Jongeren aarzelen om belijdenis te doen

Anko Oussoren | 21 februari 2015
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Voor in de kerk belijdenis doen van je geloof, dat hoort er toch gewoon bij? Toch staan niet alle jongeren daar vandaag de dag om te springen. Hoe komt dat? En wat doen we ermee?

Onlangs sprak ik een moeder die het met haar dochter over belijdenis doen had gehad. De dochter had geen behoefte en zin om naar catechisatie te gaan. ‘Ik leer daar niks!’ De moeder had daar zichtbaar moeite mee en ze benadrukte dat ze het zo mooi zou vinden als haar dochter haar geloof zou belijden. Daarop ging de dochter demonstratief voor haar staan en zei luid en duidelijk in haar gezicht: ‘Ja, ik geloof. Wat moet ik nog meer doen?’

Poppenkast

Het lijkt erop dat jongeren vandaag de dag aarzelen om belijdenis te doen. De kerk wordt door sommigen van hen ervaren als een instituut dat tegenover hen staat. Tegelijk zie ik bij jongeren wel de wil om zich in te zetten voor de kerk. Alleen staat dat los van het doen van belijdenis.

‘Als ik naar de kerk ga, dan ben ik toch al onderdeel van de gemeente!’

Ik mag in samenwerking met jongeren mooie en bijzondere dingen doen in de gemeente. Vanuit die verbondenheid heb ik een aantal van hen gevraagd waarom ze geen belijdenis doen, terwijl ze richting mij wel hun geloof belijden. Eén van hen zei: ‘Vroeger was het meer een moeten, maar ik vind het gewoon al fantastisch hoe ik nu geloof en bezig mag zijn in de kerk. Het is niet een bewuste keuze om het niet te doen. En bovendien: als ik naar de kerk ga, dan ben ik toch al onderdeel van de gemeente!’

Een andere jongere gaf aan: ‘Ik vind dat er te veel waarde aan wordt gehecht. Dat je pas aan het avondmaal mag deelnemen en mag trouwen in de kerk na het doen van belijdenis. Alsof je pas echt gelooft en bij de gemeente hoort zodra je dat hebt “volbracht”… Ik snap het op zich wel, maar ik heb vaak het gevoel dat ik het moet doen omdat ik dan pas die dingen in de kerk mag doen.’

Weer een andere jongere gaf aan: ‘Het is gewoon één grote poppenkast, daar doe ik niet aan mee!’

Het zijn maar een paar reacties, maar het maakt wel iets zichtbaar van de desinteresse in het doen van belijdenis. Jongeren zien er de meerwaarde niet van in en het meevieren van het avondmaal is geen motivatie om belijdenis te gaan doen.

‘After-belijdenis-dip’

Wat motiveert jongeren dan wel om belijdenis te doen? Ook die vraag heb ik aan hen gesteld. ‘Ik ging naar belijdeniscatechese omdat mijn ouders vonden dat ik er klaar voor was’, zei één van hen. ‘Het “doen” voor in de kerk belemmerde mij erg. Uiteindelijk heb ik het wel gedaan, omdat ik ontzettend enthousiast werd, maar het idee kwam bij mijn ouders vandaan.’

Een ander gaf aan: ‘Het was geen gemakkelijke keuze, maar ik wilde leven met God en dat ook duidelijk en officieel maken.’
Weer een ander zei: ‘Ik ben altijd bezig geweest met het geloof en ik kon mij niet voorstellen dat alles gewoon zomaar is ontstaan. Ik kan en wil niet zonder mijn God en Vader, daarom doe ik belijdenis van mijn geloof.’

‘Alsof het doen van belijdenis laat zien dat de opvoeding geslaagd is’

Mooie antwoorden van jongeren die belijdenis hebben gedaan. Tegelijk zei één van hen ook: ‘Belijdenis doen is een formaliteit en zorgt voor druk. Toen ik het deed, vroegen ouders aan mij of ik mijn vrienden ook niet kon overhalen. Alsof het doen van belijdenis laat zien dat de opvoeding geslaagd is.’ Daarbij gaf hij aan last te hebben van een ‘after-belijdenis-dip’: ‘De belijdeniscatechese was top en confronterend, maar daarna viel ik in een gat. Ik miste de gemeenschap waar ik mag zijn wie ik ben. Het zou goed zijn als er meer verbondenheid zou zijn.’

Nomaden

Naast deze jongeren heb ik ook contact met jongeren die niet actief betrokken zijn bij de gemeente, maar wel in meer of mindere mate met God en het geloof bezig zijn. Wat ik merk, is dat de manier waarop het evangelie in de kerk klinkt niet aansluit bij hun leefwereld. ‘Het gaat niet over mij’, ‘ik kan er helemaal niks mee’ en ‘wat heb ik nu aan het geloof’ zijn typische reacties. Ze willen er iets mee kunnen, maar weten niet hoe.

Deze jongeren voelen dat geloof en leven twee verschillende werelden zijn en komen daar vaak eerlijk voor uit: ‘Ik leid een dubbelleven en ben minder met God bezig.’ Ze voelen zich wegdwalen van de institutionele kerk. Je zou ze kunnen typeren als christelijke nomaden, die ronddwalen zonder zich te binden aan een kerk. Betrokkenheid en participatie zijn optioneel geworden. Geloven is voor hen een spirituele zoektocht, zonder een vaste verblijfplaats.

Speelruimte

Past belijdenis doen nog wel bij jongeren in deze tijd? Ontnemen we door de koppeling tussen belijdenis doen en avondmaal vieren jongeren niet de mogelijkheid om hun geloof te versterken? Kunnen we het niet beter gewoon afschaffen? Het zijn vragen die bij mij opkwamen na de gesprekken met de jongeren.

Jongeren hebben aan de ene kant vragen naar zingeving en een verlangen naar verbondenheid. Maar aan de andere kant staan ze los van het instituut, voelt belijdenis doen voor hen als een moeten en geven ze hun geloof onafhankelijk vorm.

Paulus zegt in 1 Tessalonicenzen 2: ‘In die gezindheid, vol liefde voor u, waren we niet alleen bereid u te laten delen in Gods evangelie, maar ook in ons eigen leven, zo dierbaar was u ons geworden.’ Zouden we als kerkelijke gemeenschap speelruimte kunnen bieden aan de nomadische, spirituele zoektocht van jongeren? Een ruimte waar levens gedeeld kunnen worden? Een ruimte waar levenservaringen kunnen worden verbonden aan Christus?

Over de auteur
Anko Oussoren

Anko Oussoren is jeugdwerker en adviseur bij Kerkpunt.

Meest gelezen

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel
Kerknieuws juni 2026

Kerknieuws juni 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Op 15 mei is ds. Johannes Theodoor Jonkman overleden. Hij werd op 13 januari 1950 geboren in Groningen en studeerde theologie in Kampen. In 1983 werd hij door GKv Drachten Zuid-Oost uitgezonden als zendingspredikant naar Kalimantan Barat (Indonesië). In 2000 werd hij gemeentepredikant in NGK Hardenberg-Centrum, waar hij vanaf 2015 aan verbonden was als emerituspredikant. De NGK Hardenberg-Centrum telt ruim 550 leden. Binnenkort verschijnt op onderwegonline.nl een in memoriam over ds. Jonkman.

Lees artikel
Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Lyanne De Haan-Wilts
  • Kerkelijk leven
  • Professorsprofiel

Ik ontmoet Myriam digitaal. Haar vakantie is net voorbij en dat is te zien, ze kijkt ontspannen met een kop thee de camera in. Toch geeft ze aan dat vakantie iets ingewikkelds heeft. Het leven als hoogleraar is gefragmenteerd en kent een permanente druk. De rust die vakantie brengt is elke keer weer even wennen. De adrenaline van haar dagelijks leven moet eruit en ze vindt het lastig om geen grip op zaken te hebben. Tegelijk hoopt ze dat ze de rust van de afgelopen vakantie mee kan nemen in haar werk van de komende tijd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief