GKv-predikant Atze Buursema: ‘Ik heb geen succesverhalen’

Sjoerd Wielenga | 12 maart 2022
  • Interview
  • Ontmoeting

Ooit zag Atze Buursema groei in zijn gemeentes. Inmiddels vertrekken zijn gemeenteleden naar andere kerken en ziet hij ongeloof onder jongeren – tot aan zijn eigen kinderen toe. ‘Als het erop aankomt, zijn we allemaal losers en is dit een kerk van losers.’

Atze Buursema (60) is sinds 2015 predikant in de GKv Barneveld-Voorthuizen. Daarvoor stond hij in Amersfoort-West, Utrecht Noord/West, Breda en Almkerk-Werkendam; in laatstgenoemde gemeente startte hij als predikant in 1990. Hij is getrouwd en heeft zes kinderen.

Op een zondagmorgen, hij moest preken, werd Atze Buursema wakker met stekende pijn. Het zal wel van die ijzelval van gisteren zijn, dacht hij. De pijn werd erger, maar de kerkdienst afzeggen op zondagmorgen, dat wil je niet. Toch maar naar het ziekenhuis. Een reeks onderzoeken volgde – de dienst werd afgezegd. Al snel werd duidelijk waar de artsen naar zochten: kanker; een jaar later bleek het daar inderdaad om te gaan. Atze Buursema vertelt het verhaal in zijn studeerkamer in Voorthuizen. Hier schrijft hij, omringd door boeken, op zijn laptop aan een lange houten tafel zijn preken. Vóór coronatijd ontving hij hier ook wel catechisanten en pastoranten.

Atze Buursema. (foto Jaco Klamer)

Inmiddels gaat het goed met de dominee, bestralingen deden hun werk. Elke woensdagmiddag tussen vijf en zes staat hij op het voetbalveld waar hij de allerkleinsten traint. ‘Ach, dat is zo leuk,’ straalt hij. ‘Sommigen noemen me juf of meester. Ze kunnen nog niets, maar na een paar trainingen zie je: ze gaan vooruit!’ Zijn drijfveer? ‘Elk kind een kans geven. Na elke wedstrijd beloon ik goed gedrag. Een jongetje dat niet goed kan voetballen, maar wél een prachtige sliding maakte, kan prins of koning worden.’

Atze Buursema groeide op in het noorden van het land: geboren in Groningen, opgegroeid in Assen. Moeder was onderwijzeres en vader vertegenwoordiger. Na Atze werd nog een zus geboren. ‘Mijn moeder was als gereformeerd-synodaal meisje vanwege haar huwelijk vrijgemaakt geworden. Ik kom niet uit een heel overtuigd vrijgemaakt nest, maar mijn ouders waren wel loyaal. Ik ging naar een vrijgemaakte school. Anderzijds: op zondag mochten we soms televisie kijken, bijvoorbeeld als we ziek waren. Ook gingen we meestal niet op nieuwjaarsochtend naar de kerk. Totdat ik er zelf op aandrong om toch te gaan. Ik was vrij serieus in geloof, God en kerk.’

Wilde je toen ook al predikant worden?
‘Nee, om die reden wilde ik ook geen gymnasium doen. Waarom zou ik vijf uur langer op school zitten als ik toch geen dominee wilde worden? Dan ging ik liever voetballen. Tot ik in VWO 6 zat en in veel kerken werd gebeden of er toch jongens gevonden konden worden die in Kampen wilden studeren. Toen kwam het naar me toe, maar ik dacht ook: ik heb geen Grieks en Latijn, dus het kan niet. Omdat ik van kinderen houd, werd het pabo. De godsdienstlessen van Martin van Veelen vond ik daar zo interessant en boeiend dat ik er meer van wilde weten. Intussen zeiden verschillende mensen vanwege het predikantentekort tegen me: “Atze, is dominee worden niet iets voor jou?” De doorslag gaf het moment waarop ik aan de pabodirecteur vertelde dat ik overwoog om theologie te studeren. Hij zei: “Als je dat overweegt, moet je het nu doen.” Dat ervoer ik als een stem van God. Dezelfde dag heb ik de universiteit gebeld. Daarna volgde ik een jaar lang privéles Grieks en Latijn, waarna ik naar Kampen kon.’

Het hele artikel lezen? Neem een proefabonnement op magazine OnderWeg en ontvang inloggegevens voor de website.

U moet u inloggen om dit artikel te bekijken. Login om toegang te krijgen.
Over de auteur
Sjoerd Wielenga

Sjoerd Wielenga (GKv) is zelfstandig journalist, tekstschrijver en eindredacteur.

Meest gelezen

Het publieke spreken van de NGK tegenover radicaal-rechts

Het publieke spreken van de NGK tegenover radicaal-rechts

George Harinck
  • Verdieping

De Raad van Kerken heeft in april van dit jaar het rapport ‘De weg van discipelschap. De omgang van de kerken met radicaal-rechts gedachtegoed’ gepubliceerd. Daarmee beweegt de raad zich in het spanningsveld van kerk en politiek. Hoe deden kerken dat in het verleden en hoe moeten we in dat licht dit rapport bezien? Deze vraag is mede interessant omdat de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK) sinds 2025 lid zijn van deze raad. 

Lees artikel
Trouw en gedeelde pijn – gemeente-zijn na een fusie

Trouw en gedeelde pijn – gemeente-zijn na een fusie

Cors Visser
  • Alphen tot Ommen
  • Kerkelijk leven

Een bescheiden, trouwe gemeente met een gedeelde pijn en gedeeld verlangen om kerk te zijn in het dorp; dat is de NGK in IJsselmuiden. Het dorp kijkt uit over de IJssel naar wat ooit het gereformeerde Mekka was: Kampen. 

Lees artikel
Misschien heeft men in deze streken geen ontzag voor God…

Misschien heeft men in deze streken geen ontzag voor God…

Jos Colijn
  • Leespreek

Deze preek van dr. Jos Colijn (tot voor kort werkzaam als universitair docent Interculturele theologie aan de Theologische Universiteit in Utrecht) heeft een spannend onderwerp dat de gemoederen verhit: migratie. Aan de hand van het Bijbelse verhaal over Abraham en Sara die in Gerar een veilig heenkomen zoeken, laat Colijn zien dat er geen gemakkelijke antwoorden zijn als het over migratie gaat. Nee, Genesis 20 gaat niet over onze migratieproblematiek, maar er valt wel veel te leren over onze positie als vreemdeling op aarde en de manier waarop we omgaan met vreemdelingen bij ons in de straat.

Lees artikel
Wat doe jij hier?

Wat doe jij hier?

Gayle Doornbos
  • Column

Tijdens mijn eerste twee jaar aan Dordt University – de christelijke universiteit in Iowa waaraan ik doceer – begroette een van mijn collega’s van de vakgroep theologie mij met de vraag: ‘Gayle, wat doe jij hier?’ Aanvankelijk vond ik die vraag vreemd, omdat het antwoord voor de hand lag. Ik was aan Dordt University om dezelfde dingen te doen als hij: lesgeven, schrijven, studenten begeleiden en commissievergaderingen bijwonen. Maar toen ik besefte dat deze vraag zijn eigenzinnige manier was om ‘hallo’ tegen mij te zeggen, begon ik die vraag te koesteren. Zijn begroeting werd voor mij een moment om stil te staan bij wat mijn werk werkelijk betekent: niet zomaar de taken van de dag, maar leven met en voor mijn gemeenschap, in een wereld die, ondanks alle pijn, leeft van Gods genade.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief