Maria

0

De laatste jaren hoorde ik er niet meer zo veel over, over de Mariaverering in de Rooms-Katholieke Kerk (RKK). Niet dat het ooit weggeweest is. Zeker niet. Maar ik had toch ergens het idee dat de ergste uitwassen ervan zo niet uitgeroeid dan wel meer en meer ondergronds waren gegaan.

MariaVooral sinds het Tweede Vaticaanse Concilie (1962-65) leek er een wat andere koers gevaren te worden binnen de RKK. Om het theologisch uit te drukken: ze kreeg eerder in de ecclesiologie een plaats dan in de christologie. Ze speelt geen actieve rol in het verlossingswerk van haar Zoon, maar ze is volop betrokken op de kerk. Ze mag als voorbeeld dienen voor ons in haar gelovige onderwerping aan Gods keuze van haar als moeder van de Here Jezus, zijn Zoon.

Maria in ere houden is haar houding van afhankelijkheid van God navolgen. Zo blijft ze mens onder de mensen, ook in de hemel, waar ze op gewoon menselijke wijze terechtgekomen is, namelijk door te sterven in haar Heer.

Efeze

In de vroege kerkgeschiedenis ging het al spoedig mis op dit punt. Er barstte een discussie los over de vraag of Maria ‘theotokos’ genoemd mocht worden. Ik zou dat haast weergeven als ‘draagmoeder van God’. Jezus was toch waarlijk God?

Interessant is dat juist in de stad Efeze een concilie hierover een uitspraak moest doen. Efeze was het brandpunt van de Artemisverering, een levenschenkende moedergodin. Identificatie van Maria en Artemis was zeker niet denkbeeldig, zoals naderhand in zovele culturen Maria de trekken kreeg van lokale godinnen. De Mariaverering kreeg hier en daar afgodische trekken.

De pauselijke leeruitspraken over de onbevlekte ontvangenis van Maria en haar tenhemelopneming (in 1854 en 1950) trokken haar helemaal in de sfeer van het goddelijke, waardoor het bidden tot Maria heilsbetekenis kreeg. De hoge God en zijn Zoon konden via haar voorbede tot luisteren en ingrijpen gebracht worden. Daarmee brak het Tweede Vaticaanse Concilie dus. Ze sloeg een veel Bijbelser weg in, waarop ook protestanten konden gaan.

Bram van de Beek

Bidden tot Maria leek dus minder benadrukt te worden binnen de RKK. In de protestantse wereld kreeg het ondertussen leven ingeblazen door professor Bram van de Beek. Hij bepleitte al in 2012 in zijn boek Lichaam en Geest van Christus. De theologie van de kerk en de Heilige Geest dat bidden tot Maria Bijbels heel verantwoord kan gebeuren.

Natuurlijk wil Van de Beek geen gebed tot Maria als medeverlosseres, zoals dat vroeger gewoon was in de RKK en daar nog wel gevonden wordt. Hij is goed protestants, zoals, ten overvloede, ook blijken kan uit een ouder boek over de christologie als hart van de theologie, Jezus Kurios (1998). Maria is mens, geen God, en verkeert in de hemel niet in een apart, goddelijk domein, waar ze special toegang heeft tot haar Zoon. Ze is in de hemel als mens, zoals wij mensen op aarde zijn. Zouden we haar niet mogen aanroepen in onze nood, waarin zij als mens zo kan meevoelen?

In een column in het Nederlands Dagblad kwam Van de Beek hier onlangs op terug. Bidden tot Maria kan, mag en heeft zin – zo vat ik het maar even samen. Uiteraard kwamen daar negatieve reacties op, die weer beantwoord werden door een katholiek, die het voor Van de Beek opnam: Maria is in de hemel een levend mens, want in de Heer gestorven en daarom met Christus opgestaan. Vanuit de hemel kan zij zich heel goed bemoeien met de aardse zaken van haar geloofsgenoten en voor hen een goed woordje doen bij haar en hun Heer. Wat is daarop tegen? Tja, wat is daarop tegen?

Laat hen met rust!

Laat ik eerst vaststellen dat het hier niet om een terugkeer naar de oude mariologie gaat. Maria is mens onder de mensen, alleen niet op aarde, maar in de hemel. Van daaruit kan ze ons hier op aarde ten goede zijn. Maar is dat ook zo? Wat weten wij van het hemelse bestaan van onze levend-doden af?

Vrijgemaakten zijn de felle debatten rond ‘de leer van Telder’ uit de vorige eeuw nog niet vergeten. Nou ja, goed, wij ouderen zijn die scherpe, hoogoplopende, verdeling zaaiende discussies rond Zondag 22 van de Heidelberger Catechismus niet vergeten. Het was één van de oorzaken van de scheuring in 1967.

In Zuid-Afrika ben ik de waarde van Zondag 22 steeds sterker gaan inzien. Onze doden leven, inderdaad van stonde aan in de hemel. Maar daarmee houdt het voor mij dan wel op. Verder kunnen we vrijwel niets zeggen over het leven van de doden in de hemel. God weet het, en dat moet ons genoeg zijn.

De Bijbel leert ons ook nog dat ze, net zoals wij op aarde, op de dag van Jezus’ wederkomst wachten. Verder rusten zij in de hemel van hun leven op aarde. Laten we hen dan ook rust gunnen, en niet met onze zaken op aarde lastigvallen. Letterlijk: laat hen met rust! Dus geen gebed tot de levend-doden, of dat nou Maria is of één van de andere heiligen, of onze eigen voorouders of voorgangers die op aarde in de Heer gestorven zijn. Ja, we volgen hun geloof na, houdt de Hebreeënbrief ons voor (13:7).

Bovendien, is de Here Jezus niet onze voorspraak in de hemel bij God (1 Johannes 2:1)? Hij, die waarlijk mens is en met al onze zwakheden kan meevoelen, maakt iedere andere voorbidder in de hemel overbodig. Zijn voorbede moet voor ons genoeg zijn, en genoegzaam.

Delen.

Over de auteur

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Reacties zijn gesloten.