‘Later zien we elkaar niet meer’

0

‘Papa, we moeten nu van elkaar genieten, want later zien we elkaar niet meer. Ik ga naar de hemel, want ik geloof in God. Jij gaat naar de hel.’ Die opmerking van zijn dochtertje Fleur, 9 jaar op dat moment, zette Remko Mulder uit Amsterdam vier jaar geleden flink aan het denken. Twee jaar later liet hij zich dopen.

Remko Mulder woont zijn hele leven al in Banne Buiksloot, Amsterdam-Noord. Hij is getrouwd en heeft drie kinderen. Na 27 jaar Albert Heijn werkt hij nu voor supermarkt Vomar.

Het geloof speelde nooit een rol in Remko’s leven. Zijn vader was protestants opgevoed, zijn moeder katholiek, maar voor geen van beiden had het geloof nog betekenis. Remko ging weliswaar naar een christelijke basisschool en las daar weleens iets uit de Bijbel, maar het bleef niet hangen. ‘Een paar jaar geleden had ik je niet kunnen vertellen wat er met bijvoorbeeld Pasen en Pinksteren gebeurde. Mijn Bijbelkennis was nul. Ik geloofde wel dat er “iets” was, maar zoiets als het oordeel zei me helemaal niks.’

Remko’s dochter ging naar dezelfde christelijke basisschool als hij en kreeg daar gelovige vriendjes en vriendinnetjes. Ze kwam bij hen over de vloer en maakte daar mee hoe gebeden en uit de Bijbel gelezen werd. Kennelijk pikte ze er veel van op, want ze raakte volop overtuigd van het leven na de dood, wat tot die krasse opmerking richting haar vader leidde. ‘We zaten samen op de bank toen ze het zei. Ze benoemde echt dat ik naar de hel zou gaan. Hoe groot je ook bent en hoe stevig je ook in je overtuiging staat, dat grijpt je enorm aan. Zou ik haar echt niet meer zien? En andere mensen die ik liefheb? Het was niet zo dat ik daarna direct openstond voor het geloof, maar het bracht de bal wel aan het rollen.’

Geleidelijk

Remko ging zich verdiepen in de vragen die de opmerking van zijn dochter opriep. Als er inderdaad een leven na de dood zou zijn, wat moest hij dan doen om zijn dochter te kunnen blijven zien?

‘Zou ik haar echt niet meer zien? En andere mensen die ik liefheb?’

De vader van een kind uit de klas van zijn dochter nodigde hem uit om mee te doen met het kaartenspel Tafelgesprekken. Het was één van de vele kleine stapjes op weg naar zijn bekering. ‘Het ging bij mij heel geleidelijk. Ik kan geen specifiek moment benoemen waarop ik me bekeerd heb. Maar naarmate mijn geloof groeide, kwam de opmerking van mijn dochter steeds weer naar voren. Mijn voorganger zei: “God heeft je via je dochter bekeerd.” Dat is heel bijzonder.’

Zwart-wit

In Banne Buiksloot wonen veel moslims en ook op zijn werk heeft Remko veel met moslims te maken. Zij waren voor hem ook een prikkel om na te denken over hemel en hel. ‘Velen van hen houden zich bezig met het oordeel. Daarbij brengen zij veel meer over van hun geloof dan christenen. Christenen zijn vaak overdreven voorzichtig. Moslims zijn directer: er is een hemel en er is een hel. Dat beïnvloedt je wel.’

Nu hij christen geworden is, gaat Remko weleens het gesprek met moslims aan. ‘Ik vind het tegenover hen wel moeilijk om uit te leggen hoe ik erin sta: dat er in de hemel een plaats voor je gereserveerd is als je in Jezus gelooft. Zij zien het veel zwart-witter: je moet je aan alle regels houden, dan kom je in de hemel.’

‘Christenen zijn vaak overdreven voorzichtig’

Met atheïsten over deze zaken praten is nog lastiger, vindt Remko. ‘Je kunt hen moeilijker laten inzien wat je bedoelt met oordeel en leven na de dood. Zij zeggen: er is niks, als je dood bent, ben je dood. Ik probeer het wel ter sprake te brengen, maar laat het afhangen van de persoon. Als iemand er helemaal niet voor openstaat, kan het ook afschrikken. Het laatste oordeel klinkt voor zo iemand als klinkklare onzin. Maar als iemand nieuwsgierig is, zal ik het zeker benoemen.’

Familie

In Remko’s familie is verder niemand christelijk. Zijn familieleden waren wel bij de doop van hem, zijn vrouw en hun kinderen, maar vooral ‘omdat het voor jullie belangrijk is’, zo zeiden ze. Remko probeert het geloof wel ter sprake te brengen, maar benoemt het oordeel niet. ‘Dat is te afschrikwekkend. Mijn familieleden staan te dichtbij om over het oordeel te beginnen. Bij anderen zou ik er eerder over beginnen, niet bij familie. Ik zou willen dat zij eerst gewoon in contact komen met het geloof. Ze hebben in elk geval allemaal onze bekeringsverhalen gehoord. Dat is bijzonder in een familie waar velen niet geloven.’

Recht en gerechtigheid

Theodoor Meedendorp is voorganger van de multiculturele kerk Hoop voor Noord (CGK) in Amsterdam, waarvan ook Remko Mulder lid is. Ziet hij een plaats voor spreken over het oordeel in zijn missionaire gemeente?

‘In het algemeen zijn we bij Hoop voor Noord terughoudend in het spreken over het komend oordeel als middel om mensen te laten nadenken over het kiezen voor een leven met God. We willen graag dat mensen vanuit een verlangen naar God nadenken over een leven met Hem, en niet vanuit angst een keuze voor God maken.

Als we het oordeel in preken en ander onderwijs ter sprake brengen, is dit vaak in het kader van recht en gerechtigheid. Dat er een moment komt dat God recht zal doen, wat hoopgevend is voor slachtoffers en spannend voor daders.

Dat het komende oordeel een trigger is geweest in de zoektocht van Remko Mulder heeft ons positief verrast. God blijkt vaak op zijn eigen manier te werken, dwars door wat wij denken dat goed is.’


Medezoeker

Peter Wierenga is missionair consulent van de NGK. Geeft hij het oordeel een plek in het missionaire spreken? ‘Als ik zelf de onderwerpen zou bepalen, zou ik het oordeel geen onderdeel van een gesprek laten zijn. Er is mijns inziens weinig harde info in de Bijbel over hoe het precies zit met zaken die niet van deze aardse wereld zijn, zoals hoe God omgaat met oordeel en genade of wat hemel en hel precies zijn.

Bij specifieke vragen zou ik een aantal gedachten doorgeven en zo het gesprek vervolgen. Ik zou gedachten benoemen die soms ook tegenstrijdig zijn. Bijvoorbeeld: alleen door genade gered zijn tegenover “alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor Mij gedaan” (Matteüs 25:40). En daarbij dus telkens verwijzen naar Bijbelgedeelten, en niet naar een systematische dogmatiek op dit terrein. Evangelisatie is vooral reisgenoot zijn en medezoeker. Geen antwoordmachine.

Daarnaast wil ik coachend werken: de ander zelf aan het denken zetten. Analoog aan de uitleg van Jezus over de gelijkenis van de zaaier: mensen helpen zoeken naar het geheimenis.’


Sluitsteen

Sjaak van den Berg is directeur van de IZB, de vereniging voor zending in Nederland binnen de PKN. ‘De ervaring van Remko Mulder is mooi en verrassend’, vindt hij. ‘De verwachting van het laatste oordeel speelt in mijn waarneming in de praktijk in de missionaire context nauwelijks meer een rol. Niet alleen omdat oordeel niet zo gemakkelijk landt in onze vrijgevochten cultuur, ook omdat het bij veel Nederlandse christenen geen grote plaats inneemt. We leven vooral met de zachtere kanten van het evangelie. Dat is als reactie op het hanteren van het oordeel als bangmaker weliswaar begrijpelijk, maar niet zonder schade.

Een herijking van onze verwachting van en ons spreken over het laatste oordeel, ook missionair, is zeer gewenst. De wederkomst van Christus om te oordelen is sluitsteen van de belijdenis. Het functioneert in alle missionaire toespraken in Handelingen als belangrijk argument om je te bekeren. Die grondlijn weglaten, misschien onbewust, dreigt het geloof te reduceren tot een wellicht interessante optie om je beter te voelen.

De verwachting van het oordeel geeft relevantie en urgentie aan wat we te vertellen hebben. Niet alleen gedreven door de angst voor zo’n oordeel. Oordeel betekent ook dat God ons echt serieus neemt. Hij wil verantwoording van ons. Bekering en je vertrouwen stellen op Christus krijgen diepte. Alles wat ons fout maakt, wordt aan het licht gebracht om het weg te halen, zodat het je niet langer definieert. Dat is bevrijding. Uiteindelijk betekent het laatste oordeel het rechtmaken van alle onrecht op alle niveaus. Er zal recht worden gedaan. De bevrijdende kracht daarvan is een geweldig perspectief.’

Delen.

Over de auteur

Jordi Kooiman is freelance journalist en webredacteur van OnderWeg.

Reacties zijn gesloten.