toch komt de psalmdichter uit bij hoop en lofprijzing, waardoor deze psalm alsnog in majeur eindigt:

Ik zal uw naam bekendmaken,
U loven in de kring van mijn volk.
Loof Hem, allen die de HEER vrezen,
breng Hem eer, kinderen van Jakob.

Maar ook in de volgorde van psalmen zien we vaak een opgaande lijn van wanhoop en klacht naar hoop en lof. Volgens mij is het geen toeval dat na de pijn en vragen van Psalm 22 een psalm volgt die vol is van vertrouwen en overvloed:

De HEER is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets.

Al gaat mijn weg door een donker dal,
ik vrees geen gevaar, want U bent bij mij,
uw stok en uw staf, zij geven mij moed.

Psalm 23 is een antwoord op de wanhoop van Psalm 22. De woorden van Psalm 22 krijgen alle ruimte, maar uiteindelijk mogen we ook verder komen. Andere voorbeelden van deze veelzeggende volgorde zijn de psalmen 17 en 18, 120 en 122 en 137 en 138. Al deze psalmen geven uiting aan ons verdriet en lijden, maar laten het daar niet bij.

Gefundeerde hoop

We zien in de psalmen steeds weer die opgaande lijn van hoop. Is dat geen wensdenken? Nee, het is gegronde hoop. De hoop die in de psalmen doorklinkt, is gefundeerd op het koningschap van God en zijn gezalfde koning, de messias. Deze wordt in Psalm 2 geïntroduceerd: ‘Ikzelf heb mijn koning gezalfd.’ We lezen ook over deze gezalfde koning in de psalmen 72, 89, 110 en 132. Wat er over Hem gezegd wordt, is veel meer dan enig koning van Israël ooit over zichzelf heeft kunnen zeggen. Neem bijvoorbeeld Psalm 72:

Moge hij [de koning] leven zolang de zon bestaat,
zolang de maan zal schijnen, van geslacht op geslacht.

Moge in zijn dagen de rechtvaardige bloeien,
de vrede wereldwijd zijn tot de maan niet meer bestaat.
Moge hij heersen van zee tot zee,
van de Grote Rivier tot de einden der aarde.

David, Joas of Hizkia, geen van allen waren ze zo groot. Het gaat hier om iemand die nog moet komen, op wie Israël zijn hoop vestigt. Later zal blijken dat deze gezalfde uit de psalmen Jezus Christus is. Hij nam het lijden van zijn volk op zich, waarover zoveel psalmen gaan en werd zo de grote Vredekoning van Psalm 72.

De hoop van de psalmen is dus niet ijdel, maar verankerd in de komst en overwinning van messias Jezus. Daarom hebben we ook voor 2021 hoop: deze wereld is van Christus, Hij heeft haar in zijn hand. Ook al gaat de draak nog rond (Openbaring 12) en klinken onze klaagpsalmen nog steeds, we weten ook dat Gods vrederijk al is begonnen en zal uitlopen op nog veel meer. Dat is de christelijke hoop waarover we in bijna elke psalm lezen. Daarom zijn de psalmen zo zinvol voor 2021: ze helpen ons verder voorbij het lijden.`

Tegendraadse lof aan God

Daarmee komen we bij het derde dat de psalmen ons leren: God prijzen. Ondanks alle ellende waarin de psalmdichters zich bevonden, komen ze door de messiaanse hoop telkens weer bij de lofprijzing uit. De eindredacteuren van het psalmenboek plaatsten niet zomaar zoveel lofpsalmen op het eind: dat is waar het leven met God op uitloopt. Dit is erg bijzonder, want zoveel viel er in hun situatie (de ballingschap) niet te loven. Maar ondanks dat prijzen ze God in hun liederen.

De psalmen zijn daarmee tegendraadse lofliederen. Tegen de werkelijkheid van onze eigen ervaring in kunnen we God vanwege de christelijke hoop alsnog prijzen. Samen met ons Kyrie eleison klinkt ook ons gloria en halleluja.

De psalmen kunnen ons dus helpen 2021 in te gaan: om het lijden en onze angst te benoemen bij God, hoop voor de wereld te krijgen en God uiteindelijk in alles te danken en prijzen. Juist nu hebben we iets aan de klachten, de hoop en de lof in de psalmen.

Meer lezen of kijken

Marien Clement, Het verhaal van de psalmen (YouTube-serie met zeven korte afleveringen, 2020).

C.S. Lewis, Gedachten over de Psalmen, Franeker (Van Wijnen), 2002.

Niek Schuman, Drama van crisis en hoop. De psalmen: gedicht, gebundeld en gebeden, Zoetermeer (Meinema), 2008.

Tom Wright, Pleidooi voor de Psalmen. We kunnen niet zonder, Franeker (Van Wijnen), 2014.

Over de auteur
Marien Clement

Marien Clement is theoloog.

Meest gelezen

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel
Kerknieuws juni 2026

Kerknieuws juni 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Op 15 mei is ds. Johannes Theodoor Jonkman overleden. Hij werd op 13 januari 1950 geboren in Groningen en studeerde theologie in Kampen. In 1983 werd hij door GKv Drachten Zuid-Oost uitgezonden als zendingspredikant naar Kalimantan Barat (Indonesië). In 2000 werd hij gemeentepredikant in NGK Hardenberg-Centrum, waar hij vanaf 2015 aan verbonden was als emerituspredikant. De NGK Hardenberg-Centrum telt ruim 550 leden. Binnenkort verschijnt op onderwegonline.nl een in memoriam over ds. Jonkman.

Lees artikel
Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Lyanne De Haan-Wilts
  • Kerkelijk leven
  • Professorsprofiel

Ik ontmoet Myriam digitaal. Haar vakantie is net voorbij en dat is te zien, ze kijkt ontspannen met een kop thee de camera in. Toch geeft ze aan dat vakantie iets ingewikkelds heeft. Het leven als hoogleraar is gefragmenteerd en kent een permanente druk. De rust die vakantie brengt is elke keer weer even wennen. De adrenaline van haar dagelijks leven moet eruit en ze vindt het lastig om geen grip op zaken te hebben. Tegelijk hoopt ze dat ze de rust van de afgelopen vakantie mee kan nemen in haar werk van de komende tijd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief