Wie een verschoppeling bespot, beledigt zijn Schepper

Bob Wielenga | 24 december 2015
  • Blog

‘Wie een verschoppeling bespot, beledigt zijn Schepper.’ Dit woord uit Spreuken 17:5 is een actueel woord in ons tijdsgewricht, met zijn miljoenen vluchtelingen, vreemdelingen en asielzoekers.

Vluchtelingen zijn verschoppelingen, weggeschopt uit hun dagelijkse leven door medemensen, door de omstandigheden van oorlog en geweld of door honger en onbeschrijfelijk lijden. Verschopt komen zij ook in ons land aan.

Hoe wij met hen omgaan, ook verbaal, verraadt hoe we tegenover God staan. Maar wat ik daarvan lees en zie, stelt me niet gerust. Is er geen sprake van regelrechte xenofobie, vreemdelingenhaat, waardoor dan ook ingegeven? We hoeven de namen Oranje, Steenbergen of Geldermalsen maar te laten vallen of de beelden van uitzinnig schreeuwende xenofoben komen weer op ons netvlies.

Het gaat me nu niet om terechte discussies over de mogelijkheden en begrenzingen van vreemdelingenopvang in soms kleine gemeenschappen. Discussies over de wenselijkheid van azc’s in dorpen en steden wil ik erbuiten laten. Er zijn best zinnige argumenten te vinden tegen te grote asielgemeenschappen in de Nederlandse samenleving. Getto’s van welke etnische samenstelling ook zijn niet goed voor de maatschappelijke vrede.

In Zuid-Afrika weet ik wat xenofobie kan uitwerken: vreemdelingen worden vermoord, hun huizen gaan in vlammen op en hun bezittingen worden gestolen, aangezet door politieke of traditionele leiders. Het zal deze vaart niet lopen in ons ‘beschaafde’ land. Hoewel, de toenemende ‘verwildersing’ voorspelt weinig goeds! Zie ik het verkeerd als ik xenofobie de kop zie opsteken?

Haatspraak

Ik beperk me hier tot hoe we in ons taalgebruik omgaan met vluchtelingen die onze taal en cultuur niet kennen en misschien ook anderskleurig zijn. In een boek over christelijke ethiek in een seculariserende samenleving van de Afrikaner ethicus Koos Vorster (2014) kwam ik een beschouwing tegen over het derde gebod en wat hij, in karakteristiek Afrikaans, haatspraak noemt. We gebruiken taal om onze haat voor vreemdelingen tot uiting te brengen.

Het kan best zijn dat angst onze raadgever is. Er worden de meest afschrikwekkende geruchten verspreid. Maar die komen neer op het lasteren van de goede naam van medemensen die we niet eens kennen en soms niet eens willen kennen. Een kwart van de mensen in Nederland vindt dat echter geen probleem.

Er wordt geklaagd dat de politiek de lokale bevolking niet raadpleegt en serieus neemt bij het aanwijzen van azc-locaties. Maar de taal die vervolgens uitgeslagen wordt bij de gewelddadige protesten, kan in een nette krant niet worden afgedrukt. De botte weerstand, ook aan bekende praattafels op tv, tegen een menswaardige behandeling van verschoppelingen wordt in woorden gewikkeld die mij doen denken aan xenofobe haatspraak.

Het derde gebod

‘Misbruik de naam van de Heer uw God niet, want wie zijn naam misbruikt, laat Hij niet vrijuit gaan’ (Exodus 20:7). Is xenofobe haatspraak in strijd met het derde gebod?

Het verband wordt duidelijk als we ons proberen in te denken wat misbruik van Gods naam betekent. Het gaat dan niet alleen maar om vloeken, een valse eed zweren of Gods naam aan verkeerde dingen verbinden. Gods naam staat voor God zelf, voor hoe Hij is en wil zijn voor mensen.

God staat bekend als de Schepper, die mensen naar zijn beeld geschapen heeft en als zijn rentmeesters over zijn schepping heeft gesteld. Ook een verschoppeling is een beelddrager van God, toegerust om rentmeester te zijn over wat van zijn Schepper is. Wie God naar zijn beeld geschapen heeft, mogen wij niet verschoppen, ook niet met woorden. Een menswaardige behandeling van vluchtelingen – naar ons vermogen – is daarom het minste wat van ons gevraagd mag worden.

Als christenen kunnen we met minder niet toe. Niet alleen christenen, maar ook moslims en atheïsten zijn beelddragers van God, die we behalve met daden ook met onze mond, met woorden, moeten liefhebben.

Als we met onze tong onze Heer en Vader zegenen, maar tegelijkertijd mensen die God heeft geschapen als zijn evenbeeld vervloeken (Jakobus 3:9), dan beledigen we Hem die ons en onze verschopte medemensen geschapen heeft, en voor wie Hij een Vader wil zijn om Christus’ wil. Wie vluchtelingen met zijn mond haat, kwaad over hen spreekt, hen verdacht maakt en angst om hen heen zaait, die komt te staan tegenover zijn Schepper, die zijn Zoon naar de wereld stuurde om van al zijn beelddragers zijn kinderen te maken.

De tong kan weleens onze grootste vijand zijn in onze strijd voor een menswaardige behandeling van de vreemdelingen onder ons.

Over de auteur
Bob Wielenga

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief