Het Wilhelmus

Bob Wielenga | 30 maart 2017
  • Blog

Kan ons volkslied de grote verbinder zijn die alle groepsidentiteiten overstijgt? Als iedereen het volkslied uit zijn hoofd kent en het uit volle borst meezingt wanneer dat maar te pas komt, zou dat dan niet onze identiteit als Nederlanders versterken?

Op de basisschool beginnen we er al mee, zo suggereerde een politicus in de verkiezingsstrijd. Gewoon weer uit je hoofd leren. Het eerste couplet dan, want er zijn er vijftien. En als de asielzoekers het uit het hoofd kunnen meezingen, zijn ze dan geen Nederlanders? Het zingen van het volkslied als nationaal bindmiddel.

Natuurlijk valt er dan wel heel wat uit te leggen, op school of op de inburgeringscursus. Kennis van onze vaderlandse geschiedenis is onontbeerlijk. Want het Wilhelmus mag dan als volkslied pas in 1932 zijn ingevoerd, het is al gedicht in de late zestiende eeuw, door, naar men denkt, Marnix van St. Aldegonde, de secretaris van de eerste Willem van Oranje.

Ons volkslied belicht de vaderlandse geschiedenis vanuit een expliciet christelijk perspectief. Eeuwenlang was het een huislied van de Oranjes; later werd het ook een partijlied van de Orangisten, een politieke factie in de latere Nederlanden die ijverde voor het staatkundige herstel van het Huis van Oranje. De verlichte burgerij voelde daar niet zo erg voor, beïnvloed als ze was door Franse denkbeelden op het gebied van politiek en religie. Na 1815 werd het belabberde ‘Wiens Neerlands bloed in de aderen vloeit’ ons volkslied en bleef het Wilhelmus het partijlied van de Orangisten.

Met het Wilhelmus werd gekozen voor een hoogwaardig gedicht op muziek die plechtig klonk, haast als een gezang, waardig om in de liedboeken der kerken te worden opgenomen. De inhoud was er dan ook naar: voluit christelijk. Hoe kan zo’n feitelijk calvinistisch gezang als nationaal bindmiddel dienen?

Geschiedenis

Als we ons volkslied beperken tot het eerste couplet, zullen de meesten zich er nog wel in kunnen vinden. Het zou dan om de vrijheidsstrijd gaan van de dappere Nederlanders, die getiranniseerd werden door het Spaanse schrikbewind, wat uitliep op de Tachtigjarige Oorlog in de zestiende en zeventiende eeuw.

Onder aanvoering van de oorspronkelijk Duitse prins Willem, edel en hooggeboren van keizerlijke stam, werd er slag geleverd tegen de Spaanse koning, die hij altijd geëerd had. Hij was trouw aan het vaderland tot in de dood. Hij werd in Delft vermoord. Graaf Adolf, de jongere broer van Willem, sneuvelde in Friesland. Vrijheidstrijders waren het die we in ere moesten houden. Voorbeelden voor ons vandaag!

Alleen het eerste couplet, en dat nationalistisch uitgelegd

Maar het was toch een geloofsstrijd, die om de vrijheid van godsdienst ging? Dat hoeft voor niet-religieuze Nederlanders geen probleem te zijn. Toen streden we voor vrijheid van godsdienst, in 1940-1945 voor bevrijding van de naziterreur. Vrijheid, gelijkheid en broederschap, de leus van de Franse revolutie, past echt wel bij het eerste couplet van het Wilhelmus.

Natuurlijk, dat eerste couplet is hecht verankerd in het geheel van de vijftien coupletten. Maar als we het volkslied ontmythologiseren, houden we genoeg over om vandaag als nationaal bindmiddel te kunnen dienen. Alleen het eerste couplet, en dat nationalistisch uitgelegd.

Geloofsstrijd

Wie de tekst van het hele lied op zich laat inwerken, weet weer wat er bedoeld wordt met het christelijke karakter van het Nederlandse volk. Van Willem wordt gezegd in couplet twee: ‘In Godes vrees te leven heb ik altijd betracht.’ Dat was de reden dat hij van zijn land verdreven werd. Maar hij wil zich als Gods instrument laten gebruiken in de strijd tegen Spanje. Hij wil vroom leven en ‘tot God bidden nacht en dag, dat Hij mij kracht mag geven, dat ik u helpen mag’ (couplet drie).

Heel bekend in kerkelijke kring is couplet zes: ‘Mijn schild ende betrouwen zijt Gij, o God, mijn Heer!’ Met de bede dat ‘ik toch vroom mag blijven, uw dienaar te aller stond’.

We moeten echt een hele vertaalslag maken om het met een eerlijk geweten te kunnen zingen

Het eerste couplet resoneert in het vijftiende: ‘Voor God wil ik belijden en zijne grote macht, dat ik te genen tijden den koning heb veracht.’ Maar hij moest God meer gehoorzaam zijn dan de aardse koning. Hier krijgen we de theologische rechtvaardiging van de opstand tegen Spanje, het toenmalige wettige gezag in de Nederlanden. Hoe ver zijn we hier verwijderd van een seculiere interpretatie van ons volkslied! Het verdeelt daarom eerder dan dat het verbindt.

Het klinkt geweldig, het Wilhelmus gezongen door een stadion vol supporters van het Nederlands elftal. Wat dan verbindt, is emotie. Niet niks natuurlijk, maar ook niet echt veel! Eerder de muziek dan de inhoud is het wat ons verbindt.

Orangisme

De orangistische uitleg van de vaderlandse geschiedenis vinden we hier in volle glorie: God, Nederland en Oranje. De Prins van Oranje staat centraal, niet het volk; hij is het instrument in Gods hand om het volk te bevrijden van tirannie om het ware geloof tot Gods eer in praktijk te kunnen brengen. Zelfs als we alleen dat eerste couplet zingen in de huidige politiek-maatschappelijke context, moeten we echt een hele vertaalslag maken om het met een eerlijk geweten te kunnen zingen. En of elke christen vandaag dit nationaal-christelijke geloofsperspectief op de geschiedenis deelt, is nog maar de vraag.

Kortom, inhoudelijk verdeelt het volkslied eerder dan dat het verbindt. De emotionele verbinding die het echter oproept, moeten we niet geringschatten in onze cultureel verbrokkelde samenleving. Het geïsoleerde eerste couplet als grootste gemene deler! Veel meer zit er niet in.

Over de auteur
Bob Wielenga

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Meest gelezen

Behulpzaam advies over omgang met groeiende diversiteit in NGK

Behulpzaam advies over omgang met groeiende diversiteit in NGK

Louren Blijdorp
  • Kerkelijk leven
  • Ruimte en richting

In de eerste aflevering van deze rubriek is aan vier intensief betrokken NGK-predikanten gevraagd hoe de synodebesluiten bij henzelf en in hun gemeente zijn gevallen. Daaruit bleekt dat er grote verschillen tussen gemeentes ontstaan. In de tweede aflevering is aan drie hoofdrolspelers ter synode toelichting gevraagd op keuzes en besluiten. In deze derde aflevering vragen we aan René de Reuver, voormalig scriba van de Protestantse Kerk in Nederland hoe hij ontwikkelingen in de NGK ziet en wat hij ons zou willen meegeven.

Lees artikel
Kerknieuws mei 2026

Kerknieuws mei 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Kerknieuws van mei 2026 in Magazine Onderweg. Het beroep dat de gemeente van Langerak op ds. Gert Meijer uitgebracht heeft, heeft hij aangenomen. Ds. Meijer stond sinds 2017 in de NGK Zuidlaren-Kandelaarkerk. De NGK Zwolle-Plantagekerk, een gemeente met ruim 1.000 leden, heeft een beroep gedaan op ds. Reinier Kramer (46 jaar). Kramer is momenteel als enige actieve gemeentepredikant verbonden aan de ruim 1.200 leden tellende samenwerkingsgemeente CGK-NGK Deventer. Hij is sinds 2,5 jaar werkzaam in Deventer. Kramer was eerder vier jaar verbonden aan Spakenburg-Zuid en vijf jaar aan Bergentheim-De Hoeksteen. De Plantagekerk is vacant sinds het vertrek van ds. Jos Douma in 2025.

Lees artikel
Predikantsprofiel: Koos Jonker

Predikantsprofiel: Koos Jonker

Marinus de Jong
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

‘Het predikantschap is voor mij geen baan, het is een roeping.’ Zijn roeping loopt als een rode draad door het gesprek met ds. Koos Jonker. Hij is predikant in hart en nieren. Maar die roeping kwam niet vanzelf. Zijn Zuid-Afrikaanse accent verraadt meteen dat die weg op zijn minst één landsgrens overging. Meer dan eens ging dat als bij Mozes en Jeremia: tegen zijn eigen wil. Deze roeping geeft diepe vreugde, soms veel plezier, maar kost ook wat, zo blijkt.

Lees artikel
Als schaduwen over de wereld vallen

Als schaduwen over de wereld vallen

Louren Blijdorp
  • Verdieping

De tijden zijn somber en ernstig. Oorlogen zijn niet meer ver weg en de wankelende wereldorde geeft een sluimerende onzekerheid. Ook in het nog altijd ongekend welvarende en vredige westen van Europa knaagt het: trollenlegers, hackers, mysterieuze drones dringen ons continent binnen. Het leidt tot groeiend onbehagen, polarisatie, bedreiging van de rechtstaat. En dan klopt ook nog de klimaatcrisis onverbiddelijk aan. Die nog veel existentiëlere dreiging die de randvoorwaarden van ons bestaan zelf bedreigt wordt haast vergeten. Maar ook die slapende reus morrelt aan de bedrieglijke rust van Noordwest-Europa.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief