Psalm 50 als gids voor een toegewijd en trouw leven

Matthijs Haak | 5 augustus 2017
  • Opinie

Psalmen worden minder gezongen in de erediensten. Waarom kan de kerk toch niet zonder deze liederen? Een verkenning aan de hand van Psalm 50.

Een leeuw die voor je staat, klaar om je te verscheuren. Zo staat God voor zijn volk in Psalm 50. Dat beeld draagt bepaald niet bij aan de aantrekkelijkheid van de psalmen. Hooguit accepteer je zo’n beeld misschien als een ‘tegengeluid’ om je in het gareel te houden. Maar wie Psalm 50 leest in het geheel van de psalmen, ontdekt dat het lied geen vreemde eend in de bijt is.

Het lied begint met de erkenning dat God de God van de goden is. Deze God verschijnt in majesteit, uit Sion. Die opening brengt je terug naar Psalm 2; de psalm die samen met Psalm 1 de inleiding op alle psalmen vormt. Psalm 2 beschrijft in voor ons haast niet voor te stellen concreetheid dat God op een bepaalde plek woont (Sion) en door middel van een bepaalde persoon (zoon/koning) regeert.

Psalm 50 pakt de draad van Psalm 2 op door te zeggen dat God in volle majesteit vanaf de Sion komt. God komt als huiveringwekkende rechter. En terwijl heel de wereld getuige is, staat uitgerekend zijn eigen volk in de beklaagdenbank: ‘Luister, mijn volk, Ik ga spreken, Israël, Ik ga tegen je getuigen, Ik, God, je eigen God’ (vers 7).

Vicieuze cirkel

Gemeenteleden die Psalm 50 in een preekvoorbereidingsgroep lazen, gaven onder meer dit commentaar: ‘Een God die rechtspreekt, aanklaagt en tegen ons getuigt; dat is het beeld dat in Psalm 50 neergezet wordt. Dat is een beeld dat niet meer zo bij ons past.’

‘Een God die rechtspreekt, aanklaagt en tegen ons getuigt; dat is een beeld dat niet meer zo bij ons past’

De gemeenteleden verwezen daarbij naar twee artikelen uit het Nederlands Dagblad (23 en 29 september 2016). De predikanten Ekris en Visser merkten in die artikelen op dat er bij betrokken gemeenteleden, net onder de oppervlakte, verveling en twijfel leven. Ja, een rake opmerking van de gemeenteleden! Als twijfel en verveling heersen, heeft Psalm 50 weinig kans van slagen.

Maar dan dreigt er een vicieuze cirkel te ontstaan. Wij kunnen er weinig mee, dus we luisteren niet. Terwijl luisteren nu net aan de orde is (Psalm 50:7). Deze cirkel wordt doorbroken door de vraag of Israël er wat mee kon toen het deze profetie kreeg. Natuurlijk niet. Maar God is geen Hollandse polderaar of Midden-Oostenonderhandelaar. God verschijnt, in stralend licht, uit Sion. En een laaiend vuur raast voor Hem uit. God is immers de God der goden. En wat God zegt, is adembenemend.

Hart

Op drie verschillende toonsoorten spreekt God. Allereerst snijdt Hij de vluchtweggetjes af. ‘Ik klaag je niet aan om je offers’ (vers 8). Humoristisch voegt God daaraan toe: ‘wat beweegt in het veld is van Mij’ (vers 11). God zit niet te wachten op (extra) offers.

Er is blijkbaar wat anders aan de hand. Dat wordt duidelijk in het tweede dat God zegt: ‘Breng God een dankoffer en doe wat je de Allerhoogste belooft. Roep Mij aan in tijden van nood’ (vers 14-15). Het volk mist toewijding aan en vertrouwen in God. Hun hart is er niet bij (Jesaja 29:13, Matteüs 15:8).

Ten slotte spreekt God de mensen aan die kwaad doen. Terwijl ze het hebben over Gods geboden, leven ze hun eigen leven. Zij vinden God als een allesverslindende leeuw op hun weg.

Gebroken

Wie de psalmen leest als een geheel, ontdekt iets bijzonders. Psalm 50 brengt je terug bij (de inleidende) Psalm 1. Die psalm houdt de gelovigen voor dat zij zich steeds moeten verdiepen in Gods wet en eindigt ermee dat de weg van de wettelozen vergaat. De ellende van Psalm 50 is dat Gods volk op die doodlopende weg van Psalm 1 terecht is gekomen. Psalm 50 zegt: terug naar Psalm 1! En ga die psalm leven. Anders wordt de dood van de wetteloze jouw dood.

‘Waar hamerslagen galmen, vervullen zich de psalmen’

Ook is te denken aan het verband tussen Psalm 50 en 51. Koning David deelt in de malaise van Psalm 50. Ook zijn hart was niet toegewijd. David overtrad alle geboden van God door overspel te plegen, te liegen en te bedriegen en door te (laten) vermoorden. Maar hij komt van zijn troon en belijdt schuld. Dan bidt David dit gebed: ‘U wilt van mij geen offerdieren (…) Het offer voor God is een gebroken geest’ (Psalm 51:18 en 19). Zo gaat de koning in Psalm 51 het volk van Psalm 50 voor. Ons aan God toegewijde leven: dat is het offer dat Hij van ons vraagt (Psalm 40:7-9, Romeinen 12:1).

Vanuit Psalm 50 en 51 valt het extra op dat Gods belangrijke koning in de inleidende Psalm 1 ontbreekt, en dat verderop in de psalmen de Heer zelf koning wordt genoemd (Psalm 93 en verder). Om menselijk aanzien en macht moet het niet gaan (Psalm 146:3). God neemt zondaars zoals jij en ik in dienst. Dankzij Jezus leven zij een koninklijk leven (Catechismus, Zondag 12). De pure verbazing dat de heilige God, de God der goden, de rechter van hemel en aarde (Psalm 50:1-6) dat doet, komt je uit de psalmen tegemoet.

Avondmaal

Ria Borkent heeft in het paasoratorium van Dirk Zwart eens prachtig gedicht: ‘Waar hamerslagen galmen, vervullen zich de psalmen’ (naar Lucas 24:44). Jezus’ kruisdood vervult op indrukwekkende wijze Psalm 50. Want spottend vraagt God aan zijn volk of Hij soms bokkenbloed drinkt of stierenvlees eet. En ironisch zegt Hij daarbij: ‘Breng mijn getrouwen vóór Mij, die zich met offers aan Mij verbinden’ (Psalm 50:4-5). Hier ligt de kern van Psalm 50. Wie verbindt zich aan wie? Wie geeft wie te eten? Wie is er (ge)trouw?

De nieuwtestamentische gemeente gelooft dat God zo trouw is dat Hij mens werd in Jezus (Johannes 1). Het eten en drinken van Jezus’ lichaam en bloed is het enige medicijn tegen een niet-toegewijd hart (Johannes 6). Zo redt God (Psalm 50:15b).

Webtip
De basis voor dit artikel is een prekenserie uit het afgelopen seizoen over de psalmen. De preken zijn te vinden op www.jmhaak.com (categorie preken).

Over de auteur
Matthijs Haak

Matthijs Haak is predikant van de GKv Dordrecht.

Meest gelezen

Docentenprofiel: Cornelis Hamstra

Docentenprofiel: Cornelis Hamstra

Lyanne De Haan-Wilts
  • Docentenprofiel
  • Kerkelijk leven

Cornelis Hamstra werd al eerder geïnterviewd door Onderweg. In het julinummer sprak Louren Blijdorp al met Cornelis Hamstra over de plek van de hbo-theoloog in de NGK. Nu spreek ik Cornelis over zijn werk als docent aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE), waar hij hbo-theologen opleidt. Ik vraag me af hoe zijn werk als docent zich verhoudt tot zijn vorige aanstelling: gemeentepredikant in de NGK Arnhem-Koepelkerk.

Lees artikel
Rentmeesterschap is zo gek nog niet

Rentmeesterschap is zo gek nog niet

Jan van der Stoep
  • Column

Toen ik biologie studeerde in Wageningen had ik veel houvast aan het werk van Bob Goudzwaard. Het was begin jaren ’90 en ik maakte me zorgen om de toekomst van de aarde. De kernramp van Tsjernobyl had diepe indruk op me gemaakt. Ook zag ik overal om me heen de biodiversiteit achteruitgaan. 

Lees artikel
Leren snoeien bij Hoop voor NOP

Leren snoeien bij Hoop voor NOP

Pieter Messelink
  • Alphen tot Ommen
  • Kerkelijk leven

‘Ik wilde de hele wereld redden.’ Marieke zegt het met een glimlach. Dat verlangen is niet verdwenen, maar haar manier van kijken wel. ‘Ik dacht dat God vooral blij met mij zou zijn als ik zoveel mogelijk deed voor Hem en voor andere mensen. Nu ontdek ik dat Hij mij soms juist vraagt om dingen los te laten.’ Het is een zin die samenvat wat er gebeurt bij leden van verschillende kerken in de Noordoostpolder. Dit keer niet het verhaal van één kerk uit een regio, maar het verhaal van mensen uit verschillende kerken ín een regio: Bieneke uit de NGK Marknesse-De Bron, Marieke uit Bant van de NGK Emmeloord-Pro Rege en Petra die in Espel woont en kerkt in een evangeliegemeente op Urk. Ze komen inmiddels bijna een half jaar samen in een leer- en doetraject van Kerkpunt over discipelschap. Het organiserende team verzon er de naam ‘Hoop voor NOP’ voor. Het traject is geen theoretische cursus maar een gezamenlijke zoektocht naar de vraag hoe je Jezus volgt in het gewone leven. Deelnemers komen in twee jaar tijd vier keer bij elkaar en intussen is er contact in kleine groepen.

Lees artikel
De Bergrede (on)navolgbaar?!

De Bergrede (on)navolgbaar?!

Egbert Brink
  • Verdieping

Is de Bergrede navolgbaar? Die vraag dient zich haast vanzelf aan wanneer we Jezus horen spreken. Zijn woorden zijn zo hoog gegrepen, zo radicaal, dat ze ons het gevoel geven dat we een andere wereld binnenstappen. Eerder dan dat we aangesproken worden in onze eigen werkelijkheid. Heb je vijanden lief. Keer de andere wang toe. Wees volmaakt. Het lijkt alsof Jezus een klimaat beschrijft dat wij niet kennen. Een sfeer die eerder bij het paradijs hoort dan bij het leven zoals wij dat dagelijks ervaren. En wie eerlijk luistert, voelt meteen de spanning: dit is toch onmogelijk om na te leven, laat staan vol te houden? Onnavolgbaar!?

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief