Van wie word jij de naaste?

Jolyn van Varik-Nijsink | 4 november 2017
  • Achtergrond
  • Special 2017

Laat de vraag van de titel eens goed tot je doordringen. Het is een keuze, je kiest ervoor om iemands naaste te worden. Maar wat houdt dat in? En waarom wordt het van ons gevraagd? Deze vragen en de antwoorden daarop komen aan de orde in het gesprek van Jezus met een wetgeleerde en de daaropvolgende gelijkenis van de barmhartige Samaritaan (Lucas 10:25-37).

De wetgeleerde uit Lucas 10 begint het gesprek met Jezus met een vraag die bedoeld is om Jezus uit te dagen: ‘Wat moet ik doen om het eeuwige leven te erven?’ Jezus laat zich niet uitdagen, draait de vraag om en vraagt wat er in de wet staat en of de geleerde echt heeft begrepen wat daarin staat. De geleerde zegt dat je God moet liefhebben met alles wat je hebt en bent en je naaste als jezelf. ‘Doe dit en je zult leven’, antwoordt Jezus. Wanneer de geleerde vraagt wie dan wel zijn naaste is, volgt de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan.

Gevaarlijk

Een gelijkenis is een voorbeeldverhaal dat de hoorder toen en de lezer van nu oproept om het gegeven voorbeeld na te volgen. Het verhaal begint heel alledaags. Er is een man die op reis is van Jeruzalem naar Jericho. Op die route stond het gebied na de Olijfberg bekend als zeer gevaarlijk: er waren struikrovers in die buurt. Dus dat de man wordt aangevallen en gewond achterblijft, is niet ongewoon.

‘Doe dit en je zult leven’, antwoordt Jezus

Het vervolg is dat wél, omdat eerst een priester en daarna een leviet langs de gewonde man lopen zonder iets te doen. Het helpen van een naaste werd gezien als een plicht die voortkomt uit de wet van Mozes en uit de wetten in Leviticus. De priester en de leviet waren dus volgens de joodse wet verplicht om de man te helpen. Moesten zij niet het volk naar God leiden en het goede voorbeeld laten zien? Maar in plaats daarvan lopen ze aan de andere kant van de weg snel de zwaargewonde man voorbij.

Contrast

De verzen waarin de priester en de leviet genoemd worden, zijn bijna identiek qua bewoording in het Grieks en vormen verhaaltechnisch de opmaat naar de climax: nadat beiden langs de gewonde man zijn gelopen, zelfs aan de andere kant van de weg, komt er een Samaritaan langs. Samaritanen werden in die tijd veracht en gezien als ongelovigen. Maar hij stopt wel! Niet een priester of een leviet, maar een verachte Samaritaan stopt voor de zwaargewonde man. De Samaritaan is met ontferming bewogen.

Het Griekse woord dat hier wordt gebruikt, wordt in het Bijbelboek Lucas ook gebruikt voor Gods en voor Christus’ ontfermende liefde. De Samaritaan is dus niet zomaar bewogen tot ontferming, nee, hij toont de ontferming die God en Christus ook hebben tegenover ons mensen. Dit staat in schril contrast met de priester en de leviet, die hun eigen hachje redden en niet volgens Gods wet handelen. Met ontferming bewogen verzorgt de Samaritaan de man; hij brengt hem naar een herberg en betaalt alles. En ook alle latere kosten voor de Joodse man wil de Samaritaan voor zijn rekening nemen.

Hier houdt de gelijkenis op. Na dit voorbeeld vraagt Jezus aan de geleerde wie ervoor gekozen heeft om de naaste van de zwaargewonde man te worden. De geleerde zegt dat het de man is die met ontferming bewogen is. Maar is het niet vreemd dat Jezus dat nog moest vragen aan de geleerde? Met het stellen van de vraag wil Jezus de hoorders en lezers duidelijk maken dat de wetgeleerde niet werkelijk wist wie zijn naaste is: de theologische kennis was bij hem niet innerlijk ‘doorleefd’.

Keuze

In de loop van Lucas 10:25-37 verplaatst het verhaal zich van de vraag over het eeuwige leven naar de vraag wie onze naaste is. Jezus presenteert in dit Bijbelgedeelte een ‘tegenover’: je bent niet iemands naaste, je wordt het. Je hebt de keuze om – net als de priester en de leviet – door te lopen of – net als de Samaritaan – te stoppen en het contact met de ander aan te gaan en op die manier zijn of haar naaste te worden. In feite maakte Jezus die keuze ook, zie vers 26: Hij gaat nadrukkelijk in gesprek met de wetgeleerde die hem een vraag stelt en laat die vraag volgen door een wedervraag: wat staat er in de wet en heb jij, wetgeleerde, dat wel goed begrepen?

Het is belangrijk dat het geloof ook praktisch wordt vormgegeven

Vers 27 vertelt wat er in de wet staat. De beschrijving die Lucas van Jezus’ spreken en handelen geeft, laat zien dat het belangrijk is dat het geloof ook praktisch wordt vormgegeven: het geloof zorgt voor ethische verplichtingen. Het daaropvolgende voorbeeldverhaal laat dat nog meer zien: als je met je hele wezen gelooft, dan word je met ontferming bewogen voor de ander – zoals ook God en Christus dat zijn – en ga je een relatie met de ander aan, zodat deze jouw naaste wordt. Zo legt God iets van zichzelf in jou, waardoor de ander Hem in jou ziet.

De vraag ‘van wie word jij de naaste?’ is dan ook geen eenvoudige vraag. Het is een vraag die samenhangt met het eeuwige leven, een vraag die voortkomt uit het geloof in God en een vraag waarin de ander iets van Gods ontferming te zien krijgt. Vervolgens is het echt bezig zijn met het beantwoorden van die vraag ook geen eenvoudige taak, maar één die we serieus moeten nemen en waarbij we met Gods ontferming naar onze naaste kijken en hem of haar helpen. Van wie wil jij vandaag de naaste worden?

Over de auteur
Jolyn van Varik-Nijsink

Jolyn van Varik-Nijsink is theoloog en redacteur van OnderWeg.

Meest gelezen

Hoeveelheid, urgentie, rust en ritme

Hoeveelheid, urgentie, rust en ritme

Redactie
  • Redactioneel

De verzoening, de vitaliteit van het belijden, het predikantentekort, de verhouding tussen doop en avondmaal, de eerste hoofdstukken van Genesis en de leer over de zonde, de ambtsleer, het voortgaande gesprek over homoseksuele relaties – het zijn allemaal vraagstukken die meer of minder nadrukkelijk aan de orde zijn in de NGK. Staan die verschillende vraagstukken los van elkaar of hangen ze samen? Aan deze ketting van kwesties met een bepaalde gevoeligheid rijgt dit nummer een volgende kraal: de plek en rol van de hbo-theoloog.

Lees artikel
Kerknieuws juli 2026

Kerknieuws juli 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Lees hier het kerknieuws van de Nederlandse Gereformeerde Kerken, juli 2026. Het beroep dat NGK Emmen op ds. Rik Meijer uitbracht, heeft hij aangenomen. De gemeente van Emmen zal zijn derde gemeente worden. Hij begon zijn werk in 2012 in Alblasserdam, per 1-1-2020 GKv Alblasserdam-Nieuw Lekkerland; later in dat jaar werd hij predikant in GKv Hardenberg-Baalderveld-Zuid, sinds 2021 NGK Hardenberg-Baalderveld.

Lees artikel
Predikantsprofiel Kees Smit

Predikantsprofiel Kees Smit

Melissa van der Kamp
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

Het is een terugkerend woord als ik met Kees Smit in gesprek ben over de geestelijke verzorging en zijn werk als voorzitter van de Commissie Geestelijke Verzorging (CGV). Uit alles blijkt dat hij deze rol met hart en ziel vervult. Niet in de laatste plaats gedreven door zijn eigen ervaringen als geestelijk verzorger bij Defensie. Kees stelt dat geestelijk verzorgers waardevolle gesprekspartners kunnen zijn voor gemeenten, omdat juist zij werken op het grensvlak van kerk en samenleving. Ik praat met Kees door over zijn gedrevenheid als voorzitter en wat het geestelijk verzorger-zijn voor hem heeft betekend.

Lees artikel
Wie mooi wil zijn moet pijn lijden

Wie mooi wil zijn moet pijn lijden

Jan Mudde
  • Ethiek

‘Wie mooi wil zijn, moet pijn lijden’, het kan zomaar gezegd worden als iemand de wenkbrauwen epileert of zichzelf door waxen onthaart. Maar sommige mensen gaan heel ver om aan een schoonheidsideaal te beantwoorden – veel te ver. Zoek maar eens op lotusvoeten, Victoriaanse korsetten, tattoos, lip- en bilfillers en looksmaxxing. Toch hebben mensen die willen lijden om wat heet mooi te zijn iets voorbeeldigs, zeker voor Nederlandse christenen. 

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief