Dertigers en veertigers over de fusie

0

Hoe kijken (bijna-)dertigers en veertigers binnen de GKv en de NGK aan tegen de voorgenomen fusie van beide kerken? Hebben zij er een idee van hoe de herenigde kerk eruit moet zien? Waar draait het voor hen om? Waar dromen ze van? Een rondvraag.

In Lisse maakte hij al een kerkelijke hereniging mee. Op kleine schaal dan. De CGK/NGK-samenwerkingsgemeente fuseerde met de GKv-gemeente. Neem de tijd voor de fusie, adviseert predikant Taco Postuma (NGK, 34). Vanuit de lokale praktijk weet hij hoe wezenlijk het onderlinge geloofsgesprek is. Een valkuil bij het samengaan van de GKv en de NGK zou volgens hem kunnen zijn dat ‘te euforisch stappen vooruit worden gezet’.

‘Een deel van de gemeenteleden heeft geen idee waar de scheiding in het verleden over ging. Daardoor dreigen degenen die daar, met wellicht pijnlijke herinneringen, wel van weten, vergeten te worden. Daarnaast zijn er soms cultuurverschillen’, aldus Postuma, sinds januari predikant van de CGK/NGK Arnhem.

Zijn aanbeveling: ‘Probeer met elkaar het geloofsgesprek te voeren, van hart tot hart. Wat delen wij? Staat je daadwerkelijk één gemeente voor ogen, begin dan vooral met erediensten om de eenheid te vieren en aangezegd te krijgen. In de ene plaats kan de fusie heel snel gaan, elders is het een kwestie van groeien en moet je zeggen: als er een vorm van geloofsgesprek is, is het voor nu goed.’

Ook Anita van Kranenburg (48), die studeert aan de NGK-predikantenopleiding, bepleit geloofsgesprekken. ‘Hopelijk wordt er veel tijd genomen voor kennismaking. Het samengaan vindt niet iedereen meteen heel mooi. Er moet niet te makkelijk voorbijgegaan worden aan de wonden van gemeenteleden die er ten tijde van de scheuring middenin zaten. Ondertussen zijn we jaren verder. Met nieuwe generaties erbij zijn de kerkelijke culturen flink veranderd. Voor een goed beeld van elkaar lijkt het geloofsgesprek me het cement voor de nieuwe kerk.’

Geloofstoren

Wim Schaaij (GKv, 29), die zich volgend jaar als predikant beroepbaar wil stellen, wil evenmin voorbijgaan aan het verleden. ‘Zijn we bereid werkelijk naar elkaar te luisteren en elkaar in liefde te aanvaarden, te verdragen en te dragen als “geadopteerde kinderen van God”? Want dat zijn we immers allemaal. Zijn we in staat om oprecht sorry tegen elkaar te zeggen voor alle harde, soms heel kwetsende woorden die er in het verleden (en misschien ook wel rondom de fusie) gesproken zijn? Vergeven we elkaar ook?’

Vervolgens kan, vindt Schaaij, naar de toekomst worden gekeken. ‘We laten dan even alles wat ons bekend en vertrouwd is los en vragen onszelf opnieuw af waarom we kerk zijn. Wat is ons doel? Wat bindt ons samen?’ Om kerkorganisatorische zaken gaat het Schaaij dan niet. ‘Als we te veel tijd, energie en middelen besteden aan het simpelweg in stand houden van het instituut kerk, lopen we het risico dat we onze ware roeping uit het oog verliezen: een zoutend zout en een lichtend licht zijn.’

‘Voor een goed beeld van elkaar lijkt het geloofsgesprek me het cement voor de nieuwe kerk’

Missionair besef ziet Schaaij wel toenemen. ‘Maar hoe brengen we de liefde van God bij de mensen? Daarvoor zullen we uit onze ivoren geloofstoren moeten klimmen en werkelijk contact moeten gaan maken met mensen om ons heen. Niet om hen bij de kerk te krijgen, maar om hen bij God te brengen. Kerk en kerkdiensten zijn dan vooral een onderhoudsplek. Nieuwe gelovigen kunnen er leren en genezen. Bestaande gelovigen kunnen er bijtanken, nieuwe energie, geloofsmoed en vervulling van de Geest opdoen, wat ze hard nodig hebben om in de week met Gods kracht zijn licht te laten schijnen.’

Minder heilig

Anita van Kranenburg heeft een soortgelijk verlangen. ‘Ik hoop op een kerk die de gelovigen toerust om te groeien in geloof en navolging.’ In de fusiekerk dient wel het Woord van God centraal te staan, meent ze. ‘Dat maakt ons tot gereformeerde kerken. Schriftlezing en prediking zijn het hart van de eredienst. Lange preken zijn niet zo in, maar het moet geen meditatief momentje van tien minuten worden en voor de rest zingen en bidden. Dat kunnen we doordeweeks ook. ’s Zondags komen we juist bij elkaar omdat het Woord klinkt. Om ons te laten voeden én gezeggen. Het bouwt ons op, het bemoedigt en vertroost, het mag af en toe ook wat schuren. Het is eigen aan het Woord dat het niet altijd comfortabel is voor ons. Dat houdt ons scherp: wat maakt ons nou tot navolgers van Jezus in deze tijd, in onze cultuur? Laten we ons niet te veel meeslepen door de tijdgeest?’

Van Gert Knijnenberg (NGK, 38), teamleider training en toerusting bij Youth for Christ Nederland, mag ‘de zondagse dienst in de huidige vorm wel iets minder heilig verklaard worden’. ‘De gereformeerde nadruk op het Woord is zeker niet onbelangrijk, maar we moeten dat niet in beton gieten. Met liturgische vormen als stilte, beelden en symboliek, die jongeren erg zouden aanspreken, doen we weinig. Bovendien is kerk zijn zo veel rijker dan alleen op zondagochtend samenkomen.’

Knijnenberg verlangt naar ‘een kerk die volop aanwezig is in de leefwereld van haar leden’. ‘Als je volgeling van Jezus bent, bepaalt dat hoe je je leven leeft. Niet alleen hoe je op zondagochtend in de kerk zit of op maandagavond bij catechisatie, maar ook hoe je omgaat met financiën, met je naaste, met seksualiteit. Het is belangrijk dat we onze jongeren dat voorleven en daarover met hen spreken.’

Vallen en opstaan

Opvallend is dat in de reacties het accent ligt op de inhoud en op de lokale gemeente. In de herenigde kerk willen de geraadpleegde dertigers en veertigers vooral plaatselijk voldoende aangereikt krijgen om in het leven van alledag christen te kunnen zijn. Over de vorm waarin die ene kerk straks moet worden gegoten, de landelijke structuur, hebben ze het nauwelijks.

‘In de fusiekerk moet in elk geval geen tijd worden verspild aan eindeloze gesprekken over vormen en regeltjes die niet de kern van het geloof raken’, zegt Knijnenberg. ‘Met de vrouw in het ambt zijn jongeren niet bezig. We moeten meer samen zoeken naar het hart van Gods koninkrijk. Dan komen woorden in mij op als echtheid, kwetsbaarheid, ruimte voor twijfel, ruimte voor gebrokenheid. We mogen best aan jongeren laten zien dat geloven niet altijd zekerheid is, maar soms met vallen en opstaan gaat.’

‘Met de vrouw in het ambt zijn jongeren niet bezig’

‘Het risico van deze fusie is dat er veel tijd en energie gestoken wordt in het maken van nieuwe afspraken, in discussies over hoe het wel en niet moet’, vreest Moniek Mol (GKv, 39), werkzaam bij het Praktijkcentrum van de GKv. ‘Voor gemeenteleden kan de fusie ook vervreemding, afscheid nemen en loslaten inhouden. Het is onvermijdelijk dat de aandacht uitgaat naar de menselijke, kerkrechtelijke en emotionele kanten van de kerk als organisatie. Maar belangrijker is dat de nieuwe kerk relevant is voor haar leden en hun omgeving. Het gaat om Christus, hoe je in je dagelijks leven christen bent en al struikelend achter Hem aangaat.’

Voor Mol is eerlijkheid een kernwoord voor de fusiekerk. ‘Soms doe ik heel stomme dingen, die echt niet passen bij een christen. Daar zou ik in de kerk in al mijn gebrokenheid over kunnen praten, zonder te worden afgewezen. We zouden ook eerlijk moeten zijn over een thema als sociale gerechtigheid, dat een grote plek in de Bijbel heeft. Wat doe ik daarmee in mijn leven, en jij in jouw leven?’

Megakerk

Janneke Burger (GKv, 38), hoofdredacteur van het christelijke opvoedmagazine Jente, reageert nuchter op de vraag hoe de fusiekerk zou moeten zijn. ‘Je kunt van alles hopen, maar je moet het gewoon doen met wat er is. Ik ben blij dat er binnenkort geen kerkgrenzen meer zijn die er niet hoeven te zijn. Tegen mijn kinderen zeg ik: “Je maakt nu mee dat er iets goedgemaakt wordt in de kerk, dat is superbijzonder.” Dit is wel het moment om er weer eens over na te denken wat je belangrijk vindt in de kerk, maar om daar nou heel grote woorden aan te geven? Als we het heel programmatisch aanpakken, zijn we daar weer zo veel tijd aan kwijt. We moeten het gewoon gaan leven met elkaar en er niet honderd keer over vergaderen.’

Voor de kerkelijke structuur voelt Burger veel voor het NGK-model. ‘Het is waardevol dat de NGK heeft laten zien dat je heel goed een kerkverband met elkaar kunt zijn als je veel vrijheid aan de plaatselijke gemeente laat. Het maakt wel wat uit of je in Amsterdam of in Kampen woont. Geef gemeenten dan ook die onderscheidenheid.’

Lokaal hoeft voor Burger niet alles op één hoop geveegd te worden. ‘Hier in Kampen zijn grote gemeenten, twee GKv en één NGK. Moeten die gedrieën één megakerk vormen? Het is prima als de gemeenten doorgaan zoals ze zijn, maar ze horen voortaan wel bij elkaar. Laten we maar kijken wat er gebeurt als we elkaar gaan ontmoeten. Meer is altijd mooier in de kerk, maar dan vooral in de breedte. De kerk is ook gewoon mijn huiskamergroep. Groter is niet per se beter. Dat is helemaal niet de manier waarop God werkt.’

Taco Postuma sluit zich daarbij aan. ‘In Arnhem zou een volledig plaatselijk samengaan van CGK/NGK en GKv een gemeente van ruim 2.000 leden opleveren. Zoiets past totaal niet bij de toekomst. Wezenlijker is hoe die twee gemeenten elkaar kunnen versterken. Het prachtige van de fusie is dat ze formeel onderstreept wat we informeel allemaal voelen: jij bent te vertrouwen als mijn broer of zus, want je zoekt net zo goed als ik jouw voeding in het Woord van God en je probeert ook onder leiding van de Geest je weg te bepalen.’


‘Hopelijk blijft er voldoende geduld om ook de CGK mee te nemen’

‘Dankbaar dat de GKv en de NGK gaan herenigen, maar verdrietig omdat de CGK aan de zijlijn toekijkt wegens interne verdeeldheid.’ Zo beleeft ds. Arjan Witzier van de Barnabaskerk (CGK Apeldoorn-Centrum) het samengaan van de twee zusterkerken.

031924 Reportage_2Met de NGK wordt in Apeldoorn al een kwarteeuw samengewerkt, met de GKv sinds 2010. Kerkenraden vergaderen soms samen, zomers zijn er gezamenlijke middagdiensten, predikanten zijn voorganger in elkaars kerken. ‘Je merkt zo veel verbondenheid dat meegaan in de hereniging wat mij betreft plaatselijk zeker een mogelijkheid zou zijn. Jammer dat dat niet kan. De samenwerking koesteren we, anderzijds weten we ons verbonden met de broeders en zusters in ons eigen kerkverband die daar moeite mee hebben. Beiden willen we niet loslaten. De oplossing ligt in de CGK, waar meer ruimte aan plaatselijke gemeenten gegeven zou moeten worden. Dat kost tijd.’

Een stevig knelpunt is de vrouw in het ambt. ‘Zeker nu dat ook in de GKv kan, ontstaat tussen de GKv/NGK en de CGK een groeiend verschil in praxis. In Apeldoorn gedogen de CGK-gemeenten bij kanselruil vrouwelijke ambtsdragers. CGK-gemeenten met principiële bezwaren wijzen op een synodebesluit van eind jaren negentig. Dat zal niet zomaar veranderen. De GKv en de NGK gaan anders om met de Schrift en de toepassing voor vandaag. De Apeldoornse CGK-gemeenten staan in bepaalde opzichten wat dichter bij de zusterkerken dan bij het heel behoudende deel van ons kerkverband.’

Witzier ziet graag dat ‘de plaatselijke samenwerking goed blijft, ondanks het verschil rond de vrouw in het ambt. Hopelijk blijft er landelijk voldoende geduld om ons als CGK mee te nemen in het samen optrekken in ons deel van de wereldwijde kerk.’
Voor de fusiekerk wenst de Apeldoornse predikant dat ‘de hereniging meer inhoudt dan een nieuwe naam en meer leden. Ik hoop op nieuw elan om in deze tijd mensen met het evangelie te bereiken.’


‘Wat meer bevindelijkheid graag’

Janneke Burger-NiemeijerJanneke Burger: ‘Bij mezelf en in onze kerken mis ik soms een wat dieper en rijker gevoelsleven, ook ten aanzien van God en ons geloof. Soms mis ik de warme en hartelijke uitnodiging tot het heil die christelijk-gereformeerden kunnen hebben, de vreugde ook van het kind van God zijn. Ik denk dat het belangrijk is dat onze ziel wordt aangesproken, wordt toegesproken, in preken en ook in onderlinge gesprekken. Daar is de bevindelijke traditie wat sterker in dan de kuyperiaanse, waartoe de GKv en de NGK toch wat meer behoren. Ik verlang er dus naar dat de CGK ook samen met ons kerk wil zijn!’


‘Jeugdwerk loopt vooruit’

Gert Knijnenberg (NGK, 38): ‘In veel plaatsen heeft het jeugdwerk al de structuur van een samengevoegde kerk. De jongeren van de GKv en de NGK vormen één groep, trekken samen op en delen het geloof met elkaar. De jeugd van tegenwoordig is ook eerder op zoek naar verbinding dan naar eventuele verschillen die er zouden zijn.’

Delen.

Over de auteur

Jan Kas is freelance journalist.

Reacties zijn gesloten.