Cieka Galenkamp over Voedselfocus Amersfoort

0

‘Maakt u zich nooit zorgen of er wel genoeg voorraad op de planken komt?’, vroeg koningin Maxima tijdens een werkbezoek aan voedselbankcoördinator Cieka Galenkamp. Die verwees naar het manna waarin God in de woestijn dagelijks voorzag. Haar motivatie om dit werk te doen is Gods onvoorwaardelijke liefde voor mensen die het niet verdienen. Die liefde wil ze doorgeven.

Met een groep christenen bezocht Galenkamp in 2005 een krottenwijk in Zuid-Afrika; een opvanghuis voor aidswezen bouwen was het plan. Maar metselen en het kinderwerk waren niet echt iets voor haar. Wel raakte ze op zondag in de blanke kerk met iemand in gesprek die haar op haar beurt liet antwoorden op de vraag die ze hem eerst had gesteld: ‘Wat doet u aan de armoede in uw stad?’

Cieka Galenkamp: ‘Dankzij Christus leef ik schuldenvrij. Gun wat je van Hem ontvangt ook aan anderen.’

Cieka Galenkamp: ‘Dankzij Christus leef ik schuldenvrij. Gun wat je van Hem ontvangt ook aan anderen.’

Armoede in Nederland? Galenkamp was zich er toen helemaal niet van bewust dat dat een reëel probleem is. Eenmaal terug in Amersfoort las en hoorde ze over voedselbanken en vielen haar de schellen van de ogen. Met haar jarenlange ervaring als jurist rolde ze bij de lokale voedselbank in de coördinerende functie die ze nu heeft. Ze doet de intake van de cliënten en onderhoudt de contacten met de gemeente, de sociale dienst, de schuldhulpverlening en het maatschappelijk werk.

Over haar diepe drijfveer zegt ze: ‘Het evangelie, met name het leven van Jezus, leert mij hoe God wil dat wij als mensen leven en wat goed is. Als mijn schuld door God vergeven is, waarom zou de schuld van iemand anders voor mij dan een belemmering zijn om hem te helpen? Dit leer ik van Christus: behandel de ander zoals je zelf door God behandeld bent. Dankzij Christus leef ik schuldenvrij. God wil geen onrecht en Hij vindt iedereen even belangrijk. Gun wat je van Hem ontvangt ook aan anderen.’

Galenkamp maakt daarbij geen principieel onderscheid tussen morele en materiële schuld. ‘Ik baal enorm van de vele voorwaarden die aan hulpverlening gesteld worden’, verzucht ze. ‘Eerst je identiteitskaart tonen, dan mag je naar de voedselbank. Weet je wel wat een identiteitsbewijs kost? Laatst zei iemand dat rokers hier eigenlijk niets te zoeken hebben: die dragen met hun levensstijl zelf bij aan de krapte in hun portemonnee. Maar zo behandelt God ons toch ook niet? We hoeven niet eerst netjes te leven voor we welkom zijn bij Hem.’

Ze doet haar werk vanuit het vertrouwen dat God voorziet, zoals Hij dag aan dag het manna schonk, en ziet dat ook voortdurend gebeuren. ‘Mensen zeggen weleens: jij trekt aan een touwtje en het komt voor elkaar. Nee, zeg ik dan, God trekt aan de touwtjes, en wat Hij doet is wonderbaarlijk.’

Delen.

Over de auteur

Heleen Sytsma-van Loo is neerlandicus en redacteur van OnderWeg.

Reacties zijn gesloten.