Verder met werktuigbouwkunde of liever frietjes bakken?

0

‘Wat doe jij voor werk? Die vraag stel ik nooit bij een kennismaking.’ Reflecteren op werk en zingeving bij l’Abri.

David is er nog niet uit. Doorgaan in het vakgebied dat hij nu al zo’n tien jaar kent of een totaal andere weg inslaan? Hij denkt erover na te midden van de Betuwse fruitbomen, in het bezinningscentrum van l’Abri in Eck en Wiel, waar hij enkele maanden meeloopt. Vanochtend praatte hij weer even bij met Henk Reitsema, stafmedewerker van l’Abri en deze weken zijn persoonlijk begeleider. Over keuzes maken met je hart ging het gesprek.

‘Wiskunde en natuurkunde, die vakken lagen me in het voortgezet onderwijs het best’, vertelt David (30) later op de morgen in de huiskamer van l’Abri. ‘Ik heb nooit een goede beroepskeuze gemaakt. Voor een vervolgstudie ben ik de techniek maar ingegaan: werktuigbouwkunde in Delft. Een gameverslaving was er mede de oorzaak van dat ik die opleiding niet afmaakte. Dan maar een tandje lager: hbo werktuigkunde. Dan had ik in elk geval een papiertje. Zo heel bewust bezon ik me er niet op. Die hbo-studie lukte wel.’

Henk Reitsema (rechts) ontvangt bij l'Abri de laatste jaren veel jonge werkenden, onder wie David (tweede van rechts). (beeld Jaco Klamer)

Henk Reitsema (rechts) ontvangt bij l’Abri de laatste jaren veel jonge werkenden, onder wie David (tweede van rechts). (beeld Jaco Klamer)

Twee jaar werkte David bij een ingenieursbureau. ‘Gaandeweg ontdekte ik dat dit het niet was voor mij. Ik was voornamelijk bezig met analyses voor kostenreductie. Hoe maak je een machine goedkoper met ander materiaal? Ik miste de fundamentele wis- en natuurkunde. Als ingenieur kan ik goed verdienen, maar het werk motiveerde mij niet.’

David overweegt nu als docent wis- en natuurkunde het onderwijs in te gaan. ‘Kennis overdragen vond ik altijd al leuk. Inmiddels zit ik tussen premaster en master in. Ergens voel ik toch de angst: is dit de goede afslag? De laatste jaren heb ik ontdekt dat mijn hart harder klopt als ik met mensen praat over God. Misschien moet ik iets op het raakvlak van filosofie en theologie gaan doen.’ Glimlachend: ‘Frietjes bakken lijkt me trouwens ook wel wat.’

Hollen

‘Jonge werkenden als David zien we de laatste jaren verhoudingsgewijs veel bij l’Abri’, zegt Henk Reitsema. ‘Onze indruk is dat op wat latere leeftijd knopen worden doorgehakt voor de grote verbintenissen in het leven: dit is echt wat ik ga doen. Of: ik wil niet langer alleen maar rondshoppen, ik wil voor langere tijd bij een kerk betrokken zijn. De gemiddelde huwelijksleeftijd ligt ook fors boven de 30 jaar.’

Reitsema heeft er een verklaring voor. ‘Onze wereld is complexer geworden. Er zijn veel meer prikkels en mogelijkheden, met alle keuzestress van dien. Het proces om je ergens echt aan te geven is moeizamer geworden. We denken dat we heel veel moeten beleven, we hollen wat langer rond om allerlei ervaringen op te doen. Daardoor zijn veel jonge mensen tegenwoordig minder makkelijk tevreden met een specifieke setting, met een specifieke partner, een specifieke baan. Levensbeschouwelijke vragen komen vaak pas echt bovendrijven als mensen vast werk krijgen. Waar doe ik het voor? En waarom?’

‘Ergens voel ik toch de angst: is dit de goede afslag?’

Jongvolwassenen worden ook meer ‘geleefd’, aldus Reitsema. ‘Eerst is er de druk om binnen de tijd van de studiefinanciering de opleiding af te ronden, daarna het rondkijken voor een passende werkplek. Het rolt allemaal door. Er is weinig gelegenheid om te reflecteren. Dat zoeken naar verdieping, eigenlijk naar zichzelf, komt later. Waar sta ik in de wereld, wat geloof ik, wat wil ik? Identiteit speelt dan een grote rol.’

‘Toen ik ruim twintig jaar geleden bij l’Abri begon, was de vraag voor veel mensen: wie ben ik? Nu wordt vaak een andere vraag gesteld: wat ben ik?’ Reitsema constateert dat de identiteitsvraag fundamenteler is geworden. ‘De nieuwe generatie gaat zichzelf bijna als een toeschouwer zien in een digitale wereld waarin je altijd bezig bent met fotootjes en selfies en het managen van je identiteit: hoe kijkt een ander hiernaar? De Facebookpagina en het LinkedInprofiel zijn heel bepalend. En hoe past je baan daarin? Vergeet niet de stress van mensen van eind twintig, begin dertig. Voortdurend spiegelen ze zich aan de digitale projecties van anderen. “Mijn vrienden zijn elk weekend aan het skiën, en ik dan?” Dat is altijd een ongelijke strijd, want niemand toont in zijn profiel echt evenwichtig de mindere en donkere kanten van zichzelf.’

Ongemakkelijk

Reitsema ontmoet ze bij l’Abri: ‘Jonge werkenden als David, die een nieuwe richting willen omdat ze hun werk niet zo zinvol vinden, maar ook oudere werknemers die ontwaken en denken: verdraaid, ik heb me laten leven in plaats van actief te leven. Je kunt een workaholic zijn en in een midlifecrisis belanden doordat je je identiteit erg in je werk zocht en nu ontdekt dat er andere categorieën in het leven zijn die duurzamer zijn. Een burn-out kan op alle leeftijden optreden. Bijna altijd is er een relationele component. Een mens kan onverstoorbaar hard werken als er waardering en voldoening is. Maar het kaartenhuis klapt in elkaar als je én hard werkt én slechts kritiek oogst of afgewezen wordt. Als dan ook nog onverwerkte zaken uit het verleden bovenkomen… Of je had een leuke baan en kon goed opschieten met collega’s, maar plotseling sta je door een reorganisatie op straat. Vijftigers hebben dan de zorg: ik heb allerlei ervaring, maar wie wil me nog?’

David vindt corvee niet erg. 'Zo ondervind je of praktisch werk je wellicht ook ligt.' (beeld Jaco Klamer)

David vindt corvee niet erg. ‘Zo ondervind je of praktisch werk je wellicht ook ligt.’ (beeld Jaco Klamer)

Hoe belangrijk werk en carrière in Nederland zijn, blijkt uit de meest gebezigde kennismakingsvraag: wat doe je voor werk? Reitsema herkent dat. ‘Dat vraag ik dus nooit. Laten we wel zijn, zoiets is erg ongemakkelijk voor iemand die tijdelijk of al langer geen baan heeft: “Ja, maar ik ben bezig, aan het zoeken, ik doe wat vrijwilligerswerk om het ritme erin te houden”, enzovoort. Vraag je naar iemands passies, dan krijg je een ander gesprek. Ik vraag: wat houdt je bezig? “How do you do?” is in Nederland “What do you do?” geworden. Ik groeide op in Zuid-Afrika. Mijn ouders werkten in de zending onder de Zoeloes. De eerste vraag daar is: van wie ben je er één, uit welke familie kom je? Onze prioritering laat zien hoezeer we een individualistische cultuur zijn. Voor ons is belangrijk wat je zelf presteert.’

Leugen

Veel gesprekken bij l’Abri over werk komen uit op zingeving. Reitsema: ‘Wat doen we met de tijd die ons op aarde gegeven wordt? De meesten van ons leven niet om te werken. Ze willen een baan om te leven, om ook van tijd tot tijd op vakantie te kunnen gaan. In de praktijk wordt ons bestaan echter vaak overheerst door ons werk en ploffen we ‘s avonds uitgeput op de bank neer. We hebben weinig tijd en lucht meer voor vrijwilligerswerk in de kerk of bij de sportclub. Is het werk dat ik doe zinvol? Die vraag probeer ik wel aan te wakkeren, als ik eerlijk ben. De gemiddelde jobcoach besteedt te veel tijd aan competenties en vaardigheden, en te weinig tijd aan hoe je iets doet.

‘Niemand toont in zijn profiel echt de mindere en donkere kanten van zichzelf’

Veel mensen zijn aardig flexibel. Wie geleerd heeft te leren en een beetje bij de tijd is, kan veel functies prima vervullen, soms na wat bijscholing. De maatschappij leert ons daarentegen, en dat is een leugen, dat je precies op de juiste plek moet zijn waar jouw spectaculaire talenten helemaal uit de verf komen. Volgens mij is veel belangrijker met welke instelling je je werk doet. Met je hart of niet?

De mooie dubbelzinnigheid van het woord “zin” in het Nederlands leert ons wat. Natuurlijk speelt mee of je over vaardigheden voor bepaald werk beschikt, maar als je zin hebt in iets, stel je je ook weinig vragen over de zin ervan. Die dient zich vanzelf aan. Zeker als anderen het waarderen en je zelf het gevoel hebt dat je je creatieve ei kwijt kunt.’

Corvee

Bij l’Abri wordt veel gepraat en nagedacht. ‘Maar we zijn niet alleen met ons hoofd bezig’, corrigeert Reitsema. ‘’s Middags heeft iedereen corvee. Dan worden er appelboompjes gesnoeid, wordt het huis geschilderd, hout gehaald voor de open haard en het avondeten klaargemaakt. Gasten leren zo ook werken. Ik zie het bijvoorbeeld bij mensen die we eropuit sturen om bramen te plukken. Dat is niet de leukste klus. De struiken prikken en het is saai herhaalwerk. Soms komen ze terug met een bakje dat niet eens gevuld is. Maar als ze zien dat die bramen in een lekkere cake verwerkt worden en als anderen dan zeggen: “Wat heerlijk, dank je wel”, dan groeit het vermogen om de volgende keer nog een tandje bij te zetten. Inspanning voelt soms niet direct prettig aan, maar kan dat wel zijn door de vruchten ervan.’

David vindt corvee niet erg. ‘Zo ondervind je of praktisch werk je wellicht ook ligt.’ Hij helpt nu nieuwe leidingen voor een badkamer aanleggen. ‘Daar hebben ze hier weer jaren plezier van. Al doende leer je zo mensen op een andere manier kennen dan alleen in gesprekken. Ik ontdek bovendien dat werken met je handen erg zinvol kan zijn. In de keuken eten bereiden voor de groep is ook aardig werk. Ik zie mezelf dat wel doen. Niet dat de beslissing hier zal vallen, maar misschien word ik wel kok. Of begin ik inderdaad een frietkraam. Dat kon weleens een serieuze optie zijn.’

Delen.

Over de auteur

Jan Kas is freelance journalist.

Reacties zijn gesloten.