De Brug helpt helpers om te helpen

0

Achter op het kobaltblauwe shirt dat hulpverleners van Spie-en in Cambodja dragen staan in de taal van het land woorden uit 1 Korintiërs 13, in het handschrift van de Nederlandse kinderarts Diny van Bruggen: ‘De liefde is het belangrijkst, want liefde vergaat nooit.’ Een opvallend motto voor een hulpverleningsorganisatie die voor 70 procent uit boeddhisten bestaat. Er zit dan ook een bijzonder verhaal aan vast. Frits en Beja Weitkamp leggen uit hoe het precies zit.

Frits en Beja Weitkamp, twee zestigers uit Hardenberg, vormen samen de directie van stichting De Brug, die vanuit Nederland zorgt voor fondsen voor en ondersteuning van het werk van zusterorganisatie Spie-en in Cambodja (zie kader). Per jaar brengen de Weitkamps gemiddeld tweemaal zes weken door in het Zuidoost-Aziatische land. Ze bezoeken dan projecten van Spie-en en overleggen met de beleidsmakers en de werkers in het veld over de aanpak en de voortgang van het werk.

‘Kenmerkend voor de samenwerking tussen Spie-en en De Brug is dat het werk voor 100 procent wordt uitgevoerd door Cambodjanen en dat zij aangeven wat er moet gebeuren en hoe dat moet gebeuren’, vertelt Frits. Met andere woorden: de Cambodjanen zijn de helpers en de Nederlanders helpen hen helpen. ‘Vanuit Nederland wordt het werk weliswaar gesponsord, maar niet aangestuurd.’ Groot is het allemaal niet. ‘Mensen zeggen weleens: het is maar een druppel op een gloeiende plaat’, zegt Beja. ‘Maar dan zeg ik: jij zult maar net staan waar die ene druppel valt.’

Aidspatiënten

Het bijzondere van Spie-en/De Brug – de betekenis van beide namen is gelijk – is dus niet de schaal waarop het werk gebeurt, maar de manier van werken. Om te beginnen werkt Spie-en alleen met vrijwilligers die een geringe onkostenvergoeding ontvangen, niet met professionals die een salaris krijgen; het is letterlijk en figuurlijk liefdewerk. Daarnaast wordt het werk vanaf het grondvlak aangestuurd. Beja: ‘Diny noemde het field driven in plaats van donor driven. Er zijn veel hulpverleningsorganisaties werkzaam in Cambodja, in totaal wel zo’n drieduizend. Vaak zie je echter dat organisaties wel over middelen beschikken, maar niet over voldoende kennis van het land. En wie betaalt, bepaalt doorgaans waaraan het geld uitgegeven wordt en hoe dat gebeurt. Die vorm van hulpverlening bereikt lang niet altijd de mensen die de hulp het hardst nodig hebben.’

Het is in de praktijk goed samenwerken met boeddhisten

Over dat fundamentele verschil in aanpak schrijft De Brug-oprichtster Diny van Bruggen in haar boek De cactus bloeit, over aidszorg in Cambodja aan het begin van deze eeuw. Terwijl veel organisaties hamerden op preventie – wat Van Bruggen trouwens ook absoluut noodzakelijk noemt – sterven intussen de mensen bij bosjes aan aids. ‘Je kunt dat vergelijken met een situatie waarin een “barmhartige Samaritaan” politiebewaking instelt op een weg vol gewonden om verdere roofovervallen te voorkomen, maar de slachtoffers zelf aan hun lot overlaat’ (De cactus bloeit, pagina 11). Spie-en ging en gaat nog steeds naar aidspatiënten toe en biedt naast gezondheidszorg ook hulp bij de verbetering van hun algehele leefsituatie. Zeker in de jaren negentig was dat minstens zo hard nodig als voorlichting, preventie en medicatie.

Jubileum

Dit voorjaar vierde stichting De Brug haar 25-jarig bestaan. Ter gelegenheid daarvan werd een film gemaakt over het werk, die te vinden is op www.stichtingdebrug.nl. Ook per project is er een voorlichtingsfilmpje, met mooie verhalen uit de praktijk van het werk in Cambodja. Dit najaar wordt het jubileum ook in Cambodja gevierd. Ds. Koy is voor die gelegenheid druk bezig om samen met zijn team van vrijwilligers het lied ‘Tienduizend redenen’ in het Khmer in te studeren.

Aidszorg valt tegenwoordig onder armen- en ziekenzorg en is nog steeds één van de pijlers van het werk van Spie-en. Verder worden er microkredieten verstrekt, scholen en huizen gebouwd, filters verstrekt voor schoon drinkwater en dammen gebouwd voor irrigatie. Daarnaast heeft Spie-en een speciaal programma om arme pleegouders met weeskinderen bij te staan.

Charisma

De spil van het werk van Spie-en is de lokale directeur, ds. Heang Koy, een man met veel charisma, die niet onder stoelen of banken steekt dat het de liefde van Christus is die hem motiveert. Beja: ‘Op toerustingsbijeenkomsten van de ruim 120 vrijwilligers van Spie-en, van wie dus het merendeel geen christen is, wordt gerust de helft van de tijd besteed aan preken en zingen.’ Botst dat dan niet met het boeddhisme van veel van de vrijwilligers? Frits: ‘Op een wonderlijke manier past de onvoorwaardelijke en onbaatzuchtige liefde die de drijfveer is van Koy en anderen goed bij hoe boeddhisten in het leven staan: je spant je in voor de ander en voor een betere wereld omdat dat goed is voor je karma in dit en in je volgende leven.’ Oftewel: het is in de praktijk goed samenwerken met boeddhisten.

Spie-en werkt alleen met vrijwilligers die een geringe onkostenvergoeding ontvangen; het is letterlijk en figuurlijk liefdewerk. (beeld Stichting De Brug)

Spie-en werkt alleen met vrijwilligers die een geringe onkostenvergoeding ontvangen; het is letterlijk en figuurlijk liefdewerk. (beeld Stichting De Brug)

Overigens laat Koy geen gelegenheid voorbijgaan om te getuigen van zijn geloof, en regelmatig gebeurt het dat mensen daardoor Christus aannemen. Beja heeft hem ook wel traktaatjes zien uitdelen. Maar woordevangelisatie is geen expliciete doelstelling van Spie-en of De Brug. Beja: ‘De liefde straalt ervan af. De rest moet God doen.’ Frits: ‘In de aanpak van Spie-en zit ook het element dat je – als het goed is – als christen weet dat je in moreel opzicht niet boven anderen staat. De aidspatiënt die zijn ziekte misschien aan zijn levensstijl te danken heeft – lang niet altijd trouwens – verdient evenzeer jouw liefde, zorg en aandacht als iemand die arm is vanwege een misoogst of iets dergelijks. Daarin wordt geen onderscheid gemaakt.’

Respect

Wie hulp ontvangt van Spie-en levert zelf ook een bijdrage, hoe gering ook. De gedachte daarachter is dat hulpvragers niet alleen liefde, maar ook respect verdienen: het gaat om hún leven, om verbetering van hún omstandigheden. Op deze manier worden ze mede-eigenaar van een project en voelen ze zich er verantwoordelijk voor. Frits: ‘Doordat ze zelf meebetalen of meebouwen zijn ze vervolgens ook trots op het resultaat, en dat is goed voor hun zelfvertrouwen en zelfrespect. Bij het bouwen van een dam moeten de lokale boeren 15 procent zelf aanbetalen, bij het bouwen van scholen wordt de mankracht door de lokale bevolking betaald. Niet omdat De Brug dat geld niet wíl geven, maar omdat het van respect getuigt als je de hulpontvangers in zekere zin als partner of als gelijke tegemoet treedt.’ Het heeft als neveneffect dat de hulpontvangers zuiniger zijn op wat er van de grond komt, omdat ze er zelf geld en tijd in hebben gestoken.

‘Het mooiste van dit werk is Christus laten zien’

Het verlenen van microkredieten past in deze vorm van hulpverlening en is vaak bijzonder effectief. De 20-jarige Huot Pisey vertelt in een filmpje hoe hij met een lening van 500 dollar een kleermakerij kon beginnen. ‘Voordat ik kleermaker werd, was mijn leven erg moeilijk. Spie-en hielp mij met het leren van een vak en met het opzetten van mijn bedrijfje.’ Hij straalt zelfvertrouwen uit als hij laat zien wat hij met het betrekkelijk kleine bedrag voor elkaar heeft weten te krijgen. Al na twaalf maanden kon hij de lening terugbetalen en nu voorziet hij in zijn eigen levensonderhoud.

Schoon water

De Weitkamps namen tien jaar geleden het stokje van Diny van Bruggen over. Het heeft hun, hoe gek het misschien klinkt, veel gebracht. Beja: ‘Na zes weken in Cambodja dank je voor schoon water uit de kraan en voor een winkel vol met je dagelijkse boodschappen. Wij Nederlanders zijn zo ongelofelijk bevoorrecht.’ Frits vult aan: ‘Dit werk bepaalt je er ook bij dat we hier in de kerk en daarbuiten onevenredig veel energie steken in dingen die helemaal niet zo belangrijk zijn. Het mooiste van dit werk is Christus laten zien.’

Diny van Bruggen

032061 Interview Frits en Beja Weitkamp foto 2 Diny van Bruggen eerste keusNa het schrikbewind van de Rode Khmer onder Pol Pot bleef Cambodja in 1979 geruïneerd achter. Een kwart van de bevolking was vermoord of van ontbering gestorven. Van gezondheidszorg was geen sprake meer. De situatie verergerde nog toen in de jaren negentig het aidsvirus om zich heen greep. De Nederlandse kinderarts Diny van Bruggen (1945-2009) kwam in 1983 met de berooide Cambodjanen in aanraking in vluchtelingenkampen in Thailand en werd door hun nood geraakt. Cambodja werd haar tweede vaderland en ze wijdde de rest van haar leven aan gezondheids- en wederopbouwwerk in het zwaar geteisterde land. In 1992 werd Diny’s nauwe samenwerking met de Cambodjanen geformaliseerd in de Nederlandse stichting De Brug, de evenknie van de door Cambodjanen opgerichte hulpverleningsorganisatie Spie-en. Over haar werk schreef ze drie boeken: De rivier stroomt heen en terug (1991, herdrukt in 2003), De cactus bloeit (2003) en Nog eenmaal over de brug (2008).

Delen.

Over de auteur

Heleen Sytsma-van Loo is neerlandicus en redacteur van OnderWeg.

Reacties zijn gesloten.