Belijdenis doen, en dan?

Sabine van der Heijden | 21 februari 2015
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Zegt de predikant van een oude dorpskerk tegen zijn collega uit het buurdorp: ‘Heb jij ook zo’n last van vleermuizen in de kerktoren? We hebben van alles geprobeerd om ze weg te krijgen, maar niks werkt.’ Zegt de andere predikant: ‘O, ik heb ze belijdenis laten doen, daarna heb ik ze nooit meer gezien.’ Het is een wrang grapje, maar het raakt wel een teer punt.

Belijdenis doen wordt soms nog gezien als het eindpunt van een leertraject, waarna de jongeren losgelaten worden. Maar in een kerk waarin het gaat om samen levenslang leren en naar Christus toegroeien zou het geen eindpunt maar een markeringspunt moeten zijn. Bij de kerk horen betekent deel zijn van een levende gemeenschap van mensen die op elkaar betrokken zijn en samen groeien in hun relatie met God.

Jongeren willen geen lid zijn van een instituut, maar deel uitmaken van een gemeenschap, zo blijkt uit diverse onderzoeken onder 18-plussers. Zij willen niet een geloofsbelijdenis onderschrijven, maar de relevantie van hun geloof in het leven van alledag begrijpen en gestalte geven.

Stage lopen

Wat kun je deze (jonge) mensen bieden? Ten eerste een kring: een groep die regelmatig bij elkaar komt om samen te groeien in geloof en een stukje van elkaars leven te delen. Het kan zijn dat de groep waarmee je belijdenis doet gewoon doorgaat, al dan niet met de predikant. Maar soms is de groep te klein, te groot of te divers. Dan kun je met ieder individu zoeken bij welke bestaande kring hij of zij zich kan aansluiten. Een wijkgroep, een leeftijdsgroep, een themagroep, enzovoort. Voor studenten kan dat ook een studentengroep zijn in de stad waar ze studeren.

In de tweede plaats kun je deze jonge mensen een mentor, buddy, kerkmaatje of hoe je zo iemand maar wilt noemen bieden. Iemand die degene die belijdenis deed blijft volgen, intensief of van een afstandje. Iemand die hem/haar helpt om een eigen plek in de kerk te vinden en te houden en om persoonlijk te blijven groeien. De ervaring leert dat sommige jongeren dit graag willen en anderen het overbodig vinden. In elk geval willen ze iemand met wie ze al een band hebben.

Belijdenis zou geen eindpunt maar een markeringspunt moeten zijn

Last but not least: geef ze een taak. Deel uitmaken van de gemeente betekent dat je medeverantwoordelijk bent. Het ontdekken van je gaven en talenten en hoe je die kunt inzetten in de gemeenschap zou daarom al onderdeel moeten zijn van het belijdenistraject. ‘Stage lopen’ bij verschillende onderdelen van de gemeente kan daar deel van uitmaken. Zo leren de belijdeniscatechisanten niet alleen God maar ook de gemeente in al haar facetten kennen. Bovendien leer je op die manier meer mensen binnen de kerk kennen, waardoor je je ook meer betrokken voelt bij de kerkgemeenschap.

Types

Hóe we dit alles in de kerk vormgeven, vraagt in onze individualistische tijd wel om maatwerk. Want er is tegenwoordig een behoorlijke verscheidenheid in mensen die belijdenis doen.

In mijn gemeente, de NGK Houten, zie ik grofweg drie types belijdeniscatechisanten. Er zijn de jongeren die in de kerk zijn opgegroeid en die dat als positief ervaren hebben. Na het jeugdwerk, inclusief Youth Alpha en een diaconale reis, volgen ze de belijdeniscatechese en doen ze belijdenis. Daarna gaan ze vaak studeren, worden lid van een (christelijke) studentenvereniging en raken soms minder betrokken bij de kerk waarin ze opgroeiden.

‘Stage lopen’ bij verschillende onderdelen van de gemeente kan deel uitmaken van het belijdenistraject

Dan zijn er de twintigers, soms dertigers, die in een kerk opgroeiden, maar daar na hun puberteit afstand van namen. Soms hebben ze los van God geleefd, soms waren ze gewoon niet zo heel erg betrokken. Maar op de één of andere manier heeft God hen weer in hun nekvel gegrepen en maken ze nu toch de keuze voor Hem. Deze ‘uitgestelde keuze’ zien we steeds vaker in een tijd waarin er voor jongeren simpelweg te veel keuzes zijn en waarin de adolescentieperiode steeds langer duurt.

Ten slotte zijn er mensen die niet met het geloof zijn opgegroeid, maar die, meestal via een christelijke partner en de Alpha-cursus, tot geloof kwamen. Zij zijn enthousiast, maar hebben nog weinig geloofskennis, voelen zich soms niet zo thuis in de kerkelijke cultuur en kennen daar weinig mensen. Dit zijn veelal late twintigers en dertigers, soms zijn ze ook stukken ouder.

Pols

Omdat niet alleen de situatie maar ook de karakters van degenen die belijdenis doen zo verschillen en omdat we in een tijd leven waarin iedereen zijn eigen autonome keuzes maakt, vraagt het vervolgtraject om individuele begeleiding.

De predikant lijkt me de aangewezen persoon om dit te geven, maar het kan ook iemand anders zijn. Bij voorkeur iemand die de gemeente goed kent en ook meeloopt tijdens de belijdeniscatechese, zodat er een relatie ontstaat tussen hem/haar en de mensen die belijdenis doen.

Deze persoon is niet klaar wanneer de belijdeniscatechisanten allemaal hun plekje gevonden hebben, maar zou ook in de jaren daarna steeds even de vinger aan de pols moeten houden om te kijken of de jonge christenen nog steeds betrokken zijn bij een kring, een mentor en een taak. En als ze verhuizen, kan deze persoon de jongeren helpen om deze dingen ook in de nieuwe woonplaats te vinden. Te vaak is het nog uit het oog, uit het hart.

Over de auteur
Sabine van der Heijden

Sabine van der Heijden is docent aan de CHE opleiding theologie, co-auteur van Samen jong (2022) en auteur van het Praktijkboek Samen jong (2026). Ze is lid van NGK Houten-De Lichtboog.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief