De heilshistorische bijbel

Bob Wielenga | 28 oktober 2024
  • Achtergrond
  • Blog

In mijn studietijd aan de ThUK (1964-1968) was het niveau van het theologische onderwijs onder de maat. Een van de hoogleraren van wie ik weinig tot niets geleerd heb, was de oudtestamenticus Herman Schilder.

Over Herman Schilder geeft Koert van Bekkum een positief getuigenis in hoofdstuk 5 van het nieuwe boek over Henk de Jongs bijbels-theologische nalatenschap: Christus in het Oude Testament. Henk de Jong over de verhouding tussen het Oude en Nieuwe Testament (Buijten en Schipperheijn Motief, Amsterdam, 2024). Hij verwijst naar Schilder als een van de leermeesters van Henk de Jong (pagina 79).

De heilshistorische bijbel

Herman Schilder waarschuwde al  voor een geforceerd christocentrisch lezen van het Oude Testament. Hij pleitte voor een theocentrische benadering met een open oog voor de christologische dimensie eraan. Hij waardeerde  ook een gezond exemplarisch gebruik van het Oude Testament. Ik keek daarvan op. Want de grootste zonde die een vrijgemaakte dominee destijds kon begaan was exemplarisch preken. Henk de Jong zette de lijn Benne Holwerda – Herman Schilder voort in zijn heilshistorische lezing van het Oude Testament, daarbij wegbewegend van een strikt historische uitleg van de tekst naar een meer literair-theologische lezing waarbij hij de geschiedenis wel serieus nam. Zo wilde hij uitkomen bij de zaak die in de tekst uiteindelijk aan de orde is, namelijk Gods heilshandelen in Christus, toen en nu.

Boeiend is dat in dit herdenkingsboek de schrijvers deze lijn sympathetisch-kritisch willen doortrekken. De heilshistorische bijbelleestraditie, die Holwerda, Schilder en de Jong voorstonden, wordt niet alleen binnen de Nederlandse gereformeerde traditie maar ook daarbuiten gevonden (van Staalduine, Peels). Denk aan Herman Ridderbos en vergeet S.G. de Graaf niet. Heilshistorisch bijbellezen is belangrijker dan ooit in onze vercharismatiserende geloofswereld.

Ik ga nader in op de machtswisseling tussen de stammen van Efraïm en Juda in het Oude Testament als voorbeeld van heilshistorisch bijbellezen. Henk de Jong heeft daarover in een preek gepubliceerd in dit boek (pagina’s 125-130). Ik volg Koert van Bekkums opmerkingen hierover (pagina’s 85-88).

Van Efraïm naar Juda

Tot aan de komst van koning David uit de stam van Juda had de stam van Efraïm het voor het zeggen in Israël. Ook koning Saul de Benjaminiet vertegenwoordigde de belangen van Efraïm. Jacob gaf aan zijn kleinzoon Efraïm de kernzegen mee (Genesis 48:19): hij zou in het beloofde land de leider van de stammen worden, verantwoordelijk voor de uitvoering van de goddelijke opdracht om daar een zegen voor alle volken op aarde te zijn. Tegelijk moet geconstateerd worden dat juist in de era van de Rechters Israël zich ver verwijderde van Gods bedoelingen met haar in het beloofde land. De Kanaänieten werden niet uitgeroeid, maar men verzwagerde zich met hen en vereerde hun afgoden. De stam van Efraïm werd later door profeten zoals Hosea (7:1) slechtheid verweten. Ze vormde toen de kern van het afvallige noordelijke tienstammenrijk dat zich fel verzette tegen het zuidelijke tweestammenrijk met Juda in het centrum. Daarvandaan kwam koning David met wie God een verbond sloot dat het bestaande verbond, op Horeb met Mozes gesloten, moest verankeren in de voortgaande heilsgeschiedenis.  Onder koning Salomo leek het aanvankelijk te lukken: Israël als gezegend land trok de volken naar Jeruzalem toe, naar God die zich daar gevestigd had in de nieuwe tempel. Maar ach, we kennen de afloop. Het eindigde in de ballingschap waaruit slechts een kleine restbevolking terugkeerde. Maar al deze negatieve ontwikkelingen dreven de heilsgeschiedenis naar haar bestemming zoals al aangekondigd door iemand als Jesaja (42; 53): de komst van de knecht die in plaats van Israël Gods heilsplan zal uitvoeren, zoals Christus dan ook deed. De heilsgeschiedenis liep God niet uit de hand zoals de omslag van Efraïm naar Juda al laat zien. Op dit zegenrijke nieuwe begin werd in Genesis 49 al vooruitgegrepen. Ja, Jozef ontving de belangrijkste zegen van al zijn broers, maar Juda’s zegen had de toekomst. Toen Juda Efraïm verving als leidende stam, kon men terugverwijzen naar wat God al had voorbereid: Juda was het! Zo zou het steeds weer zijn: in elke crisis had God het laatste woord, zoals de crisis van het kruis laat zien: Jezus’ opstanding was inbegrepen. De kruisiging van de knecht verzekerde de toekomst van mens en wereld en zo bereikt God zijn doel.

De kruisiging van de Knecht verzekert de toekomst

Juda en Tamar

Hoe God de geschiedenis leidt en de heilsgeschiedenis naar haar bestemming brengt, kunnen we goed zien in Genesis 38. Dit hoofdstuk, dat op een later moment aan het Jozef-verhaal (Genesis 37-50) doelbewust werd toegevoegd, laat zien dat Juda niet zijn vader Jacob maar zijn oom Ezau (Genesis 36:2-6) volgde. Leven onder heidenen, trouwen met een heidense vrouw, een aanvechtbare moraal, een uiterst kwalijke behandeling van zijn schoondochter Tamar, die hij zelfs zonder nader onderzoek ter dood veroordeelde voor overspel: dit alles en nog meer typeerde Juda. Geen man was meer ongeschikt om hoofd van de familie te worden dan hij. Jozef was de aangewezen man! Maar God greep in, en hoe! Door Tamar, wiens moreel aanvechtbare gedrag (openbare seks met haar schoonvader) niet werd veroordeeld. Juda keerde terug op zijn schreden (Genesis 38:26), terug naar de familie en vooral terug naar God. Hij werd een onmisbare schakel in Gods geschiedenis met zijn volk Israël. (Adam, Noach), Abraham, Isaak, Jacob, (Efraïm), Juda, David (…) Jezus van Nazaret, de Christus, de Zoon van God. Niets en niemand kan ooit Gods heilsplan tegenhouden. Toen niet, nu niet en nooit niet! Halleluja!!

Over de auteur
Bob Wielenga

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Meest gelezen

Behulpzaam advies over omgang met groeiende diversiteit in NGK

Behulpzaam advies over omgang met groeiende diversiteit in NGK

Louren Blijdorp
  • Kerkelijk leven
  • Ruimte en richting

In de eerste aflevering van deze rubriek is aan vier intensief betrokken NGK-predikanten gevraagd hoe de synodebesluiten bij henzelf en in hun gemeente zijn gevallen. Daaruit bleekt dat er grote verschillen tussen gemeentes ontstaan. In de tweede aflevering is aan drie hoofdrolspelers ter synode toelichting gevraagd op keuzes en besluiten. In deze derde aflevering vragen we aan René de Reuver, voormalig scriba van de Protestantse Kerk in Nederland hoe hij ontwikkelingen in de NGK ziet en wat hij ons zou willen meegeven.

Lees artikel
Predikantsprofiel: Koos Jonker

Predikantsprofiel: Koos Jonker

Marinus de Jong
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

‘Het predikantschap is voor mij geen baan, het is een roeping.’ Zijn roeping loopt als een rode draad door het gesprek met ds. Koos Jonker. Hij is predikant in hart en nieren. Maar die roeping kwam niet vanzelf. Zijn Zuid-Afrikaanse accent verraadt meteen dat die weg op zijn minst één landsgrens overging. Meer dan eens ging dat als bij Mozes en Jeremia: tegen zijn eigen wil. Deze roeping geeft diepe vreugde, soms veel plezier, maar kost ook wat, zo blijkt.

Lees artikel
Kerknieuws mei 2026

Kerknieuws mei 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Kerknieuws van mei 2026 in Magazine Onderweg. Het beroep dat de gemeente van Langerak op ds. Gert Meijer uitgebracht heeft, heeft hij aangenomen. Ds. Meijer stond sinds 2017 in de NGK Zuidlaren-Kandelaarkerk. De NGK Zwolle-Plantagekerk, een gemeente met ruim 1.000 leden, heeft een beroep gedaan op ds. Reinier Kramer (46 jaar). Kramer is momenteel als enige actieve gemeentepredikant verbonden aan de ruim 1.200 leden tellende samenwerkingsgemeente CGK-NGK Deventer. Hij is sinds 2,5 jaar werkzaam in Deventer. Kramer was eerder vier jaar verbonden aan Spakenburg-Zuid en vijf jaar aan Bergentheim-De Hoeksteen. De Plantagekerk is vacant sinds het vertrek van ds. Jos Douma in 2025.

Lees artikel
Als schaduwen over de wereld vallen

Als schaduwen over de wereld vallen

Louren Blijdorp
  • Verdieping

De tijden zijn somber en ernstig. Oorlogen zijn niet meer ver weg en de wankelende wereldorde geeft een sluimerende onzekerheid. Ook in het nog altijd ongekend welvarende en vredige westen van Europa knaagt het: trollenlegers, hackers, mysterieuze drones dringen ons continent binnen. Het leidt tot groeiend onbehagen, polarisatie, bedreiging van de rechtstaat. En dan klopt ook nog de klimaatcrisis onverbiddelijk aan. Die nog veel existentiëlere dreiging die de randvoorwaarden van ons bestaan zelf bedreigt wordt haast vergeten. Maar ook die slapende reus morrelt aan de bedrieglijke rust van Noordwest-Europa.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief