‘Jongeren hebben warmte nodig’

Felix de Fijter | 3 februari 2018
  • Interview
  • Thema-artikelen

Toen Louren Blijdorp (1986) de zes principes van Growing Young op internet tegenkwam, was hij gelijk aangesproken. Hij herkende veel uit zijn dagelijkse praktijk als gemeentepredikant in Hardenberg. Op allerlei manieren brengt hij de principes van Growing Young nu in de praktijk. ‘In de leefwereld van jongeren is er zo veel nep.’

Louren Blijdorp is sinds 2013 actief in Hardenberg-Baalder, eerst als junior predikant en sinds 2015 als één van de twee gemeentepredikanten. Via het Fuller Youth Institute stuitte hij vorig jaar op Growing Young. Het inspireerde hem en zijn gemeente om er dit voorjaar zes leerdiensten aan te wijden; zelf neemt hij er twee voor zijn rekening.

‘Wat mij het meest trof in de zes principes’, zegt Blijdorp, ‘was de overkoepelende visie. Als we jongeren willen binden aan de kerk, moet het niet gaan over een hipsterliturgie, de jongste dominee, het gelikte verhaal of filmpjes op de beamer. Nee, het moet gaan over echtheid, authenticiteit en warme gemeenschapsvorming.’

Van de zes principes spreekt Blijdorp vooral de oproep aan om je te verdiepen in de jongeren in je gemeenschap. ‘Heb empathie met hen. En ook: warm is the new cool. Dat is natuurlijk een lekkere oneliner, maar het is ook wel heel treffend. Ik merk in de dagelijkse praktijk dat jongeren warmte missen, terwijl ze er echt naar verlangen.’

Hoe zou je de jongeren in je eigen gemeente typeren? Hoe ziet hun leefwereld eruit?
‘In onze gemeente groeien veel jongeren – ik heb het dan over de leeftijdscategorie 12 tot 29 jaar – op in een relatief veilig milieu. Ze gaan “gewoon” naar een vrijgemaakte basisschool en daarna naar een vrijgemaakte middelbare school. In die zin is hun wereld nog best overzichtelijk. Tegelijkertijd zijn ze via internet en sociale media met alles en iedereen verbonden. Zo bezien is hun wereld heel groot.

Ik merk dat ze in die dynamiek behoefte hebben aan échte relaties, waarin ze open en eerlijk kunnen zijn. Ik merk aan alles dat ze die warmte nodig hebben. Ook in de kerk.

Wat ik daarbij heel opvallend vind, is dat ze niet zozeer behoefte hebben aan een eigen dienst, een eigen kerk of een eigen gebouw. Ze zoeken verbinding, juist ook met de oudere generaties. Daar gaan ze activiteiten voor organiseren. Koken voor ouderen bijvoorbeeld. Ze zijn daarbij heel nieuwsgierig en belangstellend naar de echtheid van het geloof van die oudere generaties.’

‘Ze zijn heel nieuwsgierig naar de echtheid van het geloof van de oudere generaties’

Waar komt dat verlangen naar echtheid vandaan?
‘Er is heel veel nep in het leven van jongeren. Ze leven achter de filters van socialemediaprofielen, waar ze min of meer gedwongen worden om een schone schijn op te houden. Maar eigenlijk willen ze die filters weghalen, willen ze laten zien wie ze echt zijn.’

Waarom laten ze die echtheid dan niet gewoon zien?
‘Ik denk dat hun voornaamste communicatievormen, de sociale media dus, niet helpend zijn om écht contact met een ander te hebben. Ik had eens een gesprek met iemand die zich verdrietig voelde en ik vroeg haar: “Laat je dat verdriet ook weleens aan anderen merken?” “Ja”, zei ze, “ik heb een emoji gestuurd naar een vriendin” – een droevig gezichtje met een traan. “O”, zei ik, “en wat kreeg je dan terug?” “Ik kreeg een emoji terug.” Dat is dan de manier waarop verbinding tot stand komt, maar hoe koud is dat? De virtuele wereld is zo koud.’

Is die behoefte naar echtheid latent aanwezig? Of weten jongeren dat verlangen ook zelf te benoemen?
‘Sinds vorig jaar gaan we af en toe op retraite met een groep jongeren, naar klooster Nieuw Sion in Diepenveen. Een paar jaar geleden zijn de monniken daar vertrokken en is het opgezet als bezinningscentrum. Met de jongeren gaan we op in de viermaal daagse liturgie, waarin ze vier keer per dag zeven minuten stil zijn. Dat blijkt enorm confronterend te zijn. Er is in hun leven normaal gesproken zo veel ruis, lawaai en omgevingsgeluid dat die stilte een bijzondere uitwerking heeft. Ze komen heel dicht bij zichzelf en heel dicht bij God. Dan merk je dat er in zo’n koud klooster heel warme verbindingen en relaties ontstaan.’

Louren Blijdorp: 'Als je midden in de gebrokenheid het evangelie aanreikt, dan vóelen jongeren gewoon dat het klopt.' (beeld Felix de Fijter)

Louren Blijdorp: ‘Als je midden in de gebrokenheid het evangelie aanreikt, dan vóelen jongeren gewoon dat het klopt.’ (beeld Felix de Fijter)

Hoe gaat dat dan?
‘Er vallen maskers af. Ze laten zich ineens zien zoals ze echt zijn. Dat is confronterend, maar ook heel mooi.’

Wat voor maskers bijvoorbeeld? En waarom is dat zo confronterend?
‘Het was voor mij allereerst confronterend om te zien hoeveel dingen jongeren al te verwerken krijgen. Dat gaat van pesten tot seksuele intimidatie en misbruik en van gescheiden ouders tot huiselijk geweld. Heel heftige dingen, die ze met zich meedragen, maar nooit een plek hebben kunnen geven. Zo’n klooster, die liturgie en die stilte, die doen wat met hen. Dan komt alles boven.’

Dat klinkt heftig. Weten we heel weinig van de leefwereld van jongeren en hun pijn? Of was dit een uitzonderlijke groep?
‘Niet iedereen heeft gelukkig met seksueel misbruik of ander geweld maken. Maar het is wel zo dat een grote meerderheid van de jongeren – de luitjes die meegaan zijn 17 tot 20 jaar oud – rondloopt met forse krassen op hun ziel.’

Er wordt wel gezegd dat jongeren anno 2018 te weinig ruggengraat hebben. Dat ze door hun ouders te veel gepamperd worden, dat ze moeilijke vragen al gauw uit de weg gaan. Zou je ook kunnen zeggen dat jongeren, en dan heb ik het natuurlijk niet over mishandeling of misbruik, verminderd weerbaar zijn?
‘Dat is moeilijk om met zekerheid te zeggen. Het is misschien wel veelzeggend dat we hier, in onze gemeente, weerbaarheidstrainingen geven. Dus ik onderschrijf onmiddellijk de behoefte aan meer weerbaarheid bij jongeren. Als ik hun leven met mijn eigen jeugd vergelijk, zijn er enerzijds zaken die van alle tijden zijn, zoals groepsdruk en grenzen stellen, maar er komt anderzijds ook wel veel meer op jongeren af dan pak ‘m beet een decennium geleden. Ze hebben veel meer te verwerken. Prediker en schrijver Rien van de Berg, de initiator van Nieuw Sion, heeft het over informatiechaos, oriëntatiechaos en relatiechaos. Dat is heel wat.’

Growing Young zet daar dus warmte en empathie tegenover. Dat klinkt toch ook wel een beetje als een open deur?
‘Weet je, het zijn bijna alleen open deuren, al die principes van Growing Young. Heb begrip en aandacht voor de leefwereld van jongeren: ja, hallo?! Maar kennelijk zijn ze niet open genoeg. Want als je die principes écht in de praktijk brengt, heeft het effect.

Over warmte gesproken: veel jongeren ervaren in de kerk veroordeling, afwijzing en kritiek. Een jong gemeentelid van me danst graag en maakt ook vormen van liturgische dans, bij de geschiedenis van Elia bijvoorbeeld. Hoe er eerst aardbevingen en windvlagen zijn, maar dat God uiteindelijk in het zachte suizen aanwezig is. Dat vertolkt ze in een prachtige choreografie. Dat is heel mooi, maar ze vindt het ook extreem spannend, omdat haar expressie, zonder dat dat misschien expliciet tegen haar wordt gezegd, op afwijzing, veroordeling en kritiek komt te staan in de gemeente.

Veel jongeren denken: mag ik er eigenlijk wel zijn in de kerk, zoals ik ben, met mijn manier van doen? Als warmte het tegenovergestelde van die kritiek en afwijzing is, dan is warmte wel degelijk heel belangrijk en misschien toch niet zo’n open deur als het lijkt. Kan jouw gemeente een plek zijn waar jongeren zich thuis voelen? Waar ze gezien worden? En waar ze zich leren te geven? Ook in hun relatie met God?’

‘Een grote meerderheid van de jongeren loopt rond met forse krassen op hun ziel’

Is er een mogelijkheid dat de focus op warmte en empathie invloed heeft op de manier waarop het evangelie wordt vertaald? Daarin klinken immers ook donkere tonen, van schuld en oordeel. Is er een risico dat dat aspect minder ruimte krijgt, uit angst om de jongeren de kerk uit te jagen?
‘Eén van de zes principes van Growing Young is: neem de boodschap van Jezus serieus. Dat is ook al zo’n open deur, maar daarin klinkt juist door dat jongeren niet zitten te wachten op een water-bij-de-wijnverhaal. Ze willen horen waar het op staat. En het spreken van Jezus is natuurlijk heel duidelijk op allerlei punten, over hoe je bij God vandaan kunt raken.

De voorbeelden die ik net noemde uit de retraite in het klooster laten bij uitstek zien dat je jongeren de gebrokenheid van het leven echt niet hoeft uit te leggen. Die spat er aan alle kanten vanaf. Als je dan, midden in die gebrokenheid, het evangelie aanreikt, dan vóelen ze gewoon dat het klopt. Dat het waar is, en dat ook zij dat nodig hebben. Dat ze een verlosser nodig hebben.

De eerste keer dat we in het klooster zaten, hadden de jongeren de gelegenheid gehad om hun verhaal te vertellen. Nou, daar kwam dus allerlei ellende naar boven. Toen hebben twee van hen zondag 1 gezongen: “Ik ben – dat is mijn enige troost – in leven en sterven het eigendom, niet van mijzelf, maar van mijn Heer en helper.”

Ik kom uit de tijd dat je dat in je kop stampte, zij hebben het op muziek gezet. Die zondag 1 was ooit een massieve waarheid die je slikte. In het klooster zag je dat die massieve waarheid een existentiële waarheid werd. En dan landt het hélemaal. Dit is het evangelie, dit is het goede nieuws, dit is de betekenis van Jezus voor mijn leven. Dan hoef je er niks aan af te doen, dan hoef je er geen eigentijds sausje overheen te gieten. Dat is allemaal niet meer nodig.’

Nu is Hardenberg een gemeente met verhoudingsgewijs veel jeugd. Er zijn ook gemeenten waar de jongeren op één hand te tellen zijn. Kunnen deze gemeenten ook wat met Growing Young?
‘Er zijn veel kerken, door alle denominaties heen, die zich weleens over de vraag buigen hoe ze de jeugd erbij kunnen houden. Die gemeenten moeten dit boek lezen. En ze moeten zich afvragen: doen wij dit? Er zijn gemeenten waar twintig of dertig jongeren in de kerk zitten die gewoon niks krijgen. Niks. Dan ben je niet goed bezig.’

Wat moet je ze in zo’n geval als eerste aanreiken?
‘Er zijn misschien jongeren die er altijd zijn in de kerk. Maar ze hebben altijd hun hoofd naar beneden en de hand bij hun mobiel. Er zijn gemeenteleden die zo’n jongere even flink op hun kop geven. Maar je kunt ook zeggen: wat fijn dat je er bent.

Er was hier eens zo’n situatie met een gelegenheidsbijbelstudiekring. Er was ook een jongere gekomen en hij had wat kritische opmerkingen over de kerk. Hoe reageren de ouderen? Ze verdedigen de kerk en vallen de jongere aan. Growing Young helpt je om die jongere juist te waarderen: “Een heleboel jongeren zijn er niet, maar jij bent er wel. Wat goed. Vertel. Wat betekent het om in de kerk te zitten? En hoe kunnen we je helpen?”’

Over de auteur
Felix de Fijter

Felix de Fijter is journalist en als hoofdredacteur verbonden aan De Nieuwe Koers.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief