Vergeetachtigheid

0

‘Je ziet er nog goed uit voor je leeftijd.’ Het is vaak als compliment bedoeld. Op mijn leeftijd begint de lichamelijke en geestelijke aftakeling. Dat zie je nog niet, maar ik klaag al weleens over vergeetachtigheid met de verzuchting: ik word wel oud! Mijn brein kent zo zijn kuren, waar mijn geheugen onder lijdt.

Er is ook een vergeetachtigheid die zijn oorsprong in ons hart heeft, en die niet aan leeftijd gebonden is. In Deuteronomium 4:9 waarschuwt Mozes daarvoor. Het volk Israël moet, aangekomen in het beloofde land, vooral niet vergeten wat zij met eigen ogen en oren gezien en gehoord hebben bij de berg Horeb. Die dingen moeten niet uit hun hart wijken (NBG-vertaling 1951). Dat is treffend vertaald.

Vergeten is hier dat de dingen uit ons hart wegglijden. Het verwijst naar een proces waar we ons nauwelijks van bewust zijn. Ons brein functioneert nog prima; er is niets mis met onze geloofskénnis. Maar het doet ons steeds minder, het beïnvloedt ons leven nauwelijks meer. Het geloof glijdt weg uit ons hart, ons leven, terwijl de kennis ervan in ons geheugen blijft steken. Op een gegeven moment merken we dat we niet meer geloven. Dat is geestelijke vergeetachtigheid. Misschien zijn er onderweg alarmbellen afgegaan, maar we hebben hen niet opgemerkt. De dingen waarop het aankomt in het geloof raken ons hart niet meer.

Kerkgang

Wat kunnen we doen om dit sluipende proces te stoppen? Eigenlijk is het antwoord vrij simpel. Gewoon naar de kerk blijven gaan! Arnold van Ruler schreef dat we daar een goede gewoonte van moeten maken. Bij mooi en slecht weer, onder sterke of zwakke prediking, we blijven gaan om het Woord te horen samen met de gemeente.

We horen het Woord in de voorlezing van de Tien Woorden van het verbond, in de voorlezing van de Schrift, in de uitleg van de tekst en de verkondiging van de boodschap ervan. Maar we horen dat Woord ook als we psalmen en gezangen tot eer van God zingen. Zelfs in de gebeden, reflecterend op de preek, beluisteren we het Woord nog. Geloven is uit het horen van het Woord (Romeinen 10:14).

Er zijn meer manieren om het Woord te horen dan de kerkgang. Behalve de persoonlijke Bijbellezing is er ook de Bijbelkring die we bezoeken. Het horen van het Woord gebeurt vooral in gemeenschap met anderen. Het Woord komt het meeste tot zijn recht in het gemeenschappelijke horen, niet in het individualistisch lezen ervan.

Zo komt de heilige God nog altijd zegenend in ons midden

Op deze manier houden we vast aan het Woord dat ons geloof voedt, en dat zich door de Geest in ons hart wortelt. Gewoonte kan sleur worden, de kerkgang een keurslijf. Toch blijven we ons vastklemmen aan het Woord, zoals het daar, geschreven in de Schrift, tot ons komt, als het gewaad waarin Christus zich onder ons hult.

Ja, het Woord gaat soms het ene oor in om het andere oor uit te gaan. Soms verlaten we de kerk met een onaangeraakt hart. Toch blijven we biddend aan onze goede gewoonte vasthouden in hoop op betere tijden.

Schriftuitleg

Aan de Jordaanoever kreeg Israël Gods Woord te horen in een serie preken van Mozes. De geschreven Schrift, de twee stenen platen met de Tien Geboden erin gegrift, werd hun door Mozes uitgelegd. Zo was de heilige God in hun midden: in de geschreven Schrift en door middel van Mozes’ Schriftuitleg (Deuteronomium 12-26).

Dit is het patroon waarop we sinds de Reformatie voortborduren: sola scriptura! Paulus voegt aan de apostelen en profeten als dienaars van het Woord ook de herders en leraars toe (Efeziërs 4:11). Het Woord moet verkondigd blijven worden, zo komt de heilige God nog altijd zegenend in ons midden. Gelegen of ongelegen, zin of geen zin, daarom blijven we naar de kerk gaan.

Spectaculair?

Is dit accent op het Woord als de gestalte van Gods aanwezigheid onder ons niet te eenzijdig, vergeleken bij wat Israël bij Horeb ondervond? De heilige God was toen onder hen, en hoe! De berg beefde, de top was in diepe duisternis gehuld, de donder rolde over het samengekomen volk, bliksems doorkliefden de duisternis en Gods stem klonk als een klok waar het volk doodsbang van werd (Deuteronomium 4:11-12). En toch, wat mocht niet uit hun hart wegglijden? Dat ze Gods stem tot hen hadden horen spreken vanuit het vuur (4:12, 33)!

Het draaide om wát God had gezegd: de Tien Geboden, opgeschreven en door Mozes uitgelegd. De indruk van de begeleidende verschijnselen zou wegzakken in hun herinnering, maar het gesproken Woord van God, opgeschreven en verkondigd, mocht niet wegglijden uit hun hart, hun leven. Daarom werden later in de tempel op de grote feesten de woorden van het verbond (Thora) jaar in jaar uit voorgelezen en verkondigd.

Geloof is uit het horen van het Woord. Dan zullen de vruchten daarvan ook gezien moeten kunnen worden. Deze volgorde omdraaien kan niet. Het zien van de vruchten van het geloof is, ook op de weg naar het geloof toe, onmisbaar. In ons hart zal niets gebeuren zonder het horen van de stem van God die tot ons spreekt door zijn geschreven Woord, verkondigd in de prediking, onder de werking van de Geest.

Delen.

Over de auteur

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Reacties zijn gesloten.