De zoektocht van de GKv Hoogezand-Sappemeer

0

Het heeft wel iets van een klein wonder. In het Hoge Noorden van Nederland functioneert een kerkelijke gemeente. Door moeilijke ontwikkelingen en omstandigheden was het op een gegeven moment niet mogelijk om één gemeente te blijven: er kwamen twee gemeenten, los van elkaar. Na ruim tien jaren van scheiding kwam de gedachte op: we moeten weer samen verder. En dat is gebeurd.

Henco Lopers: ‘Je proeft dat mensen echt op zoek zijn naar een nieuwe levensstijl en naar antwoorden die daarbij passen. Ik realiseer me dat preken daarop moeten aansluiten.’ (beeld Maarten Boersema)

Henco Lopers: ‘Je proeft dat mensen echt op zoek zijn naar een nieuwe levensstijl en naar antwoorden die daarbij passen. Ik realiseer me dat preken daarop moeten aansluiten.’ (beeld Maarten Boersema)

In 2004 splitste de GKv Hoogezand-Sappemeer in twee aparte kerken: Noord en Zuid. Na jaren waarin de beide gemeenten los van elkaar opereerden groeide in 2015 de overtuiging dat de twee weer één gemeente moesten gaan vormen. In die overtuiging speelden praktische overwegingen een rol, maar ook een belangrijk geestelijk element: het is niet goed om apart te blijven, we horen bij elkaar! Daarna ging het snel: per januari 2017 is er weer één GKv Hoogezand-Sappemeer. Ds. Henco Lopers is sinds zijn aantreden in 2014 nauw bij dit proces betrokken geweest. OnderWeg zoekt hem op. Bij het gesprek is ook Gerhard van der Worp aanwezig, voorzitter van de kerkenraad.

Henco Lopers, eerst de overtuiging die in 2015 duidelijk werd. Hoe kwam die tot stand?
‘Zelf zag ik als heel belangrijk motief: zolang je niet samengaat, kan hier niets tot bloei komen. Dat kan alleen als er onderlinge liefde is, als je elkaar zegent en als er openheid is voor het werk en de vrucht van de Geest.’

Dat is nogal een uitspraak…
‘Ja, maar ten diepste was dit wel wat er speelde. In Hoogezand-Sappemeer leefde namelijk het verlangen om missionair te zijn. Zoiets is heel mooi, maar als je er goed over nadenkt, besef je tegelijk: hoe zou zoiets kunnen als er allerlei geharrewar is en als je intern verdeeld bent? Dat werkt niet, dat kan niet. De Bijbel maakt immers duidelijk dat jij je, als mens, geaccepteerd mag weten door God. Hij heeft jou lief, jij mag je geliefd weten. In die ruimte van acceptatie, van genade, mag jij leven, leven naar Gods wil. En de vrucht daarvan is nooit verdeeldheid, maar wel liefde voor en acceptatie van de ander, om vandaaruit nog weer anderen lief te hebben. Dat is de weg die de Bijbel wijst.’

Hoe ging het in 2015 verder?
‘Er vonden gesprekken plaats waar in totaal twaalf mensen, zes uit elke gemeente, aan deelgenomen hebben. Bewust kozen we ervoor om het in die gesprekken niet over praktische dingen te hebben, maar over de inhoud: wat is kerk zijn nu, en ook: hoe wil je kerk zijn? Hulpmiddel bij de gesprekken was het werken met een assenstelsel met vier begrippen. Op de ene as stonden de begrippen individu en instituut, op de andere binnen en buiten. Het gesprek ging over waar jij jezelf plaatst, wat voor jou echt belangrijk is. Bijzonder was dat alle vier “polen” aanwezig waren en belangrijk gevonden werden, met als verbindende factor: Christus.’

Gerhard van der Worp: ‘Net zo bijzonder was het dat de deelnemers aan deze ronde zelf het initiatief namen om hierover de beide gemeenten te informeren en deelgenoot van dit proces te maken. Er kwamen drie inloopavonden, feitelijk elk voor zich een soort gemeenteavond. En tijdens die avonden groeide gaandeweg die acceptatie waar Henco Lopers over sprak: zelf mag jij je geaccepteerd weten door God; onderling is er de ontmoeting met elkaar rond het gedeelde geloof in Christus; accepteer in liefde dat er in die ruimte ook verschillen zijn.’

Henco Lopers: ‘Op een gemeenteavond waarop het ging over het al dan niet samengaan van de gemeenten, een avond die ook best lastig was, zei de voorzitter steeds als het spannend werd: “We zijn broers en zussen in Christus; we houden van elkaar.” Dat heeft heel zegenrijk gewerkt.’

Sinds begin 2017 zijn jullie één gemeente. In jullie visie staat: ‘we hebben het verlangen om te groeien in gezamenlijkheid’. Licht dat eens toe.
‘Hier wordt uitgesproken dat we er weer voor elkaar willen zijn, dat we elkaar willen omarmen om samen van betekenis te zijn voor de samenleving in Hoogezand-Sappemeer.’

Is ‘samen’ ook een nadrukkelijke reactie op het ik-gerichte?
‘Ja, er is zeker behoefte aan collectiviteit als reactie op het individualisme. Maar tegelijk is het ook méér: er is denk ik verlangen naar een nieuwe, een ándere collectiviteit dan waar eerder binnen de kerk nogal eens sprake van was. Je proeft nu ook heel duidelijk de wens: geef ons de ruimte, laat er sprake zijn van collectiviteit in verscheidenheid.’

Heb je een voorbeeld van zo’n ‘collectiviteit in verscheidenheid’?
‘Voor mijzelf is dat bijvoorbeeld het denken in een begrip als een “moederkerk” die ook “satellieten” heeft. Concreet: een groep mensen wordt door de moederkerk gezegend om in de eigen buurt of wijk actief te zijn, om daar geloofsgesprekken te houden, kleine groepen te vormen en ook om als satelliet samenkomsten te beleggen in de huiskamer. Hiermee is in Hoogezand-Sappemeer al gewerkt, met jongeren die actief zijn binnen de organisatie Athletes in Action. Deze manier van denken kun je nog verder uitbreiden, terwijl je intussen ook een paar kernafspraken maakt, bijvoorbeeld dat je als moederkerk ruimte geeft en dat je samen, moederkerk en satelliet, de bereidheid hebt om elkaar telkens te informeren en samen te werken aan de opbouw van Gods koninkrijk.

Gerhard van der Worp (links): ‘Samen met het Praktijkcentrum zijn we op zoek naar een structuur die past bij de verlangens van de gemeente, waarin woorden als “samen”, “elkaar” en “de ander buiten de gemeente” naar voren springen.’ (beeld Maarten Boersema)

Gerhard van der Worp (links): ‘Samen met het Praktijkcentrum zijn we op zoek naar een structuur die past bij de verlangens van de gemeente, waarin woorden als “samen”, “elkaar” en “de ander buiten de gemeente” naar voren springen.’ (beeld Maarten Boersema)

Ik proef in het traject dat gelopen is en in “het verlangen om te groeien in gezamenlijkheid” trouwens ook dit element: we willen samen ontdekken wat de Bijbel zegt over concrete, soms ook lastige thema’s. Je proeft dat mensen echt op zoek zijn naar een nieuwe levensstijl en naar antwoorden die daarbij passen. Ik realiseer me dat preken daar ook bij horen, daarop moeten aansluiten.’

Hoe willen jullie verder groeien, ook in praktische zin en met welke vormen?
Gerhard van der Worp: ‘Samen met het Praktijkcentrum zijn we op zoek naar een structuur die past bij de verlangens van de gemeente, waarin woorden als “samen”, “elkaar” en “de ander buiten de gemeente” naar voren springen. Tegelijk proef je ook een verlangen naar zelfstandigheid: geef als kerkenraad ons als gemeente maar de ruimte om dingen zelf op te pakken en te regelen. Maar aan de andere kant is er ook een groep die zegt: ja, maar er moet ook ambtelijk toezicht zijn. Op dit moment lijkt een model van een gemeente in kringen het meest passend. Maar er zijn ook andere vormen denkbaar; we zullen die nog met de gemeente bespreken.’

Henco Lopers: ‘Mooi vind ik dat dit hele proces zich afspeelt terwijl ook binnen andere kerken in Hoogezand-Sappemeer bijzondere dingen gebeuren. Er is bijvoorbeeld al langer een 24-uursgebed, waarin gebeden wordt voor Gods werk in Hoogezand. Ik ben vol verwondering: wat is God hier aan het doen?’

Stel, Henco Lopers, dat er kringen komen en dat jij op de eerste kringavond iets mag vertellen. Wat zeg je dan?
‘Daar hoef ik niet lang over na te denken. Aan het begin van de ontmoeting zou ik de deelnemers vragen te gaan staan, stevig, als een boom. Dan zou ik hun vragen om te luisteren naar wat Paulus schrijft in Efeziërs 3:16-17, zodat ze zelf ervaren hoe zij “geworteld en gegrondvest” mogen zijn in de liefde van Christus. Je staat in gezonde grond: je mag je voeding halen uit die voedingsbodem van de liefde van Christus! Vervolgens zou ik de beweging naar boven maken, want, zo vervolgt dit Bijbelgedeelte, vanuit zijn rijke luister vult God ons hart door zijn Geest. Hij stort het van boven uit. Dan komt Christus in ons wonen en Hij vervult ons, zodat we steeds beter de liefde van Christus kennen en begrijpen. Ik zou dit echt doen als een soort oefening, niet alleen geestelijk als Bijbelstudie, maar ook lichamelijk: ga maar staan. Sta stevig. Luister. En kom vervolgens in beweging.’

Delen.

Over de auteur

Leendert de Jong (GKv) werkt in de media en is hoofdredacteur van OnderWeg.

Reacties zijn gesloten.