Lezersbijdragen rond rust

OnderWeg | 8 juli 2017
  • Thema-artikelen

Wat betekent rust voor de lezers van OnderWeg? Op deze pagina een selectie inzendingen rond het thema.


Dingeman van Wijnen zond een fragment uit Duizendmaal dank van Ann Voskamp in:

Haast. Haastig op weg naar het volgende zonder dat wat voor me ligt echt gedaan te hebben. Ik kan geen enkel voordeel bedenken dat ik ooit heb behaald door gehaast zijn. Maar wel duizend dingen die ik kapotgemaakt heb, gemist heb, tienduizend, als gevolg van al dat hollen en vliegen… Door al die haast dacht ik dat ik tijd inhaalde. Maar wat ik deed, was tijd weggooien.

031423 Lezersbijdragen_1Met al die haast, als olifanten in een porseleinkast, slaan we ons eigen leven aan gruzelementen.

Haast zit ernaast.

En ik stond even stil (…) en ik hoor nog meer woorden, van een andere zoekende vrouw: ‘Op elk niveau van het leven, van het huishouden tot de hoogte van het gebed, in alle pogingen om dingen voor elkaar te krijgen, zijn haast en ongeduld de duidelijkste merktekenen van de amateur.’

Ik boen over de schaal en probeer de spijt weg te poetsen van mijn eigen leven als amateur. Want zo heb ik geleefd. Vanaf het moment dat de wekker gaat en ik wakker word op mijn kussen tegen het zijne, me uitstrek over zijn blote rug en naar die genadeloze wijzers kijk. De tijd, altijd die tijd, ik ben een amateur die probeert de tijd te verslaan. De zes kinderen worden wakker. De race begint. De stal… snel. Ontbijt… snel. De boeken, de schriften, snel! In een wereld verslaafd aan snelheid, verdoezel ik de momenten tot één grote, onheilige veeg. Ik deed het. Ik doe het nog steeds. De wijzers van de klok zijn harde meesters. En dus duw ik hard en brom ik hard en val ik hard uit en als hun grote ogen zich vullen met verdriet en hun lippen trillen, dan ben ik moe en weerspiegelt mijn dunne huid hun vermoeidheid, mijn glanzende ogen hun zelfde pijn.
Haast doet ons zeer.

En misschien drijft die pijn ons wel voort. Al dat gejakker, schijnbaar op weg naar iets, kan het ook zijn dat we in werkelijkheid op de vlucht zijn – wanhopig proberen te ontsnappen aan de pijn die ons achtervolgt?

Welk tempo we ook aanhouden, de tijd houdt het wel bij en we kunnen haar niet ontlopen, alleen nog maar harder gaan en harder draven; de minuten gaan even hard mee. Race nog harder en precies op tijd zul je knappen en leeglopen. Hoe langer ik doordraaf, hoe groter de scheur en ik bloed dood.

Haast maakt onze ziel leeg, altijd.

En het zijn die zes zielen die ik liefheb, die daar onder die sparren, daar buiten. Twaalf armen die dennenappels rapen. Twaalf gebogen knieën. De armen van de Jongens-Man harken een berg gras bij elkaar, resten van de winter. Het Grote-Meisje duwt verwaaide blonde lokken van Kleintje terug onder haar voorjaarshoed. Twee kleine jongens bukken om dennenappels in de emmer te gooien, ze stoten voor de grap met hun hoofden tegen elkaar en ik zie de lichte lach op hun gezicht, hun schouders die schudden van plezier. En o, ik ken het geluid en ik lach mee.

De roestige pan waar ik de chocola in gesmolten heb glijdt van de vloer. Ik raap hem op en zie hem wegzinken in de gootsteen.

Ik spreek het uit tegenover God: ik wil niet echt meer tijd; ik wil gewoon genoeg tijd. Tijd om diep adem te halen en tijd om echt te kijken en tijd om vrijuit te lachen, tijd om U eer te geven en diep uit te rusten en vreugde te zingen en net genoeg tijd op een dag om me niet opgejaagd te voelen, onder druk gezet, opgedreven, gekgemaakt om alles af te krijgen – gisteren.

In een wereld waarin koeien moeten worden gekocht en maïsvelden moeten worden bekeken en werk gedaan moet worden, in het geknipper en geflakker van de eenentwintigste eeuw, met zijn rondzingende stelregel ‘leef het moment’, maar niemand van de wervelvermoeide stervelingen lijkt te weten hoe dat moet, wie weet er in die wereld hoe je tijd moet maken en ziel en lichaam en God allemaal op een rijtje moet houden? Tijd om je jas van de kapstok te plukken en tijd om eruit te gaan, er op uit richting lucht en groen en tijd voor verwondering over dat alles in al dat licht, die tijd die breekt in een prisma.
Ik wil gewoon de tijd om dit ene leven goed te leven.

Een zeepbel knapt tegen mijn huid.

Ann Voskamp, Duizendmaal dank. Zoek het ware leven waar het te vinden is: vlak voor je neus, Franeker (Van Wijnen), 2012.


Arjan Minnema uit Baflo schreef een haiku in een Groningse setting:

de rust van het Wad
haalt de onrust van het hart
uit bevende grond

Paesens-Moddergat, Friesland, NL Achter de zeedijk 080510 2028 CEST

(beeld Wutsje/Wikimedia Commons)


Ellen Postma maakte een foto rond het thema. Ter toelichting schrijft ze:

Rust is voor mij een hartsgesteldheid. Ik heb innerlijke rust als ik in mijn hart weet dat ik het leven leef dat God voor mij bestemd heeft, en dat Hij mij helpt met zijn Geest. Dan straalt Gods licht door mij heen naar anderen toe. Ook tijdens zware, donkere en moeilijke tijden is God beschermend om mij heen.

031423 Lezersbijdragen_3


Dirk Jan van Veelen denkt bij rust onder meer aan het boek Gebed als ontmoeting van Anselm Grün. ‘Het heeft mij geholpen om meer rust te vinden in mijn gebed.’ Ook denkt hij aan de film De grote stilte, waarin niet gesproken wordt, en het boekje Tien geboden voor innerlijke rust van Lisette Thooft.

031423 Lezersbijdragen_4

 

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief