Waarom het hoog tijd is voor kerkelijk studenten-pastoraat

Theo Basoski | 28 januari 2026
  • Wisselrubriek

Het is al even geleden dat de toenmalige GKv op de generale synode gesproken hebben over de pastorale zorg aan, met name, uitwonende studenten. Om precies te zijn was dat in 1996 in Leusden en de liefhebbers kunnen de acta erbij pakken, artikel 67. Toen werd de vraag al gesteld of het niet goed was dat er studentenpastores zouden worden aangesteld in studentensteden.

Daartoe is toen niet besloten. Een van de conclusies van de synode was, dat de pastorale zorg voor deze studenten zowel bij de thuiskerk van de student ligt als bij de kerk in zijn of haar studentenstad. Het gastlidmaatschap werd in het leven geroepen. De student was dan in beide gemeenten met naam en toenaam bekend. Het werd zo geregeld dat de studentengemeenten voor hen niet financieel aangeslagen zouden worden. Ik weet niet in hoeverre de beoogde praktijk werkelijkheid is geweest, in ieder geval werkt deze aanpak inmiddels al een hele tijd niet meer.

Misschien is de uitspraak van 1996 wel de laatste geweest die ging over de pastorale zorg aan studenten. De beoogde praktijk is er niet en er is ook niets voor in de plaats gekomen. De vraag blijft echter: op welke manier geven de thuisgemeente van de student en de studentengemeente wél vorm aan hun pastorale verantwoordelijkheid? In de studentensteden zijn studenten niet meer met hun naam en contactgegevens bekend en op den duur komen velen van hen ook niet meer in hun thuisgemeente.

Met het oog op de specifieke situatie van (uitwonende) studenten is het tijd om als kerken weer eens na te denken over hoe we de pastorale zorg aan hen vormgeven. Studenten leven als het ware in twee (of meer) systemen. Het systeem van thuis, ouders, gezin en kerk, en het systeem van het studentenleven op kamers. Als studenten in het weekend thuis zijn, draaien ze vaak mee in het systeem van thuis, met alle gewoonten die daarbij horen. Voor het oog kunnen hun geloofsleven en de praktijken die daarbij horen niet veel veranderd zijn.

De vraag is echter of gewoonten ook overgenomen zijn in het systeem van het studentenleven. Op het eerste gezicht kan het lijken alsof veel gewoonten rondom geloof overgenomen zijn: ze doen thuis immers overal aan mee. Maar in het andere systeem kunnen andere keuzes gemaakt worden en andere gewoonten ontwikkeld worden. Veranderingen kunnen duiden op veranderingen op geloofsgebied. Zijn veranderingen zichtbaar en wordt daarover gesproken?

De beoogde praktijk is er niet en er is ook niets voor in de plaats gekomen.

Als het gaat over de pastorale zorg aan studenten zou het makkelijk zijn om snel te denken: studenten geven zelf wel aan waar ze behoefte aan hebben. Niet dat de vraag naar de behoefte van de studenten er in het geheel niet toe doet: in de praktijk merk ik dat er best behoefte is aan kerkelijk onderwijs en pastoraat. Echter, het uitgangspunt moet denk ik zijn: het zijn leden van de kerk in een bijzondere fase van hun leven, hoe kunnen we onze verantwoordelijkheid en liefde voor hen vormgeven?

Ruth Perrin schreef Changing Shape (2020). Een mooi boek over millennials en hun geloof. Millennials zijn mensen die tussen 1980 en 1996 geboren zijn. Ik hoop trouwens dat de meesten van hen inmiddels al afgestudeerd zijn. Dit boek is echter niet alleen van waarde omdat er vandaag nog steeds millennials in de kerk zitten, maar ook omdat veel kenmerken bij de huidige generatie studenten aanwezig zijn. Een van die overeenkomsten is, dat jongeren steeds ‘in gevecht’ zijn. Hun geloof wordt voortdurend bevraagd, doordat geloofsovertuigingen botsen met de dominante cultuur. Steeds moet (opnieuw) een standpunt ingenomen worden. Dit is een lang proces naar volwassen worden.

Welke rol willen we als kerken spelen in deze periode van het leven van onze studenten? We weten dat via sociale media allerlei influencers zich specifiek op jongeren richten en een belangrijke rol spelen in hun (menings)vorming. Als kerken hebben we niet alleen de roeping maar ook de theologische deskundigheid in huis (hbo- en academisch geschoolde voorgangers) om een rol van betekenis te spelen in het vinden van richting als het geloof bevraagd wordt. Als kerken hebben we een pastorale verantwoordelijkheid om voor studenten een plek te zijn waar ze met hun moeiten en zorgen gehoord worden en waar een weg gewezen wordt.

Nadenkend over de rol van de kerken voor studenten, kom ik op vorming. Vorming is meer dan alleen kennisoverdracht. Vorming heeft ook te maken met je karakter en identiteit, de verbinding die je hebt met anderen en het doel van je leven. Vorming gaat ook over ethiek en hoe je tot ethische keuzes komt. Het gaat ook over hoe je geloofsovertuigingen integreert in je kijk op de wereld en je handelen. Catechese en pastoraat zijn middelen voor die vorming, vanuit de Bijbel in de kracht van de Geest. Vanuit het evangelie leren we naar onszelf, naar anderen en de wereld kijken en dat die drie zonder Christus niet met elkaar in verband te brengen zijn.

Als kerken hebben we niet alleen de roeping maar ook de theologische deskundigheid in huis om een rol van betekenis te spelen in het vinden van richting.

Categoriaal pastoraat vinden we heel gewoon als het gaat om jongeren in het algemeen en ouderen. Vanwege de situatie waarin studenten op kamers wonen en in meerdere systemen leven, in een levensfase zitten waarin veel keuzes gemaakt worden en waarin er veel geëxperimenteerd wordt, is categoriaal studentenpastoraat ook gerechtvaardigd. Het vraagt wel om samenwerking en expertise om studenten goed te kunnen helpen.

Voor de kerken zelf is dit ook belangrijk. Samen-werking en het bundelen van ervaring en inzicht in het studentenleven en de bewegingen die daar gaande zijn, maken zichtbaar welke veranderingen er plaatsvinden in (de beleving van) het geloof en stelt ons in staat om daarop te reageren, opdat kerk en studenten geen vreemden voor elkaar worden.

Over de auteur
Theo Basoski

Dr. Theo Basoski, predikant NGK Groningen Noordwest-Columnakerk en voor 50% vrijgesteld voor studentenpastoraat.

Meest gelezen

Meer aandacht voor rouw van kinderen in de kerk

Meer aandacht voor rouw van kinderen in de kerk

Laura Verkerk
  • Wisselrubriek

Als kinderen praten over de dood of als ze verdrietig zijn over een overlijden, ervaren veel volwassenen dat als ongemakkelijk. Hoe moet je reageren als (groot)ouder, professional of als vrijwilliger in de kerk wanneer kinderen geconfronteerd worden met de dood of wanneer ze er fantasiespelletjes over spelen?

Lees artikel
Boek zonder Benen

Boek zonder Benen

Robert Roth
  • Boekbespreking

De ondertitel maakt meteen duidelijk wat de doelgroep is van dit boekje. Het is geschreven voor ouders (en in het verlengde ervan voor kinder- en jeugdwerkers). Je krijgt handvatten om met je kind in gesprek te komen over het avondmaal. Elk jaar aandacht voor het samen vieren van het avondmaal, liefst op een vast moment (de doopzondag van je kind), gedurende achttien jaar. Daarom is het fijn dat het in hardcover is uitgegeven, want het moet 18 jaar mee!

Lees artikel
Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief