Aandacht voor de allerkleinsten

0

Vaak begint het jeugdwerk pas ‘echt’ als een kind naar school gaat. Dan gaan ze naar de kindernevendienst en wordt er nagedacht over hoe we geloofsoverdracht vorm willen geven. Sommige gemeenten beginnen wellicht iets eerder met een peuternevendienst, maar hoe zit het met de allerkleinsten? Is geloofsoverdracht relevant? Wat gebeurt er in de leeftijdsfase tot en met 2 jaar? En welke lessen kunnen we hieruit leren voor het jeugdwerk?

Het is begrijpelijk dat je niet snel de vraag stelt wat baby’s en dreumesen nodig hebben in de kerk. Het is tenslotte een periode waar je je later weinig van herinnert, ook niet van wat er verteld wordt over het geloof. Dus is er wel meer nodig dan een oppas, zodat de ouders rustig naar de kerkdienst kunnen gaan?

Natuurlijk is de crèche erg prettig voor de rust van zowel de ouders als de andere gemeenteleden. Toch moeten we oppassen dat we hierdoor niet het idee wekken dat baby’s en dreumesen lastig en misbaar zijn. Bovendien zien we dat ook in deze levensfase kinderen behoeftes hebben die van invloed zijn op latere geloofsoverdracht en -ontwikkeling.

Exploreren

In de eerste twee jaren van een mensenleven gebeurt er heel veel. Een baby die vooral eet, slaapt, poept en plast ontwikkelt zich tot een ondernemende dreumes die rondloopt en zijn eerste woordjes spreekt. Een baby heeft geen besef van het eigen ik en is volledig afhankelijk van de ouder. Het ervaart dan ook dat moeder en kind één zijn. Een kind van 2 ontdekt dat hij een eigen persoon is, met een eigen wil. Hij beweegt steeds tussen de veiligheid van de ouder en het exploreren van de omgeving.

Het leren van een kind gebeurt vanuit de ervaringen in dat exploreren van zijn omgeving. Daarbij worden de zintuigen volop gebruikt. Alles wordt in de mond gestopt en van dichtbij bekeken. Kinderen zijn dan ook erg gevoelig voor sfeer. Zonder dat een kind het kan benoemen, zal het gespannenheid, onrust of onveiligheid beantwoorden met vergelijkbaar gedrag.

Alles wordt in de mond gestopt en van dichtbij bekeken

Met de grote veranderingen zie je dat kinderen behoefte hebben aan rituelen. Rituelen, zoals het ‘naarbedritueel’, geven orde en rust in een steeds veranderende wereld. Er worden allerlei rituelen opgebouwd en kinderen vinden het lastig als dingen anders gaan dan anders.

En ook al weten kinderen in deze fase nog niet wie God is, toch vormen het leren vertrouwen van de omgeving en het ervaren van onvoorwaardelijke liefde bij de ouders de eerste bouwstenen van een later Godsbesef. In de liefde van de ouders leren kinderen iets van de onvoorwaardelijke liefde die God geeft.

Toerusting

Wat betekent dit nu voor het jeugdwerk? Ouders hebben veel invloed op de geloofsontwikkeling van hun kinderen en zullen dat nog lang hebben. Tot ver na de tienertijd zijn zij hun rolmodellen. Goed kinderwerk betekent dus dat je aandacht hebt voor de ouders. Geef hun een goede start door hun toerusting te bieden.

Bied ook toerusting aan stellen met een kinderwens of die in verwachting zijn. Welke verwachtingen hebben zij van het hebben van een kind en hoe willen ze hun kind in geloof opvoeden? Denken partners daarover hetzelfde? En zo nee, hoe kunnen ze daarin een goede weg vinden?

Help ouders bij het opbouwen van goede rituelen thuis, zoals bidden voor hun kind en het voorlezen van Bijbelverhalen.
Zorg ook voor toerusting waarin het eigen geloof van de ouders gevoed wordt en help hen om dat geloof tastbaar te maken thuis, met hun eigen rituelen. Zij zijn tenslotte degenen die het geloof aan hun kinderen voorleven.

Kinderen hebben behoefte aan rituelen

Als er opvang is tijdens de eredienst, zorg dan voor een veilige en rustige plek. Zijn de stopcontacten afgeschermd? Liggen er geen kleine of scherpe voorwerpen die kinderen in hun ontdekkingsavonturen in hun mond stoppen? Kijk goed met de ogen van een avontuurlijke baby naar je oppasruimte.

Zorg voor een goede sfeer in de oppasruimte. Worden ouders en kinderen hartelijk ontvangen? Worden kinderen herkend en bij naam genoemd? Vraag eens aan de ouders of ze hun kind graag naar de oppas brengen. Vaak merk je daaraan al of de sfeer goed is, of dat er misschien iets moet veranderen.

Denk na over rituelen die je kunt opbouwen tijdens de oppas. Zorg er bijvoorbeeld voor dat je, zodra de ouders vertrokken zijn, samen met de kinderen begint met een lied. Zeker wanneer er ook oudere kinderen bij zijn, kun je de allerkleinsten al meenemen in momenten van voorlezen, kort bidden en samen zingen.

Onthoud dat jonge kinderen leren en hun omgeving verkennen met al hun zintuigen. Bedenk hoe je bijvoorbeeld Bijbelverhalen meer kunt laten ervaren met de zintuigen.


Agenda

7 februari 2018 (Zwolle): ‘Deel je leven’, een interactieve avond voor diakenen en jeugdleiders over het verbinden van jeugdwerk en diaconaat. Zie www.praktijkcentrum.org/activiteit/jeugdwerk-en-diaconaat-verbinden.

26 mei 2018 (Arnhem): EO Jongerendag, met als thema ‘Walk on water’. Zie beam.eo.nl/eo-jongerendag.


Media/tips

040328 Jeugdwerk foto Tips_mediaEen al wat ouder maar nog steeds relevant boek is Geloven in opvoeden van Maria Vrijmoeth-de Jong e.a. (Stichting Loek, 2006). Het geeft ouders adviezen en vaardigheden mee die hen helpen om weer in hun opvoeding te geloven en gestalte te geven aan de geloofsopvoeding in het gezin. Naast het boek is er ook een werkboek met materiaal voor ouderkringen of toerustingsavonden.

De website www.geloofinhetgezin.nl, onder redactie van de CGJO (Christelijke Gereformeerde Jongerenorganisatie), biedt allerlei tips en toerusting rond geloofsopvoeding.

De Parenting Children Course van Alpha Nederland is een opvoedcursus voor ouders van 0- tot 10-jarigen. Het is een leuke en laagdrempelige manier om in een relaxte sfeer met andere ouders ervaringen uit te wisselen en je te bezinnen op de opvoeding. Ontmoeting, herkenning en inspiratie staan centraal. De Parenting Children Course is gebaseerd op christelijke principes, maar is relevant voor zowel christelijke als niet-christelijke opvoeders. Zie www.alphanederland.org/parentingcourse en parentingcourse.nl/children.

Met bijdragen van Anko Oussoren, adviseur bij het Praktijkcentrum, en Paul Smit, jeugdwerkadviseur bij het NGK Jeugdwerk.

Delen.

Over de auteur

Martine Versteeg is jeugdwerkadviseur bij het NGK Jeugdwerk.

Reacties zijn gesloten.