Leven in het spanningsveld van het koninkrijk

Ronald Westerbeek | 16 mei 2015
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Wie leeft als volgeling van Jezus blijft zich vol verwachting uitstrekken naar het heil van Gods koninkrijk en is tegelijk niet verbaasd wanneer dit heil nog onzichtbaar blijft en op zich laat wachten.

‘Heer, leer ons bidden’, vragen de discipelen en Jezus leert hun het gebed dat we terecht kennen als het Onzevader: het gebed van dochters en zoons van de Vader (Lucas 11:1-13; Matteüs 6:9-13).

Dat Jezus zijn volgelingen leert om God aan te spreken als vader was een niet mis te verstaan signaal voor zijn Joodse tijdgenoten, zo leerde ik van nieuwtestamenticus N.T. Wright. Iedere Jood, legt Wright uit, zal onmiddellijk gedacht hebben aan de eerste keer dat God zich expliciet openbaarde als Vader van Israël: toen Hij zijn volk bevrijdde uit de onderdrukking in Egypte en in de vrijheid leidde. Slaven werden dochters en zonen van God (Exodus 4:22-23).

Ze zullen ook onmiddellijk hebben gedacht aan Gods belofte aan David, dat uit zijn geslacht een koning zou voortkomen die over Gods volk zou regeren en wiens koninkrijk het volle leven zou brengen: heelheid, recht, voorspoed, shalom. Over deze koning zei God: ‘Ik zal zijn vader zijn en Hij mijn zoon’ (2 Samuel 7:14).

Jezus begreep zijn bediening in het licht van deze beide beloften en dat zal zijn tijdgenoten niet zijn ontgaan. Jezus roept hen op zich klaar te maken voor een nieuwe exodus en de komst van het koninkrijk van God.

Heelmakend

Wanneer God als koning gaat regeren, breekt zijn heil door in de wereld. Ik ben gekomen om het leven te brengen in al zijn volheid, belooft Jezus (Johannes 10:10). Aan het begin van zijn publieke optreden maakt hij met de profetie van Jesaja 61 duidelijk wat dit betekent. Hij heeft de Geest ontvangen om armen het goede nieuws te brengen, verslagenen van hart hoop te bieden, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken, blinden te genezen en gebondenen te bevrijden (Lucas 4:18-21).

Dat is precies wat Jezus vervolgens doet: Hij geneest zieken, drijft kwade machten uit, houdt maaltijd met de verworpenen in de samenleving en herstelt mensen in hun relaties met elkaar en met God. Zijn tekenen en wonderen zijn niet bedoeld als bewijs van zijn goddelijkheid, als een soort special effects, maar ze brengen in alle concreetheid het heil van Gods regering: leven zoals de schepper het leven heeft bedoeld. Het gebroken leven op aarde wordt heel gemaakt, rechtgezet, genezen, bevrijd en hersteld. Dat is wat er gebeurt wanneer God als koning gaat regeren.

De hemelvaart van Jezus was geen terugtrekkende beweging van God, in afwachting van betere tijden

Jezus begrijpt wat het betekent om zoon van de Vader te zijn. Namelijk: in gehoorzaamheid betrokken te zijn in het heelmakende werk van de Vader (Johannes 5:19-20). Voor Hemzelf betekent dit de weg naar het kruis, om te sterven voor de zonden van de wereld. Maar ook zijn volgelingen zullen als kinderen van de Vader in gehoorzaamheid hun leven moeten afleggen en hun kruis op zich moeten nemen. ‘Wat ik voor jullie heb gedaan’, zegt Hij tegen zijn volgelingen, ‘moeten jullie ook doen’ (Johannes 13:15-16). Het zendt ons de wereld in om als kinderen en erfgenamen betrokken te zijn in het werk van de Vader. ‘Zoals de Vader mij zendt, zend ik ook jullie’ (Johannes 20:21).

Mysterie

Wanneer Jezus opstaat uit de dood, is duidelijk dat het koninkrijk van God is gekomen: de dood is overwonnen. Maar meteen is ook duidelijk dat de komst van het koninkrijk niet samenvalt met het einde der tijden, zoals de profetieën hadden gesuggereerd. De volgelingen van Jezus moeten zich hervinden: Gods toekomst breekt aan, maar de tegenwoordige tijd raast nog voort en de wereld lijkt onverminderd in de greep van het kwaad.

Paulus, de eerste ’theoloog’ van de christelijke gemeente, probeert dit in zijn brieven onder woorden te brengen. Hij spreekt over de ’toekomstige eeuw’ die is aangebroken en over de ’tegenwoordige boze tijd’ die nog voortduurt. De doorbraak van het koninkrijk van God is wel begonnen, maar het koninkrijk is duidelijk nog niet vervuld.

De gemeente van Jezus Christus bevindt zich voortdurend in dit spanningsveld. Het koninkrijk is er nog niet en toch ook wel. Het ene moment lijkt het verborgen, het andere moment breekt het krachtig in. De tegenwoordigheid van het koninkrijk is een mysterie.

De apostelen ervaren dit volop. Zieken worden genezen, mensen worden vervuld met de heilige Geest, er ontstaan gemeenschappen die rechtdoen en trouw betrachten en allerlei culturele en sociale scheidslijnen worden doorbroken. En tegelijk blijft genezing ook uit, sterven gelovigen, is er onderlinge onenigheid en wordt de prille gemeente onderdrukt en vervolgd.

In de twintig eeuwen die volgen, blijft dit de ervaring van de christelijke gemeente. Waar de komst van het koninkrijk wordt verkondigd, worden levens aangeraakt en geheeld. Gods toekomst wordt zichtbaar in de wereld. En tegelijk: zo ongelooflijk vaak blijft Gods toekomst schrijnend uit.

Zo ongelooflijk vaak bidden we tegen de klippen op, maar blijft genezing uit, woekert het geweld en het onrecht door, voelen we niks van Gods nabijheid, blijft het tobben en ploeteren en blijkt de wereld diep verkankerd door het kwaad, niet in de laatste plaats door het kwaad in ons eigen hart. Zo ongelooflijk vaak slaat de ’tegenwoordige boze tijd’ ons in het gezicht. Het kwaad raast voort en gaat tekeer als een brullende leeuw (1 Petrus 5:8).

011008 Spanningsveld koninkrijk_1

Ik ben gekomen om het leven te brengen in al zijn volheid, belooft Jezus. Dat is precies wat Hij vervolgens doet: Hij geneest zieken, laat blinden weer zien, drijft kwade machten uit en herstelt relaties. (beeld falco/Pixabay.com)

Toegangskaartje

Het blijkt lastig voor gelovigen om in dit spanningsveld te blijven staan. Telkens weer zijn er christenen die de toekomst in het heden willen trekken, alsof de hemel al op aarde is gekomen en het heil van het koninkrijk in alle volheid ‘beschikbaar’ is voor wie gelooft. Wie gelooft, hoeft niet te lijden, niet ziek te zijn, niet langer in armoede te leven.

‘Neopentecostals’ en ‘hypercharismatici’ die dit beweren, hebben weinig begrepen van Jezus’ woorden over jezelf verloochenen, je kruis opnemen en delen in zijn lijden. Ze gaan voorbij aan de realiteit van de gebrokenheid van de schepping, die zucht onder de macht van de zonde en het kwaad.

Steeds weer zijn er christenen die het koninkrijk van God verbannen naar de toekomst, alsof het tegenwoordige heil eigenlijk alleen de belofte is dat je er ‘straks bij mag zijn’

Ook zijn er telkens weer christenen die de spanning proberen op te heffen door het koninkrijk van God te verbannen naar de toekomst, alsof we in deze tijd alleen de belofte hebben dat je er ‘straks bij mag zijn’. Het heil van Christus als toegangskaartje voor de hemel en straks de nieuwe aarde. Wie dit beweert, heeft weinig begrepen van Jezus’ woorden dat het koninkrijk in Hem in de wereld gekomen is.

Volgens het Nieuwe Testament is het koninkrijk begonnen, maar nog niet voleindigd. De christelijke gemeente leeft als het ware ’tussen de tijden’. Ze leeft van de ‘krachten van de toekomende eeuw’ en mag al proeven van het heil van die toekomende eeuw (verzoening, gerechtigheid, herstel, genezing), terwijl de machten van de tegenwoordige eeuw nog voortwoekeren en er nog geen einde is gekomen aan onrecht, lijden, ziekte en dood (Hebreeën 6:5).

Christenen die leven vanuit dit spanningsveld van het koninkrijk zullen zich vol verwachting blijven uitstrekken naar het heil van het koninkrijk en tegelijk niet verbaasd zijn wanneer het nog onzichtbaar blijft en op zich laat wachten.

Eersteling

Is het koninkrijk verborgen sinds we het zonder de aardse Jezus moeten stellen? Dat geloof ik niet. De hemelvaart van Jezus was geen terugtrekkende beweging van God, in afwachting van betere tijden, maar een overtreffende trap in de heilsgeschiedenis: vanaf nu zou het verhaal een hogere vlucht gaan nemen!

‘Wie op mij vertrouwt zal dezelfde werken doen die ik heb gedaan, en zelfs grotere werken dan deze’, zei Jezus (Johannes 14:12). Hij ging naar de hemel om aan de rechterhand van de Vader te worden geplaatst en alle macht en autoriteit over hemel en aarde te ontvangen, en vervolgens de Geest uit te storten in zijn volgelingen, zodat in hen en door hen heen het koninkrijk baan zou breken over de hele aarde (Johannes 15:26-27; 16:7-15).

De Geest is géén noodaggregaat om de duistere tijd tussen Jezus’ hemelvaart en wederkomst te overbruggen, alsof er in die tijd eigenlijk niets wezenlijks gebeurt in de heilsgeschiedenis. Door de Geest woont God al daadwerkelijk in mensen. Dat is het begin van Gods nieuwe schepping.

In het Nieuwe Testament wordt de uitgestorte Geest de eersteling genoemd, de eerste vrucht van de nieuwe oogst van de eindtijd (Romeinen 8:23). De eindtijd is dus al begonnen! De Geest wordt ook een voorschot genoemd (2 Korintiërs 1:22; Efeziërs 1:14). Dat is meer dan een onderpand of een schuldbekentenis waarmee je te zijner tijd aanspraak kunt maken op de daadwerkelijke erfenis van het koninkrijk. Een voorschot is een eerste aanbetaling, een gedeelte van de erfenis.

Het verrassende is dat in het Nieuwe Testament ook de christelijke gemeente wordt aangeduid als eersteling van de nieuwe schepping (Jacobus 1:18; Openbaring 14:4). In alle gebrekkigheid en zwakheid is de gemeente daadwerkelijk het begin van Gods toekomst: hier breekt het toekomstige heil van Gods koninkrijk door in het heden.

De Geest is géén noodaggregaat om de duistere tijd tussen Jezus’ hemelvaart en wederkomst te overbruggen

God heeft zijn hele schepping op het oog en de gemeente is als eersteling geroepen om het heil aan de wereld te brengen, in de kracht van de heilige Geest. ‘Jullie zijn het licht voor de wereld’, zegt Jezus (Matteüs 5:14). ‘Jullie hebben de Geest van zoonschap ontvangen’, zegt Paulus, en als kinderen en erfgenamen zijn wij ‘medewerkers van God’ en ‘ambassadeurs’ van de nieuwe schepping (Romeinen 8:15; 1 Korintiërs 3:9; 5:17-21).

Als kinderen van de Vader worden wij betrokken in het werk van de Vader: het koninkrijk verkondigen, zieken genezen, gebondenen bevrijden, herstel en verzoening brengen.

Dus als wij het Onzevader bidden en God aanspreken als zijn zonen/dochters en erfgenamen, dan betekent dit dat wij in navolging van Jezus ons leven in gehoorzaamheid overgeven en ons toewijden aan het werk van de Vader in de wereld: ‘Laat uw koninkrijk komen en uw wil op aarde worden gedaan – in mij en door mij heen.’

Pelgrimsweg

Ik geloof niet dat we hierbij onderscheid moeten maken tussen heil als recht en trouw enerzijds en heil als innerlijke en lichamelijke genezing en bevrijding anderzijds. Op grond waarvan zouden we zo’n onderscheid maken? Op grond van wat de Bijbel ons leert over Gods heil en hoe dit door de Geest gestalte krijgt of op grond van persoonlijke ervaringen?

De charismatische vernieuwing krijgt nogal eens het verwijt dat ze zich te veel laat leiden door individuele ervaringen, en vaak is dat verwijt terecht. Maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat eigen ervaringen eveneens leidend zijn wanneer mensen een onderscheid gaan maken tussen de zogenoemde ‘bijzondere gaven en werkingen van de Geest’ en andere aspecten van Gods doorbrekende heil.

Nu vind ik dat we ervaringen van zowel Gods verborgenheid als van zijn zelfopenbaring serieus moeten nemen en moeten verwerken in onze theologie. Maar als het gaat om ons verstaan van Gods heil en hoe dit gestalte krijgt in de wereld zouden we het spreken van de Bijbel niet moeten willen aanpassen aan onze ervaring, maar onze ervaringen en geloofspraktijken moeten herijken aan wat de Bijbel ons voorhoudt: dit mag je verwachten en dit is je roeping in de wereld en voor de wereld.

Wat me bijzonder aanspreekt in het werk van N.T. Wright is dat hij in alle nuchterheid alle aspecten van het heil bij elkaar houdt, inclusief sociale gerechtigheid en genezing, door artsen of door gebed. Hij maakt duidelijk hoe christenen geroepen zijn om dit allesomvattende heil te verkondigen en het koninkrijk van God uit te leven.

Wright staat niet bekend als een charismatisch theoloog, maar voor hem is het volstrekt vanzelfsprekend dat de bedieningen van genezing en bevrijding van kwade machten thuishoren in elke lokale gemeente. In een preek die hij in 2006 hield in Durham Cathedral verwoordt hij wat steeds doorklinkt in zijn werk: Gods heil omvat de heelmaking van zijn hele schepping, en wij worden daar actief in betrokken, hier en nu:

‘Er loopt een pelgrimsweg van het kruis en het lege graf regelrecht naar Gods nieuwe schepping, en wij zijn geroepen om die weg te gaan. Het is de Heilige Weg, de weg van genezing en hoop. Het werk van genezing is één van de belangrijkste wegwijzers langs de weg naar Gods nieuwe schepping. Het is meer dan een wegwijzer: het is een stukje van de nieuwe schepping die ons in het heden tegemoet komt. Het is een heus voorschot, een voorsmaak van de nieuwe schepping, waarin alle kwaad zal zijn rechtgezet, elke pijn zal zijn genezen en God alle tranen uit alle ogen zal wissen.’

Webtips

 

Leestips

Verschillende werken van N.T. Wright:
The Lord and His Prayer, London (SPCK), 1996.
How God became King, London (SPCK), 2012.
The Resurrection of the Son of God, Minneapolis (Fortress Press), 2003.

Derek J. Morphew, Breakthrough. Discovering the Kingdom, Cape Town (Vineyard Publishing), 1991.

Benno van den Toren, ‘De gemeente als begin van de oogst’, Geestkracht: Bulletin voor Charismatische Theologie, nummer 66, 2010.

Over de auteur
Ronald Westerbeek

Ronald Westerbeek werkt als theoloog voor de charismatische vernieuwingsbeweging New Wine.

Meest gelezen

Genesis 3 is een profetische vertelling

Genesis 3 is een profetische vertelling

Ulbe van der Meer
  • Opinie

Honderd jaar geleden sprak de synode van de Gereformeerde Kerken uit dat het spreken van de slang in Eden een zintuigelijk waarneembaar feit was. Ds. Jan Geelkerken zag dat anders en werd uit zijn ambt gezet. Aan dit ‘jubileum’ is tot nu toe slechts een podcast (Dick en Daniel geloven het wel #238) gewijd en een paar verhalen uit de oude doos in het Nederlands Dagblad. Moeten we ervan uitgaan dat het vandaag niet meer zo van belang is hoe je deze tekst leest?

Lees artikel
Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Het geheim van de kerk

Het geheim van de kerk

Cors Visser
  • Boekbespreking

Het was de ondertitel die me naar dit boek deed grijpen: herontdekken wat de kerk is. Na het omslaan van de laatste bladzijde was er een lichte teleurstelling. Dit boek gaat niet in de eerste plaats over de kerk. Maar naast teleurstelling was er ook een aangename verrassing: Wright werpt nieuw licht op Handelingen en ja, ook een beetje op de kerk. Wat de Britse nieuwtestamenticus doet, is de lezer in iets meer dan 200 bladzijden meenemen door heel Handelingen. Elk hoofdstuk behandelt drie of vier hoofdstukken, met uitzondering van Handelingen 1 en Handelingen 17 – die krijgen beide een eigen hoofdstuk. Door deze aanpak zit er vaart in het boek en komen de kwaliteiten van Wright naar voren: grote lijnen trekken en vergelijkingen maken met andere Bijbelboeken en verhalen. Voor mensen die Tom Wright doorgaans wijdlopig en ongestructureerd vinden – zoals ikzelf – is dit boek een stuk prettiger leesbaar. Een aantal hoofdthema's uit eerder werk komt voorbij: de nadruk op de opstanding van Jezus, het koninkrijk van God en de ontmoeting van hemel en aarde. Via Handelingen valt daar weer nieuw licht op.

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief