Bidden voor Babel

Bob Wielenga | 18 augustus 2025
  • Achtergrond
  • Blog

Met mijn zendingsbril op lees ik Jeremia 29. Daarin wordt zijn brief gepubliceerd aan de eerste groep ballingen die in 597 voor Christus naar Babel zijn afgevoerd.

Het waren mensen uit de bovenste laag van de bevolking die bemoedigende boodschappen uit Juda kregen: ‘Het zal niet lang duren voordat God jullie weer thuis brengt in Jeruzalem.’ Valse profeten bazuinden dit rond als woord van God: ‘De tempel, de tempel, de tempel is hier (Jeremia 7). Kijk maar omhoog. Even zeker als de tempel daar staat op de berg Sion, zo zeker zal God met ons zijn en jullie weer thuis brengen. Alles komt goed.’

Jeremia’s brief

Door de profeet, die Hij wel geroepen had, laat God de ballingen weten dat Hij het was die hen naar Babel had laten wegvoeren. Het oordeel dat Hij door allerlei profeten had laten aankondigen, wordt nu voltrokken. God zal het zwaard, de honger en de pest (29:17-18) op het achtergebleven volk loslaten. Er is geen schijn van kans dat het de ballingschap zal kunnen ontspringen. Het volk heeft niet naar God geluisterd en Jeremia als een onheilsprofeet zelfs in de gevangenis laten gooien. Zo verwerd het tot een afschrikwekkend voorbeeld voor de volken op aarde terwijl zij daarvoor hen juist een zegen hadden moeten zijn (Genesis 12:1-3; 18:18). Maar als zij zelf niet luisteren naar de Heer God Almachtig, hoe zouden zij dan de volken daartoe kunnen bewegen? Daarmee begint de beloofde zegen: luisteren naar de God van Israël, de Heer Almachtig. Hij is het die bepaalt wanneer de ballingschap zal eindigen (70 jaar: Jeremia 29:10). Daarna zal Hij hen weer thuis brengen, waar zij Hem zullen zoeken en vinden als zij dat tenminste met hart en ziel zouden doen (Jeremia 29:13). Er is dus hoop, maar door het oordeel heen. God heeft altijd een pastorale bedoeling met zijn oordelen. Wil Israël ooit nog een zegen voor de volken op aarde kunnen worden, dan moeten zij zich door het oordeel van de ballingschap laten omvormen tot nieuwe mensen, betrouwbare partners  van een God die ook de volken, inclusief de Babyloniërs, liefheeft. Daarom moesten de ballingen deze tijd wel goed gebruiken.

Leven in Babel

God wil dat de ballingen een zegen worden voor de mensen onder wie zij in Babel wonen. Er staan een paar dingen in Jeremia’s brief die daarop wijzen. Zij moeten in aantal toenemen, niet afnemen (29:6). Dat doet denken aan Gods belofte aan Abraham (Genesis 12:3): hij zou tot een groot volk uitgroeien en in een eigen land een zegen worden voor alle volken op aarde. Alleen, nu moeten de Israëlieten in het land van hun onderdrukkers, Babel,  een zegen worden voor hun vijanden. Daarom roept God de ballingen op om daar een vruchtbaar leven op te bouwen, bij te dragen aan de agrarische economie, sterke huwelijken en gezinnen te ontwikkelen met een positieve impact op de samenleving. En dan dat diep insnijdende woord (29:7): bid tot de Heer voor de stad waarheen Ik jullie weggevoerd heb en zet je in voor haar voorspoed en vrede waarvan jullie ook zullen profiteren. In Israël waren het de priesters die in de tempel de voorbede voor het volk verzorgden. In Exodus 19:6 wordt het volk een koninkrijk van priesters genoemd. Als priesters moesten de ballingen nu ook voorbede doen voor hun vijanden. Zo zouden zij een zegen kunnen worden in Babel voor hun onderdrukkers. De tijd van de ballingschap was geen verloren tijd. Nee, het zou winst opleveren voor Gods wereldwijde heilsplan. In het Nieuwe Testament houdt Jezus ons dezelfde boodschap voor (Matteüs 5:44): heb je vijanden lief en bidt voor hen die je onderdrukken. Hij gaf zelf het goede voorbeeld. Zelfs aan het kruis bad hij nog voor zijn vijanden. Zijn kruisdood was een zegen die tot het uiteinde van de aarde de volken moest bereiken (Matteüs 28).

De ballingen moesten voorbede doen voor hun vijanden

Ballingschap, vreemdelingschap

De tijd van de ballingschap wordt wel vergeleken met die van het vreemdelingschap. Ook wij leven als christenen buiten ons eigenlijke vaderland als vreemdelingen in een God-vijandige wereld (Matteüs 24). Als burgers van dat vaderland, waar we eens zullen wonen, leven wij in deze wereld terwijl we toch niet van deze wereld zijn. Als vreemdelingen op aarde hebben we een dubbele loyaliteit die we niet tegen elkaar uitspelen. Wij zijn Nederlanders en tegelijk ook wereldburgers die op weg zijn naar hun hemelse vaderland, het koninkrijk van God op de nieuwe aarde. Uiteindelijk dienen we geen beperkende nationalistische belangen, maar die van de Koning van ons toekomstige wereldwijde vaderland waar alle volken, talen en culturen een gelijkwaardige plaats zullen krijgen. Jeremia’s boodschap aan de ballingen is ook relevant voor ons als vreemdelingen. Allereerst zoeken ook wij het goede voor de mensen onder wie we wonen. Onze kracht ligt niet in het isolement, in een eigen maatschappelijke zuil waarin we ons terugtrekken. Nee, wij zoeken het goede voor de mensen onder wie wij leven en met wie wij samenleven in alle sectoren van de maatschappij. Verder, wij doen dat al biddend tot onze Heer, God Almachtig, in Jezus’ naam. We bidden voor de wereld en haar leiders, hoe moeilijk ons dat ook valt. Ach, er zijn genoeg mensen voor wie wij bidden, maar doen we het ook voor onze vijanden? En wat bidden we dan? Tenslotte, wij bidden vooral dat God ons zo tot een zegen wil maken, zelfs voor onze vijanden. Wij zijn vreemdelingen op aarde waar we ook wonen. Zijn we herkenbaar als vreemdelingen die het beste voor hebben met de mensen onder wie en met wie wij leven? Er komt een einde aan ons vreemdelingschap zoals ook de ballingschap beëindigd werd – door God op zijn tijd. Totdat dat moment aanbreekt, blijven we bezig. We zoeken het goede ook voor onze vijanden en blijven voor hen bidden.

Over de auteur
Bob Wielenga

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Meest gelezen

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel
De synodebesluiten over homoseksualiteit – de balans opgemaakt

De synodebesluiten over homoseksualiteit – de balans opgemaakt

Redactie
  • Kerkelijk leven
  • Ruimte en richting

In drie voorgaande edities, januari, februari en april, lieten wij verschillende personen aan het woord om een beeld te geven van hoe de synodebesluiten over het rapport ‘Ruimte en richting’ op uiteenlopende plekken in het land gevallen zijn. En we blikten terug met enkele hoofdrolspelers van de synode. Omdat duidelijk is dat verscheidenheid toeneemt, vroegen we voormalig scriba van de PKN René de Reuver zijn licht te laten schijnen over deze groeiende diversiteit binnen de NGK. In deze editie maken we de balans op.

Lees artikel
‘Ik vergelijk Alkmaarders graag met zebra’s’

‘Ik vergelijk Alkmaarders graag met zebra’s’

Wilfred Hermans
  • Alphen tot Ommen
  • Kerkelijk leven

Ze zijn recht voor hun raap, daar in Alkmaar. Dominee Paul van der Velde weet er inmiddels alles van en kan in die cultuur goed aarden. Waar de PKN-betrokkenheid in Noord-Holland afneemt, groeit het aantal leden in de eeuwenoude Kapelkerk in hartje Alkmaar gestaag. ‘ kan een klein beetje blokfluit spelen en dat klinkt thuis voor geen meter, maar in de Kapelkerk klinkt het alsof ik een concert geef.’

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief