Op anderhalve meter afstand van Jezus

0

Anderhalve meter afstand. Dat is al langer dan een jaar het nieuwe normaal. We moeten allemaal afstand houden. Deze coronacrisis kan je ook op afstand van God en Jezus plaatsen. Je wilt wel dichterbij, maar het lukt je gewoon niet. Iemand zei tegen mij: ‘Alle mooie woorden die we altijd zeggen en zingen, ze komen gewoon niet bij mij binnen. God en Jezus staan voor mij op afstand.’ Maar hoe erg is dat?

(beeld Mart/Lightstock)

(beeld Mart/Lightstock)

Het valt mij als regelmatige bijbellezer niet mee om de verhalen over het lijden, het sterven en de opstanding van Jezus elk jaar opnieuw met een frisse blik te lezen. Maar juist door corona kregen veel bijbelse woorden een andere betekenis voor mij. Een van die woorden was ‘afstand’. Opeens viel het mij op dat dat woord maar liefst zes keer genoemd wordt tijdens het levenseinde van Jezus. Ik heb er altijd overheen gelezen. Nu pas zag ik het.

Veilige afstand

Neem Petrus. Als Jezus gevangengenomen wordt, maakt Petrus dat hij wegkomt, net als de andere leerlingen. Maar hij houdt te veel van zijn Heer om Hem echt in de steek te laten. Dus schrijven Matteüs, Marcus en Lucas alledrie: ‘Petrus volgde Hem op een afstand tot op de binnenplaats van het paleis van de hogepriester’ (Matteüs 26:58a, Marcus 14:54a, Lucas 22:54b). Petrus volgt Jezus op veilige afstand. Je kunt kritiek hebben op dat laatste: hij durft niet dichterbij te komen. Je kunt ook blij zijn met dat eerste: hij neemt (nog) geen afstand van Jezus.

En dan de kring rondom Jezus bij het kruis. Jezus stierf in eenzaamheid, door God verlaten. Maar Hij stierf niet zonder mensen om Hem heen. Matteüs, Marcus en Lucas schrijven alle drie: ‘Alle mensen die Jezus gekend hadden waren op een afstand blijven staan, ook de vrouwen die Hem vanuit Galilea gevolgd waren en alles hadden zien gebeuren’ (Matteüs 27:55a, Marcus 15:40a, Lucas 23:49). Jezus’ volgelingen willen wel dichterbij zijn, maar kunnen het niet.

Net niet

Zo zijn er rondom Jezus’ levenseinde nog veel meer mensen die, zonder dat het woord gebruikt wordt, op een afstand Jezus volgen. Het zijn kleine details, maar als je er oog voor hebt, is het heel bijzonder om te lezen hoeveel mensen iets met Jezus hebben. Ze voelen zich tot Hem aangetrokken. Ze kunnen alleen net niet bij Hem. Ik noem een paar van deze mensen.

  • De jonge man die Jezus blijft volgen na zijn arrestatie. Als de soldaten hem vastgrijpen, laat hij zijn mantel van zich afglijden en vlucht naakt weg. Het zou Marcus zelf geweest kunnen zijn (Marcus 14:51-52).
  • Simon van Cyrene. Hij wordt als willekeurige voorbijganger uit het publiek gepikt om het kruis van Jezus dragen. Hij had geen idee waarom het ging, maar wordt wel ‘de vader van Alexander en Rufus’ genoemd (Marcus 15:21).
  • De vrouw van Pilatus. Ze droomt van Jezus en laat haar man weten dat Jezus een rechtvaardig iemand is. In de vroege kerkgeschiedenis wordt ze Claudia genoemd.
  • De Romeinse centurio bij het kruis. Hij is zo onder de indruk van het sterven van Jezus dat hij uitroept: ‘Werkelijk, deze mens was Gods Zoon!’ (Marcus 15:39).
  • Nikodemus en Josef uit Arimatea. Zij bewijzen Jezus de laatste eer. Ook al is het te laat, ze tonen zo openlijk hun liefde voor de tragisch gestorven messias (Johannes 19:38-42).
  • Maria van Magdala. Haar liefde voor Jezus is groot, maar in haar verdriet ziet ze Hem in eerste instantie niet staan (Johannes 20:11-18).
  • De Emmaüsgangers, Kleopas en zijn vrouw. Nog steeds is Jezus voor hen de messias die komen zou, maar zelfs als Hij uren met hen oploopt, herkennen ze Hem niet (Lucas 24:13-35).

Betrokken

Deze voorbeelden raken mij. Het zijn allemaal mensen bij wie Jezus een gevoelige snaar weet te raken. Ik denk dat dat de snaar van het ontwakende geloof is. Alleen, ze ervaren dat zelf nog niet zo. Ze zitten nog gevangen in hun angst, hun schaamte, hun verdriet, hun onvermogen of hun eigen verwachtingen. Dat herkennen we misschien wel. Jezus is nooit ver weg. Hij is op mij betrokken. Maar evenals de mensen toen, merk ik daar in mijn leven ook vaak maar weinig van. Ik ervaar een afstand die ik ten diepste niet wil. Ik wil mij niet van Jezus distantiëren, maar ik weet ook niet hoe ik dichter bij Hem komen kan. Deze voorbeelden laten me zien dat Jezus nooit ver weg is, al lukt het mij even niet om de afstand te overbruggen. Dat laatste geeft mij een gevoel van teleurstelling en onzekerheid. Maar het eerste geeft mij rust. Geloven is niet altijd gloria. Ook op afstand kan ik ernaar verlangen om mijn Heer te volgen.

Klaagzang

Tussen Goede Vrijdag en Pasen is het Stille Zaterdag. Die dag staat voor mij symbool voor alle periodes in mijn leven waarin het lijkt alsof ik Jezus kwijt ben en geen idee heb hoe ik verder moet met Hem. Ik weet dat Hij leeft, maar voor mijn gevoel ligt Hij nog in zijn graf. Het lukt mij niet om de afstand tussen Hem en mij te overbruggen. De coronacrisis kan aanvoelen als een lange Stille Zaterdag. Dan kun je alleen maar klagen: ‘Jezus, waar bent U? Kom toch dichterbij!’ De Ierse muziekgroep U2 heeft dat gevoel onder woorden gebracht in het nummer Wake Up Dead Man.

Jesus, Jesus help me! I’m alone in this world and a fucked up world it is too.

Tell me, tell me the story, the one about eternity and the way it’s all gonna be.

Wake up, wake up, dead man!

Jesus, I’m waiting here, Boss. I know you’re looking out for us, but maybe your hands aren’t free.

Your Father, He made the world in seven, he’s in charge of heaven. Will you put a word in for me.

Wake up, wake up, dead man

Nabijheid

Ik volg Jezus vaak op meer dan anderhalve meter afstand. Soms lijkt het zelfs alsof ik steeds verder bij Hem vandaan raak. Wat mij dan helpt, is de wetenschap dat Jezus belooft om naar mij toe te komen in plaats van andersom. Hij overbrugt de kloof. Als Paulus die werkelijkheid onder woorden brengt, gebruikt ook hij het woord ‘afstand’. Aan de christenen in Filippi schrijft hij: ‘Christus Jezus, die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte van een slaaf aan en werd gelijk aan een mens’ (Filippenzen 2:6-7). Ik verlang ernaar om dicht bij die Jezus te leven. Ik wil Hem niet op afstand houden. De ene keer lukt dat beter dan de andere keer. Soms hang ik voor mijn gevoel aan het elastiek en ben ik bang dat het lijntje knapt. Maar wat Jezus voor alle mensen in één keer gedaan heeft door naar ons toe te komen, doet Hij met vaste regelmaat in mijn leven: Hij komt telkens weer naar mij toe. Hij houdt mij niet op afstand, maar laat mij leven in zijn nabijheid. Ook al zit er voor mijn gevoel soms meer dan anderhalve meter tussen.

De geloofservaring van Stille Zaterdag

Soms lukt het even niet om te geloven dat Jezus altijd dichtbij is. Voor je gevoel ben je behoorlijk ver bij Hem vandaan. Je ervaart afstand. Je zou dit de geloofservaring van Stille Zaterdag kunnen noemen: je weet dat Jezus op Goede Vrijdag voor jouw zonden gestorven is en dat Hij op Pasen is opgestaan om ook jouw leven nieuw te maken. Maar het komt gewoon niet bij je binnen. Jezus staat voor jou op afstand.

Bijna iedere christen maakt zulke periodes in haar of zijn geloofsleven mee. De redenen daarvoor kunnen heel verschillend zijn. Het is zeker niet iets om je voor te schamen. Hoe eerlijk durf je dat onder ogen te zien?

Vanaf de kant van Jezus bestaat die afstand niet. Hij overbrugde tweeduizend jaar geleden bewust de afstand tussen God en ons door mens te worden zoals wij. En dat doet Hij nog steeds, in het leven van iedere gelovige persoonlijk.

Delen.

Over de auteur

Ernst Leeftink is predikant van de GKv Assen-Peelo.

Laat een reactie achter