Hervertellen is niet herhalen

Bob Wielenga | 23 april 2021
  • Blog

Hoe vertellen we de geschiedenis? Het maakt nogal verschil van welke gezichtshoek we dat doen. Vandaag beschrijven we de geschiedenis van de gouden eeuw anders dan een eeuw geleden. De zeehelden van weleer verliezen de één na de ander hun straatnaambordjes en standbeelden. De drieëenheid God, Nederland en Oranje wordt zelfs in conservatief-christelijke kring niet meer vereerd, misschien nog nostalgisch herdacht.

Gouden kalfDe feitelijke toedracht van de Vrijmaking in 1944 krijgt nu een andere presentatie dan dertig jaar geleden. De zendingsgeschiedenis wordt tegenwoordig heel wat donkerder ingekleurd dan vroeger. Veranderen de feiten in de loop der geschiedenis? Soms wel natuurlijk! Meer en beter onderzoek brengt ook andere feiten aan het licht, die een ander of genuanceerder beeld van het verleden geven.

Een net zo belangrijke vraag is waarom we de geschiedenis doorvertellen. Doorvertellen is meestal hervertellen. We herhalen niet wat er feitelijk in het verleden is gebeurd. Vanuit een eigentijds perspectief laten we de feiten uit het verleden in het heden spreken. Daar kan ideologie achter zitten, of een verschuiving van perspectief, veroorzaakt door nieuwe vragen en problemen.

Dat gebeurt in de Bijbel ook. Neem bijvoorbeeld hoe het verhaal van het gouden kalf uit Exodus 32 wordt herverteld in Deuteronomum 9-10. Opvallend is dat onze obsessie met de objectief-feitelijke toedracht van het gebeuren hier afwezig is. Er is sprake van een andere situatie, waarin het ‘oude’ verhaal het opnieuw mag zeggen.

Het verhaal

Het volk Israël bevindt zich in Moab, aan de oever van de Jordaan, en staat op het punt het land in te trekken. Mozes herinnert Israël aan wat er gebeurde bij de berg Horeb veertig jaar geleden (Deuteronomium 9:7). Volgens hem was het geen incident wat er toen gebeurde: het maken en het aanbidden van een gouden kalf (Exodus 32:1-6). Het was het zoveelste blijk van hun wantrouwen in Gods leiding (Deuteronomium 9:22-24). Hij verwijst naar deze crisis in Israëls volksbestaan als waarschuwing tegen het gevaar van nationale zelfverheerlijking dat hen in de greep zou kunnen krijgen (Deuteronomium 9:4): wij hebben het ook wel verdiend dat God ons dit land gegeven heeft. Hier speelt de ideologie van ‘God, Israël en het beloofde land’, een trio waarvan Israël letterlijk het middelpunt vormde.

God waarschuwt Mozes wat er aan de hand is aan de voet van de berg en deelt mee dat Hij van plan is het volk te vernietigen om met Mozes een nieuw begin te maken (Exodus 32:7-10; Deuteronomium 9:12-14). Mozes reageert onmiddellijk met een pleidooi om te voorkomen dat God zijn plan uitvoert, waaraan God gehoor geeft (Exodus 32:11-14). Daarna daalt Mozes de berg af om het volk te confronteren met hun geloofsbedrog en om het kwaad grondig uit te roeien. Dan trekt hij de berg weer op voor een tweede pleidooi bij God (Exodus 32:30-32).

De hervertelling

In Deuteronomium 9 is de volgorde van wat er gebeurde anders. Mozes gaat de berg af zodra hij van God hoort wat er aan de hand is en smijt de twee wetstafels stuk (Deuteronomium 9:15-17). Daarna horen we pas van zijn eerste pleidooi voor het volk. Het is niet zo dat Mozes de feiten niet meer op een rij heeft. De omkering is welbewust: de tijd tussen Gods dreigement en Mozes’ eerste voorbede voor het volk wordt zo verlengd. Daardoor verdiept de crisis zich in Mozes’ hervertelling. Gods dreiging met het oordeel wordt er des te beklemmender door. De noodzaak van een middelaar wordt zo beklemtoond. Zonder hem is er voor Israël geen toekomst in het beloofde land.

Een ander verschil met het verhaal in Exodus 32 valt op. In Exodus 32:21-24 krijgt Aaron voor zijn beschamende optreden er van Mozes publiek van langs. In Deuteronomium 9:20 gaat Mozes daaraan voorbij en horen we over zijn voorbede voor Aaron. De feitelijke toedracht wordt verondersteld, maar Mozes’ hervertelling dient een ander belang. Aaron en na hem zijn nageslacht hadden in het beloofde land God te dienen, onder meer in het wetsonderricht (Deuteronomium 10:1-6). De middelaarsrol werd aan hen toevertrouwd en niet aan het nageslacht van Mozes.

Het was belangrijk dat het volk zou onthouden dat God Aaron vergeven had voor zijn falend leiderschap in de episode met het gouden kalf. De herinnering daaraan zou Israëls vertrouwen in de geloofsnoodzakelijke rol van de priesters onder hen moeten versterken. Veertig jaar na Horeb, aan de grens van het beloofde land, waar Mozes niet naar binnen mocht, was dat een relevante boodschap.

De herinnering aan de afgoderij met het gouden kalf diende om Israël te wapenen tegen religieuze hoogmoed, een terugkerende verleiding voor gelovigen. Bezit van het land was geen verdienste, maar genade.

Verhoogde toon

Hervertelling is geen herhaling van de feitelijke toedracht, als dat al zou kunnen. Het verhaal wordt opnieuw verteld, maar krijgt eigen accenten om op nieuwe vragen antwoord te kunnen geven. We zien dat ook gebeuren in de hervertelling van het ene verhaal van Jezus in de vier evangeliën. Uitgaande van de feitelijke toedracht brengt iedere hervertelling zijn eigen boodschap, die ieder eindigt met de uit de dood opgestane Heer.

Ook in Deuteronomium eindigt het verhaal op verhoogde toon (10:10-11): niet het volk, maar het gouden kalf is vernietigd. De toekomst bleef open. De triomf van de genade!

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief