Leren van Samen op Weg

Bas Plaisier | 14 oktober 2017
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Kerkelijke hereniging is – gelukkig – niet nieuw. In 2004 gingen de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk samen verder als één nieuwe kerk: de Protestantse Kerk in Nederland. Bas Plaisier was intensief bij het verenigingsproces betrokken. Welke lessen heeft hij geleerd die hij de GKv en de NGK kan meegeven op weg naar hun hereniging?

Het gebeurde op 12 december 2003. Op de avond na de emotionele besluiten tot de vereniging van de drie Samen op Weg-kerken leidde ik de kerkdienst in de Domkerk in Utrecht. Het was een ontroerende ervaring. Toen ik de kerk inkeek, zág ik de verenigde kerk: in dit eeuwenoude huis van God was het lichaam van Christus een realiteit. Ik ervoer dat God zijn beloften had waargemaakt: Christus had het verstrooide bijeengebracht en de Geest gaf nieuwe bezieling voor de toekomst.

Het was een bijzonder moment. Als Nederlandse protestanten zijn we bijna genetisch voorbestemd om te leven met kerkscheuringen. Dat vereniging mogelijk zou zijn, hebben we nauwelijks meegekregen. Als hervormden, gereformeerden en lutheranen hebben we dat geweten. In mijn preek noemde ik de meer dan veertig jaar die aan de vereniging voorafgingen ‘polderen met geblokkeerde molens’. Maar we hebben het ervoor over gehad en volgehouden.

Vanwaar die vasthoudendheid? Waarom niet gekozen voor ‘klein en fijn’, voor ‘eigen en gelijkgezind’? Dat had alles te maken met het gegroeide besef dat onze verschillen niet konden opwegen tegen het gemeenschappelijke in Christus. Onze kerkelijke cultuurverschillen konden niet in de schaduw staan van de in Hem gegeven eenheid. We konden Christus’ gebed om eenheid met het oog op het heil van de wereld niet langer weerspreken of vergeestelijken. Ligt onze identiteit niet vóór ons: in de roep van de Heer van de kerk en in de beweging van zijn Geest, in plaats van achter ons: in wat we zelf hebben opgebouwd?

Koesteren

Het proces van eenwording tussen de GKv en de NGK verschilt in allerlei opzichten van het herenigingsproces waarbij ik betrokken was. De tradities en culturen zijn minder divers, de geschiedenis van onderlinge verdeeldheid is korter en de confessionele gebondenheid is eenduidiger.

Als er geen bereidheid is om samen met anderen kerk te zijn, is geen enkele kerkordetekst voldoende om aversie en angst te overwinnen

De GKv en de NGK tellen veel kerkleden die de scheuring van destijds hebben meegemaakt en nog steeds de pijn daarvan en de boosheid daarover voelen. Maar steeds meer mensen zijn gaan twijfelen aan de zin van de scheiding en koesteren het eigene niet meer zo. Vooral de jongere generatie maakt zich er niet druk over, maar praktiseert de eenheid van het christen zijn en verlangt ernaar om tijdens hun leven de verzoening en vereniging mee te maken. Organisatorische regelingen interesseren hen niet. Als er zo’n breed gedeeld verlangen en enthousiasme is, is het tijd om zorgvuldig, transparant en met enige spoed te handelen.

Rubicon

De GKv en de NGK staan voor een belangrijke beslissing, die door veel kerkleden als ingrijpend zal worden ervaren. Met het uit elkaar gaan van de kerken is vijftig jaar geleden immers een proces gestart dat diep in de zielen gesneden heeft. De eigen identiteit – als onderscheidend van die van de ander – werd scherper verwoord en er werden verhalen over elkaar verteld die de scheiding moesten rechtvaardigen. Het kwam bijna automatisch tot een radicalisering van de eigenheid, omdat de ander niet meer een remmende factor was. Ben je eenmaal de Rubicon van scheiding overgetrokken, dan volgt er een bijna autonome ontwikkeling. Jaren later lijkt het volstrekt vanzelfsprekend dat je bestaat en dat de ander ook werkelijk anders is.

Hierover konden de lutheranen, hervormden en gereformeerden meepraten. De openlijke of verborgen blokkades die mensen hadden (rond geloofsbeleving, activisme en passiviteit, confessionele en culturele tradities, openheid voor moderniteit, financieel beheer enzovoort) belemmerden jarenlang de voortgang. Daar helpt weinig tegen, behalve wederzijdse ontmoeting en samenwerking, maar dat moest juist georganiseerd worden. Voor de GKv en de NGK kan het door de ‘kortere’ scheidingsperiode van vijftig jaar wellicht anders zijn, maar onderschat dit identiteitsproces en deze niet-theologische factoren niet.

Verliezen

Bij het Samen op Weg-proces is voor de ontmoeting en het elkaar leren kennen ruim de tijd genomen. Te ruim, want daardoor ontstond een grote ongelijktijdigheid tussen gemeenten die al ‘gefedereerd’ waren en gemeenten die nog moesten beginnen elkaar te ontmoeten.

Het SoW-proces was begonnen met visionaire voortrekkers en enthousiaste gemeenten die elkaar hadden opgezocht. Maar toen er gewerkt ging worden aan een vereniging van de kerken in hun geheel en classicale en synodevergaderingen beslissingen moesten nemen, begonnen de moeilijkheden. De eenheidsdroom werd nu ook op het bord van de verontruste tegenstanders gelegd, die vervolgens meldden dat zij hierom niet gevraagd hadden. Het gevolg was een slepend, jarenlang proces om iedereen mee te krijgen en kerkordelijke compromissen te vinden.

Een belangrijk punt daarbij was het garanderen van veiligheid. Daarmee werd bedoeld dat zij die ‘dit proces niet begeerd hadden’ er ook geen last van zouden krijgen. Die (voornamelijk hervormde) gemeenten wilden niet gedwongen worden om veranderingen door te voeren inzake hun verstaan van de belijdenis, de liturgische vormgeving, het beleid ten aanzien van vrouwen in het ambt, de acceptatie van homoseksuelen en de kerkelijke zelfstandigheid. Zij wilden garanties dat dat ook in de toekomst niet zou gebeuren.

Op 12 december 2003 vierden de Samen op Weg-kerken hun besluit tot vereniging met een dankdienst in de Domkerk in Utrecht. (beeld RD, Sjaak Verboom)

Op 12 december 2003 vierden de Samen op Weg-kerken hun besluit tot vereniging met een dankdienst in de Domkerk in Utrecht. (beeld RD, Sjaak Verboom)

De intentie achter dit decennia durende geworstel was ervoor te zorgen dat we niemand zouden verliezen. Om elkaar te kunnen vasthouden, werkten we in de laatste jaren van het verenigingsproces aan steeds gedetailleerdere compromisteksten. Toch bleek uiteindelijk de scheiding niet te keren en ging een aantal gemeenten niet mee met de vereniging. Ik heb ervan geleerd dat als er geen bereidheid is om samen met anderen kerk te zijn, geen enkele kerkordetekst – wellicht geen engel uit de hemel – voldoende is om aversie en angst te overwinnen. En een tweede les was: als mensen zich om allerlei redenen niet meer echt thuis voelen in hun eigen kerk en het gevoel hebben dat die niet meer hun geestelijke huis is, wordt het landelijk samengaan met een ‘niet begeerde partner’ de katalysator om afscheid te nemen. Achterstallige gemeente- en kerkopbouw los je niet op door een verenigingsproces.

Onverschilligheid

Werken aan organisatorische eenheid heeft in deze tijd niet de wind mee. We leven in een cultuur waarin instituten onder druk staan en met wantrouwen worden bekeken, zeker als er gewerkt wordt aan schaalvergroting. Een nationaal kerkelijk verenigingsproces heeft met eenzelfde onverschilligheid en wantrouwen te maken als instituten als de Europese Unie en de oecumenische wereldorganisaties.

Aan het einde van het SoW-proces werd dit de vereniging bijna fataal. Het enthousiasme van de eerste decennia werd ingehaald door apathie en onverschilligheid. Een verenigingsproces moet daarom niet te lang duren.

Achterblijvers

In het SoW-proces was het bijna onmogelijk om zowel voor de verworteling in de confessionele en kerkordelijke tradities als voor een toekomstgerichte visie op kerk zijn te kiezen. De mantra naar de bezwaarden was immers dat er niets zou veranderen. Pas na de vereniging konden de broodnodige missionair-belijdende programma’s starten en kon er gewerkt worden aan een organisatie met een vernieuwde manier van bovenplaatselijk kerk zijn.

Het maakt duidelijk dat zowel geduld – veel geduld – als pastorale wijsheid nodig is om vooruit te komen. Hoezeer de vingers ook jeuken, probeer niet al je ideeën te realiseren tijdens een proces van eenwording. Heb oog voor de achterblijvers.

Achterstallige gemeente- en kerkopbouw los je niet op door een verenigingsproces

Ik bespeur in het herenigingsproces van de GKv en de NGK wat we bij het SoW-proces ook graag hadden gezien: de combinatie van zoeken naar eenheid en missionair kerk zijn. Maar wat bij ons plaatselijk wel gebeurde – kerk zijn met het oog op hen die Christus niet kennen – kon in het verenigingsproces landelijk niet worden meegenomen. Dat kon pas daarna. We waren er echter al tijdens het SoW-proces van overtuigd dat het gebed van de Heer Jezus om eenheid niet verstaan en gepraktiseerd kan worden als daarbij het doel van die eenheid vergeten wordt: dat de wereld tot geloof kan komen (Johannes 17).

Daarom hoop ik dat in het proces dat de GKv en de NGK ingaan andere kerken en organisaties meegenomen kunnen worden in de zoektocht naar nieuwe vormen van kerk zijn. Het verenigen van kerken moet geen navelstaarderij zijn, maar een ruimhartig oecumenisch proces waarbij veel verwacht wordt van wat de Geest ook bij anderen doet.

Cement

Vereniging vraagt draagvlak om alle leden in beide kerken mee te nemen. Voor doenerige gereformeerden is het moeilijk te aanvaarden dat kerkelijke vereniging en vernieuwing geestelijke zaken zijn die we maar zijdelings bewerkstelligen met ons bestuur en management. In de laatste periode van het SoW-proces stond niet voor niets het gebed om de Geest centraal. In die weg leren we ook dat we elkaar niet pas kunnen aanvaarden als we op alle onderdelen gelijk denken. Dat kunnen we als we samen God prijzen en zijn naam in onze omgeving belijden.

Het kan pijnlijk zijn iets eigens te verliezen wat voor je gevoel belangrijk is. Maar het cement van het gemeenschappelijke gebouw is niet wat wij bekokstoofd hebben, maar is Gods Geest. Na de vereniging in 2004 heb ik gemerkt hoe zelfs veel aanvankelijke sceptici aangestoken zijn door een nieuw elan en missionair bewustzijn om kerk te zijn voor de samenleving waarin wij staan. Ten diepste heeft Gods Geest dat bewerkt.

Heling

Een verenigingsproces is niet alleen een weg voor bevlogen eenheidszoekers, maar ook voor hen die vragen hebben of nog steeds verwond zijn. Verenigen is een proces van heling van herinneringen, van verzoening en ook van onmacht om te vergeven en te vergeten. Verdoezelen en mooipraterij helpen in dit soort gevallen niet.

Het is belangrijk om de geschiedenis eerlijk onder ogen te zien en te erkennen dat de eigen radicaliteit en dogmatische hardheid veel mensen hebben vervreemd van de kerk. Als dat in face-to-facegesprekken aan de orde komt, daarover schuld beleden wordt en broeders en zusters elkaar van harte aanvaarden, is dat veel belangrijker dan mooie officiële verklaringen.

Wat zou het mooi zijn als in dit pijnlijke en (hopelijk) helende proces de nabijheid en solidariteit van de andere kerken in ons land ervaren zou kunnen worden. We hebben in alle kerken vergelijkbare wonden en zonden. Geen kerk en geen kerkmens kan buiten Gods genade en buiten de kracht van de verzoening die onze Heer ons schenkt. Verenigen doe je niet alleen en ook niet met zijn tweeën. Het verenigingsproces van de GKv en de NGK is een proces in onze gezamenlijke gereformeerde familie en een teken van hoop en verzoening voor ons allemaal. Ik zie ernaar uit dat het een start wordt van een proces naar verdergaande eenheid: een hoopvol teken van verbinding in ons geseculariseerde en verdeelde land.

Over de auteur
Bas Plaisier

Bas Plaisier was vanaf 1997 als secretaris-generaal van de Nederlandse Hervormde Kerk en scriba van de SoW-kerken betrokken bij het verenigingsproces van deze kerk met de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk. Van 2004 tot 2008 was hij de scriba van de Protestantse Kerk in Nederland.

Meest gelezen

Behulpzaam advies over omgang met groeiende diversiteit in NGK

Behulpzaam advies over omgang met groeiende diversiteit in NGK

Louren Blijdorp
  • Kerkelijk leven
  • Ruimte en richting

In de eerste aflevering van deze rubriek is aan vier intensief betrokken NGK-predikanten gevraagd hoe de synodebesluiten bij henzelf en in hun gemeente zijn gevallen. Daaruit bleekt dat er grote verschillen tussen gemeentes ontstaan. In de tweede aflevering is aan drie hoofdrolspelers ter synode toelichting gevraagd op keuzes en besluiten. In deze derde aflevering vragen we aan René de Reuver, voormalig scriba van de Protestantse Kerk in Nederland hoe hij ontwikkelingen in de NGK ziet en wat hij ons zou willen meegeven.

Lees artikel
Predikantsprofiel: Koos Jonker

Predikantsprofiel: Koos Jonker

Marinus de Jong
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

‘Het predikantschap is voor mij geen baan, het is een roeping.’ Zijn roeping loopt als een rode draad door het gesprek met ds. Koos Jonker. Hij is predikant in hart en nieren. Maar die roeping kwam niet vanzelf. Zijn Zuid-Afrikaanse accent verraadt meteen dat die weg op zijn minst één landsgrens overging. Meer dan eens ging dat als bij Mozes en Jeremia: tegen zijn eigen wil. Deze roeping geeft diepe vreugde, soms veel plezier, maar kost ook wat, zo blijkt.

Lees artikel
Kerknieuws mei 2026

Kerknieuws mei 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Kerknieuws van mei 2026 in Magazine Onderweg. Het beroep dat de gemeente van Langerak op ds. Gert Meijer uitgebracht heeft, heeft hij aangenomen. Ds. Meijer stond sinds 2017 in de NGK Zuidlaren-Kandelaarkerk. De NGK Zwolle-Plantagekerk, een gemeente met ruim 1.000 leden, heeft een beroep gedaan op ds. Reinier Kramer (46 jaar). Kramer is momenteel als enige actieve gemeentepredikant verbonden aan de ruim 1.200 leden tellende samenwerkingsgemeente CGK-NGK Deventer. Hij is sinds 2,5 jaar werkzaam in Deventer. Kramer was eerder vier jaar verbonden aan Spakenburg-Zuid en vijf jaar aan Bergentheim-De Hoeksteen. De Plantagekerk is vacant sinds het vertrek van ds. Jos Douma in 2025.

Lees artikel
Als schaduwen over de wereld vallen

Als schaduwen over de wereld vallen

Louren Blijdorp
  • Verdieping

De tijden zijn somber en ernstig. Oorlogen zijn niet meer ver weg en de wankelende wereldorde geeft een sluimerende onzekerheid. Ook in het nog altijd ongekend welvarende en vredige westen van Europa knaagt het: trollenlegers, hackers, mysterieuze drones dringen ons continent binnen. Het leidt tot groeiend onbehagen, polarisatie, bedreiging van de rechtstaat. En dan klopt ook nog de klimaatcrisis onverbiddelijk aan. Die nog veel existentiëlere dreiging die de randvoorwaarden van ons bestaan zelf bedreigt wordt haast vergeten. Maar ook die slapende reus morrelt aan de bedrieglijke rust van Noordwest-Europa.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief